MUMC+

Patiëntinformatie

Vruchtwaterpunctie

Het is mogelijk om al tijdens de zwangerschap een aantal aangeboren afwijkingen op te sporen. Dit kan onder andere met een vruchtwaterpunctie. In dit blad krijgt u meer informatie over de ingreep.

In het patiëntinformatieblad ‘Prenatale Genetica’ vindt u informatie wanneer u voor zo’n vruchtwaterpunctie in aanmerking komt. Een afspraak voor een vruchtwaterpunctie kunt u maken via de afdeling Prenatale Diagnostiek Genetica (T: 043-387 58 55). U kunt hier ook terecht met vragen over prenatale diagnostiek. Afhankelijk van wat precies wordt onderzocht, kan een vruchtwaterpunctie na de ingreep leiden tot een chromosomenonderzoek of een DNA-onderzoek.

Voorbereiding

Wij adviseren u niet alleen te komen in verband met de terugreis. Uw partner mag indien u dit wenst bij de ingreep aanwezig zijn. U hoeft niet nuchter te zijn ofwel u mag voorafgaand aan de vruchtwaterpunctie gewoon eten en drinken.

De ingreep

Een vruchtwaterpunctie kan worden gedaan als u minimaal vijftien weken en drie dagen zwanger bent. De ingreep wordt onder echoscopische controle verricht. Een dunne naald wordt door de buikwand heen in het vruchtwater gebracht en er wordt vervolgens twintig milliliter vruchtwater opgezogen. Deze hoeveelheid vruchtwater kan zonder gevaar worden afgenomen en is binnen enkele dagen weer aangevuld. Een vruchtwaterpunctie duurt in totaal vijf tot tien minuten. Een verdoving is niet nodig omdat deze meer ongemak oplevert dan de lichte prik in de buikwand. Uw partner mag desgewenst bij het onderzoek aanwezig zijn. Als uw bloedgroep rhesus-(D)-negatief is, krijgt u na afloop een ampul anti-rhesus-(D)-immunoglobuline toegediend. Dit om te voorkomen dat u antistoffen aanmaakt tegen rhesus-(D)- positief bloed. Indien uw ongeboren kind rhesus-positief is, kunnen antistoffen namelijk de gezondheid van het kind schaden.

Vruchtwaterpunctie
Vruchtwaterpunctie

Na de ingreep

Na de vruchtwaterpunctie kunt u direct naar huis. Wij adviseren u niet alleen te komen in verband met de terugreis. Wij raden u aan na de ingreep enkele uren bedrust te houden en de rest van de dag rustig aan te doen. Daarna kunt u uw normale werkzaamheden weer hervatten. Zware lichamelijke inspanning, intensief sporten, zwemmen, tampongebruik en geslachtsgemeenschap raden wij gedurende één week na de ingreep af. In het geval u last krijgt van buikkrampen, vochtverlies of bloedverlies, kunt u contact opnemen met uw huisarts, uw verloskundige of uw gynaecoloog. Overleg met de Polikliniek Prenatale Diagnostiek is ook altijd mogelijk.

Mogelijke complicaties

Er bestaat een risico van 0,1% op een miskraam ten gevolge van de vruchtwaterpunctie. Dit risico komt bovenop het spontane miskraamrisico van 0,5% rond deze termijn. Bij één op de honderd ingrepen lukt de vruchtwaterpunctie niet, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende vruchtwater is, het vruchtwater niet is bereikt of de naald verstopt raakt. In een aantal gevallen blijken de vruchtwatercellen in het laboratorium onvoldoende te groeien, zodat de chromosomen niet zichtbaar gemaakt kunnen worden. Bij herhaling van de vruchtwaterpunctie lukt een nieuwe kweek meestal wel.

De uitslag

Bij het maken van de afspraak wordt met u besproken voor welke onderzoeken u in aanmerking komt en van wie u de uitslag ontvangt. Hoe lang u moet wachten op de uitslag hangt er van af welk soort chromosomenonderzoek is verricht en of er een DNA-onderzoek is gedaan. In het geval van een chromosomenonderzoek wordt een ‘sneltest’ voor de chromosomen 13,18 en 21 verricht of worden alle chromosomen, de dragers van de erfelijke eigenschappen, onderzocht. De uitslag is in dit geval na één respectievelijk drie weken bekend. Bij DNA-onderzoek in wordt naar een DNA- verandering (mutatie) gezocht. De uitslag hiervan is na één tot vier weken bekend.

Contact

Heeft u na de ingreep vragen of klachten. Dan kunt u altijd contact opnemen met de Polikliniek Prenatale Diagnostiek Gynaecologie (Echocentrum).
Telefoon: 043-3877762

Laatst bijgewerkt op 26 april 2021