mumc+

Patiëntinformatie

Hoe werkt uw beademingstoestel (Weinmann)?

Inclusief onderhoud en zuurstof van het beademingstoestel

Het beademingstoestel (afbeelding 1) bestaat uit twee gedeeltes: het linkerdeel is het beademingsgedeelte, het rechterdeel is het bevochtigingsgedeelte.

Vanuit het linkerdeel wordt de lucht naar het rechter bevochtigingsgedeelte geblazen en van daaruit via de slang naar het mond-neusmaker.

Wij adviseren u het beademingstoestel indien mogelijk lager te plaatsen dan het matras. Op die manier vloeit het condensvocht in de slang terug naar het toestel en niet naar uw beademingsmasker.

""
Afbeelding 1

De opbouw en bediening van het toestel

1. Klap de bodemplaat met het verwarmingselement (Afbeelding 2) uit.

2. Plaats het beademingstoestel links naast het verwarmingselement op de plaat.

3. Steek de stekker van het beademingstoestel en de stekker van het verwarmingselement in het stopcontact. (Het toestel beschikt over een ingebouwde accu die bij een eventuele stroomstoring nog circa tweeënhalf uur voor stroom zorgt.)

4. Vul het waterbakje met afgekookt afgekoeld water of gedestilleerd water tot aan de zwarte rand. Het water moet elke dag ververst worden. Let op: vul het waterbakje nooit als het op het verwarmingselement staat.

""
Afbeelding 2, verwarmingselement

5. Vooraan het verwarmingselement rechts op de plaat zit een lichtgrijze beschermrand die u omlaag kunt duwen. Duw de beschermrand omlaag door het gevulde waterbakje erop te drukken en schuif zo het waterbakje op het verwarmingselement. Het beschermrandje veert vanzelf weer omhoog.

6. Duw het koppelstuk links vooraan op de daarvoor bestemde opening van het beademingstoestel.

7. Schuif de korte slang op het koppelstuk. Schuif het andere einde van de korte slang op het aansluitpunt van het waterbakje dat zich het dichtst bij het beademingstoestel bevindt.

8. Pak de lange slang en sluit die aan op het andere aansluitpunt bovenop het waterbakje.

9. Zet het verwarmingselement aan door op de rechterknop van het verwarmingselement te drukken. Er gaat een groen lampje branden. Met de linker knop regelt u de temperatuur van het water: hoe warmer het water, hoe vochtiger de lucht die u inademt. (Als u ’s morgens een droge keel heeft, kunt u de temperatuur van het water een kwartje hoger zetten.)

10. Zet nu het mond-neusmasker op, maar sluit de slang nog niet op het masker aan.

11. Start nu het beademingstoestel door één keer op de aan-uitknop te drukken. De aan-uitknop bevindt zich bovenaan rechts van het display.

12. Koppel nu pas de slang aan het mond-neusmasker. Het beademingstoestel werkt nu. U kunt met de beademing in werking gaan rusten of slapen. (In het display verschijnen diverse meetwaarden: onder meer de in- en uitademingsdruk, de ademhalingsfrequentie en het volume per ademhalingsteug. Onder normale omstandigheden hoeft u aan deze meetwaarden geen aandacht te besteden.) 

""
Afbeelding 3, verwarmingselement met waterbakje

Het beademingstoestel uitschakelen

1. Druk op de aan-uitknop (zie afbeelding 4) van het beademingstoestel en hou die drie tellen ingedrukt.

2. In het display verschijnt nu een waarschuwing: Attentie het apparaat werd uitgeschakeld. Tegelijkertijd klinkt een geluidsalarm en gaat naast de alarmknop een rood lampje knipperen. Druk op de alarmknop of op de dikke knop met Enter rechtsonder op het toestel. Het alarm stopt en het apparaat is nu uitgeschakeld.

""
Afbeelding 4, Aan- uitknop

Als het alarmsignaal afgaat

Als het alarmsignaal afgaat, staat in het display (in rood) wat er aan de hand is. Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • de beademingsslang is losgeraakt van het masker of van het koppelingsstuk op het beademingstoestel
  • het mond-neusmasker sluit niet goed aan waardoor teveel lucht weglekt
  • stroomonderbreking.

Handel dan als volgt:

  • Druk op de dikke knop met Enter rechtsonder op het toestel. Het alarmsignaal stopt, maar in het display blijft de storingsmelding zichtbaar.
  • Verhelp het probleem. De storingsmelding in het display verdwijnt en het toestel werkt weer normaal.

Geheugenkaart

Soms zult u gevraagd worden de geheugenkaart van uw beademingstoestel mee te nemen of op te sturen. Op die kaart staan alle beademingsgegevens zoals die door het toestel zijn geregistreerd.

U vindt de geheugenkaart aan de rechter zijkant van het toestel, achter het ronde rubberen klepje. Doe het klepje omhoog en druk tegen de geheugenkaart; die veert een beetje terug. U kunt de kaart nu volledig uit het toestel trekken.

Let op: als u de kaart naderhand weer terugduwt, schuift u hem met het schuine hoekje aan de bovenkant naar binnen. Druk de kaart goed vast, zodat hij niet terugveert.

Maskerbeademing

Bij beademing via een mond-neusmasker kunnen bijverschijnselen optreden waar u alert op dient te zijn.

Pijn op de rug van de neus, daar waar het masker de neusrug raakt. Belangrijk is dat u het masker niet te strak aantrekt. Mocht de rug van uw neus geïrriteerd raken, neem dan contact op met het CTbM. Wij kunnen u advies geven en eventueel hulpmiddelen ter beschikking stellen (een gelpad, bijvoorbeeld).

Ontsteking van het oogvlies (conjunctivitis). Dit kan ontstaan als het masker niet goed aansluit op uw gezicht, waardoor er continu lucht naar uw ogen geblazen wordt. Zorg dus altijd dat het masker goed aansluit op neus, dan is de kans klein dat u hier last van krijgt. Mocht dat toch het geval zijn en u krijgt rode, pijnlijke ogen, neem dan contact op met uw huisarts.

Droge mond of tong. Tijdens de beademing kunt u last krijgen van een droge mond of tong. Dit is een vaak voorkomend probleem. Als u daar last van heeft, kunt u de luchtbevochtiging aanpassen. Helpt dit onvoldoende, neem dan contact op met het CTbM. Wij kunnen u adviseren en aangeven welke alternatieven mogelijk zijn.

 

Rode huid. Op de plaatsen waar het mond-neusmasker in aanraking komt met de huid, kan de huid een lichte reactie vertonen in de vorm van roodheid. Dit is een normaal verschijnsel en trekt in de regel weg. Indien de klachten verergeren (jeuk, blaasjes, eczeem), dient u contact op te nemen met de huisarts. Mogelijk dat u allergisch reageert op het masker.

Onderhoud van het masker

Wij adviseren u het masker regelmatig schoon te maken. Als het verontreinigd is, wast u het af in een warm sopje met een mild afwasmiddel. Spoel het masker daarna af met kraanwater. Droog het met een droogdoek en laat het verder drogen aan de lucht.

Onderhoud van het beademingstoestel

Dagelijks onderhoud

  • Maak de luchtslang los en hang haar tot het volgende gebruik op aan een haak of iets dergelijks, zodanig dat beide einden omlaag hangen. Zo kan de slang uitlekken en drogen en wordt het risico op ziektekiemen zoveel mogelijk beperkt. Maak de onderdelen van het waterbakje – het deksel, de plaat en het bakje – schoon in een warm sopje met een mild afwasmiddel. Spoel na met lauw water en droog alle onderdelen goed af

Wekelijks onderhoud

  • Wekelijks onderhoud Aan de achterkant van uw beademingstoestel zit een klepje (afbeelding 1). Achter dat klepje bevinden zich twee filters: eerst ziet u een zwarte filter, daarachter bevindt zich een witte fijnstoffilter. De zwarte filter moet wekelijks schoongemaakt worden. Als u de zwarte filter uitwast, mag u hem pas terugplaatsen als hij volledig droog is. Als de filter nog nat is, kunt natuurlijk ook de reservefilter gebruiken.

Maandelijks onderhoud

  • Veeg maandelijks de buitenkant van het toestel met een vochtige doek en een mild afwasmiddel schoon.
  • De witte fijnstof filter dient u elke drie maanden te vervangen. Als het zo ver is, verschijnt bij het inschakelen van het toestel in het display de mededeling: Filter vervangen a.u.b. Tevens verschijnt het filterwisselsymbool in het display.

Halfjaarlijks onderhoud

  • Vervang om de zes maanden de beademingsslang (of vaker indien nodig).
  • Vervang bij het masker eenmaal per half jaar de zachte siliconenring en de hoofdband. Het harde gedeelte hoeft alleen vervangen te worden als het stuk is.

Bij ontslag uit het ziekenhuis heeft u twee maskers en twee slangensets meegekregen. U bent zelf verantwoordelijk voor het bestellen van reservematerialen. Zorg er dus altijd voor dat u een reservemasker en een reserveslang heeft.

Storingen

Bij eventuele storingen aan het toestel kunt u de firma Vivisol bellen: 013 – 523 10 23. Zij zijn 365 dagen per jaar dag en nacht bereikbaar. Ze zijn verplicht een technische storing binnen 4 uur te verhelpen.

Technisch onderhoud

Eenmaal per twee jaar vindt een technische controle van het beademingstoestel plaats door de firma Vivisol. De firma zal daarvoor een afspraak met u maken.

U vervangt de witte fijnstof filter als volgt:
 

  • Open het klepje aan de achterkant van het toestel (afbeelding 5).
  • Haal eerst de zwarte filter eruit.
  • Haal dan de witte fijnstof filter eruit en gooi hem weg.
  • Zet de nieuwe witte fijnstof filter erin.
  • Plaats ook de zwarte filter weer terug.
  • Sluit het klepje.

 

 

""
Afbeelding 5
  • Druk op de onderste van de drie knoppen meteen rechts naast het display (de knop met de bladzijden, zie blauwe pijl afbeelding 6). In het display verschijnt het woord Menu
  • Draai nu de dikke Enter-knop naar rechts tot in het display het woord Filterwissel verschijnt.
  • Druk nu de dikke Enter-knop in – de melding verschijnt: Filterwissel terugzetten?
  • Draai de dikke Enter-knop naar rechts zodat in het display Ja verschijnt. Bevestig nu de filterwissel door de dikke Enter-knop in te drukken.
""
Afbeelding 6. Blauwe pijl

Zuurstof

Als u als onderdeel van de therapie zuurstof gebruikt, kan zuurstof aan de beademing toegevoegd worden met behulp van het zuurstofapparaat.
U koppelt de slang van het zuurstofapparaat via een speciale nippel aan de linkerkant van het beademingstoestel.

Als u het toestel vervoert, moet u deze nippel  verwijderen, anders bestaat het gevaar dat hij afbreekt.

De hoeveelheid zuurstof die toegevoegd moet worden, stelt u in bij het zuurstofapparaat.

""
Afbeelding 7: Nippel zuurstofaansluiting

Let op!

  • Bij het aanzetten: zet eerst het beademingstoestel aan, daarna pas de zuurstof.
  • Bij het uitzetten: zet eerst de zuurstof uit, daarna pas het beademingstoestel.

Op die manier voorkomt u dat zich zuurstof ophoopt in het beademingstoestel. Zuurstof opgehoopt in het beademingsapparaat vormt een brandgevaar. Om die reden mag ook nooit gerookt worden in de buurt van zuurstof. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact met ons op.

T +31(0)43-387 63 84 | 
F + 31-(0)43-387 63 44
ctbm@mumc.nl

Laatst bijgewerkt op 25 oktober 2021