MUMC+

Patiëntinformatie

Operatieve behandeling van borstkanker en DCIS

In overleg met uw behandelend arts is besloten dat u geopereerd wordt voor een afwijking  in uw borst. In dit informatieblad  leest u over de gang van zaken rondom de operatie. De ingreep vindt plaats in het Chirurgisch Dagcentrum van het MUMC+ onder algehele anesthesie (narcose). 

De opname

Van Bureau Opname krijgt u tijdig schriftelijk of telefonisch te horen wanneer de operatie gepland is en waar en wanneer u zicht moet melden.

Voor de operatie spreekt u nog de chirurg en de anesthesioloog (anesthesist). Bent u overgevoelig voor jodium, bruine pleisters, antibiotica of andere medicijnen, geef dit dan door tijdens dit gesprek. Meld ook als u bloed verdunnende middelen gebruikt. .

Wij adviseren u uw eigen medicatie van thuis mee te brengen. Neem ook   toiletspullen en nachtkleding mee  als u toch een nacht moet blijven. Hoe lang u van te voren nuchter moet zijn, hoort u via de afdeling anesthesiologie.

De operatie

Het mammateam bestaande uit chirurg, medisch oncoloog, radioloog, radiotherapeut, patholoog en een mammacare, stelt een behandeladvies op en bespreekt dit met u. Als opereren oodzakelijk is, zijn er twee opties: een borstsparende operatie of borstamputatie. Afhankelijk van de grootte en de plaats van de tumor en de grootte en vorm van uw borst, overlegt de chirurg met u welke operatie voor u het  beste is. Hieronder worden de verschillende operaties verder toegelicht.

Weefsel dat bij de operatie wordt weggenomen, gaat naar het pathologisch laboratorium voor onderzoek. Ongeveer één week na de operatie wordt het resultaat van dit weefselonderzoek met u besproken en vindt er een wondcontrole plaats.

Een borstbesparende operatie

Bij een borstsparende operatie haalt de chirurg de  afwijking  weg met een rand van gezond weefsel daar omheen. De borst blijft behouden maar kan wel van vorm veranderen of kleiner worden. Een borstsparende operatie is alleen mogelijk als de tumor niet te groot is ten opzichte van de borst . Een borstsparende operatie wordt altijd gevolgd door radiotherapeutische behandeling (bestraling).

Het bestralen maakt de borstsparende behandeling even veilig als een borstamputatie. Hoe vaak de borst bestraald moet worden, vertelt  de radiotherapeut u in een gesprek met u.

Video - Operatie borstsparend - https://vimeo.com/570604743 
Video - Herstellen vorm van de borst - https://vimeo.com/567091361 

Lokalisatie van de tumor

Met u is besproken dat er in uw borst een radioactief staafje geplaatst moet worden. Dit staafje markeert de precieze plaats van de kwaadaardige tumor in uw borst. Hiervoor kunnen twee redenen zijn :

  1. De afwijking in uw borst is niet te voelen. Op de afdeling Beeldvorming brengt de radioloog met een naald een jodiumzaadje of lokalisatiedraad (markering) in op de plek van de tumor. Er wordt een controlefoto gemaakt om te zien of het zaadje op de juiste plaats zit. Dit helpt de chirurg tijdens de operatie om het juiste weefsel uit de borst te verwijderen
  2. Het is nodig om u te behandelen met chemotherapie voordat u geopereerd wordt . Door deze behandeling kan het zijn dat de tumor zover slinkt, dat deze niet meer voel- of zichtbaar is.

Video  - Markering te behandelen plaatshttps://vimeo.com/574370436

Radioactief staafje
Voorbeeld radioactief staafje
Lokalisatie door middel van een draad
Lokalisatie van de tumor door middel van een draad
Zaadje voor lokalisatie tumor
Lokalisatie tumor door middel van een röntgenfoto en jodiumzaadje
  • Praktische gang van zaken

    Voor dit onderzoek is geen voorbereiding nodig. Op het tijdstip van uw afspraak meldt u zich bij de baliemedewerker van de afdeling Beeldvorming, die u doorverwijst naar de juiste wachtruimte. De laborant roept u binnen als u aan de beurt bent en vraagt u uw bovenkleding uit te doen. Een radioloog voert het onderzoek uit, hierbij geassisteerd door de laborant .

  • Het onderzoek

    Er zijn twee mogelijkheden om de tumor goed in beeld te brengen zodat de radioloog het staafje op de juiste plaats in de borst kan plaatsen.

    1. Met behulp van echografie. Echografie is een pijnloze manier om met behulp van geluidsgolven de plaats van de afwijking in de borst vast te stellen.
    2. Met behulp van computergestuurde mammografie. Bij deze methode wordt de betreffende borst op een plaat gelegd.  Een gedeelte van de borst wordt vervolgens met behulp van een plastic plaatje aangedrukt. Dit aandrukken kan pijnlijk zijn. Het is erg belangrijk dat u gedurende het onderzoek zo stil mogelijk blijft zitten en dat u zich zoveel mogelijk ontspant. Hierdoor heeft u er het minste last van. De laborant maakt vervolgens de mammografie en beeldt deze af. Hierna wordt door de computer de plaats van afwijking in uw borst bepaald.

    Vervolgens verdooft de radioloog de borst, waarna hij het radioactief staafje met behulp van een naald in de borst brengt. Nu kan de radioloog door middel van de echografie of de rontgenfoto's het staafje tot in de tumor doorschuiven. Vervolgens wordt een controlefoto gemaakt om te beoordelen of het staafje goed geplaatst is. Het staafje kan nu niet meer verschuiven.

    Ondanks dat de insteekplaats verdoofd wordt, kan het onderzoek toch pijnlijk zijn. Het onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. Het radioactief staafje is niet gevaarlijk voor u of uw omgeving en kan indien nodig lange tijd blijven zitten. Beide methoden zorgen ervoor dat de chirurg in staat is om tijdens de (latere)operatie het radioactief staafje en dus de afwijking terug te vinden en te verwijderen . Er wordt dan altijd een foto van het stukje borstweefsel gemaakt ter controle, om te kijken of de tumor met het staafje werkelijk is verwijderd.

Een borstamputatie

Bij een borstamputatie verwijdert de chirurg al het borstklierweefsel inclusief de tepel. Een operatie voor borstkanker is lichamelijk gezien geen zware operatie. Zelfs vrouwen op hoge leeftijd kunnen de operatie veilig doorstaan.

Na de operatie blijft een slangetje (drain) achter in de wond om bloed en wondvocht op te vangen. De drain blijft één of enkele dagen zitten, afhankelijk van de hoeveelheid wondvocht. Meestal wordt deze verwijderd door de mammacare verpleegkundige van de thuiszorg of van de polikliniek. De drain wordt verwijderd bij minder dan 30 milliliter vochtproductie per 24 uur. 

Video - Operatie borstamputatie - https://vimeo.com/575268543

Drain (slangetje) om het overtollig wondvocht af te voeren
Drain (slangetje) om het overtollig wondvocht af te voeren

Ingreep in de oksel

Van  borstkanker is bekend dat de eerste uitzaaiing vaak ontstaat in de lymfeklieren in de oksel aan de kant van de borst met de tumor. Om na te gaan of de borstkanker zich heeft uitgezaaid naar de lymfeklieren in de oksel, verwijderen we tijdens één van de hiervoor besproken operaties één (schildwachtklier) of meerdere klieren (compleet okselkliertoilet) uit de oksel.

1. Het schildwachtklieronderzoek: Hierbij worden meestal één, soms twee klieren weggenomen. Deze klieren worden onderzocht op mogelijke uitzaaiingen.

2. Okselklierdissectie (okselklierverwijdering): Hierbij worden alle klieren in de oksel weggenomen en onderzocht op mogelijke uitzaaiingen.

De schildwachtklierprocedure

Borstkanker verspreidt zich doorgaans het eerst naar de lymfeklieren in de oksel, ofwel de okselklieren. Vanuit deze klieren kan de borstkanker zich verder in het lichaam uitzaaien.

Het schildwachtklieronderzoek is een techniek die het mogelijk maakt de belangrijkste lymfeklier op te sporen, die via een lymfevat rechtstreeks in verbinding staat met het gezwel in de borst. Deze lymfeklier (schildwachtklier, poortwachter klier, sentinel node genoemd) bevindt zich meestal in de oksel, een enkele keer naast het borstbeen. Soms gaat het om meer dan één klier. De schildwachtklier wordt als eerste aangetast wanneer de tumor zich gaat uitzaaien via de lymfebanen. Pas daarna worden de overige lymfklieren aangetast.

Om de schildwachtklier op te sporen wordt een kleine hoeveelheid van een radioactieve stof met een injectie ingespoten in de borst. Deze vloeistof stroomt van de tumor door het lymfevat naar de schildwachtklier.

Na verloop van enige tijd wordt twee keer een scan gemaakt (lymfoscintigram). Dit duurt ongeveer twee keer 15 minuten. Hierop is te zien in welk gebied de schildwachtklier moet worden gezocht. Dat er een klier zichtbaar is betekent niet dat er ook een uitzaaiing in de klier zit. De schildwachtklier moet immers onderzocht worden.

Dit onderzoek gebeurt meestal de middag vóór of soms op de ochtend van de operatie op de afdeling Nucleaire geneeskunde.

Nadat u onder narcose bent gebracht, wordt tijdens de operatie met behulp van een geigerteller, een zogenaamde probe, de schildwachtklier opgespoord.
Indien het lymfoscintigram geen duidelijke hotspot(s) toont kan de chirurg beslissen om tijdens de operatie gebruik te maken van gebruik van patent blauw om de schildwachtklier op te sporen. De urine kan door het patent blauw na de operatie groen verkleurd zijn.

Video - Operatie Schildwachtklier procedure - https://vimeo.com/570602720

Schildwachtklierprocedure
Schildwachtklierprocedure: radioactieve vloeistof wordt via de borst ingespoten
MRI scan
De scan die gemaakt wordt enige tijd na het inbrengen van de radioactieve vloeistof

Okselklierverwijdering

Een okselklierverwijdering is een operatie die onder volledige narcose wordt uitgevoerd. De chirurg maakt een snede van drie tot vijf centimeter in de oksel en verwijdert via deze opening de lymfeklieren. De verwijdering van de klieren uit de oksel kan op twee momenten in uw behandeling plaats vinden:

  1. Tegelijk met de operatie aan de borst: dit gebeurt als er in de diagnostische fase (de fase waarin alle onderzoeken hebben plaatsgevonden om te ontdekken wat er aan de hand is) is gebleken dat er al kwaadaardige cellen in een okselklier zitten.
  2. Na het onderzoeken van de schildwachtklier: als er bij microscopisch onderzoek kwaadaardige cellen in de schildwachtklier gevonden zijn. Dit betekent dan een tweede operatie voor u.

Na een okselklierverwijdering wordt meestal een slangetje (drain) ingebracht om het overtollig wondvocht af te voeren. Dit slangetje blijft zitten tot de wondvochtproductie minder dan 30 milliliter per 24 uur is. In de thuissituatie betekent dit dat een verpleegkundige de drain en wond komt verzorgen.

Na het verwijderen van het slangetje kan er zich soms toch wondvocht  ophopen in de oksel en/of borstholte, waardoor een zwelling ontstaat. Veroorzaakt de zwelling veel klachten of tekenen van een infectie , neem dan contact op met de mammacare verpleegkundige.

Drain (slangetje) om het overtollig wondvocht af te voeren
Drain (slangetje) om het overtollig wondvocht af te voeren

Complicaties bij een operatie aan de borst en/of oksel

Complicaties die zich kunnen voordoen zijn:

  • Nabloeding
  • Zwelling van het wondgebied
  • Pijn, ondanks de pijnstilling
  • Infectie
  • Problemen met de drain

Als u vermoedt dat dit gebeurt, neem dan contact op met mammacare verpleegkundige, de chirurg of ‘s avonds en in het weekend met de Spoedeisende Hulp (SEH).  Telefoonnummers vindt u onder het kopje "Contact".

Na de operatie

Zorg ervoor dat u na de operatie niet alleen naar huis gaat. Na de operatie mag u de eerste 24 uur geen voertuig besturen of fietsen. Het is verstandig in deze periode niet alleen over straat te gaan. Door de nawerking van de medicijnen is het mogelijk dat u niet helder reageert. Ook is het nodig dat bij u thuis iemand aanwezig is die voor u kan zorgen en die bij problemen (pijn, misselijkheid en braken) het ziekenhuis kan bellen.

  • Medicijnen

    Als u na de operatie pijn hebt of misselijk bent, kunt u dit kenbaar maken. De verpleegkundige geeft u de medicijnen die de anesthesist heeft voorgeschreven.

  • Dieet

    Als u niet misselijk bent, kunt u na de operatie weer drinken en eten. Het is niet verstandig om de eerste dag alcohol te drinken.

  • Wondverzorging

    Na de operatie dekken we de wond af met een steriele pleister. De dag na de operatie mag uzelf of de verpleegkundige van de thuiszorg de pleister laten verwisselen. U kunt hem ook laten zitten tot aan het controlebezoek op de polikliniek. Na een borstsparende operatie is het verstandig dat u uw borst één week ondersteunt met een stevige BH, dag en nacht. Na een borstamputatie kunt u als u dat prettig vindt, een BH met daarin de tijdelijke prothese dragen. Als de prothese wordt aangemeten, moet u een goed zittende BH meenemen naar het ziekenhuis.

  • Douchen/baden

    Twee dagen na de operatie mag u weer douchen. Na het douchen moet u de natte pleister wel verwisselen voor een droge. Een natte pleister veroorzaakt broeien en dat is niet goed voor de genezing van de wond. Ook als het slangetje nog in de wond zit, mag u douchen. Als bij het controlebezoek aan de chirurg blijkt dat de wond goed genezen is, mag u weer baden en douchen zonder pleister. Het is wel belangrijk dat u zeepresten goed afspoelt.

    Wanneer u geopereerd bent door de plastisch chirurg mag u pas douchen nadat de drain eruit is.

  • Deodorant

    Na een schildwachtklierprocedure is het beter om de eerste week geen deodorant te gebruiken. Als u toch deodorant wilt gebruiken, kunt u het beste een roller gebruiken en zorgen dat u met de roller de wond niet raakt. Na een volledige okseloperatie kan het voorkomen dat u aan de geopereerde kant niet meer transpireert.

  • Werk/sport

    In overleg met uw behandelend arts bepaalt u wanneer u weer kunt gaan werken en sporten.

  • Instructies voor bewegen van arm/schouder ten behoeve van de bestraling

    Wanneer u na de operatie nog bestraald zult worden krijgt u een afspraak op de bestralingsafdeling. In de volgende folder vindt u informatie over het bewegen van de arm/schouder: https://info.mumc.nl/pub-1585.

Controle afspraak op de polikliniek

Na de operatie krijgt u een afspraak voor de uitslag van de operatie. Als u de dag van de operatie naar huis gaat, belt de mammacare verpleegkundige u de volgende ochtend. Zij informeert hoe het met u gaat en u kunt de vragen die u heeft aan haar stellen. Als dat  nodig is, komt een mammacare verpleegkundige van de thuiszorg bij u langs om de wond of drain te verzorgen. Als er problemen zijn, maken we een afspraak voor u op het spreekuur van de mammacare verpleegkundige op de polikliniek Oncologie.

Na ongeveer één week heeft u een afspraak bij de chirurg. De chirurg vertelt u de uitslag van het onderzoek van het verwijderde (klier)weefsel. Aan de hand van deze uitslag zal de chirurg u vertellen of verdere behandeling nodig is.

Woordenboek borstkanker

Omdat er in medische brieven en documenten vaak moeilijke termen worden gebruikt, verwijzen wij u naar een verklarende woordenlijst. Met deze woordenlijst zoekt u snel en eenvoudig de begrippen op.

Woordenboek borstkanker
MUMC+

Contact

In geval van complicaties neemt u contact op met de mammacare verpleegkundige, de chirurg of ‘s avonds en in het weekend met de Spoedeisende Hulp (SEH).

Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze informatie, neem dan contact opnemen met de mammacareverpleegkundigen van de polikliniek Oncologie.

Zij zijn elke werkdag telefonisch bereikbaar op telefoonnummer 043-387 29 92

  •  maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 14.00 tot 15.00 uur
  • woensdag van 10.30 tot 11.00 uur .

U kunt hen ook mailen: mammapoli.mccc@mumc.nl

Polikliniek Oncologie:          043-387 64 00
Spoedeisende Hulp (SEH): 043-387 6 700 (buiten kantooruren)

Websites

Folder Ductaal Carcinoma In Situ (DCIS): https://info.mumc.nl/pub-151

Laatst bijgewerkt op 15 maart 2022