Hoofdingang MUMC

Folder

Sondevoeding: toedienen per voedingspomp en doorspuiten sonde (inlegvel)

Informatie en instructie via de Academie voor Patiënt en Mantelzorger

Benodigdheden

  • De voedingspomp en gebruiksinstructie.
  • De hoeveelheid sondevoeding op kamertemperatuur.
  • Het toedieningssysteem.
  • Het ophangsysteem, of rugzak.
  • Een handdoekje.
  • Lauwwarm water 
  • Een 50 milliliter-spuit.
  • Klemmetje.
  • Zo nodig opvangbakje.

 

Werkwijze

  1. Pas handhygiëne toe.

  2. Maak een schoon werkveld en zet daarop de benodigdheden binnen handbereik.
  3. Controleer sondevoeding op houdbaarheid en temperatuur.
  4. Controleer sondevoeding met voorschrift, deze ontvangt u van de diëtiste: soort sondevoeding, hoeveelheid, tijdstip en toedieningssnelheid.
  5. Ga na of de sonde nog goed ligt, door controle van het markeringsstreepje (alleen bij neus- maagsonde).
  6. Zwenk de verpakking enkele keren om en plaats de verpakking op een harde, rechte ondergrond.
  7. Verwijder de dop van de voeding.
  8. Sluit de rollerklem van het toedieningssysteem.
  9. Bevestig het toedieningssysteem met de schroefdop aan de verpakking.
  10. Vul het toedieningssysteem volledig met de sondevoeding, open hiervoor het paarse klemmetje. Dit kan met de voedingspomp (dan plaats u het toedieningssysteem eerst in de pomp) of handmatig, (dan plaatst u het toedieningssysteem na het vullen in de pomp).
  11. Leg het handdoekje onder het uiteinde van de sonde.
  12. Sluit het toedieningssysteem aan.
  13. Vul de spuit met 20 tot 30 milliliter lauwwarm water. Verwijder het dopje aan de driewegkraan van het toedieningssysteem. Plaats de spuit op de driewegkraan. Spuit het water door de sonde om aankoeken van voeding te voorkomen.
  14. Stel de voedingspomp op de juiste snelheid in.
  15. Zet de voedingspomp uit na het inlopen van de voeding.
  16. Spuit de sonde door met 20 tot 30 milliliter lauwwarm water.
  17. Sluit de sonde af met de klem en/of het dopje.
  18. Reinig de materialen die u binnen 8uur weer  hergebruikt.

Doorspuiten sonde:

Het is belangrijk om de sonde 4 tot 6 daags door te spuiten met 20 tot 30 milliliter lauwwarm water.
Als uw sonde is aangekoppeld, kunt u doorspuiten via het driewegkraantje van het toedieningssysteem. Is uw sonde afgekoppeld, dan plaats u de spuit met water direct op de sonde en spuit u het water rustig in.

 

Laatst bijgewerkt op 19 maart 2024. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1650