MUMC+

Patiëntinformatie

Cochleair implantaat, na de operatie

Ongeveer een maand na de operatie wordt het uitwendige deel van het cochleair implantaat aangebracht. U krijgt dan de eerste geluidservaringen en het eigenlijke revalideren kan beginnen.

: afbeelding van een cochleair implantaat : uitwendig en inwendig deel (Bron: Nederlandse      Vereniging voor Keel-Neus- Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied)

De afregeling van het cochleair implantaat

Voor de afregelingen komt u naar het Audiologisch Centrum van Maastricht UMC+. Indien u dit wenst, kan de revalidatie ook plaatsvinden in Eindhoven of Venlo. Het afregelen gebeurt door een audioloog.
Bij de eerste afregeling krijgt u uitleg over de werking en de bediening van het implantaat. De processor die het implantaat aanstuurt wordt voor het eerst ingeschakeld. De noodzakelijke instelling wisselt van persoon tot persoon. Na het inschakelen zult u geluiden gaan waarnemen, die in het begin erg vreemd zullen klinken. Dat is normaal. De eerste dagen draagt u de spraakprocessor dan ook niet de hele tijd. U bouwt het dragen geleidelijk op om aan het geluid te wennen, om opnieuw te leren horen. Gedurende een periode van vijf weken komt u wekelijks terug voor de afregeling, totdat de spraakprocessor optimaal voor u is ingesteld.
 

De hoortraining

Vanaf de tweede week start, aansluitend op de tweede afregeling, de hoortraining. De hoortraining duurt 45 minuten per keer en vindt wekelijks plaats gedurende ongeveer 12 weken. Daarna kan ze naar behoefte uitgebreid worden. 
De logopedist oefent wekelijks met u in het audiologisch centrum en zal tijdens de hoortraining samen met u ontdekken wat u met het cochleair implantaat kunt en dit geleidelijk uitbreiden. Zachte geluiden zult u vrijwel direct waarnemen, maar u zult ze nog niet herkennen. Het geluid dat u waarneemt, lijkt in het begin absoluut niet op het geluid dat u misschien nog van voorheen kent. U zult eraan moeten wennen, of beter gezegd: u zult het geluid opnieuw moeten leren herkennen (bijvoorbeeld het tikken van een klok of het geluid van een stofzuiger). Allereerst wordt geoefend met geluiden, dan met woorden, zinnen en teksten.
Het leerproces betekent vooral veel oefenen, niet alleen met de logopedist, maar ook thuis. Het is dan ook heel belangrijk dat u een gemotiveerde co-therapeut heeft die dagelijks met u kan oefenen. U kunt zelf uw co-therapeut kiezen. Dat kan een partner, vriend of buurvrouw zijn. De taak van de co-therapeut bestaat uit het meekomen naar de hoortraining in het audiologisch centrum en het dagelijks oefenen van het aangereikte oefenmateriaal.
Na ongeveer 12 weken zal de hoortraining eindigen en neemt het leven weer zijn gewone gang. U zult als drager van een cochleair implantaat in veel communicatieve situaties aanmerkelijk beter uit de voeten kunnen dan voorheen. In een aantal situaties zult u nog problemen ondervinden, zoals dragers van gewone hoortoestellen die ook kennen (bijvoorbeeld bij een gesprek in een rumoerige omgeving of bij het telefoneren).
Bij zeer jonge kinderen gebeurt de hooropvoeding spelenderwijs door gezinsbegeleiding aan huis. Bij schoolgaande kinderen zal de logopedist op school hoortrainingen verzorgen.
 

Contact

Als u na het lezen van dit informatieblad nog vragen heeft, kunt u deze stellen aan uw behandelend arts of bellen met het Audiologisch Centrum van Maastricht UMC+  043 – 3877594

U kunt ook een e-mail sturen naar: ci.kno@mumc.nl

Websites

Laatst bijgewerkt op 19 juni 2020