Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Wat leerkrachten moeten weten over leerlingen met gehoorverlies

Deze folder geeft informatie aan leerkrachten over slechthorendheid en doofheid bij leerlingen in het onderwijs.

Hoortoestellen en cochleaire implantaten herstellen het normale gehoor NIET.

Wat leerkrachten moeten weten over leerlingen met gehoorverlies

Deze folder geeft informatie aan leerkrachten over slechthorendheid en doofheid bij leerlingen in het onderwijs. De manier waarop je het best als leerkracht om gaat met deze leerlingen wordt beschreven. Er wordt ook een overzicht gegeven van de belangrijkste communicatie behoeften van leerlingen die doof of slechthorend zijn. Onderstaande tips en adviezen dragen bij om de communicatie tussen leerkracht en leerling gemakkelijker te maken.

 

Gehoorverlies is een toegankelijkheidsprobleem

Gehoorverlies is een toegankelijkheidsprobleem, geen leerstoornis. Zorg ervoor dat de leerling dezelfde instructie en klascommunicatie ontvangt als de medeleerlingen. De schoolse problemen van de leerling met een gehoorverlies zijn vaak te wijten aan het gemis aan informatie en communicatie.

 

Hoortoestellen en cochleaire implantaten herstellen het normale gehoor NIET.

Kinderen die slechthorend zijn, blijven stukken van informatie missen van wat er wordt gezegd.  Wees er van bewust dat een slechthorende leerling het extra moeilijk heeft in de volgende situaties:

  • wanneer ze zich verder dan één meter van de geluidsbron bevinden;
  • als er omgevingslawaai is;
  • als ze het gezicht van de spreker niet kunnen zien;
  • wanneer onbekende woorden worden gebruikt;
  • bij het verstaan van vreemde talen;
  • tijdens luisteroefeningen.

In een klassensituatie is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de gehoorproblematiek van de slechthorende/dove leerling. Het is belangrijk dat de leerling een goede plek in de klas krijgt waar hij/zij zo rustig mogelijk kan zitten en auditief en visueel overzicht heeft. Het gebruik van hoorhulpmiddelen (solo- en bluetooth apparatuur) kan voor een optimalere toegang tot communicatie in de klas zorgen.

Je kan aan het gedrag van de leerling opmerken of hij/zij het heeft begrepen of niet. Iemand met een gehoorverlies moet voortdurend de niet-gehoorde spraakklanken proberen te raden. Maart, baard, taart, kaart kunnen allemaal als ‘aart’ klinken; rijmende woorden zoals zeven/negen of paard/staart en talloze andere auditief gelijkende woorden kunnen verwisseld worden. Klinkers hebben meer intensiteit dan medeklinkers. Medeklinkers zijn over het algemeen hoogfrequent en zachter en worden daardoor vaak moeilijker waargenomen. Daarom is extra verwerkingstijd noodzakelijk. Een slechthorende leerling heeft in vergelijking met een goedhorende leerling meer energie nodig en kan dus sneller vermoeid zijn.

Luistertoetsen

Bij de afname van luisteroefeningen doet zich een dubbel probleem voor. Verstaan van vreemde talen is erg inspannend voor een slechthorende persoon. Sommige klanken zal de slechthorende/dove leerling niet kunnen horen. Andere zal hij/zij niet herkennen omdat ze bijvoorbeeld in de moedertaal niet voorkomen. Klanken die erg op elkaar lijken, zal hij/zij niet kunnen onderscheiden. Omdat het een vreemde taal betreft, zal hij/zij de niet gehoorde en/of herkende klanken en woorden heel moeilijk kunnen invullen. Voor een slechthorend kind is het verwerven van een tweede of derde taal omwille van bovengenoemde redenen extra moeilijk. Wanneer op de geluidsopname ook achtergrondlawaai te horen is, zal dit het spraakverstaan nog meer belemmeren. 

Als luistertoetsen niet lukken op de reguliere manier waarop ze afgenomen worden, denk aan veel slechtere resultaten dan op grond van andere toetsen verwacht mag worden (1,5 tot 2 punten verschil),  gebruik dan alternatieven. Anders wordt alleen de slechthorendheid getest en niet de taalkennis.

Enkele adviezen bij de afname van luistertoetsen:

  • Zorg ervoor dat de luisteromstandigheden optimaal zijn, zo min mogelijk omgevingslawaai en het liefst individuele afname in een aparte ruimte.
  • Geef extra tijd.
  • Lees, als het mogelijk is, de luisteroefening zelf voor. Zo kan de slechthorende/dove leerling gebruik maken van het mondbeeld én ervaart hij/zij geen hinder van het storende achtergrondlawaai.
  • Let bij het voorlezen op het volume van uw stem. Het laten dalen van het volume van uw stem kan betekenen dat delen van het verhaal niet meer verstaan worden.
  • Laat de leerling een extra hoorhulpmiddel of koptelefoon gebruiken.

Ook in de toets weken of examenperiode kan voor slechthorende leerlingen dispensatie voor luistertoetsen worden gemeld bij de inspectie. Dispenseren is het vrijstellen van bepaalde activiteiten, vak onderdelen, vakken of doelen en de vervanging ervan door evenwaardige activiteiten en doelen. Binnen de grenzen van de regelgeving* kan dispenseren tot op het niveau van de leerplandoel-stellingen.

*Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo - Artikel 55. Afwijking wijze van examineren

Advies

Om in een onderwijssituatie zo goed mogelijk rekening te kunnen houden met een slechthorende/dove leerling, adviseren wij het volgende:

  • Spreek rustig, articuleer duidelijk maar overdrijf niet.
  • Extra verwerkingstijd is noodzakelijk.
  • Zorg ervoor dat een rustige leerling naast de slechthorende leerling zit. Een drukke leerling leidt erg af, waardoor het spraakverstaan bemoeilijkt wordt.
  • Houd er rekening mee dat tegelijkertijd schrijven en spraakafzien niet mogelijk is. Dictees maken kan dus voor een slechthorende leerling heel moeilijk zijn.
  • Plaats de leerling altijd zo in de klas dat hij auditief en visueel overzicht heeft. Zet de leerling dus niet vlak vooraan bij uw tafel. Hij moet dan steeds omhoog kijken en verstaat slecht wat er achter hem wordt gezegd. Op een afstand van 2 à 3 meter schuin voor u met de rug naar het raam is het beste, want uw gezicht wordt dan goed belicht door het daglicht.
  • Zorg dat uw mond en gezicht altijd goed zichtbaar zijn. Realiseer u ook dat de slechthorende leerling u moeilijk verstaat als u sprekend door de klas loopt.
  • Achtergrondgeluid vermindert het spraakverstaan, zorg dus voor rust in de klas.
  • Schrijf het huiswerk op het bord en vertel het huiswerk niet aan het einde van de les wanneer de klas al rumoeriger is.
  • Geef, voordat u aan een nieuw onderwerp begint, eerst een overzicht van de te behandelen stof (bijvoorbeeld met een schema op het bord).
  • Controleer of de opdracht juist begrepen is.
  • Mocht de leerling verkouden zijn, houd er dan rekening mee dat het gehoorverlies mogelijk groter kan zijn.
  • Door toetsen individueel af te nemen, heeft de slechthorende leerling minder last van bijgeluiden.
  • Vreemde talen zijn lastig. Het kan voorkomen dat kleine verschillen tussen klanken niet gehoord worden. Beoordeel uitspraakfouten bij de slechthorende leerling niet als fout.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, neem dan contact met ons op.

  • Polikliniek KNO                                                                             043-387 54 00        
  • E-mailadres Audiologisch centrum                                        ac.kno@mumc.nl
  • E-mailadres CI- Team                                                                   ci.kno@mumc.nl
  • E-mailadres BCD- Team                                                              bcd.kno@mumc

 

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021