Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Methotrexaat (MTX) toedienen

Instructie

Uw behandelend arts en/of MDL verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van Methotrexaat. In dit informatie blad krijgt u uitleg over het gebruik van dit medicijn en hoe u moet handelen in geval van bijwerkingen. Dit blad is echter géén vervanging van de bijsluiter. Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u daarmee bij uw behandelend arts of verpleegkundige terecht.

Instructie

Benodigde materialen
  • medicatieoverzicht;
  • met MTX gevulde spuit;
  • grijze injectienaald (0,4 x 12 mm monoject);
  • pleister;
  • naaldencontainer;
  • afvalzakje.
Werkwijze
  • zorg voor een rustige omgeving;
  • controleer op het medicatieoverzicht de datum van injecteren;
  • controleer bij de met MTX gevulde spuit de houdbaarheidsdatum en de dosering
  • was uw handen;
  • bepaal de prikplaats (bij voorkeur in het bovenbeen of links en rechts onder in de buik (zie afbeelding 1);
  • verwijder het dopje van de spuit en draai de naald op de spuit verwijder de beschermhuls van de naald en houd de spuit als een pen in uw hand;
  • fixeer met uw andere hand de prikplaats tussen duim en wijsvinger;
  • plaats de naald loodrecht in de huid in een hoek van 90 graden;
  • trek met de hand die eerder de huid fixeerde de zuiger van de spuit iets omhoog en kijk of er bloed in de spuit komt. Is dit het geval verwijder dan de spuit, druk de prikplaats af en begin opnieuw met een nieuwe spuit en naald.;
  • spuit vervolgens de vloeistof in door de zuiger rustig naar beneden te drukken;
  • leg een gaasje op de prikplaats en verwijder de naald, in één beweging, uit de huid
  • de prikplaats niet masseren;
MTX toedienen

Overige richtlijnen

Voorraad

Controleer regelmatig de voorraad spuiten, neem zo nodig contact op met de apotheek of behandelend arts voor een herhaalrecept.

Injectiemoment

Kies een vaste dag en tijdstip waarop u injecteert, zodat u het niet vergeet. ’s Avonds injecteren kan misselijkheid helpen voorkomen.

Bewaren MTX-injectie

Niet alle MTX- spuiten hoeven in de koelkast bewaard te worden. Kijk goed in de bijsluiter welk bewaaradvies voor u geldt. Zorg dat de spuiten niet bereikbaar zijn voor (kleine) kinderen.

Naaldencontainer

Direct na het injecteren doet u de spuit met naald in de naaldencontainer. Deze mag niet bij het huisafval, maar wordt vol ingeleverd bij de apotheek.

Overig afval

Al het overige afval mag in de normale huisvuilzak.

  • laat spuit en naald in één geheel in de naaldencontainer vallen;
  • druk de prikplaats af met het gaasje en plak er zo nodig een pleister op;
  • doe al het overige afval in een afvalzakje. Deze mag in uw gewone huisvuilzak.
  • was uw handen;
  • teken de gegeven injectie af op het medicatieoverzicht .

Tot slot

Als u na het lezen van deze instructie informatie nog vragen heeft, neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.

Deze tekst is tot stand gekomen door samenwerkende IBD verpleegkundigen en MDL artsen binnen respectievelijk het NNIC en de ICC. De tekst is ontwikkeld conform NNIC richtlijnen om uniformiteit binnen de voorlichting ten aanzien van IBD patiënten in Nederlandse zorginstellingen na te streven. Op basis van goed hulpverlenerschap kan onder bepaalde omstandigheden van de inhoud worden afgeweken. De inhoud van de teksten kan wijzigen in de loop van de tijd. De NNIC en de ICC wijzen er op dat aan de inhoud van deze uitgave geen rechten of plichten kunnen worden ontleend. Uitgave september 2012.

Knoeien

Wanneer u injectievloeistof knoeit op bijvoorbeeld meubilair of tapijt dan kunt u de vloeistof opnemen met een tissue en daarna het oppervlak met water reinigen. Komt de vloeistof in aanraking met uw kleding, dan kunt u deze het beste direct wassen in de wasmachine. Bij contact met de huid en/of ogen moet u 10 à 15 minuten grondig spoelen met water en hierna contact opnemen met uw huisarts.

Prikaccident

Het is mogelijk dat de mantelzorger zich prikt aan de naald tijdens het toedienen of opruimen van de MTX. Laat in dat geval het wondje goed uitbloeden, door vlak naast de wond te drukken. Dit om eventuele MTX te verwijderen. Spoel het wondje met lauw kraanwater uit. Neem vervolgens contact op met de polikliniek of uw huisarts.

Medicatie overzicht

Datum en tijd

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

Dosering

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

Prikplaats

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

.......................................................

Contact

Als u na het lezen van dit informatieblad nog vragen heeft, neem dan contact op met de Polikliniek Interne Geneeskunde van het Maastricht UMC+ via tel. 043-387 51 00 (tijdens kantooruren).

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021