Hoofdingang Maastricht UMC+

Patiëntinformatie

Pacemaker: de implantatie

In overleg met uw cardioloog/ behandelend arts heeft u besloten een pacemaker te laten plaatsen. In dit informatieblad vindt u alles wat voor u van belang is in verband met deze ingreep.

 

Hart
Pacemaker

Voor de implantatie

Nadat uw cardioloog/behandelend arts u verteld heeft dat u in aanmerking komt voor een pacemaker, wordt een afspraak met u gemaakt voor een gesprek op de polikliniek met een cardioloog die gespecialiseerd is in hartritme en pacemakers. Aansluitend krijgt u een gesprek met de pacemaker-verpleegkundige. De cardioloog en de verpleegkundige geven u uitleg over de implantatie, de voorbereiding, de nazorg en het leven met een pacemaker. Tijdens dit spreekuur moet u het  melden als u:

  • allergisch bent voor antibiotica of andere geneesmiddelen, voor contrastvloeistof of jodium;
  • bloedverdunners gebruikt of heeft gebruikt;
  • zwanger bent of zwanger zou kunnen zijn;
  • het afgelopen jaar opgenomen of in behandeling was in een buitenlands ziekenhuis;
  • BRMO- positief bent.

Aansluitend op het spreekuur worden de volgende onderzoeken gedaan:

  • ECG(hartfilm);
  • een hart/longfoto;
  • bloedprikken.

Ongeveer één week voor de implantatie volgt er een telefonisch consult met de pacemakerverpleegkundige. Die informeert u over:

  • het tijdstip van opname ;
  • welke medicatie u wel of niet mag innemen op de dag van de ingreep;
  • wat er moet gebeuren met bloedverdunners.

Tijdens het telefonisch consult is het belangrijk om te melden als:

  • uw lichaamstemperatuur boven de 38 graden Celsius is;
  • u minder dan drie weken vóór de ingreep ziek bent geweest;
  • u een geïnfecteerde wond of infectie elders in het lichaam heeft ;
  • u huiduitslag of wondjes ter hoogte van het operatiegebied heeft.

De dag van de implantatie

Voor de ingreep.
Thuis doucht of wast u zich grondig. U moet nuchter blijven. Als u ochtendmedicatie heef,t kunt u die, na overleg, innemen met een slokje water. Op het afgesproken tijdstip meldt u zich op de kortverblijfafdeling D4 (KVD4). Op de afdeling krijgt u een infuusnaaldje ingebracht, waardoor u kort vóór de ingreep antibiotica krijgt toegediend. Ook tijdens de operatie wordt dit naaldje gebruikt.

De ingreep.
De pacemaker wordt onder de huid geplaatst, bij voorkeur onder het linker sleutelbeen. De plek waar de pacemaker wordt ingebracht, wordt plaatselijk verdoofd. U bent dus bij kennis tijdens de ingreep. U krijgt wel een ontspannend- en rustgevend medicijn toegediend. De elektrode of elektroden die van de pacemaker naar het hart lopen, worden na het aanprikken van een bloedvat opgeschoven naar het hart en op de juiste plaats gelegd. Dit gebeurt onder een röntgenapparaat. Het maken van de ruimte onder de huid of spier waarin de pacemaker zelf wordt geplaatst, is het laatste onderdeel van de ingreep. Daarna wordt de wond gehecht. De wond wordt onderhuids gehecht. De hechtingen zijn dus niet zichtbaar en worden door het lichaam zelf opgelost. Is  er toch een hechting zichtbaar dan wordt die verwijderd bij de eerste controleafspraak. De implantatie duurt ongeveer anderhalf tot twee uur.

Na de ingreep.
Na de ingreep gaat u terug naar de afdeling waar nog een hartfilmpje en een longfoto gemaakt worden. Als u pijn heeft, moet u om pijnstilling vragen. De eerste vier uur moet u in bed blijven (u mag wel opstaan om naar het toilet te gaan). Als u niet misselijk bent, mag u eten en drinken en wordt het infuusnaaldje verwijderd. Merkt u afwijkingen of een bloeduitstorting bij de wond, dan moet u dit melden bij de verpleging. In het Hart+Vaat Centrum wordt de pacemaker doorgemeten. Wanneer u vroeg geholpen bent, alles in orde is en u zich goed voelt, mag u, nadat de zaalarts zijn goedkeuring heeft gegeven, aan het eind van de dag naar huis. Anders mag u de volgende morgen met ontslag. U krijgt een afspraak mee voor een poliklinische pacemaker- en wondcontrole na ongeveer tien à veertien dagen. Bij deze controle wordt eventueel de laatste hechting verwijderd. U krijgt uw pacemakerpas thuisgestuurd.

Weer thuis

U mag de tweede dag na de ingreep douchen. Was niet over de wond met zeep, spoel de wond alleen af met water en dep deze daarna droog met een schone handdoek. Als er geen wondvocht of bloed uit de wond komt, hoeft er geen pleister meer op. Als u in bad gaat, moet u ervoor zorgen dat de wond droog blijft.

De eerste tijd na de ingreep zal het operatiegebied nog pijnlijk en blauw zijn. U mag hiervoor pijnstillers nemen: drie keer per dag 1000 mg paracetamol en eventueel een vierde keer tijdens de nacht.

Mogelijke complicaties

Zoals bij alle chirurgische ingrepen kan de implantatie van een pacemaker met complicaties gepaard gaan. Ernstige complicaties zijn zeldzaam: in minder dan één procent van de ingrepen doen zich ernstige complicaties voor. Mogelijke complicaties kunnen zijn: verplaatsing van de pacemakerdraden in het hart, een klaplong, hartperforatie, bloeduitstorting, stolselvorming, infectie, zenuwaantasting, reactie op de contrastvloeistof, het slecht verdragen van de opgewekte ritmestoornis.

Op langere termijn:

  • vernauwing/afsluiting van de vaten;
  • slechte doorbloeding van de huid ter hoogte van de pacemaker;
  • verplaatsing van het apparaat;
  • slijtage van de elektroden;
  • vroegtijdige batterijuitputting, falen van een component van de pacemaker.

Controles

Ook al voelt u niets van de werking van uw pacemaker, het apparaat functioneert voortdurend door uw hartritme te controleren en te registreren. De nacontrole van de pacemaker is daarom een belangrijk onderdeel van de behandeling. Alleen zo kan vastgesteld worden of de pacemaker nog goed functioneert. In de tijd tot de eerste controle vragen wij u te letten op:

  • De wond: letten op tekenen van ontsteking zoals roodheid, zwelling, warmer aanvoelen, vochtverlies uit de wond en pijn. Bloeduitstortingen kunnen geen kwaad en verdwijnen spontaan, soms pas na enkele weken.
  • Uw lichaamstemperatuur: die moet onder de 38 graden Celsius blijven.
  • Uw inspanning: u mag nog geen maximale inspanning leveren, wel rustig wandelen.
  • Sport: ga nog niet zwemmen, tennissen, golven of andere sporten beoefenen.
  • Werk: u mag nog niet gaan werken tot na de eerste controle.

Indien voor de eerste controle uw wond tekenen van ontsteking vertoont of uw lichaamstemperatuur stijgt boven de 38 graden Celsius, neem dan contact op met de pacemakerverpleegkundig ( zie contact).

Gedurende twee maanden na de implantatie mag u de arm aan de implantatiekant niet boven schouderhoogte optillen, niet naar achteren strekken en geen extreme bewegingen maken of zware lasten dragen. Dat is nodig omdat het ongeveer twee maanden duurt voordat de pacemakerdraden stevig in het hart zijn vastgegroeid.

De vervolgcontroles gebeuren na twee weken en na drie en zes maanden door de pacemakertechnicus. Tijdens de controles bekijkt de pacemakertechnicus de instellingen van de pacemaker, de kwaliteit van de elektroden en de levensduur van de batterij. Ook wordt het geheugen van de pacemaker uitgelezen. Zorg ervoor dat u precies weet welke medicatie en welke dosering u neemt. Dat is nodig om de pacemaker goed in te stellen voor een optimale werking.

Daarnaast wordt u regelmatig door uw eigen cardioloog op de polikliniek Hart+Vaat Centrum gecontroleerd.

Contact

Als u na het lezen van dit informatieblad nog vragen heeft, neem dan contact met ons op. 

Pacemakerverpleegkundige
043 - 387 27 27 (spreekuur elke dinsdag en donderdag van 13.40 uur tot 15.00 uur )

Eerste Hart Hulp (24 uur bereikbaar)
043 - 387 78 92

Polikliniek Hart+Vaat Centrum
043 - 387 27 27
(maandag t/m vrijdag van 08.00-17.00 uur)

Planbureau
043 - 387 52 64
(maandag t/m vrijdag van 08.30-17.00 uur)

Laatst bijgewerkt op 16 februari 2022