U krijgt binnenkort een knieprothese. Dit heeft u overlegd met uw arts. De knieprothese vervangt uw kniegewricht.
In deze folder leest u hier meer over.
De knie
U ziet hiernaast een plaatje van de knie.
De knie verbindt uw bovenbeen met uw onderbeen. Het kniegewricht is waar het dijbeen, het bovenste gedeelte van uw scheenbeen en de knieschijf samenkomen.
Rond de knieschijf zit kraakbeen. Dit helpt de knie om soepel te bewegen.
Het kniegewricht krijgt steun van:
- 2 kruisbanden
- 1 binnenband
- 1buitenband
- Het gewrichtskapsel
Daar onder ziet u de binnenmeniscus en de buitenmeniscus. Die zorgen ervoor dat de ongelijkheid van de gewrichtsvlakken wordt opgeheven.
Als het kraakbeen gezond is, is het mooi glad. De onderdelen van het kniegewricht rollen dan makkelijk over elkaar heen.
Buigen en strekken zijn de belangrijkste bewegingen met een knie. Deze bewegingen noemen we afrolbeweging en glijbeweging.
Afbeelding van hoe de knie in mekaar zit.
De reden om een knieprothese te plaatsen
U krijgt een nieuwe knieprothese. U leest hieronder waarom dit nodig is.
Uw kraakbeen is niet meer glad is of is versleten. Dat heet artrose of slijtage. Daarom krijgt u een knieprothese.
Uw gewrichten worden steeds ouder. Dat gebeurt bij iedereen die ouder wordt.
Soms krijgt u eerder artrose of slijtage. Bijvoorbeeld door:
- Een ongeluk
- Veel belasten van de knie
- Een been dat verkeerd staat (bij voorbeeld O been of X been)
- Een ontsteking zoals reuma
- Een knie die niet meer stevig is. Dat heet instabiliteit
- Aanleg voor slijtage in uw familie
Slijtage doet pijn. U krijgt mogelijk ook vocht in uw knie. Bewegen doet pijn en is moeilijk.
U krijgt fysiotherapie of pijnmedicatie.
Samen met de arts kiest u voor een knieprothese als u veel last heeft van uw knie. Dat merkt u aan:
- Veel pijn
- Fysiotherapie, pijnmedicatie en injecties helpen niet.
- U kunt steeds minder goed bewegen. Bijvoorbeeld niet meer lang of ver lopen.
De knieprothese
Er zijn 2 soorten knieprotheses:
1. Een totale knieprothese
2. Een halve knieprothese
Een totale knieprothese
De arts vervangt het hele kniegewricht. Soms vervangt hij ook de knieschijf.
Een totale knieprothese bestaat uit 2 metalen delen en een plastiek schijf ertussen.
Een halve knieprothese
Soms is niet uw hele knie versleten. Dan is een halve knieprothese een goede oplossing. Deze komt in de binnenkant of de buitenkant van uw knie. Tussen het dijbeen en het scheenbeen. Bij een halve knieprothese vervangt de arts uw knieschijf niet. Een halve knieprothese bestaat uit ook 2 metalen delen en een plastiek schijf tussenin.
Het verschil tussen een totale knieprothese en een halve knieprothese
Een halve knieprothese vervangt alleen het deel van uw knie dat versleten is. Ook blijven uw kruisbanden op hun plek.
Mogelijke complicaties
Meestal zijn er geen problemen bij een operatie aan de knie. Toch kan er soms een complicatie zijn. U leest hieronder meer.
Bloeding
Een knieprothese plaatsen is een grote en moeilijke operatie. De arts maakt uw knie open aan de voorkant. Ook verwijdert de arts bot. Daardoor gaat het bloeden. Na de operatie krijgt u een strakke band om uw knie.
Soms bloedt uw knie dan meer. Dit gebeurt aan de binnenkant. Uw been is dik en stijf. Dat duurt ongeveer 6 weken.
Soms verliest u veel bloed. We plaatsen dan een slangetje in uw knie. Hiermee vangen we uw bloed op in een speciaal systeem. Dit is steriel. Dat betekent dat er geen bacteriën bij kunnen komen. Na 6 uur krijgt u uw eigen bloed terug via een infuus. Dat is een slangetje in uw arm.
Infectie
Een infectie is een ontsteking. De kans op een infectie is klein. Dit gebeurt bij 1% van de operaties. We behandelen een infectie met antibiotica.
Soms helpt de antibiotica niet. U moet dan nog een keer geopereerd worden.
De arts maakt uw knie dan weer open. Daarna maakt hij de knie schoon. Als laatste plaatst hij kleine antibiotica-kraaltjes. Die behandelen de infectie van heel dichtbij.
Als de 2e operatie niet helpt, moet uw knieprothese eruit.
Een infectie kan ook later ontstaan. Dat komt omdat de prothese gevoelig is voor infecties.
Daarom moet u voor een nieuwe operatie altijd antibiotica slikken. Bijvoorbeeld bij:
- Een behandeling bij de tandarts, KNO-arts of kaakchirurg.
- Een operatie aan uw hartklep of galblaas.
- Een ontsteking aan uw voeten en tenen.
Trombose en longembolie
Soms kan een grote ader in uw onderbeen verstopt raken door een bloedprop. Die bloedprop heet trombus. De verstopping heet trombose. Dit kan bij elke grote operatie gebeuren.
Soms komt de bloedprop los. Hij verplaatst zich dan naar de longen. Dan kan er een longembolie ontstaan. Dit is een verstopping van een van de bloedvaten in de longen. Dit kan uw longen beschadigen.
Om te zorgen dat u geen trombose krijgt, krijgt u 6 weken injecties met een antistollingsmiddel.
Schade aan zenuwen of bloedvaten
In uw been lopen veel zenuwen en bloedvaten. Soms raken die beschadigd tijdens de operatie. De arts repareert dit meteen. Soms heeft u er na de operatie nog last van. Heel soms krijgt u een klapvoet.
Stijfheid van de knie
Na de operatie doet uw knie pijn. Ook voelt hij stijf. Dit komt door het verwijderen van bot. In uw knie groeit nieuw bindweefsel. Dit verbindt botten en spieren met elkaar. Dit zorgt voor een stijf gevoel. Daarom is het belangrijk dat u na de operatie goede hulp krijgt.
De dag na de operatie gaat uw been in een speciaal apparaat. Dit laat uw knie buigen en strekken. U mag ook zelf oefenen. Dit zorgt dat uw knie minder stijf voelt.
De prothese laat los
Iedere prothese laat op een dag los. Meestal is dit na ongeveer 15 jaar. Dit is normaal. De prothese en uw botten reageren op elkaar. Als de prothese loslaat vervangt de arts uw prothese.
Hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid
Door de narcose en pijnstillers kunt u zich niet lekker voelen. U krijgt hoofdpijn. Of u voelt zich misselijk of duizelig.
Urineweginfectie (blaasontsteking)
U krijgt soms een blaaskatheter tijdens de operatie. Dit is een slangetje dat uw blaas leegmaakt. Door dit slangetje krijgt u soms een urineweginfectie. Dat noemen we ook wel een blaasontsteking.
Complicaties bij een halve knieprothese
- Soms krijgt u een van de genoemde complicaties na de operatie. De kans is wel kleiner als u een halve knieprothese krijgt.
- Bij een halve knieprothese maakt de arts een kleinere opening in uw knie. Dit heet mini-open-operatietechniek. U houdt ook een deel van uw eigen knie. U verliest daardoor minder bloed. Ook maakt uw lichaam minder bindweefsel aan. Uw knie voelt daardoor minder stijf.
- Een halve knieprothese komt vaak wel eerder los dan een totale knieprothese. Dit is na ongeveer 10 jaar. Daarna is alleen een totale knieprothese de oplossing.
Contact
Heeft u nog vragen na het lezen van deze folder? Bel ons dan:
Polikliniek Orthopedie
Telefoonnummer: 043- 387 69 00
Bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur
Websites
- Orthopedie MUMC+ (orthopedie.mumc.nl)
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl)