MUMC+

Folder

Een uitstrijkje met een afwijking

De afspraak bij de gynaecoloog

Binnenkort verwachten we u op de polikliniek Oncologie van het MUMC+ omdat uw uitstrijkje een afwijking heeft. 
Meestal zijn dit kleine afwijkingen en is er geen kanker. 
Er is wel meer onderzoek nodig om u een goed advies te geven over de behandeling.

Afwijkend uitstrijkje: oorzaak, vervolgonderzoek en mogelijke uitslagen

Voorbereiding

We hopen dat u deze informatie leest als voorbereiding op de afspraak. 
Dan weet u wat er straks gebeurt tijdens uw afspraak met de gynaecoloog. 
De gynaecoloog doet een algemeen onderzoek en een colposcopie. 
Bij de colposcopie bekijkt de gynaecoloog de baarmoeder-mond met een microscoop. 
In deze folder leest u meer over de colposcopie, de uitslag en de behandeling.

Wat betekent de uitslag van het uitstrijkje?

Bij een uitstrijkje haalt een arts of verpleegkundige met een borsteltje wat cellen van de baarmoeder-hals. 
Het uitstrijkje gaat naar het laboratorium. 
Daar kijkt de patholoog of hij cellen met een afwijking ziet en of u een HPV-infectie heeft. 
HPV is een virus. 
Een afwijking in een uitstrijkje ontstaat vrijwel altijd door een HPV-infectie.
Sommige types van dit virus geven een grotere kans op het ontstaan van baarmoederhals-kanker.

De patholoog gebruikt voor de uitslag van het uitstrijkje de PAP-indeling. 
De PAP-indeling gaat van 1 tot en met 5. 
De getallen betekenen het volgende:

PAP I. 

De cellen zien er normaal uit. 
Het advies is om over 5 jaar een nieuw uitstrijkje te laten maken.

PAP II. 

Er zitten in het uitstrijkje een paar onrustige cellen. 

Deze kleine afwijking van de cellen komt soms door een infectie van de vagina. 
De arts kan u hiervoor een behandeling geven als u daar klachten van heeft. 

Bij de uitslag PAP II is er geen voorstadium van kanker. 
Als u ook HPV heeft, krijgt u wel een verwijzing naar de gynaecoloog. 
De gynaecoloog doet een colposcopie. Dat is een kijkonderzoek van de baarmoeder-mond.

PAP IIIA-1. 

De patholoog zag in het uitstrijkje meerdere cellen met een afwijking. 
Meestal gaat het om onrustige cellen. Onrustige cellen herstellen vaak spontaan. 
Als u ook HPV heeft, krijgt u wel een verwijzing naar de gynaecoloog.
De gynaecoloog doet een colposcopie. Dat is een kijkonderzoek van de baarmoeder-mond.

PAP IIIA-2. 

De patholoog zag in het uitstrijkje afwijkende cellen.
De patholoog zag geen kankercellen, maar er is mogelijk wel een voorstadium van kanker. 
U heeft verder onderzoek nodig om te bepalen of u een behandeling nodig heeft. 
U krijgt een colposcopie. Dat is een kijkonderzoek van de baarmoeder-mond.

PAP IIIB. 

De patholoog zag veel cellen met een grote afwijking in het uitstrijkje. 
De patholoog zag geen kankercellen, maar er is mogelijk wel een voorstadium van baarmoederhals-kanker. 
Er is een colposcopie nodig om de afwijking verder te onderzoeken.
Meestal is een eenvoudige behandeling van de baarmoeder-hals nodig.

PAP IV. 

De cellen hebben een grotere afwijking dan bij PAP IIIB. 
Er is een colposcopie nodig om de afwijking verder te onderzoeken. 
Bijna altijd is een eenvoudige behandeling van de baarmoeder-hals nodig. 

PAP V. 

Bij deze uitslag is de kans groot dat u baarmoederhals-kanker heeft. 
Verder onderzoek is nodig om dit te bevestigen of eventueel uit te sluiten. 
Als u baarmoederhals-kanker heeft, krijgt u onderzoeken in welk stadium de kanker is. 
De arts bespreekt daarna met u wat voor u de beste behandeling is.

Humaan papilloma virus (HPV)

Er bestaan meer dan 100 verschillende soorten HPV. 
Sommige van deze virussen veroorzaken gewone wratten op de huid van handen en voeten.
15 HPV soorten kunnen baarmoederhals-kanker veroorzaken. 
Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker test het uitstrijkje op deze 15 typen.

HPV is erg besmettelijk. Mensen krijgen het via seks. 80% van de mensen krijgt een keer HPV in zijn leven. 

De afweer van het lichaam ruimt het virus bijna altijd zelf op. 
Dat gebeurt meestal binnen 2 jaar. 
Als dit niet lukt, dan ontstaat een langdurige infectie. 
Bij een langdurige infectie ontstaat er een grotere kans op baarmoederhals-kanker. 
Minder dan 1% van de vrouwen met zo’n langdurige HPV infectie krijgt baarmoederhals-kanker.

Roken geeft een grotere kans op een langdurige infectie met het HPV virus. Daarom geeft roken een grotere kans op baarmoederhals-kanker
De arts zal u altijd het advies geven om te stoppen met roken.  () 

Wat is colposcopie?

Bij een colposcopie kijkt de arts naar de baarmoeder-mond met een microscoop. 
De arts kan hiermee een afwijking zien, die zonder microscoop niet zichtbaar is. 

Het onderzoek kan ook tijdens de menstruatie. 
Maar als u veel bloed verliest bij de menstruatie, overleg dan eerst met de verpleegkundig specialist. Onderaan deze folder staat het telefoonnummer. 

colposcopie

Hoe gaat een colposcopie?

Tijdens het onderzoek ligt u in een onderzoeks-stoel. 
Eerst brengt de gynaecoloog een spreider in de vagina. Dit heet ook wel een speculum. 
Daarna kijkt de arts door de colposcoop naar de baarmoeder-mond. 
Als u wilt, kunt u zelf meekijken op een monitor.

De gynaecoloog maakt de baarmoeder-mond nat met een soort azijnzuur of met jodium.
Als het weefsel een afwijking heeft, dan verkleurt het weefsel hierdoor. 
Zo kan de gynaecoloog het weefsel beter beoordelen. 

De gynaecoloog vertelt tijdens het onderzoek wat hij ziet. 
Hij bespreekt ook met u of het nodig is dat hij een biopt neemt van de baarmoeder-hals. 
En soms is zijn advies dat hij u direct behandelt. 
(Verderop in deze folder leest u over de behandeling).

De uitslag

De patholoog onderzoekt het biopt van de baarmoeder-hals. 
Hij gebruikt voor de uitslag van het biopt een CIN-indeling. 

CIN is géén kanker, maar kan het wel worden. Het is een voorstadium van kanker. ()
De kans dat een CIN afwijking verandert in kanker is meestal klein.  ()

Er zijn 3 soorten CIN-afwijkingen: ()

  • CIN 1: het weefsel heeft milde afwijkingen
  • CIN 2: het weefsel heeft matige afwijkingen
  • CIN 3: het weefsel heeft ernstige afwijkingen, maar er zijn geen kankercellen.

Bij CIN 3 is de kans het grootst dat de afwijkende cellen veranderen in kankercellen.

Wat gebeurt er bij een CIN-afwijking?

Een CIN afwijking kan vanzelf verdwijnen. Daarom is soms geen behandeling nodig. ()

Hieronder leest u wat gebeurt bij een CIN1 uitslag, een CIN2 uitslag en een CIN3 uitslag: ()

CIN I

Een CIN 1 verdwijnt bijna altijd vanzelf. 
Behandeling is niet nodig. 
Na 1 jaar krijgt u een uitstrijkje om te controleren of de afwijking weg is.

CIN II

Een CIN 2 wordt niet snel ernstiger. 
En bij 50-75% van de vrouwen verdwijnt een CIN 2 afwijking vanzelf. 
Dus bij 100 vrouwen met de afwijking CIN2, verdwijnt deze afwijking bij 50 tot 75 vrouwen vanzelf. 

De arts overlegt met u wat voor u het beste is: behandelen of afwachten. 
Als u afwacht, krijgt u na 6 maanden een uitstrijkje om de afwijking te controleren.

Als u wél voor een behandeling kiest, kan dat op 2 manieren:

1. met een lis-excisie

Bij een lis-excisie snijdt de arts het afwijkende weefsel weg van de baarmoeder-mond.
Wordt u zwanger na een lis-excisie? Dan is de kans iets groter dat de baby te vroeg geboren wordt. 
Daarom krijgen jonge vrouwen met een kinderwens vaak het advies om niet direct te behandelen, maar af te wachten. 

2. met imiquimod-crème

Deze crème stimuleert de afweer om en de HPV infectie en de afwijking op te ruimen. 
Bij deze behandeling haalt de arts geen weefsel van de baarmoeder-mond. Daarom is de kans op een vroeg-geboorte na deze behandeling niet groter.

U gebruikt de crème 2 tot 3 keer per week. 
U moet dat 16 weken doen.

Imiquimod crème heeft effect bij ongeveer 60% van de vrouwen. 
Imiquimod geeft vaak bijwerkingen omdat het de afweer activeert. 
Bijwerkingen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • moe zijn
  • grieperig voelen
CIN III

Een CIN 3 verdwijnt meestal niet vanzelf.  ()
Het kan op lange termijn veranderen in kanker van de baarmoeder-hals.  ()
Daarom is altijd een behandeling nodig.  ()

De behandeling kan op 2 manieren: ()


1. met een lis-excisie 
Bij een lis-excisie snijdt de arts het afwijkende weefsel weg van de baarmoeder-mond. 
2. met imiquimod-crème zoals hierboven beschreven.

Behandeling tijdens de colposcopie

Biopsie

Als de gynaecoloog een afwijking ziet, neemt hij met een kleine tang 1 of meerdere stukjes weefsel uit de afwijking. 
Hierbij krijgt u soms een lokale verdoving. 
De gynaecoloog stuurt het biopt naar de patholoog voor onderzoek onder de microscoop. 
De gynaecoloog bespreekt de uitslag met u en wat het vervolg is.

Biopsie
afbeelding biopsie

Na de lis-excisie

Bij de lis-excisie ontstaat een klein wondje. Het wondje kan bloeden. 
Meestal is de bloeding heel klein en is een maandverband voldoende. 
Het bloedverlies duurt een paar dagen tot ongeveer 2 weken en verdwijnt vanzelf. 
Duurt het langer of verliest u meer bloed dan bij een gewone menstruatie? 
Bel dan met de verpleegkundig specialist. Het telefoonnummer staat onder de folder.

Zolang u bloed verliest, mag u:

  • geen seksueel contact hebben
  • niet zwemmen of in bad te gaan
  • geen tampons gebruiken

Doe ook de eerste 2 dagen geen zware inspanning of sport. 
Uw normale werk kunt u meestal direct weer doen. 

De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop. 
De uitslag is er na één week. 
De gynaecoloog of de verpleegkundig specialist bespreekt de uitslag met u tijdens een consult per telefoon.

Controles

Na een colposcopie blijft u een tijd onder controle in het ziekenhuis en krijgt u uitstrijkjes. Dit geldt ook als u al een behandeling heeft gehad. 
De uitslag van het weefsel bepaalt hoe vaak u controle nodig heeft.   
De verpleegkundig specialist doet deze uitstrijkjes. 
Ook vertelt hij het aan u als u weer voor controle naar uw eigen huisarts kunt ()
Soms blijft een uitstrijkje afwijkend, zelfs na behandeling. De gynaecoloog of verpleegkundig specialist adviseert dan opnieuw een colposcopie.

Zwangerschap

Ook zwangere vrouwen kunnen een colposcopie krijgen bij een afwijking in het uitstrijkje. 
Dit heeft geen invloed op de zwangerschap of op de baby. 
Als het nodig is, krijgt u nog een colposcopie tijdens de zwangerschap en ongeveer 3 maanden na de bevalling. 
Als het nodig is, kan de arts tijdens de zwangerschap ook een biopt nemen voor verder onderzoek. 

Behandeling met imiquimod crème is niet mogelijk tijdens de zwangerschap.

Zwangerschap na een lis-excisie

Het lijkt erop dat een lis-excisie geen effect heeft op het zwanger kunnen worden
Wel is bekend dat de kans op een vroeg-geboorte iets groter wordt bij een zwangerschap na een lis-excisie.
Bij vrouwen met een kinderwens doen we de lis-excisie daarom zo beperkt mogelijk zonder aan veiligheid in te leveren of adviseren we een behandeling met imiquimod.

MUMC+

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen?
Belt u dan met de verpleegkundig specialist.

Telefoonnummer
043 - 387 42 41 of
043 - 387 65 43 en vraag naar sein 5536

Telefonisch spreekuur
maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 13.00 - 14.00 uur

Websites

Laatst bijgewerkt op 25 maart 2024. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1057