Folder
Röntgenstraling en radioactieve stoffen
Wat is het en wat zijn de risico's?
Algemeen
Bij een röntgenonderzoek wordt een deel van het lichaam zichtbaar gemaakt met röntgenstraling. De radioloog (een arts die gespecialiseerd is in beeldvorming) kan hiermee zien waar een afwijking zit en hoe groot deze is.
Röntgenstraling wordt bijvoorbeeld gebruikt om te kijken of iemand na een val of ongeluk iets heeft gebroken. Ook het bevolkingsonderzoek voor borstkanker gebruikt röntgenstraling om afwijkingen vroeg op te sporen. Daarnaast kunnen artsen met röntgenstraling bepaalde behandelingen uitvoeren, zoals het oprekken van vernauwde bloedvaten (dotteren).
Behalve met röntgenstraling kan het lichaam ook onderzocht worden door een radioactieve stof in te spuiten. De straling komt dan vanuit het lichaam zelf. Met een speciale camera wordt hiervan een afbeelding gemaakt. Afhankelijk van hoe het lichaam deze stof opneemt, kan de radioloog zien hoe bepaalde organen of functies werken.
Straling tijdens een Röntgenonderzoek
Iedereen krijgt elke dag een kleine hoeveelheid straling. Dit heet achtergrondstraling. We drukken straling uit in millisievert (mSv).
In Nederland krijgt een persoon gemiddeld 2 mSv per jaar, bijvoorbeeld door straling uit de aarde, het heelal en uit bouwmaterialen.
Een gewone röntgenfoto geeft ongeveer 0,1 mSv straling.
Een CT‑scan van de borstkas geeft tussen de 3 en 5 mSv.
Bij sommige onderzoeken krijgt u een radioactieve stof ingespoten. Dan komt de straling uit uw eigen lichaam in plaats van uit een röntgenbuis. Dit kan misschien spannend klinken, maar de hoeveelheid straling die u krijgt is ongeveer hetzelfde als bij röntgenonderzoeken, zoals hierboven genoemd.
Risico's van Röntgenstraling en radioactieve stoffen
Het lichaam kan zichzelf op verschillende manieren beschermen tegen straling. Daarom zijn de risico’s van lage hoeveelheden straling klein.
Men gaat ervan uit dat een stralingsdosis van 1 mSv een extra risico geeft van ongeveer 1 op 20.000 om op de lange termijn kanker te krijgen en daaraan te overlijden.
Ter vergelijking: het natuurlijke risico om in uw leven aan kanker te overlijden is veel groter, namelijk ongeveer 1 op 3.
(Deze informatie ziet u ook terug in het populatiediagram.)
Straling en zwangerschap
Embryo’s en ongeboren baby’s zijn gevoeliger voor straling. Dat komt doordat hun cellen tijdens de ontwikkeling snel delen. Daarom nemen we extra maatregelen als er een (mogelijke) zwangerschap is.
Als een vrouw vertelt dat zij zwanger is of misschien zwanger kan zijn, kijken we eerst of het onderzoek uitgesteld kan worden. Ook onderzoeken we of we een ander onderzoek zonder straling kunnen doen, zoals een echo of MRI.
Als uitstellen of een alternatief onderzoek niet mogelijk is, proberen we tijdens het röntgenonderzoek de hoeveelheid straling voor het ongeboren kind zo laag mogelijk te houden.
Straling bij kinderen
Ook bij jonge kinderen delen de cellen in het lichaam snel. Daardoor zijn kinderen gevoeliger voor straling dan volwassenen. Het is daarom belangrijk om bij hen extra voorzichtig te zijn.
Voor kinderen gebruiken we speciale methoden om de hoeveelheid straling zo laag mogelijk te houden. Kinderen hebben minder straling nodig voor een röntgenfoto, omdat zij veel minder wegen dan volwassenen.
Ook bij het toedienen van radioactieve stoffen wordt de dosis altijd aangepast aan het gewicht van het kind.
Kwaliteit en veiligheid
In het Maastricht UMC+ staan kwaliteit en veiligheid voorop. We proberen steeds om de hoeveelheid straling bij onderzoeken verder te verlagen, terwijl de kwaliteit van de beelden goed blijft. Minder straling betekent minder risico voor u én voor onze medewerkers.
We doen dit door:
- het aanschaffen van moderne apparatuur
- het regelmatig uitvoeren van strenge kwaliteitscontroles
- het voortdurend zoeken naar manieren om de stralingsdosis te verlagen
- het blijven trainen en scholen van onze medewerkers, zodat hun kennis en ervaring op een hoog niveau blijven
Bescherming tegen straling
Tijdens een onderzoek wordt een deel van de straling verspreid in de röntgenkamer. Medewerkers staan of zitten daarom achter een speciaal scherm, zodat zij niet te veel straling krijgen. Soms dragen zij ook een loodschort dat de straling tegenhoudt.
Bij onderzoeken waarbij een radioactieve stof wordt ingespoten, straalt de patiënt zelf. Tenzij anders staat in de informatiefolder over uw specifieke onderzoek, zijn er geen extra beschermingsmaatregelen nodig voor mensen om u heen.
Contact
Heeft u vragen of problemen, neem dan contact op met uw arts.
Websites
- rivm (www.rivm.nl/straling-en-radioactiviteit/straling-uitgelegd)
- MUMC (www.mumc.nl)
- gezondidee (gezondidee.mumc.nl)
- kinderwebsite (mosakids.mumc.nl/)