MUMC+

Folder

Hoofd-halskanker: Halsklierdissectie

Het weghalen van de halsklieren

Na overleg met u gaan we een deel van de lymfeklieren in uw hals weghalen. 
Dit heet een halsklier-dissectie. 
Het weghalen van halsklieren is nodig vanwege kanker in het hoofd-hals gebied. 

In deze folder leest u informatie over deze operatie.

Bekijk hieronder de voorlichtingsfilm "naar de operatiekamer".

Naar de OK - ondertitels

Wat gebeurt er voor de operatie?

U meldt zich op de afdeling voor uw opname. 
Op de afdeling krijgt u een gesprek en de arts van de afdeling onderzoekt u. 
Soms maken we afspraken voor verdere onderzoeken.

Goede voeding is belangrijk voor het herstel na de operatie. 
Het kan zijn dat u bijvoorbeeld tijdelijk vloeibaar eten krijgt of eten in kleine stukjes.

De zaalarts bespreekt samen met u welke medicijnen u als voorbereiding op de operatie krijgt. 

U moet voor de operatie nuchter blijven. Dit betekent:

  • U mag niet meer eten vanaf 22.00 uur.
  • U mag niet meer drinken of roken vanaf 24.00.

De operatie

De halsklieren halen we weg met een operatie. Dit kan nodig zijn aan 1 kant of aan beide kanten van de hals. 

Soms moeten we samen met de halsklieren ook een zenuw, een spier en de grote halsader weghalen.
De spier die we dan weghalen is de borstbeen-sleutelbeen-tepel-spier. De medische naam van deze spier is de musculus sterno-cleido-mastoideus. 
Als deze spier weg is, kan u uw hoofd minder goed draaien en naar achteren bewegen. 
Ook is er een kans dat u uw arm niet meer helemaal omhoog krijgt.

Als de grote halsader weg is, merkt u dat in uw gezicht. U krijgt hier dan meer stuwing.
Dit vermindert vaak spontaan in de eerste weken na de operatie, maar het verdwijnt niet helemaal. 
De medische naam van deze grote halsader is vena jugularis. 

Na de operatie

Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer. Daarna gaat u terug naar de afdeling. 

In de arm of het been heeft u een infuus waardoor u vocht en medicijnen krijgt. 

Omdat we willen zien hoeveel u plast, krijgt u tijdens de operatie een blaaskatheter. 
Dit is een slangetje dat we via de urinebuis in de blaas schuiven. 
We verwijderen het slangetje zo snel mogelijk na de operatie. Meestal gebeurt dat op de eerste dag na de operatie. 

De chirurg legt in de hals 1 of 2 drains. Dat zijn slangetjes waardoor het vocht uit de wond weg kan stromen. 
We verwijderen deze slangetjes meestal een paar dagen na de operatie. Dit hangt ook af van de hoeveelheid vocht per 24 uur.

Op de eerste dag na operatie mag u meestal weer alles eten en drinken. 
Gaat het eten en drinken goed? Dan verwijderen we het infuus.

U mag uit bed komen en alles doen wat u zelf kunt. 
De verpleegkundige kan u hierbij helpen als dat nodig is. 

Soms is begeleiding nodig van de fysiotherapeut voor het bewegen van de nek en de schouders. 
Hij of zij kan u hiervoor ook oefeningen geven.

De wond                               

Meestal sluit een operatie-wond binnen 24 uur. Het is daarom meestal niet nodig om de wond af te dekken met een pleister. 
Maar als er nog veel vocht uit de wond komt, dan krijgt u wel een pleister op de wond.

Douchen                               

Zijn de drains in de hals verwijderd? Dan mag u weer douchen, behalve als de arts iets anders met u afspreekt. 
Droog de wond na het douchen met een schone handdoek. 
Ga niet met een verse wond in bad, want dit vertraagt het sluiten van de wond.

Hechtingen                               

Is de wond gehecht? Dan verwijderen we de hechtingen na 7 tot 10 dagen. 
Dit gebeurt op de afdeling of op de polikliniek. 
De afspraak hiervoor krijgt u als u naar huis gaat.                                                                           

Complicaties

Bij elke operatie kunnen er complicaties ontstaan, ook bij deze operatie.
Mogelijke complicaties zijn een bloeding, een infectie van de wond, het lekken van lymfe-vocht en schade aan een zenuw. 
Voor de operatie vertelt de arts u over de operatie, de mogelijke complicaties en de gevolgen daarvan.                                                        

Weer thuis

De eerste tijd thuis heeft u misschien hulp nodig bij het huishouden en bij uw verzorging. 
De verpleegkundige kan thuiszorg voor u regelen als dat nodig is.

Het kan zijn dat u thuis klachten krijgt. 
Bel met het ziekenhuis bij de volgende klachten:

  • Als de pijn erger wordt en pijnstillers niet helpen
  • Als uw temperatuur stijgt boven de 38 graden
  • Als u vers bloed verliest uit de wond
  • Als de wond roder of dikker wordt

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen?
Dan kunt u ons bellen.

Contactgegevens maandag tot en met vrijdag:
Polikliniek KNO: 043 - 3875400                  
Polikliniek MKA: 043 - 3875200
Polikliniek Oncologie: 043-3877909
Verpleegafdeling A1: 043 - 3874210
Verpleegafdeling A2: 043 - 3874110                
 

In de avond, in de nacht en in het weekend belt u de
SEH (Spoed Eisende Hulp): 043-3876700 

Websites

Laatst bijgewerkt op 21 april 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1133