Folder

Scheelziensoperatie onder plaatselijke verdoving

Operatie bij scheelzien

U heeft samen met uw arts besloten een operatie aan uw oog te laten doen. Dit noemen we een scheelziens-operatie, of strabisme-operatie. 
In deze folder leest u meer over deze behandeling tegen scheelzien.

oogspieren van de zijkant bekeken
oogspieren van de zijkant bekeken
oogspieren van de bovenkant bekeken
oogspieren van de bovenkant bekeken

Doel van de operatie

Bij een scheelziens-operatie worden 1 of meer spieren van 1 of beide ogen 
aangepast. De oogspieren worden versterkt, verzwakt of verplaatst. Hierdoor 
verbetert de oogstand (de ogen staan weer rechter) of vermindert het dubbelzien. 

Voorbereiding op de operatie

We kijken welke spieren we opereren en hoeveel millimeter we de spieren inkorten of opschuiven. Heeft u een bril met prisma’s? Overleg dan vooraf met de orthoptist wat u straks na de operatie het beste kunt doen met de bril. Het is mogelijk dat de prisma’s na de operatie juist zorgen voor dubbelzien. Dan zijn de prisma’s niet meer nodig.

De operatie

U meldt zich op de afgesproken tijd bij het Dagcentrum Oogheelkunde op 
verdieping 3 van de Oogtoren, volg route 3-blauw (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d52)

Voorbereiding
•    U krijgt een stipje boven uw oog, zodat duidelijk is welk oog wordt geopereerd.
•    U krijgt 1 of meer oogdruppels antibiotica. Dit is een medicijn tegen 
ontstekingen.
•    Ook krijgt u paracetamol, zodat u na de operatie minder pijn heeft.
•    Hierna wordt u naar de operatieafdeling gebracht.
Op de operatieafdeling komt u eerst in de voorbereidingsruimte. Dit noemen we de holding. 
U krijgt een plaatselijke verdoving.
•    Een anesthesioloog verdooft uw oog. Dit is een medisch specialist die verdoving geeft. 
•    U krijgt eerst druppels met verdoving. Daarna krijgt u een spuitje achter of naast het oog.
•    Door de verdoving voelt u dit oog niet meer. U kunt er een paar uur niet goed mee zien. Ook kan uw pupil groter zijn.
•    Wanneer de verdoving genoeg werkt, wordt u naar de operatiekamer gebracht.

Op de operatiekamer
•    De chirurg maakt dit bindvlies een klein stukje open. Zo kan de chirurg bij de spier. 
•    De chirurg maakt de spier een aantal millimeters korter, of schuift de spier een aantal millimeters op.
•    Daarna maakt de chirurg de spier weer vast aan het oog. Dit gebeurt met 
oplosbare hechtingen: draadjes die vanzelf oplossen.
•    Ook het bindvlies wordt gesloten met oplosbare hechtingen.
De hele operatie duurt maximaal 1 uur. Dit hangt af van het aantal spieren dat wordt geopereerd. En of dit oog eerder is geopereerd.

Na de operatie
•    Na de operatie krijgt u een verband met zalf over uw oog. Dit noemen we een zalfverband.
•    Daarna brengen we u terug naar het Dagcentrum Oogheelkunde.
•    Op het Dagcentrum krijgt u recepten voor oogdruppels en oogzalf. En uitleg over deze medicijnen, de controle en nabehandeling. 
•    Daarna mag u naar huis. U mag na de operatie niet zelf autorijden of fietsen. Zorg dus dat iemand u naar huis brengt.
•    Na een aantal uur mag u zelf het zalfverband weghalen.

Heeft u na de operatie thuis problemen met uw oog? Neem dan contact met ons op. U vindt onze telefoonnummers onder ‘Contact’.

Weer thuis

•    Na de operatie kunt u pijn hebben. Neem daarom paracetamol volgens het 
advies van de zaalarts. De arts vertelt hoeveel tabletten en hoe vaak u die mag 
nemen. Dat hangt af van de leeftijd.
•    De eerste 4 weken na de operatie moet u uw oog druppelen. U krijgt 
oogdruppels met antibiotica en een ontstekingsremmer (Tobradex of Dexamytrex). Deze medicijnen werken tegen ontstekingen. Het is belangrijk dat u uw oog goed 
indruppelt, zodat er geen ontsteking ontstaat.
•    ’s Avonds voor het slapen gaan doet u oogzalf in het oog.
•    Het is ook belangrijk dat u uw oog rondom goed schoonhoudt.
•    Een oogkapje is niet nodig.
•    U mag niet in uw oog wrijven: daardoor kunnen de hechtingen loslaten.
•    Zorg dat er geen vuil of vuil water in uw oog komt. U mag niet zwemmen.

U kunt uw bril gewoon dragen, zeker als u er geen klachten door heeft. Heeft u een bril met prisma’s? Dan heeft u vooraf met de orthoptist overlegd wat u het beste kunt doen met uw bril. Mogelijk zijn de prisma’s niet meer nodig. 

Complicaties

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Er zijn een aantal complicaties die 
kunnen gebeuren bij deze operatie:
•    Meestal doet het oog een beetje pijn. Of het voelt ongemakkelijk aan. En 
meestal is het oog rood. 
•     Bij erge pijn moet u meteen contact met ons opnemen.
•    Soms heeft u een paar dagen last van dubbelzien. Dit komt omdat de hersenen moeten wennen aan de nieuwe oogstand.  Is het dubbelzien na 3 dagen niet over? Neem dan contact met ons op.
•    Soms is de oogstand door de operatie minder of meer veranderd dan we vooraf hadden verwacht. Dit kan tijdelijk of blijvend zijn. Als het blijvend is, kan een nieuwe scheelzien-operatie nodig zijn.
•    Heel soms komt bij het hechten van de spier de naald te diep. Maar dit heeft bijna nooit gevolgen.
•    Heel soms is er een nabloeding of ontsteking (infectie).

Op controle

7 tot 10 dagen na de operatie komt u op controle bij de orthoptist bij de polikliniek Oogheelkunde. Als u nog geen afspraak heeft, maken we deze voordat u naar huis gaat. Wij sturen uw huisarts een brief over de behandeling.

Contact

Heeft u vóór de operatie vragen of problemen? Neem dan contact op met uw oogarts of orthoptist.

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Of heeft u ná de operatie thuis problemen met uw oog? Neem dan contact met ons op.

Universiteitskliniek voor Oogheelkunde
Maandag tot en met vrijdag van 8.30-12.00 uur en van 13.00-16.30 uur.
Telefoonnummer: 043 387 68 00
E-mail: afspraak@mumc.nl

Voor spoedzaken kan uw huisarts ons altijd bereiken.

Spoedeisende Hulp (SEH)
Na 17.00 uur en in het weekend.
Telefoonnummer: 043 387 67 00
Vraag naar de oogarts die dienst heeft. 

Websites

Laatst bijgewerkt op 11 november 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1156