Folder

Uw kind ziet minder goed

Oogonderzoek

Uw kind ziet mogelijk minder goed met één of beide ogen. Daarom is uw kind doorgestuurd naar een oogarts of een orthoptist in het Maastricht UMC+. In deze folder leest u over het oogonderzoek dat uw kind krijgt.

Deze folder geeft extra informatie naast het gesprek met uw arts of de orthoptist. Het kan zijn dat de behandeling voor uw kind anders is dan in deze folder staat.

Uitleg van medische woorden

  • Gezichtsscherpte of visus: Hoe goed iemand kan zien.
  • Oogsterkte of refractie: De sterkte van het oog. Soms zorgt de oogsterkte ervoor dat je niet goed kan zien. Dat noemen we een oogsterkte-afwijking of refractie-afwijking.
  • Accommoderen: Het automatisch scherpstellen van de ogen. Zodat je dingen goed kunt zien, veraf en ook van dichtbij.
  • Orthoptist: Dit is een zorgprofessional die het oogonderzoek bij (jonge) kinderen doet.
  • Oogarts: Dit is een arts die gespecialiseerd is in oogaandoeningen

Voor meer informatie over het werk van de orthoptist krijgt u de folder ‘Met het oog op Orthoptie’ bij de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde.

Team Kinderoogheelkunde
Team Kinderoogheelkunde

Oogonderzoek

U komt samen met uw kind naar de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde in de Oogtoren. Volg route 3-blauw (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d52)  

De orthoptist gaat onderzoeken of uw kind een oogsterkte-afwijking heeft. Eerst wordt onderzocht hoe goed uw kind kan zien met elk oog apart. Dit noemen we de gezichtsscherpte.

  • Uw kind kijkt van een afstand naar plaatjes of andere figuren. De plaatjes hebben verschillende groottes.
  • Kinderen die oud genoeg zijn, krijgen cijfers of letters te lezen.

Daarna krijgt uw kind oogdruppels, om de precieze oogsterkte te meten. Deze druppels zijn nodig om het accommoderen te stoppen en doen geen pijn.

  • De druppels werken na ongeveer 45 minuten.
  • De orthoptist gaat de precieze oogsterkte meten. Dit gebeurt met een lampje en met lensjes of automatisch achter een apparaat.

Na het druppelen kan uw kind last krijgen van fel licht en wazig zien. Het is belangrijk dat u hiermee rekening houdt. Kinderen kunnen dan een tijdje niet meer lezen, dus ook geen huiswerk maken. Dit kan 24 uur duren.

Oorzaken van een oogsterkte-afwijking

Een afwijking van de oogsterkte ontstaat wanneer het beeld dat het oog binnenkomt niet precies op het netvlies valt. Hierdoor wordt het beeld onscherp. Er zijn verschillende soorten oogsterkte-afwijkingen. 
Iemand kan 1 oogsterkte-afwijking hebben, of meerdere tegelijk.

Verziend (plussterkte)

Verziende kinderen kunnen dingen die ver weg zijn meestal goed zien. Maar dingen dichtbij zijn onscherp. Dit komt omdat het oog in verhouding te klein is. Hierdoor wordt het licht te weinig afgebogen. Dan valt het brandpunt niet óp, maar áchter het netvlies.

Veel kinderen zijn verziend. Soms wordt dit pas op latere leeftijd ontdekt, omdat kinderen een soepele ooglens hebben. Zij stellen hun ooglens automatisch bij en lossen deze oogafwijking dus zelf op.

Verziendheid kan zorgen voor:

  • hoofdpijn
  • een lui oog
  • convergent scheelzien: het afwijkende oog kijkt naar de neus

Een bril helpt vaak bij verziendheid. 
De sterkte van de bril heeft dan een plus voor het cijfer. Bijvoorbeeld +1 of +4.

Een plusbril is niet alleen voor dichtbij, maar ook voor het kijken op afstand. Het is een andere soort bril dan een leesbril voor oudere mensen.

De medische term voor verziendheid is hypermetropie.

Bijziend (minsterkte)

Bijziende kinderen zien dichtbij beter dan in de verte. Dit komt omdat het bijziende oog in verhouding te groot is. Hierdoor wordt het binnenkomende beeld in verhouding te veel afgebogen. Dan valt het brandpunt niet óp het netvlies, maar vóór het netvlies.

Een bril helpt vaak bij bijziendheid. De sterkte van de bril heeft dan een min voor het cijfer. Bijvoorbeeld -1 of -4.

De medische term voor bijziendheid is myopie (zie ook onze folder over bijziendheid).

Cilinder-afwijking

Bij een cilinder-afwijking is het hoornvlies (het doorzichtige deel van de voorkant van het oog) niet bolvormig maar meer ovaal. Een bril met cylindercorrectie helpt hierbij. Iemand met een cilinder-afwijking is vaak ook verziend of bijziend.

De medische term voor een cilinder-afwijking is astigmatisme.

Oogsterkte-afwijking voor beide ogen is verschillend

Het kan zijn dat iemand aan het linkeroog een andere oogsterkte-afwijking heeft dan aan het rechteroog. Bijvoorbeeld als het ene oog veel meer bijziend is dan het andere oog. Of als het ene oog een cilinder-afwijking heeft en het andere oog niet. Dan krijgen de hersenen 2 verschillende beelden binnen die samen geen scherp beeld worden. Dan is er een grotere kans op een lui oog (oogheelkunde.mumc.nl/aandoeningen/lui-oog-amblyopie). Daarom is het dragen van een bril nodig.

De medische term hiervoor is anisometropie.

Lui oog

Een lui oog is een gezond oog, dat minder ziet dan het andere oog. Dit komt omdat het nog niet goed heeft leren kijken. Het luie oog werkt wel, maar de hersenen kiezen ervoor om vooral met het goede oog te kijken. Zo wordt het andere oog ‘lui’.

Het luie oog moet worden aangemoedigd om beter te gaan zien. Dit gebeurt onder andere door het voorschrijven van de juiste brilsterkte. Ook kan het zijn dat het goede oog afgeplakt wordt met een oogpleister (occlusie), om het luie oog te stimuleren met kijken. Uw kind draagt de bril over de pleister heen. Niet andersom. Deze behandeling van het luie oog heeft géén invloed op de brilsterkte.

De medische term voor een lui oog is amblyopie.

Op controle

Krijgt uw kind een bril? Dan moet uw kind regelmatig voor controles terugkomen bij de orthoptist. Want als een oogsterkte-afwijking op jonge leeftijd niet goed wordt behandeld met een bril, kan een lui oog ontstaan. De orthoptist controleert de gezichtsscherpte en de bril.

Het oogonderzoek met de oogdruppels gebeurt 1 keer per anderhalf jaar. Dan kijkt de orthoptist opnieuw wat de brilsterkte moet zijn. Dit omdat de oogsterkte door de groei van het oog verandert. De orthoptist bepaalt ook of uw kind andere brilglazen nodig heeft.

De totale behandeling kan een paar maanden tot vele jaren duren. Bij kinderen duurt de behandeling vaak totdat ze ongeveer 12 jaar zijn.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u deze stellen aan de oogarts of orthoptist.

Polikliniek Oogheelkunde
Telefoonnummer: 043 - 387 68 00
E-mail: afspraak@mumc.nl 
Van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 17.00 uur
Voor spoedzaken kan uw huisarts ons altijd bereiken.

Spoedeisende Hulp (SEH)
Telefoonnummer: 043 - 387 67 00 
na 17.00 uur en in het weekend, vraag naar de dienstdoende oogarts

Websites

 

Laatst bijgewerkt op 10 februari 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1171