MUMC

Patiëntinformatie

Reconstructies van het aangezicht

In overleg met uw arts heeft u besloten om een reconstructie van het aangezicht te ondergaan.In dit blad krijgt u informatie over de operatie. U vindt de polikliniek Plastische Chirurgie op niveau 1. Volg route 7-1 (blauw).

Wanneer kom ik hiervoor in aanmerking?

Voor deze operatie komt u in aanmerking wanneer er een operatie voor u gepland staat waarin er een huidtumor weg zal moeten worden gehaald in het gelaat. Ook komt u bij de plastisch chirurg wanneer u een grote wond, of defect in het gelaat heeft, dat niet eenvoudig te hechten of te sluiten is, voor het bespreken van een reconstructie van de huid.
Vaak zal hij/zij proberen een operatie te plannen, waarbij er een lokale huidverschuiving plaatsvindt, of dat er een huidtransplantaat gebruikt wordt zodat de wond in het gelaat gesloten kan worden. Enkele voorbeelden hiervan vindt u hier:

Defect op de neus

Op de neus bevindt zich relatief weinig huid. Dat betekent dat een kleine wond al zal zorgen voor een probleem wanneer er geprobeerd wordt dit eenvoudig dicht te maken. De neuspunt/neusvleugels of de wang zullen dan gaan trekken en de neus zal een vreemde vorm krijgen. Daarom kijkt de plastisch chirurg op welke manier het beste voor een bedekking van de neus zorgt.
In veel gevallen zal er door middel van een lokale huidverplaatsing (figuur 1). Dit is een relatief kleine operatie, die onder lokale verdoving kan gebeuren. Ook kan er gekozen worden om de huid te sluiten met een huidtransplantaat vanuit bijvoorbeeld de huid rondom het oor, het voorhoofd, of vanuit de hals. (figuur 2).

Figuur 1: lokale huidverplaatsing op de neus om een wond te kunnen sluiten zonder dat dit de neus vervormd.
Figuur 1: lokale huidverplaatsing op de neus om een wond te kunnen sluiten zonder dat dit de neus vervormd.
Figuur 2: plaatsen van een huidtransplantaat
Figuur 2: plaatsen van een huidtransplantaat

Als het defect erg groot is, kan een lokaal lapje of een huidtransplantaat de wond onvoldoende bedekken. Soms is een gedeelte van het kraakbeen weg en moet dit ook gereconstrueerd worden. Er wordt dan gekozen voor een ‘voorhoofdslap’.

Deze operatie vindt plaats onder volledige narcose. Er wordt een lapje huid vanuit het voorhoofd gehaald, dat gesteeld wordt en op de neus ingehecht wordt. Het steeltje blijft u in eerste instantie zien als een soort van slurfje naar uw neus toe. Dit slurfje houdt de bloedvoorziening in stand. Eventueel kan kraakbeen vanuit het oor aan het lapje toegevoegd worden als dat nodig is. U krijgt na de operaties instructies om de wond en ‘het slurfje’ thuis te verzorgen. Dit moet dagelijks gebeuren. Dit mag u zelf doen of iemand in uw directe omgeving. We kunnen ook thuiszorg regelen. Gedurende drie weken komt u regelmatig op controle ter controle van de wondgenezing. (Figuur 3A).

Na ongeveer drie weken wordt een nieuwe operatie gepland om het slurfje door te nemen. Het lapje wordt dan op de neus netjes ingehecht. Het is mogelijk dat later nog een extra operatie nodig is om het lapje nog fraaier te maken. (Figuur 3B).

Figuur 3A: voorhoofdslap; 1e operatie.
Figuur 3A: voorhoofdslap; 1e operatie.
Figuur 3B: voorhoofdslap; 2e en/of 3e operatie
Figuur 3B: voorhoofdslap; 2e en/of 3e operatie

Defecten rondom het onderooglid

Defecten rondom het ooglid dienen zorgvuldig te worden behandeld, omdat het ooglid door het litteken af gaat staan. Dit kan de traanproductie en het traanafvoer van het oog soms verstoren. Het kan zijn dat u na de operatie last heeft van een droog oog, of juist een erg tranend oog. U kunt dan tijdelijk oogdruppels en/of zalf krijgen via de plastisch chirurg. Vaak wordt een lokale verschuiving van de huid toegepast, soms wordt een extra huidtransplantaat toegevoegd. Dit zullen we vooraf of tijdens de operatie met u bespreken.In sommige gevallen is het nodig om een gedeelte van het bovenooglid te gebruiken als reconstructie voor het onderooglid. Het ooglid kan dan vastgehecht worden aan het onderooglid en drie tot vier weken ‘dichtgehecht’ worden. Het ooglid zal na drie tot vier weken gekliefd worden. Na de operatie van het onderooglid krijgt u meestal een drukkend oog verband waarmee het oog (gedeeltelijk) afgeplakt wordt. We zullen het verband op de poli na vijf tot zeven dagen verwijderen. Hechtingen van het ooglid moeten meestal na zeven dagen verwijderd worden op de polikliniek.

Overige defecten in het gelaat

Voor elke reconstructie zijn er meerdere operaties mogelijk. De makkelijkste oplossing is niet altijd de mooiste. Er wordt altijd samen met u gekeken welke operatie er het best bij u past. Als u wilt, kunt u altijd foto’s of afbeeldingen bij uw plastisch chirurg vragen.

Voorbereiding voor de operatie

  • Ga na of uw bloedverdunners gebruikt. Het kan zijn dat u de bloedverdunners enkele dagen voor de operatie moet stoppen. Informeer hier altijd naar bij uw arts.
  • Stoppen met roken: Roken kan de wondgenezing verstoren, omdat hierdoor de bloedvaten vernauwen. Wij adviseren u daarom vier tot zes weken voor de behandeling met roken te stoppen en tot twee weken na de behandeling niet te roken. Probeer in ieder geval het roken tot een minimum te beperken.
  • Stoppen met alcohol: Alcohol vergroot de kans op een bloeduitstorting of nabloeding. Daarom is het beter minstens 24 uur voor de ingreep geen alcohol te drinken.


Operaties onder lokale verdoving
Als u een ingreep onder lokale verdoving krijgt, hoeft u niet nuchter te zijn. U kunt het beste samen met iemand komen die u kan begeleiden voor en na de operatie. U moet er op rekenen dat u niet zelf naar huis kunt rijden en/of fietsen.

Operaties onder narcose
Een operatie onder narcose wordt altijd vooraf met u besproken door de anesthesist (narcose- arts). Hier wordt de operatie en de narcose met u besproken en wat u daarvan kunt verwachten. Ook zal hij/zij uw algehele gezondheid en alle medicijnen moeten checken. U krijgt hiervoor een afspraak bij het pre-operatief bureau.

De operatie

Voor de operatie begint, zal uw plastisch chirurg of assistent-plastisch chirurg altijd even bij u komen om na te gaan of er nog vragen zijn. Ook zal hij/zij nog even kort bespreken wat er gaat gebeuren.

Operatie onder lokale verdoving
U bent tijdens deze operatie gewoon wakker. U krijgt een lokale verdoving toegediend. Hierna zult u tijdens de ingreep geen pijn meer voelen. Aanraking zult u blijven voelen, dit is normaal. Voelt u zich niet lekker of heeft u sneller de neiging tot flauwvallen, geeft u dit dan even aan bij de verpleegkundige of arts. Het is geen probleem als u zich niet lekker voelt, we letten dan goed op u en zorgen dat u niet te snel opstaat na de operatie.

Operatie onder narcose
Zorg dat het telefoonnummer van uw contactpersoon bekend is op de afdeling, dan kan hij/zij nadat de operatie klaar is gebeld worden. Na de narcose zult u even naar de recovery(uitslaapkamer) gaan. Hier zult u rustig wakker worden van de narcose. De anesthesist bepaalt dan wanneer u weer teruggaat naar de verpleegafdeling, waar u weer bezoek kunt ontvangen.

Na de operatie

Uw plastisch chirurg zal na de operatie altijd even bij u komen om te bespreken wat er is gebeurd en zal specifieke instructies aan u geven ten aanzien van de nazorg. Hechtingen in het aangezicht zijn vaak onoplosbaar en moeten na ongeveer 7 dagen verwijderd worden op de polikliniek plastische chirurgie. U moet proberen het gelaat zo veel mogelijk droog te houden, en gedurende de eerste week geen haren te wassen. Tijdens de policontrole zal de arts of verpleegkundige met u bespreken wanneer u dit wel weer mag doen.

Over het algemeen hebt u na een operatie in het gelaat weinig pijn. Hebt u toch pijn, dan kunt u paracetamol gebruiken.

Om het risico op verkleuring van de huid en pigmentvlekken te beperken, adviseren wij u tot een jaar na de operatie het litteken goed te beschermen tegen de zon. Dit doet u door zich goed in te smeren met een zonnebrandcrème SPF 50 met UVA - bescherming, het operatiegebied niet bloot te stellen aan direct zonlicht, en geen zonnebank te gebruiken.

Mogelijke complicaties/risico’s

Risico’s en complicaties zullen vooraf zoveel mogelijk door uw arts met u worden besproken. Deze zijn ook deels afhankelijk van de operatie die u krijgt. Eventuele risico’s kunnen zijn een kleine nabloeding of het wijken van de wond. Dit kan meestal goed opgelost worden, maar neemt u altijd contact op met de poli plastische chirurgie als u verandering merkt of ergens over twijfelt. Neem in ieder geval contact op bij:

  • aanhoudend bloeden, dat niet stopt na 10 minuten afdrukken;
  • aanhoudende roodheid, fors toenemende zwelling van de behandelde huid en eventueel pus;
  • pijn, als de pijnstillers niet helpen of de pijn zelfs toeneemt;
  • ongerustheid of twijfel.

Contact

De arts zal uw eventuele vragen tijdens het spreekuur graag met u doornemen. Het is aan te raden uw vragen van tevoren op papier te zetten. Hebt u na het lezen van bovenstaande tekst nog vragen, neem dan contact met ons op.

Polikliniek Plastische chirurgie
043 - 387 70 00

Spoedeisende Hulp (SEH)
043 - 387 67 00
(buiten kantooruren; vraag naar de dienstdoende arts)

Laatst bijgewerkt op 11 februari 2021