Afbeelding ziekenhuis

Patiëntinformatie

Kinderen met sondevoeding

Informatie voor ouders in de thuissituatie

In overleg met de behandelend arts is besloten dat uw kind sondevoeding krijgt. In dit informatieblad staat beschreven wat sondevoeding is, hoe u ermee om moet gaan en hoe u sondevoeding of medicijnen toedient bij uw kind.

Wat is sondevoeding?

Sondevoeding is dunne vloeibare voeding die alle voedingsstoffen bevat. Vaak is deze sondevoeding kant-en-klaar in een fles of plastic zak (’pack’), soms moet ze zelf bereid worden.

Kinderen met sondevoeding

Op welke manieren kan sondevoeding toegediend worden?

  • Door een sonde, een flexibel slangetje, dat handmatig via de neus, de keel en de slokdarm tot in de maag ingebracht wordt. Dit is een neus-maagsonde.
  • Door een sonde die via de neus, keel, slokdarm en maag tot in de twaalfvingerige darm (duodenum) of dunne darm (jejunum) wordt ingebracht. Dit is de duodenumsonde of jejunumsonde.
  • Door een sonde die door een kleine chirurgische ingreep via de buikwand rechtstreeks in de maag geplaatst wordt. Dat kan zijn:
    • een gastrostomiekatheter
    • een PEG-sonde (de afkorting PEG staat voor Percutane Endoscopische Gastrostomie)
    • een Mic-Key button.

Hygiëne

Het is belangrijk zo hygiënisch mogelijk te werken met sondevoeding. Daarom enkele tips:

  • Was uw handen met water en zeep voordat u sondevoeding bereidt of toedient.
  • Droog uw handen met een schone, droge handdoek.
  • Let op de houdbaarheidsdatum van de sondevoeding.
  • Verwissel het toedieningssysteem/pompsysteem en de spuit elke 24 uur.
  • Bewaar schoongemaakte spuiten gedurende deze 24 uur in de koelkast.
  • Een glazen fles met kant-en-klare sondevoeding mag maximaal acht uur aanhangen.
  • Zelfbereide voeding mag 24 uur in de koelkast bewaard worden en maximaal zes uur op kamertemperatuur tijdens het toedienen.
  • Een geopende fles of zak sondevoeding mag maximaal 24 uur in de koelkast bewaard worden.
  • Voor het doorspoelen van de maagsonde en het toedieningssysteem gebruikt u lauw water uit de stromende kraan of niet-bruisend mineraalwater.
  • Gebruik nooit bruisend water of cola, ook niet om een verstopping op te heffen
  • Bij de bereiding van zuigelingenvoeding voor 24 uur gebruikt u gekookt water dat afgekoeld is of mineraalwater. Als u slechts één voeding per keer maakt, mag u water uit de stromende kraan gebruiken.

Hoe controleert u de ligging van de sonde?

  • Als de vloeistof groenachtig is, dan zit de sonde te diep in de dunne darm. Trek de maagsonde een stukje terug, zodat de maagsonde goed zit.
  • Hoesten, ongemak en benauwdheid kan ook wijzen op het fout liggen van de sonde.
    1. Doe een PH-meting van een sterke uitademing van uw kind.
    2. Controleer of de sonde goed in de mond/keelholte zit.

Toedienen per portie via een spuitje

Benodigdheden:

  • de voorgeschreven hoeveelheid sondevoeding in een schoon glas of een maatbeker op kamertemperatuur (niet opwarmen)
  • 50 milliliter water
  • 50 milliliterspuit voor de sondevoeding
  • twee- of vijfmilliliterspuit om de sonde door te spoelen met water
  • een handdoekje of tissue.

Werkwijze:

  • Was uw handen met water en zeep.
  • Droog uw handen met een schone, droge handdoek.
  • Leg het handdoekje of tissue onder het uiteinde van de sonde.
  • Verwijder het dopje.
  • Controleer de ligging van de sonde.
  • Sluit de spuit gevuld met water aan en open de eventuele klem.
  • Spuit de helft van het water door.
  • Geef daarna de voorgeschreven hoeveelheid voeding.
  • Spoel daarna door met de rest van het water.
  • Sluit zo nodig de klem en gebruik afsluitdop.
  • Reinig gebruikte materialen na ieder gebruik.

Toedienen per voedingspomp

Benodigdheden:

  • de voedingspomp
  • de hoeveelheid sondevoeding plus een extra hoeveelheid voor het toedieningssysteem
  • het toedieningssysteem
  • het ophangsysteem
  • een handdoekje of tissue
  • lauw water (hoeveelheid in overleg met arts)
  • een twee- of vijfmilliliterspuit.

Werkwijze:

  • Was uw handen met water en zeep.
  • Droog uw handen met een schone, droge handdoek.
  • Zet de sondevoedingpack of -fles op een harde, rechte ondergrond.
  • Verwijder de dop van de voeding.
  • Sluit de rolklem van het toedieningssysteem.
  • Bevestig het toedieningssysteem met de schroefdop aan de pack of fles.
  • Vul het toedieningssysteem volledig met voeding, de druppelkamer voor een derde.
  • Plaats het toedieningssysteem in de voedingspomp.
  • Leg het handdoekje of tissue onder het uiteinde van de sonde.
  • Controleer de ligging van de sonde.
  • Spuit ongeveer de helft van het water door de sonde
  • Sluit het toedieningssysteem aan.
  • Laat de voeding op de juiste snelheid inlopen.
  • Zo nodig tijdens het inlopen van de voeding handjes fixeren (zoals besproken met verpleegkundige).
  • Zet de voedingspomp uit na het inlopen van de voeding.
  • Spoel de sonde en toedieningssysteem door met de rest van het water.
  • Sluit de sonde af met de klem en/of het dopje.
  • Sluit het toedieningssysteem af (verwissel het elke 24 uur).

Toedienen van medicatie

Benodigdheden:

  • De voorgeschreven medicatie, liefst in vloeibare of fijne poedervorm.
  • Water. Gebruik lauw water uit de stromende kraan ( nooit bruisend water). Los de medicijnen nooit op in de voeding: dat kan de werking van de medicatie nadelig beïnvloeden.
  • Spuiten.
  • Een handdoekje of tissue. Werkwijze:
  • Los indien nodig de medicatie op in water.
  • Leg het handdoekje of tissue onder het uiteinde van de sonde.
  • Controleer de ligging van de sonde.
  • Spuit de helft van het water door de sonde.
  • Spuit de voorgeschreven medicatie door de sonde.
  • Spuit daarna de rest van het water door de sonde.
  • Sluit de sonde met het dopje en/of klem.

Aandachtspunt:

Laat tabletten in de apotheek fijnmalen: het poeder is dan fijn genoeg, waardoor de sonde minder snel verstopt zal raken. (Niet alle medicatie mag gemalen worden in verband met de werking ervan. Uw apotheker is hiervan op de hoogte.)

Verzorging van de mond

De volgende tips helpen mondinfecties te voorkomen:

  • Laat uw kind, als dat toegestaan is, regelmatig een beetje water, melk of yoghurt drinken.
  • Spoel de mond met water, of bevochtig de mond met een nat gaasje.
  • Als dit mogelijk is, poets dan de tanden twee maal per dag met een zachte tandenborstel.
  • Als dit toegestaan is, geef uw kind dan een suikervrij zuurtje of suikervrije kauwgom (liefst met xylitol).
  • Gebruik bij droge lippen vaseline.

Mogelijke problemen

De ontlasting:

  • De ontlasting kan harder zijn en minder vaak. Dit kan komen doordat de sondevoeding geen voedingsvezels bevat, door de medicijnen of doordat uw kind minder vocht binnenkrijgt. Als het toegestaan is, kunt u extra water door de sonde geven. Anders neemt u contact op met uw huisarts.
  • Diarree kan ontstaan door de ziekte, de medicijnen, onhygiënisch handelen, een te snelle toediening van voeding, een te grote hoeveelheid in een keer of te koude voeding.

Verstopte sonde
Mogelijke oorzaken:

  • het niet regelmatig doorspuiten van de sonde met water
  • medicijnen niet fijn genoeg gemalen
  • onvoldoende water gebruikt na toediening van medicijnen
  • te lange blootstelling aan de zon, de sonde wordt dan hard
  • de maagsonde niet tijdig verwisseld.

Wat te doen:

  • Spuit de sonde krachtig met twee of vijf milliliter water door en wacht een kwartier. Heeft dit geen resultaat, neem dan overdag contact op met uw huisarts of de thuiszorg. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de huisartsenpost.
  • Verwissel zo nodig de sonde.
  • Voor het geval de sonde opnieuw ingebracht moet worden, zijn er afspraken met u gemaakt over waar dit gaat gebeuren: bij u thuis door de thuiszorg of na afspraak in het Maastricht UMC+.

Afspraken

Soort sondevoeding ...................................................................................................
Hoeveelheid/ 24 uur.....................................................................................................
Hoeveelheid water/24 uur............................................................................................

Afspraken

Soort sonde..............................................................................................................
Inbrengdatum...........................................................................................................
Verwisseldatum..........................................................................................................

Medicijnen: soort - hoeveelheid – hoe vaak – hoe laat:

Medicijnen: soort - hoeveelheid – hoe vaak – hoe laat

Mag eten: ja/nee
Mag drinken: ja/nee
Huisarts...........................................................................................................
Wijkverpleegkundige/thuiszorg..............................................................................
Afdeling............................................................................................................
Polikliniek...........................................................................................................
Diëtiste.............................................................................................................
Naam verpleegkundige bij ontslag...........................................................................
Bedrijf dat toedieningspomp, sondevoeding en andere materialen levert ........................ .........................................................................................................................

Noteer hier uw aantekeningen en vragen

............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

Contact

Als u na het lezen van dit informatieblad nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met uw behandelend arts of met verpleegafdeling B2: 043 – 387 42 20 (tijdens kantooruren).

Indien nodig kunt u buiten kantooruren en in het weekend contact opnemen met de huisartsenpost: 043 - 387 77 77.

Laatst bijgewerkt op 26 oktober 2021