MUMC

Folder

Schouder: Pijn in de schouder door een ontsteking van slijmbeurs of pees

Sub-Acromiaal PijnSyndroom (SAPS)

Deze folder gaat over pijn in de schouder door een ontsteking van een slijmbeurs of een pees. De medische naam hiervoor is sub-acromiaal pijnsyndroom en de afkorting is SAPS. Sub-acromiaal betekent onder het schouderdak. 

Bij SAPS is er pijn in de schouder en bovenarm als u de arm naar achter of omhoog beweegt. 
Vooral de volgende activiteiten kunnen pijn doen:

  • aankleden en uitkleden;
  • autorijden;
  • strijken;
  • iets pakken dat hoog ligt;
  • snoeien;
  • iets uit de achterzak halen.

Er kan ook pijn in de nacht zijn, vooral als u op de schouder ligt. 

Als u de arm een lange tijd niet beweegt kan er een zeurende pijn ontstaan. 
Soms ontstaat er een verkalking in de slijmbeurs, wat heel veel pijn geeft.

Oorzaak

Er zijn meer oorzaken van SAPS:

  • Een ontsteking van een pees  
    Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door het heel vaak omhoog tillen van de arm.  
    De ontstoken pees wordt dikker. Hierdoor schuren de pees en de slijmbeurs langs het bot van het schouderdak. 
    Dit geeft irritatie in de pees en de slijmbeurs. 
  • Inklemming  van een slijmbeurs, pees of spier tussen de botten en het schouderdak.  
  • Soms ontstaat er kalk in de pees. 
    Dit gebeurt vaker bij vrouwen dan bij mannen en vooral bij mensen tussen de 40 en 60 jaar. 
    Als dit proces doorgaat, kan dit leiden tot een scheurtje in de pees.  

De schouder

De schouder

De diagnose

De arts stelt de diagnose SAPS met een lichamelijk onderzoek en een aantal vragen.
De arts vraag u de volgende dingen:

  • Wanneer begon de pijn?
  • Heeft u pijn in de nacht?
  • Heeft u constant pijn?
  • Heeft u een blessure gehad?

Soms is er ook nog een extra onderzoek nodig, bijvoorbeeld een röntgenfoto, een echo of een MRI. 

Behandeling bij acute klachten

Zijn de klachten heftig en voelt u ineens een acute pijn? 
Dan kan een injectie met een ontstekingsremmer helpen.

Behandeling bij chronische klachten

Uw arts vertelt wat u zelf kunt doen en wat de mogelijke behandelingen zijn. 

Het is belangrijk dat u blijft bewegen. Doe dat binnen de pijngrens. 
Het bewegen binnen de pijngrens noemen we ‘relatieve rust’. 
Beweeg uw arm niet boven uw schouder.  
Uw arts of een fysiotherapeut kan u helpen met de juiste manier van bewegen.

Is er een ontsteking in een slijmbeurs? 
Dan kan een injectie met een pijnstiller of een onstekingsremmer helpen.

Is er veel verkalking in de slijmbeurs of is er een peesontsteking? 
Dan kan een shockwave behandeling helpen.

De operatie

Blijven de klachten? Dan kunt u samen met uw arts besluiten voor een operatie.

Bij een operatie kan de arts de volgende dingen doen:

  • Het verwijderen van een deel van de slijmbeurs onder het schouderdak
  • Het herstellen van scheuren in de pees
  • Het bijwerken van oneffen randen aan de botten

Een operatie gebeurt alleen als alle andere behandelingen niet genoeg helpen. 
Een operatie is de laatste stap.

Na de operatie

Na de meeste operaties kunt u op dezelfde dag naar huis. 

Voordelen en nadelen van de operatie

Voordelen

  • Tijdens de operatie ontstaat er een bloeding rond de pees. 
    In bloed zitten stamcellen en groeifactoren die het herstel van de pees kunnen starten.
  • De ruimte onder het acromion wordt vergroot, waardoor de pees weer vrij kan bewegen en niet meer beschadigt door bijvoorbeeld schuren tegen een bot.
  • De arts kan de pees herstellen tijdens de operatie.

Nadelen

  • Het is niet wetenschappelijk aangetoond dat een operatie beter helpt dan oefentherapie.
  • SAPS is tijdelijk. Het verdwijnt uiteindelijk ook zonder operatie.

Mogelijke complicaties van een operatie

Complicaties zijn nadelige gevolgen van een behandeling. Veel mensen krijgen geen complicaties, maar het kan wel gebeuren. 
De volgende complicaties zijn mogelijk:

  • Na de operatie kan er een infectie ontstaan.
  • Na de operatie kan de schouder stijf worden door littekenweefsel. Dat heet artrofibrose.
  • Er kan een bloeding ontstaan. Hierdoor kunt u meer pijn krijgen dan voor de operatie (dystrofie).

Weer thuis

Krijgt u een mitella na de operatie? 
Gebruik uw arm dan zo snel mogelijk voor de normale dagelijkse dingen en begin met simpele oefeningen. 

Krijgt u een schouder immobilisator? 
Bijvoorbeeld na de hersteloperatie van een gescheurde pees of instabiliteit van de schouder? Dan moet u die een paar weken dragen. 
Oefen wel regelmatig met uw hand en pols om dystrofie te voorkomen! 
De eerste avond en nacht na de operatie moet er iemand bij u zijn.

Bel direct met het ziekenhuis bij:

  • extreme pijn;
  • misselijk zijn of braken;
  • een nabloeding.

Tijdens kantooruren belt u met uw arts op de polikliniek Orthopedie:                       
Telefoonnummer: 043 - 387 69 00
In de avond, nacht en in het weekend belt u met de Spoedeisende Hulp (SEH):
Telefoonnummer: 043 - 387 67 00

Leefregels

Het is belangrijk dat u de volgende leefregels volgt:

  • Na de operatie krijgt u een mitella of een schouder immobilisator. 
    De fysiotherapeut geeft u hiervoor adviezen.
  • Vervang de pleisters iedere dag. 
    Blijven de pleisters schoon? Dan kunt u ze tot de eerste controle op de polikliniek laten zitten.
  • Douchen mag vanaf 7 dagen na de operatie. 
    Laat de wond niet weken. 
    Dep de wond droog en wrijf niet. 
    U mag niet in bad zitten of zwemmen zolang u de hechtingen nog heeft. 
    Vervang natte pleisters.
  • De eerste avond en nacht na uw ontslag uit het ziekenhuis mag u niet alleen thuis zijn.
    Er is een kleine kans dat u complicaties krijgt, zoals extreme pijn, misselijk zijn, braken of een nabloeding. Dan is het belangrijk dat er iemand bij u is en dat iemand het ziekenhuis kan bellen.
  • Roken zorgt ervoor dat de wond slechter geneest. 
    Probeer niet te roken of zoek hulp om te stoppen met roken.
  • Autorijden mag weer na overleg met uw arts tijdens het polibezoek. 
    Meestal mag u de eerste 4 tot 8 weken na de operatie niet rijden omdat u dan niet bent verzekerd bij een ongeluk.
  • Begin zo snel mogelijk met het oefenen van de schouder met een fysiotherapeut.
    Hierdoor voorkomt u  trombose en stijfheid van de schouder.
  • U mag per dag maximaal 4 x 1000 mg paracetamol gebruiken tegen de pijn, verdeeld over de dag.
    Helpt dat niet genoeg? Dan mag u ook maximaal 3 x 50 mg Diclofenac per dag. 
    Zo nodig mag u daarnaast ook nog 50 mg Tramadol per dag.
  • Overleg tijdens de eerste controle op de polikliniek met uw arts wanneer u weer mag sporten en werken.

Controle

De eerste controle gebeurt 10 tot 14 dagen na de operatie via een consult per telefoon. 
Na 6 weken komt u op controle op de polikliniek.  
Als het herstel niet goed gaat, kan een tweede controle op de polikliniek nodig zijn. 

Na genezing zijn de huidwondjes vaak dik. Dit komt doordat het onderliggende kapsel geopend is en iets meer tijd nodig heeft om te genezen. Dit duurt meestal 3 tot 4 weken.

Contact

Heeft u nog vragen? Bel dan met de polikliniek Orthopedie.

Polikliniek Orthopedie 
043-387 69 00, bereikbaar tijdens kantooruren

Spoedeisende Hulp (SEH)
043-387 67 00, in de avond, nacht en weekend

 

Websites

Laatst bijgewerkt op 19 februari 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1266