Mumc+ foto online folders

Folder

Epilepsie: Chirurgische verwijdering van een hersengebied

U wordt opgenomen in het ziekenhuis voor een operatie. U heeft hiervoor al verschillende afspraken en onderzoeken gehad. De operatie is bedoeld om epileptische aanvallen te voorkomen. Of om deze minder ernstig te maken. 

In deze folder leest u meer over de operatie. En wat u voor, tijdens en na de operatie mag verwachten. 

Laat deze folder gerust ook aan familie lezen. Dan weten ook zij wat er gaat gebeuren. 

.

Polibezoek voor de operatie

Voor de operatie heeft u een afspraak op de polikliniek. Bij deze afspraak zijn de neurochirurg en de verpleegkundig specialist aanwezig. Bij kinderen is ook de kinderneuroloog erbij. Zij besluiten samen met u welk type operatie u krijgt. Zij bespreken ook het doel, de risico's en de gang van zaken na de operatie met u

Er werken drie epilepsiechirurgen in het ziekenhuis. Dit betekent dat de neurochirurg die de operatie doet, misschien een andere is dan de neurochirurg die u heeft gesproken.

Op de polikliniek krijgt u verschillende onderzoeken. We maken bijvoorbeeld een MRI-scan van het hoofd. Soms doen we ook een oogonderzoek. Gebruikt u natriumvalproaat of valproinezuur? Dan onderzoeken we ook de stolling van uw bloed.

Is de operatie bedoeld voor uw kind? Dan plannen we ook een afspraak bij de kinderpsycholoog en het pedagogisch team. Dat doen we om u en uw kind goed voor te bereiden op de operatie. Deze afspraak is meestal op dezelfde dag te plannen. Soms lukt dat niet. Dan krijgt u nog een tweede afspraak.

Ook kinderen krijgen een MRI-scan. We besluiten samen of hiervoor verdoving of narcose nodig is. Dit geldt ook voor het stollingsonderzoek. Is verdoving of een narcose nodig? Dan plannen we de MRI-scan op een andere dag. Uw kind wordt hiervoor een aparte dag opgenomen in ziekenhuis.

Let op. Het is belangrijk dat u al uw vragen over de operatie tijdens uw bezoek aan de polikliniek stelt. Heeft u na dit bezoek nog vragen? Dan kunt u nog een telefonische afspraak inplannen. Dit kan via de polikliniek Neurologie/Neurochirurgie.

De opname

U wordt een dag voor de operatie opgenomen in het ziekenhuis. U ligt op verpleegafdeling Neurologie/Neurochirurgie. Kinderen worden opgenomen op de kinderafdeling (B2). U mag dag en nacht bij uw kind blijven. Vaak komen de neurochirurg die de operatie doet en de verpleegkundig specialist de dag voor de operatie nog langs. Dit lukt niet altijd. Daarom is het belangrijk dat u vragen over de operatie al op de polikliniek stelt.

Voorbereiding:

  • Was de avond voor de operatie uw haren met een speciale shampoo (Betadine shampoo). Deze krijgt u van de verpleging.
  • Soms prikken we bloed.
  • U moet vanaf 24.00 uur ’s avonds nuchter blijven. Dit betekent dat u niets meer mag eten en drinken. Wel moet u op de ochtend van de operatie uw medicijnen tegen epilepsie met een slokje water innemen. Het is belangrijk dat u deze meeneemt naar het ziekenhuis.

De operatie

U heeft verschillende onderzoeken gehad. De resultaten laten zien dat een specifiek gebied in uw hersenen de epilepsie veroorzaakt. Wij kunnen dit gebied verwijderen. Een voorwaarde is wel dat in dit gebied geen belangrijke functies aanwezig zijn. Denk hierbij aan taal, begrijpen, bewegen of zien. Soms moeten we deze belangrijke functies tijdens de operatie bewaken. We voeren dan controles uit. Dit doen we als u onder volledige narcose bent. Zo zorgen we dat er geen schade ontstaat aan deze belangrijke hersengebieden.

 

Hersenen met functies

Hersenen met functies

Wakkere operatie (Penfield)

Soms kunnen we belangrijke functies alleen controleren als u wakker bent. We noemen dit een wakkere operatie. Deze operatie wordt ook wel Penfield genoemd.

Bij een wakkere operatie halen we zoveel mogelijk weefsel weg. Hiermee maken we de kans op aanvallen kleiner. Ook bij deze operatie zorgen we ervoor dat er geen schade ontstaat aan belangrijke functies.

Tijdens de operatie krijgen verschillende delen van de buitenkant van de hersenen elektrische prikkels. Tegelijk voert de neuropsycholoog testen met u uit. Zo zien we waar de functies zich in de hersenen bevinden. Het is mogelijk dat u de elektrische prikkels voelt. U voelt dan bijvoorbeeld tintelingen in een arm of een been. Deze verdwijnen meteen als de prikkels stoppen.

U blijft wakker zolang er testen worden uitgevoerd. Als het testen klaar is, en we nog hersenweefsel moeten verwijderen, krijgt u een narcose.

Na de operatie

Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. U komt hier weer bij van de narcose. Als u goed wakker bent brengen wij u naar de Medium Care afdeling. De arts op de afdeling bepaalt wanneer dit kan. Soms blijft u een nacht op de uitslaapkamer. Daarna gaat u naar de verpleegafdeling Neurologie/Neurochirurgie (C5/D5). U blijft hier ongeveer een week.

Kinderen gaan eerst naar de kinder-intensive care (PICU). Als ze goed herstellen gaan ze na een paar dagen naar de kinderafdeling.

In de dagen ná de operatie komen de neurochirurg, verpleegkundig specialist en bij kinderen de kinderneuroloog vaker langs. 
U mag langzaam en in stapjes weer dingen doen. Dit betekent dat u eerst op de bedrand gaat zitten. Hierna komt u uit bed. En daarna gaat u oefenen met lopen. U krijgt hierbij begeleiding.

Heeft u na de operatie hulp nodig? Dan regelen wij dit voor u. Denk bijvoorbeeld aan een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, (kinder)psycholoog of maatschappelijk werker.

Als het goed gaat en de wond op uw hoofd goed geneest, mag u naar huis. U heeft hierbij wel begeleiding nodig van familie, vrienden of kennissen.

Sommige patiënten gaan naar het opnamecentrum van Kempenhaeghe om verder te herstellen. Dit is dan voor de operatie met de arts afgesproken.

Als u meer tijd nodig heeft om te herstellen, dan bespreken we dit met u. Dan gaat u bijvoorbeeld ook naar Kempenhaeghe. Of naar een revalidatiecentrum. Dit hangt af van uw klachten.

Medicatie na de operatie

Het is belangrijk dat u na de operatie uw medicijnen tegen epilepsie blijft gebruiken zoals u dat gewend bent. De medicijnen houden de hersencellen in het gebied rondom de operatie onder controle. Dat is belangrijk om te voorkomen dat er nieuwe aanvallen ontstaan. De arts bespreekt met u wanneer u uw medicijnen gaat afbouwen. Hij legt ook uit hoe u dit moet doen.

Toestemmingsformulier Wetenschappelijk onderzoek

Tijdens de operatie halen we hersenweefsel weg. De patholoog onderzoekt een deel van dit weefsel. Bij sommige mensen kan een ander deel van het weefsel voor  wetenschappelijk onderzoek worden gebruikt. Mocht dat voor u gelden, dan vragen we hiervoor uw schriftelijke toestemming. We vragen ook uw toestemming om vanwege wetenschappelijk onderzoek:

  • langere tijd na de operatie in uw patiëntendossier te kijken.
  • uw gegevens anoniem op te slaan. 
  • deel te nemen aan mogelijke andere onderzoeken

U heeft een aparte folder ontvangen over deelname aan wetenschappelijk onderzoek. Wilt u hieraan meewerken? Dan krijgt u van ons een toestemmingsformulier. U kunt dit zelf invullen. De verpleegkundig specialist of de neurochirurg bespreken dit met u op de polikliniek.

Mogelijke complicaties

Tijdens of na een hersenoperatie kunnen complicaties optreden. Complicaties die kunnen ontstaan tijdens of na uw hersenoperatie zijn: 

Trombose De kans op trombose is klein. Trombose is een (losgeraakt) stolsel in een bloedvat en wordt ook wel embolie genoemd. Dit stolsel sluit het bloedvat helemaal of voor een deel af. Meestal treedt trombose op in een ader van een been. Het stolsel kan ook op andere plekken terecht komen. Bijvoorbeeld in de longen, het hart of de hersenen. Dit kan schade veroorzaken. U krijgt daarom tijdens de opname 1 keer per dag een spuitje. Dit bevat een middel dat uw bloed dunner maakt. Hiermee maken we het risico op trombose kleiner. Het spuitje is niet meer nodig als u genoeg uit bed komt.

Ontsteking De kans op een ontsteking van de wond is klein. Deze is niet hoger dan 1 tot 2 procent. Dit geldt ook voor de kans op hersenvliesontsteking. Tijdens de operatie krijgt u een infuus en een slangetje in de blaas (katheter). Dit kan ook voor een ontsteking zorgen. 

Bloeding in het hoofd Tijdens of vlak na de operatie kan er een bloeding ontstaan in het hoofd. Dit komt maar zelden voor. De kans op een bloeding is groter als u problemen heeft met het stollen van uw bloed. Dit is het geval als u snel blauwe plekken of een bloedneus krijgt. Of als u bijvoorbeeld lange nabloedingen heeft bij de tandarts. Het stollen van het bloed gaat soms ook moeilijker door gebruik van medicijnen. Zoals natriumvalproaat. Heeft u last van deze klachten? Of gebruikt u natriumvalproaat? Vertel dit dan aan de neuroloog, verpleegkundig specialist of neurochirurg. Zij nemen dan maatregelen om ervoor te zorgen dat dit minder snel gebeurt.

Het is belangrijk dat u voor de operatie geen bloedverdunners meer gebruikt. In deze folder staat een lijst van bloedverdunners. De arts bespreekt met u wanneer u met de bloedverdunners moet stoppen.

Gevolgen van een bloeding in het hoofd verschillen van persoon tot persoon. De gevolgen hangen af van de plaats van de bloeding en de grootte van de bloeding. Er kan sprake zijn van hoofdpijn, uitvalsverschijnselen (minder of niet kunnen bewegen van arm of been, niet goed kunnen spreken) of van een verlaagd bewustzijn (coma). Een bloeding kan tot blijvende hersenschade leiden. Denk hierbij aan een verlamming aan één kant van het lichaam. Of aan moeilijker praten. Na de operatie wordt u goed in de gaten gehouden door verpleegkundigen die bepaalde testjes bij u doen. Eventueel kan een CT-scan gemaakt worden waarop een bloeding vastgesteld kan worden. Als er een bloeding wordt vastgesteld kan een tweede operatie nodig zijn om de bloeding te verwijderen. 

Hersenzwelling Een operatie kan voor een zwelling van het hersenweefsel zorgen. Dit kan klachten geven. Denk aan hoofdpijn. Maar u kunt bijvoorbeeld ook minder kracht hebben in een arm of been. Meestal treden deze klachten tijdelijk op. Tijdens en na de operatie krijgt u daarom het medicijn dexamethason. Het zorgt ervoor dat de kans op een zwelling kleiner wordt. U krijgt dit medicijn een paar dagen. Wij houden uw bloed(suiker) in deze periode extra in de gaten. En u krijgt een medicijn om uw maag te beschermen tegen de bijwerking van dexamethason. U kunt hier anders een soort maagzweer van krijgen. 

Wondlekkage Heel soms gaat een wond lekken als u thuis bent. Gebeurt dit bij u? Neem dan altijd contact op met de afdeling Neurochirurgie.

Epileptische aanval U kunt tijdens of na een wakkere operatie één of meer epileptische aanvallen krijgen. U kunt hiervan schrikken. Meestal hebben deze aanvallen geen gevolgen voor uw verdere herstel. De aanvallen kunnen ontstaan doordat de hersenen door de operatie zijn geprikkeld.

U kunt ook aanvallen krijgen doordat de hoeveelheid medicijnen in uw bloed rondom de operatie wisselt. Als de aanvallen na de operatie blijven, dan passen we het gebruik van uw medicijnen aan.

Hoofdpijn U kunt na de operatie hoofdpijn hebben. U krijgt hiervoor sterke medicijnen. Soms zorgen deze voor bijwerkingen. U kunt bijvoorbeeld dingen zien die er niet zijn. We noemen dit hallucinaties. Dit gaat over als we de medicijnen stoppen. Hoofdpijn verdwijnt meestal vanzelf in de dagen of weken na de operatie.

Psychische of psychiatrische klachten U kunt in de dagen of weken na de operatie last hebben van wisselingen in uw stemming. U kunt zich somber voelen. Maar bijvoorbeeld ook angstige gevoelens krijgen. Heeft u dit soort klachten in het verleden ook al gehad? Dan is de kans groter dat u hier na de operatie last van krijgt. Bespreek dit daarom met de arts in het ziekenhuis of in Kempenhaeghe.

U kunt na de operatie ook klachten krijgen van uw geheugen of concentratie. De hersenen hebben na de operatie de tijd nodig om te herstellen. Het is daarom belangrijk om goed naar uw lichaam te luisteren. En op tijd te rusten. U kunt dan steeds beter uw aandacht erbij houden.

Weer thuis

Thuis is het belangrijk om activiteiten af te wisselen met rust. Het is belangrijk hierin een goede balans te vinden.
Na de operatie merkt u dat het moeilijker is om met prikkels om te gaan. Denk hierbij aan gesprekken en geluiden. Hierdoor bent u misschien sneller moe. Of krijgt u last van hoofdpijn. Neem daarom op tijd uw rust. Het is het beste om een paar keer per dag te rusten. Dit is beter dan één keer per dag uren achter elkaar.

Tijdens de operatie is een luikje gemaakt in uw schedel. Dit luikje heeft 6 tot 12 maanden nodig om goed te genezen. Daarom mag u na de operatie ook pas na 6 tot 12 maanden sporten. Het gaat dan vooral om sporten waarbij uw hoofd door iets of iemand geraakt kan worden. Denk aan tennis, voetbal of boksen.

De huisarts of doktersassistente verwijdert na 10 dagen de hechtingen of nietjes in uw hoofd. Na die 10 dagen mag u uw haren wassen. U mag pas weer zwemmen als alle wondjes op het hoofd dicht zijn. En de korstjes van de wond zijn gevallen.

Let op. Het is belangrijk om niet aan de wond te krabben. Ook niet als deze jeukt. Door krabben kan de wond gaan ontsteken. Heeft u hele erge jeuk? Wrijf dan heel voorzichtig met uw hand.

Misschien voelt de huid van uw hoofd na de operatie anders. U heeft misschien een doof gevoel. Dit gaat vaak vanzelf over. De plek waar het litteken zelf zit, blijft wel doof aanvoelen. Het litteken hoeft niet afgedekt te worden. We hebben zelfs liever niet dat u het afdekt. Het geneest namelijk het beste aan de lucht. 
Maar misschien vindt u het prettig om buiten een losse muts te dragen.

Heeft u thuis nog vragen? Bel dan de afdeling Neurochirurgie.

Bel de afdeling ook als u één van de volgende klachten krijgt:

  • Problemen met het genezen van de wond.
  • Pijn die erger wordt.
  • Een zwelling (verdikking) op de plaats van de wondjes. Of als er vocht uit de wondjes lekt.
  • Koorts boven de 38°C.
  • Krijgt u meer aanvallen? Of zijn deze anders? Bel dan de neuroloog.

Neurochirurgie

  • Telefoon onder kantoortijden: 043 - 387 4041
    Vraag naar de verpleegkundig specialist of neurochirurg
  • Telefoon buiten kantoortijden: 043 - 387 67 00
    Vraag naar de dienstdoende arts-assistent

Controle

Na de operatie krijgt u 2 telefonische afspraken met de verpleegkundig specialist:

  • Na 1 week
  • Na 6 weken

Drie maanden na de operatie krijgt u een MRI-scan. Daarna heeft u op de polikliniek een afspraak met de neurochirurg. Hij bespreekt de uitslag van de MRI-scan en van het weefselonderzoek met u.

Een jaar na de operatie krijgt u een neuropsychologisch onderzoek. Vaak krijgt u dan ook een EEG-scan. Dit gebeurt in Kempenhaeghe. 

U blijft 10 jaar onder controle in het ziekenhuis. Meestal heeft u rond de datum van uw operatie een korte telefonische afspraak. Deze is met de neurochirurg of de verpleegkundig specialist. Hoe lang het nodig is onder controle te blijven in Kempenhaeghe hangt af van uw persoonlijke situatie.

Bloedverdunnende medicijnen (meest voorgeschreven):

Het is belangrijk dat u voor de operatie met alle bloedverdunners stopt. Hieronder staat een lijst met  bloedverdunners en met pijnstillers, die daarnaast het bloed verdunnen. Deze lijst kan u helpen om te controleren of u bloedverdunners gebruikt. 

  • Ascal (carbasalaat calcium)
  • Aspirine (acetylsalicylzuur)
  • Persantin (dipyridamol)
  • Plavix (cLopidogrel)
  • Sintrom (acenocoumarol): na stop moet de INR voor operatie minder dan 1.2 zijn
  • Marcoumar (fenprocoumonna): na stop moet de INR voor operatie minder dan 1.2 zijn 
  • Xarelto (rivaroxaban)
  • Pradaxa (dabigatran)
  • Efient (prasugrel)
  • NSAID’s (zoals bv. Ibuprofen, Brufen, Diclofenac)

Deze lijst is niet compleet. Vraag voor de zekerheid aan uw huisarts of u bloedverdunners gebruikt. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact met ons op. 

Neurochirurgie
Telefoon: 043 - 387 4041
Emailadres: epilepsiechirurgie@mumc.nl

 

Epilepsiechirurgie Kempenhaeghe
Telefoon: 040 - 227 94 60

 

Polikliniek Epileptologie Kempenhaeghe
Telefoon: 040 - 227 90 22

Kempenhaeghe

Kempenhaeghe
Laatst bijgewerkt op 2 augustus 2023. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1280