mumc+

Patiëntinformatie

Hoe werkt uw beademingstoestel (A40)?

Inclusief onderhoud en zuurstof van het beademingstoestel

Het beademingstoestel (afbeelding 1) bestaat uit twee gedeeltes: het linkerdeel is het beademingsgedeelte, het rechterdeel is het bevochtigingsgedeelte.

Op het linkerdeel bevinden zich het display en de bedieningsknoppen. Op het rechterdeel bevindt zich het koppelstuk voor de slang die naar het mond-neusmasker leidt. In het rechtergedeelte bevindt zich ook het waterbakje dat zorgt voor de bevochtiging van de in te ademen lucht.

Vanuit het linkerdeel wordt de lucht naar het rechter bevochtigingsgedeelte en van daaruit via de slang naar het mond-neusmasker geblazen.

 

toestel
Afbeelding 1. Beademingstoestel

 

display
Afbeelding 2. Display en bedieningsknoppen

 

De bediening

  1. Als dat mogelijk isadviseren wij u het beademingstoestel lager dan het matras te plaatsen. Op die manier vloeit het condensvocht in de slang terug naar het toestel en niet naar uw beademingsmasker.
  2. Steek de stekker van het beademingstoestel in het stopcontact.
  3. Open het klepje van het rechtergedeelte van het toestel door lichtjes het lipje in te drukken en haal het waterbakje eruit. Om kalkaanslag te voorkomen, vult u het waterbakje uitsluitend met afgekookt afgekoeld water of gedestilleerd water. Het water moet elke dag ververst worden. Let op: vul het waterbakje niet hoger dan de met ‘Max’ gemarkeerde rand.

    waterbakje
    Afbeelding 3: openen van waterbakje

     

  4. Duw het gevulde waterbakje terug in het apparaat en sluit het klepje.
  5. Sluit de slang aan op het koppelstuk dat zich op het rechtergedeelte van het toestel bevindt.
  6. Druk op de aan-uitknop om het toestel aan te zetten(afbeelding 2, E). Het toestel doet nu eerst een korte zelftest.
  7. Na de zelftest verschijnen de tijd en de datum in het display. Linksonder en rechtsonder in het display verschijnen twee blauwe balkjes: in het blauwe balkje linksonder staat: ‘Voorverwarmen’ in het blauwe balkje rechtsonder staat: ‘Behandeling’.
  8. Als u het bevochtigingswater wil voorverwarmen, drukt u op de knop onder het blauwe balkje met Voorverwarmen (afbeelding 2, B). Het voorverwarmen duurt ongeveer 30 minuten.
  9. Zet nu het mond-neusmasker op, maar sluit de slang nog niet op het masker aan.
  10. Start het beademingsapparaat door op de knop onder het blauwe balkje met Behandeling te drukken (afbeelding 2, D).
  11. Koppel nu pas de slang aan het mond-neusmasker. Het beademingstoestel werkt nu. U kunt met de beademing in werking gaan rusten of slapen. (In het display verschijnen diverse meetwaarden: ingestelde druk, volume per ademhalings-teug, hoeveelheid luchtlekkage, volume per minuut en ademhalingsfrequentie. Onder normale omstandigheden hoeft u aan deze meetwaarden geen aandacht te besteden.)

     

Aanpassen van de luchtbevochtiging

Aanpassen van de luchtbevochtiging gaat het best tijdens de beademing. U drukt op de knop onder het blauwe balkje linksonder met ‘Luchtbev.’ (afbeelding 2, B). Op die manier kunt u meer of minder luchtbevochtiging instellen.

Als u tussentijds wil afkoppelen

Als u tussentijds wil afkoppelen, bijvoorbeeld als u naar het toilet moet, hoeft u het beademingstoestel niet volledig uit te schakelen, maar handelt u als volgt:

  1. Ontkoppel de slang bij het masker.
  2. Druk op de aan-uitknop (afbeelding 2, E)
  3. In het display verschijnt: ‘Stand-by. Uitschakelen’. Druk nu op de knop onder het blauwe balkje rechtsonder met ‘OK’ (afbeelding 2, D).
    display
    Afbeelding 4. Afkoppelen en/of uitschakelen

     

  4. U kunt nu naar het toilet.
  5. Als u weer wil aankoppelen: druk op de knop onder blauwe balkje rechtsonder waar nu Behandeling staat (afbeelding 2, D).
  6. Sluit nu de slang weer aan op het masker.
  7. U kunt nu weer gaan slapen of rusten.

     

Het beademingstoestel uitschakelen

  1. Ontkoppel de slang bij het masker.
  2. Druk op de aan-uitknop (afbeelding 2, E).
  3. In het display verschijnt: ‘Stand-by Uitschakelen’.
  4. Druk nu op de knop onder het blauwe balkje rechtsonder met ‘OK’ (afbeelding 2, D).
  5. Het toestel schakelt zichzelf vervolgens na ongeveer twintig minuten volledig uit.

Als het alarmsignaal afgaat

Als het alarmsignaal afgaat, staat in het display (in rood) wat er aan de hand is. Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • de beademingsslang is losgeraakt van het masker of van het koppelingsstuk op het beademingstoestel
  • het mond-neusmasker sluit niet goed aan waardoor teveel lucht weglekt.

Handel dan als volgt: druk op de alarmknop (afbeelding 2, F) – het alarmsignaal wordt 60 seconden onderdrukt.

  • verhelp het probleem: bijvoorbeeld koppel de slang terug aan het masker of herpositioneer het mond-neusmasker zodat er geen lucht meer weglekt.
  • als de oorzaak van het alarm is gecorrigeerd, verschijnt in het blauwe balkje linksonder in het display het woord ‘Resetten’. Druk op de knop onder dit blauwe balkje (afbeelding 2, B). Het toestel werkt nu weer normaal en de alarmdetectie wordt opnieuw gestart.

Maskerbeademing

Bij beademing via een mond-neusmasker kunnen bijverschijnselen optreden waar u alert op moet zijn. 

Pijn op de rug van de neus, daar waar het masker de neusrug raakt. Belangrijk is dat u het masker niet te strak aantrekt. Raakt de rug van uw neus geïrriteerd, neem dan contact op met het CTbM. Wij kunnen u advies geven en eventueel hulpmiddelen ter beschikking stellen (een gelpad, bijvoorbeeld).

Ontsteking van het oogvlies (conjunctivitis). Dit kan ontstaan als het masker niet goed aansluit op uw gezicht, waardoor er continu lucht naar uw ogen geblazen wordt. Zorg dus altijd dat het masker goed aansluit op neus, dan is de kans klein dat u hier last van krijgt. Is dat toch het geval en u krijgt rode, pijnlijke ogen, neem dan contact op met uw huisarts.

Droge mond of tong. Tijdens de beademing kunt u last krijgen van een droge mond of tong. Dit is een vaak voorkomend probleem. Als u daar last van heeft, kunt u de luchtbevochtiging aanpassen. Helpt dit onvoldoende, neem dan contact op met het CTbM. Wij kunnen u adviseren en aangeven welke alternatieven mogelijk zijn.

Rode huid. Op de plaatsen waar het mond-neusmasker in aanraking komt met de huid, kan de huid een lichte reactie vertonen in de vorm van roodheid. Dit is een normaal verschijnsel en trekt in de regel weg. Als de klachten verergeren (jeuk, blaasjes, eczeem), moet u contact op te nemen met de huisarts. Mogelijk dat u allergisch reageert op het masker.

Onderhoud van het beademingstoestel

Dagelijks onderhoud 

  • Maak de luchtslang los en hang haar tot het volgende gebruik op aan een haak of iets dergelijks, zodanig dat beide einden omlaag hangen. Zo kan de slang uitlekken en drogen en wordt het risico op ziektekiemen zoveel mogelijk beperkt.
  • Maak de onderdelen van het waterbakje – het deksel, de plaat en het bakje – schoon in een warm sopje met een mild afwasmiddel. Spoel na met lauw water en droog alle onderdelen goed af.

Wekelijks onderhoud

  • Aan de achterkant van het beademingstoestel zit een grijze schuimfilter. Controleer deze filter wekelijks. De filter kan uit het toestel verwijderd worden door in het midden van de filter te knijpen en hem uit het toestel te trekken. Als u de filter uitwast, mag u hem pas terugplaatsen als hij volledig droog is.

 

Onderhoud van het masker

Wij adviseren u het masker regelmatig schoon te maken. Als het verontreinigd is, wast u het af in een warmsopje met een mild afwasmiddel. Spoel het masker daarna af met kraanwater. Droog het met een droogdoek en laat het verder drogen aan de lucht.

Maandelijks onderhoud

  • Veeg maandelijks de buitenkant van het toestel met een vochtige doek en een mild afwasmiddel schoon.

Halfjaarlijks onderhoud

luchtfilter
Afbeelding 5 Luchtfilter
  • Vervang om de zes maanden de luchtfilter, afbeelding 5 (of vaker indien nodig).
  • Vervang om de zes maanden de beademingsslang (of vaker indien nodig).
  • Vervang bij het masker eenmaal per half jaar de zachte siliconenring en de hoofdband. Het harde gedeelte hoeft alleen vervangen te worden als het stuk is.

Bij ontslag uit het ziekenhuis heeft u het gebruikte masker en slangenset meegekregen. U bent zelf verantwoordelijk voor het bestellen van reservematerialen. Zorg er dus altijd voor dat u een reservemasker en een reserveslang heeft.

Storingen

Bij eventuele storingen aan het toestel kunt u de firma Vivisol bellen: 013 -523 10 23. Zij zijn 365 dagen per jaar dag en nacht bereikbaar. Ze zijn verplicht een technische storing binnen 4 uur te verhelpen.

Technisch onderhoud

Eenmaal per twee jaar vindt een technische controle van het beademingstoestel plaats door de firma Vivisol. De firma maakt daarvoor een afspraak met u.

Zuurstof

Als u als onderdeel van de therapie zuurstof gebruikt, kan de zuurstof aan de beademing toegevoegd worden met behulp van een speciaal koppelstuk.

Let op!

  • Bij het aanzetten: zet eerst het beademingstoestel aan, daarna pas de zuurstof.
  • Bij het uitzetten: zet eerst de zuurstof uit, daarna pas het beademingstoestel.

Op die manier voorkomt u dat zich zuurstof ophoopt in het beademingstoestel. Zuurstof opgehoopt in het beademingsapparaat vormt een brandgevaar. Om die reden mag ook nooit gerookt worden in de buurt van zuurstof.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact met ons op.

T: +31(0)43-387 63 84
F: + 31-(0)43-387 63 44
E: ctbm@mumc.nl

 

 

Laatst bijgewerkt op 15 mei 2021