Folder

Percutane galwegdrainage (PTCD)

Onderzoek en behandeling op de afdeling Beeldvorming

U krijgt binnenkort een PTCD. 
PTCD is de afkorting van Percutane Transhepatische Cholangiografie Drainage: 

  • Percutaan betekent ‘door de huid’
  • Transhepatisch betekent ‘door de lever’
  • Cholangiografie betekent ‘afbeelding van de galwegen’
  • Drainage betekent ‘het plaatsen van een slangetje/drain’

We plaatsen een dun slangetje via de huid in de galwegen. Zo kan de gal weer goed wegstromen. 
In deze folder leest u wat dit onderzoek inhoudt. Heeft u vragen? Stel ze aan uw arts of aan de medewerkers van de afdeling Beeldvorming.

Wat is een percutane galwegdrainage

In uw lever zitten kleine buisjes. Deze buisjes vervoeren gal naar de galblaas. Vanuit de galblaas gaat de gal naar de twaalfvingerige darm. Gal helpt bij het verteren van voedsel.

Soms raken de galwegen dichtgedrukt of verstopt. Dit kan komen door een ontsteking of door een zwelling in de buurt. De gal kan dan niet meer goed weg. Hierdoor kan gal zich ophopen. U kunt dan klachten krijgen zoals:

  • geelzucht (gele huid en ogen)
  • jeuk
  • een slechter werkende lever

Om dit op te lossen kan een arts een drain (slangetje) in de galwegen plaatsen. De gal kan dan weer wegstromen. Als de verstopping later weg is, kan de drain meestal weer verwijderd worden.

Voorbereiding

U kreeg al een bloedonderzoek en een echo of CT‑scan. Hierop is vaak te zien dat de galwegen wijder zijn dan normaal. Dat past bij klachten zoals geelzucht en jeuk.

Afspraak op de poli Anesthesie
Het plaatsen van de drain kan pijnlijk zijn. Daarom krijgt u tijdens de behandeling een roesje. U slaapt dan licht. Dit wordt gedaan door de afdeling Anesthesie. Voor de behandeling gaat u eerst naar de polikliniek Anesthesie. Daar wordt gekeken of u het roesje veilig kunt krijgen. Daarna wordt de behandeling ingepland.

Een afspraak op de poli met uw arts
Tijdens een gesprek op de poli vertelt uw arts waarom deze behandeling voor u het beste is en hoe deze behandeling gaat.

Een korte opname
De dag voor de drainage komt u naar het ziekenhuis en u slaapt een nacht op de verpleegafdeling.

Nuchter blijven
Omdat u een roesje krijgt moet u vanaf 00:00 in de nacht voor de drainage nuchter blijven. U mag dus vanaf 00:00 uur niet meer eten of drinken.

Kort voor het begin van de behandeling
De arts die de drain plaatst, spreekt met u kort voordat hij begint. U kunt dan ook nog vragen stellen. De arts die de drain plaatst is een interventie-radioloog. 

Wat u altijd moet melden

  • Bent u zwanger of kunt u zwanger zijn? Vertel dit uw arts vóór het onderzoek.
  • Heeft u een allergie? Vertel dit vóór het onderzoek aan de laborant.
  • Gebruikt u bloedverdunners? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts. 
    Soms moet u tijdelijk stoppen.
  • Bent u allergisch voor contrastmiddel met jodium? Vertel dit vóór het onderzoek aan uw arts.
  • Bent u overgevoelig voor ontsmettende jodium op de huid? Meld dit ook, maar dit betekent niet automatisch dat u allergisch bent voor contrastmiddel.

Medicijnen

U kunt uw medicijnen meestal op de normale manier en op de normale tijd innemen. Als dat voor u anders is, vertelt uw arts dat van tevoren.

Neem een recente medicijnlijst mee naar het ziekenhuis. Deze lijst mag niet ouder zijn dan 14 dagen. Weet u niet precies welke medicijnen u gebruikt? Vraag dan een actuele lijst bij uw apotheek.

De behandeling

Wanneer u op de behandelkamer komt, geeft een medewerker van de anesthesie u het roesje. 
Zodra u slaapt, ontsmetten we uw bovenbuik met een roze vloeistof. Daarna begint de radioloog met de behandeling.

Als eerste geeft de radioloog u een lokale verdoving. 
Daarna prikt hij via de huid een naald in de galwegen. 
Via de naald legt hij een draadje in de galwegen en daarna kan hij de drain plaatsen.

De drain kan op 2 manieren werken:

  • Inwendig: de gal loopt weer naar de darm (met een dopje op de drain).
  • Uitwendig: de gal loopt naar een zakje buiten het lichaam.

De drain wordt vastgezet met een pleister en een hechting. De behandeling duurt meestal 1 tot 2 uur.

PTCD
PTCD

Na de behandeling

Na de behandeling wordt u wakker op de behandelkamer. Daarna gaat u nog even naar de recovery (uitslaapkamer). 
Als u goed wakker bent, gaat u weer terug naar de verpleegafdeling.

Mogelijke complicaties

Complicaties komen weinig voor. Als ze optreden, kunnen ze meestal goed behandeld worden. Mogelijke complicaties zijn:

  • Overgevoelig zijn voor het contrast. 
    U kunt direct na het onderzoek, maar ook later (na enkele uren of dagen), last krijgen van roodheid of jeuk. Neem dan contact op met uw huisarts. Meld het ook aan de afdeling Beeldvorming, zodat zij het kunnen noteren voor een volgend onderzoek.
    De kans op overgevoeligheid is bij deze behandeling erg klein omdat we het contrast bij de meeste mensen niet in de bloedvaten toedienen.
     
  • Een bloeding in de lever. 
    De lever heeft veel bloedvaten. 
    Soms ontstaat er een bloeding door het prikken. Dit is zeldzaam en meestal goed te behandelen.
     
  • De drain verstopt. 
    Dit gebeurt vaak pas een tijd na het plaatsen van de drain, maar kan ook sneller gebeuren. Als dit gebeurt kunnen de klachten zoals jeuk en geelzucht terugkomen. Ook koorts of lekkage van gal langs de drain kan hierop wijzen. 
    Bel dan met uw arts. Ook kunt u een zak aansluiten op de drain zodat de gal uit de lever weg kan. Dit vermindert meestal de klachten
    Als de drain verstopt lijkt, moet de radioloog de drain eerst nakijken voordat het dopje weer op de drain kan. 
     
  • De drain verschuift naar een verkeerde plek. 
    Als dit gebeurt, bel dan zo snel mogelijk met uw arts. 
    De radioloog moet de drain dan zo snel mogelijk controleren.

Nazorg en controles

De controles gebeuren bij uw arts, meestal op de polikliniek. Soms wordt er een foto gemaakt om te zien of de drain nog goed zit. Als de drain niet goed werkt, kan deze worden vervangen. Dit gebeurt op dezelfde afdeling als de behandeling.

Weer thuis

Verzorg de drain goed als u weer thuis bent. Dit betekent:

  • Vervang iedere dag de gazen of pleisters op de huid.
  • Spuit de drain iedere dag door met 5-10 ml NaCl 0.9% om te voorkomen dat de drain verstopt. Let hierbij op dat u alleen inspuit en niet opzuigt. 
    Doe dit niet wanneer er een zak aan de drain hangt.

Als u of uw partner de verzorging niet zelf kunnen doen, kan de thuiszorg helpen. Uw arts kan dit voor u regelen.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over de behandeling? 
Bel dan met uw arts of met de afdeling Beeldvorming. 
 

Afdeling Beeldvorming 
Telefoonnummer: 043 - 387 7500 
Op werkdagen van 8:30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16:30 uur

 

Website

Laatst bijgewerkt op 1 juli 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1374