Maastricht UMC+

Folder

EFO en ablatie: Onderzoek en behandeling bij hartritmestoornissen

Elektrofysiologisch Onderzoek (EFO) en ablatie: onderzoek en behandeling

Samen met uw arts is besloten dat u een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) nodig heeft. Dit onderzoek is om te kijken of uw hart een ritmestoornis heeft. Bij een hartritmestoornis klopt het hart niet zoals het moet. Misschien krijgt u ook een ablatie. In deze folder krijgt u meer informatie over het elektrofysiologisch onderzoek en de ablatie.

Wat is een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) en een ablatie?

Tijdens elke hartslag gaan er elektrische prikkels door het hart. Die zorgen ervoor dat het hart goed klopt. Bij een elektrofysiologisch onderzoek kijkt de cardioloog hoe de elektrische prikkels door uw hart gaan. Een cardioloog is een hartdokter. Ook kijkt de cardioloog naar de prikkelbaarheid van uw hart. Het onderzoek kan 1 uur duren, maar soms duurt het langer.

Om te kijken of u een hartritmestoornis heeft, proberen we met het elektrofysiologisch onderzoek een ritmestoornis op te wekken. Dit gebeurt via dunne buisjes. Die buisjes worden via de aders in uw liezen naar het hart toe gebracht. U krijgt hiervoor een verdoving.

Via de dunne buisjes kan de cardioloog katheters in uw hart plaatsen. De katheters worden met kabeltjes verbonden met een computer. Zo kan de cardioloog het hart prikkelen. Door het hart te prikkelen proberen we een ritmestoornis op te wekken.

Wanneer we tijdens het elektrofysiologisch onderzoek een ritmestoornis opwekken, onderzoeken we deze ritmestoornis. Daarna bespreekt de cardioloog met u hoe de ritmestoornis kan worden behandeld zodat deze verdwijnt. 

Meestal behandelen we de ritmestoornis meteen met een ablatie. Bij een ablatie beschadigt de arts expres een klein stukje van uw hart. Dat doet de cardioloog meestal door de plek in het hart te verhitten waar de ritmestoornis zit. Hierdoor ontstaan er littekens in het hart. Die littekens stoppen de elektrische prikkels die voor de ritmestoornis zorgen. We kunnen ook samen met u besluiten om de ablatie later te doen.

rofielfoto's HVC 2018 003.

Voorbereidend gesprek

Voordat u het onderzoek en de behandeling krijgt, gaat u naar de cardioloog op de polikliniek van het Hart+Vaat Centrum. De cardioloog vertelt dan over het onderzoek en de behandeling. Ook vertelt de cardioloog welke risico’s er zijn. De cardioloog vertelt u ook welke medicijnen u moet gebruiken voor de operatie en welke medicijnen u niet mag gebruiken. U krijgt een opnamebrief met meer informatie.

Voor een elektrofysiologisch onderzoek en ablatie moet u meestal in het ziekenhuis blijven. Soms wordt u een paar dagen voor de opname in het ziekenhuis gebeld om te kijken welke voorbereiding nodig is. 

Opname in het ziekenhuis

Meestal moeten patiënten voor een elektrofysiologisch onderzoek en  ablatie 2 dagen in het ziekenhuis blijven. Hoe lang u in het ziekenhuis moet blijven hangt af van hoe gezond u verder bent.  Daarover praat de arts met u op de polikliniek. In uw opnamebrief staat op welke dag en hoe laat u in het ziekenhuis moet zijn. Dit kan de dag vóór de operatie zijn of pas de dag van de operatie. 
Het kan gebeuren dat u langer dan 2 dagen in het ziekenhuis moet blijven. Bijvoorbeeld door het resultaat van het elektrofysiologisch onderzoek of de ablatie, of door een complicatie.

Natuurlijk doen we er alles aan om u zo snel mogelijk te helpen. Maar soms gebeuren er onverwachte dingen waardoor u later aan de beurt bent of waardoor het onderzoek en de ablatie uitgesteld moeten worden. U krijgt dan een nieuwe oproep om naar het ziekenhuis te komen of we helpen u, als dat kan, de dag erna.

Voorbereidingen voor thuis

U houdt zich aan de afspraken die uw cardioloog met u heeft gemaakt over de bloedverdunners of andere medicijnen die u slikt.

Medicatieafspraken:........................................................................................................................................................................................................................................................................................................

Neem de medicijnen die u thuis slikt in de originele verpakking mee naar het ziekenhuis. Op de verpleegafdeling slikt u uw medicatie zoals u dit thuis doet. Let daarbij op de  afspraken die de cardioloog met u gemaakt heeft. Neem genoeg medicijnen mee voor als u langer in het ziekenhuis moet blijven.

Allergie
Bent u overgevoelig of allergisch voor contrastvloeistof, jodium, antibiotica, andere medicijnen, pleisters of andere dingen? Vertel dit dan op de verpleegafdeling aan de arts en de verpleegkundige. Meestal praat de cardioloog op de polikliniek al met u over allergieën. Maar als dat niet zo is, bel ons dan alstublieft, zodat wij daar op tijd rekening mee kunnen houden. .

Eten
U moet helemaal nuchter zijn vanaf 0:00 uur ’s nachts voor het onderzoek. Dat betekent dat u na 12 uur ’s avonds niks meer mag eten en drinken.

Vervoer naar huis
Het vervoer naar huis moet u vooraf zelf regelen. Na het onderzoek mag u de eerste paar dagen niet auto rijden en niet fietsen. Door druk in de liezen kan het wondje in de liezen weer gaan bloeden. 

Voorbereidingen in het ziekenhuis

  • Tijdens het onderzoek en de behandeling krijgt u een operatiejasje aan.
  • U moet uw sieraden afdoen.
  • Uw bril mag u ophouden.
  • Uw gehoorapparaat mag u inhouden.
  • Uw kunstgebit moet u uitdoen.
  • U mag uw sokken aanhouden want het is fris in de onderzoekskamer.
  • U krijgt een infuusnaaldje.

Dan brengen we u op een bed naar de onderzoekskamer van de hartkatheterisatie afdeling.

Het onderzoek/de behandeling

Voor het onderzoek verdooft de cardioloog uw liezen en brengt dunne buisjes in één of meer bloedvaten in de lies in. Dit kan even vervelend voelen maar het doet geen pijn. 
Heeft u toch pijn? Vertel dit dan aan de cardioloog. Dan krijgt u extra verdoving. Via de dunne buisjes kan de cardioloog katheters in uw hart plaatsen. Katheters zijn dunne slangetjes.

U voelt tijdens het onderzoek dat de cardioloog de katheters beweegt via de lies. U kunt hartkloppingen voelen door het plaatsen en bewegen van de katheters in het hart. De katheters worden met kabels verbonden met een computer. De computer verstuurt elektrische prikkels door het hart om een ritmestoornis uit te lokken. De cardioloog vraagt vaak aan u hoe het met u gaat. Vertel het aan de cardioloog als u een ritmestoornis voelt die u al eerder heeft gevoeld.

Nadat de hartritmestoornis is uitgelokt, krijgt u meestal een ablatie om de ritmestoornis te stoppen. Bij een ablatie beschadigt de cardioloog expres een klein stukje van uw hart. Dat doet de cardioloog meestal door de plek in het hart te verhitten waar de ritmestoornis zit. Dit gebeurt met een katheter. Dit kan pijn doen. Als dat nodig is, krijgt u medicijnen tegen de pijn of medicijnen waar u rustig van wordt.

Meestal krijgt u tijdens het onderzoek via een infuus medicijnen. Bijvoorbeeld:

  • medicijnen die ervoor zorgen dat een ritmestoornis beter kan worden opgewekt
  • medicijnen tegen de pijn
  • medicijnen waar u rustig van wordt
  • bloedverdunners

Tijdens het onderzoek en de behandeling ligt u op een smalle tafel waar röntgenbuizen omheen draaien. Soms komen deze buizen dicht bij u in de buurt, maar dat is niet erg. Meestal duren het onderzoek en de behandeling samen 2 tot 4 uur.

Verdoving tijdens uw onderzoek en behandeling

Standaard wordt een EFO en ablatie onder plaatselijke verdoving van de liezen verricht. Als de arts het noodzakelijk acht gezien de aard/duur van de behandeling of als u dat wenst kan een EFO en ablatie ook onder zogeheten “sedatie” plaatsvinden. Hierbij wordt uw bewustzijn zodanig verlaagd dat u niets meer van de ingreep meekrijgt, maar nog wel zelf blijft ademen.

Bij sedatie dient u voor het onderzoek/de behandeling de polikliniek Anesthesie in het MUMC+ te bezoeken. Hiervoor worden afspraken gemaakt.

Na het onderzoek en de behandeling

Na het onderzoek en de behandeling haalt de cardioloog de katheters en de buisjes uit uw liezen. Meestal zitten de buisjes in de aders. De cardioloog drukt een paar minuten op de aders in de liezen om het eerste bloeden te stoppen. Hierna krijgt u een hechting met daarover een drukverband in de liezen. Het drukverband wordt na 4 uur verwijderd en de hechting na 5 uur. Na de behandeling blijft u 6 uur zo plat mogelijk op uw rug in bed liggen. Het is belangrijk dat u dit doet.

Als u terug op de verpleegafdeling bent, nemen we vaak uw bloeddruk. Ook kijken we naar uw liezen om te zien of u een nabloeding heeft. Nadat het drukverband is verwijderd, moet u in bed blijven tot de volgende ochtend. Wel mag u rechtop zitten of op uw zij liggen. U kunt zelf naar de WC gaan.

Na het onderzoek mag u weer gewoon eten en drinken. Medicijnen mag u weer innemen als de verpleegkundige en arts op de verpleegafdeling dit zeggen.

Risico’s en complicaties

Een elektrofysiologisch onderzoek en ablatie gaan meestal zoals het moet. Maar soms kunnen er onverwachte dingen gebeuren tijdens het onderzoek of de behandeling. Dat noemen we een complicatie. Voorbeelden van complicaties bij een elektrofysiologisch onderzoek en ablatie zijn:

  • U bent overgevoelig of allergisch voor de gebruikte medicijnen of materiaal. Dan krijgt u bijvoorbeeld huiduitslag, galbulten, zwelling van de slijmvliezen, ademhalingsproblemen, lage bloeddruk.
  • U krijgt een bloeding in uw liezen of een ander vaatprobleem in de lies. Dit kan meestal met een drukverband worden behandeld.
  • Een gaatje in het hart met als gevolg een bloeding in het hartzakje. Dit kan een ernstige complicatie zijn. Die kan meestal gestopt worden met een ontlastende prik van buitenaf onder het borstbeen.
  • U krijgt een hartritmestoornis waar u bewusteloos raakt. Dit behandelen we meestal met een elektrische schok.
  • Afhankelijk van het soort ritmestoornis en de plaats in het hart waar de ritmestoornis wordt behandeld, kan een ablatie soms belangrijke delen in het hart beschadigen. Hierdoor kan het nodig zijn dat u een pacemaker krijgt. Een pacemaker is een apparaatje dat ervoor zorgt dat het hart in het juiste ritme blijft kloppen.
  • Er is een bloedstolsel op de katheter. Een bloedstolsel is een bloedpropje. Meestal worden bloedstolsels voorkomen door de medicijnen die u tijdens de operatie krijgt. Bloedstolsels in het hart kunnen op andere plekken in het lichaam terecht komen. Dat kan leiden tot bijvoorbeeld een longembolie of beroerte (CVA of TIA).

Wanneer moet u een arts waarschuwen?

Als u een van deze klachten heeft:

  • een nabloeding
  • pijn
  • een onwel gevoel
  • andere klachten

Dan moet u bellen met telefoonnummer 043-387 44 40 of telefoonnummer 043-387 64 40. Dit zijn de telefoonnummers van de verpleging van verpleegafdeling D4 van het Hart+Vaat Centrum.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over de operatie of de voorbereiding van de operatie of de medicijnen? 
Dan kunt u bellen met telefoonnummer 043-387 20 30. 
Dat kan op maandag en donderdag tussen 11:00 en 12:00 uur.

Heeft u vragen heeft over de planning? 
Dan kunt u bellen met het Planbureau Hartkatheterisatie via telefoonnummer 043-387 52 64. Dat kan van maandag tot en met vrijdag tussen 09:00 en 12:00 uur

Websites

Hart+Vaat Centrum (hartenvaatcentrum.mumc.nl)
MUMC+nl (www.mumc.nl)

Laatst bijgewerkt op 13 maart 2024. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1403