mumc+

Patiëntinformatie

Informatie voor zorgverleners: airstacken

Airstacken is een techniek waarbij lucht met behulp van een beademingsballon via een mondstuk of mond-neusmasker in de longen wordt geblazen. Het voornaamste doel is het verbeteren van de hoestkracht. Een goede hoestkracht is nodig om te voorkomen dat slijm in de longen achterblijft en daar luchtweginfecties veroorzaakt.

Voorwaarden voor airstacken

Om effectief te kunnen airstacken moet een goede communicatie met de patiënt mogelijk zijn. Airstacken is teamwork tussen patiënt en zorgverlener. De patiënt moet dus in staat zijn om bepaalde instructies te begrijpen en op te volgen. Verder is het belangrijk dat de patiënt zijn stembanden kan sluiten en zo de lucht kan vasthouden.

Voor wie is airstacken bedoeld?

In principe kunnen mensen met een spierziekte en verminderde hoestkracht baat hebben bij airstacken. Dit kunnen zowel patiënten zijn die al non-invasief - dat wil zeggen met een mondneusmasker - beademd worden als patiënten die nog niet beademd worden. Voor patiënten met een tracheostoma is airstacken niet nodig.

Mogelijke complicaties

Enkele mogelijke complicaties bij airstacken zijn: lucht in de maag, hyperventilatie en barotrauma.

Lucht in de maag is een vaak voorkomende complicatie. Vooral bij asynchronie zal dit vaker voorkomen. Naarmate dat de zorgverlener en de patiënt beter op elkaar ingespeeld zijn, zal dit minder worden.

Hyperventilatie treedt op wanneer de airstacksessies te snel worden uitgevoerd. In de regel zal de patiënt klagen over duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd. Dit gaat vanzelf over.

Bij een barotrauma wordt er teveel lucht in de long geblazen, dusdanig dat er door de druk een gaatje in de long ontstaat en de long samen dreigt te vallen (‘klaplong’). Dit komt zeer zelden voor. Beademingsballonen zijn uitgerust met een overdrukventiel dat voorkomt dat teveel lucht in de longen wordt blazen. Zorg er wel te allen tijden voor dat dit ventiel werkt en niet belemmerd wordt in zijn functie.

Aandachtspunten

  • Knijp niet te hard in de ballon.
  • Kijk of de patiënt in staat is om de lucht vast te houden.
  • Let erop dat de patiënt zijn lippen goed rondom het mondstuk sluit en dat er geen lucht langs het mondstuk lekt. Overweeg in dat geval een mond-neusmasker te gebruiken.
  • Indien er te veel luchtlekkage via de neus is, kan een neusklem op de neus gezet worden of een mond-neusmasker gebruikt worden.

Handelingsschema airstacken

Doel

Het met behulp van een beademingsballon via een mondstuk of mond-neusmasker lucht inblazen totdat de maximale insufflatie is bereikt.

Doel:

  • verbeteren van de hoestkracht
  • behoud van de rekbaarheid van de longen en de ademhalingsspieren/borstkast
  • verbeteren van de ventilatie van de longen en voorkomen van atelectase
  • bekorten en mogelijk reduceren van het aantal luchtweginfecties.

 

Benodigdheden
  • handbeademingsballon
  • mondstuk of mond-neusmasker met verbindingsslang
  • eventueel neusklem.

 

werkwijze
  1. Was de handen.
  2. Plaats het mondstuk in de mond of het mond-neusmasker op het gezicht. 
  3. Zorg dat het mond-neusmaker goed aansluit op het gezicht of dat het mondstuk goed afgesloten wordt door de lippen.
  4. Vraag de patiënt uit te ademen.
  5. Vraag daarna rustig in te ademen met weinig inspanning. Blaas tegelijkertijd rustig lucht in de longen met de ballon.
  6. Let op dat er geen lekkage langs het mond-neusmasker of het mondstuk is. Kijk of de borstkast omhoog komt.
  7. De patiënt dient de lucht vast te houden (niet in de wangen).
  8. Als de lucht via de neus ontsnapt, dient er een neusklem gebruikt te worden.
  9. Laat de patiënt nogmaals inademen en blaas tegelijkertijd nogmaals rustig lucht in de longen met de beademingsballon.
  10. De patiënt dient wederom de lucht vast te houden.
  11. De stappen 9. en 10. herhalen totdat de maximale inademing bereikt is (meestal na 3 keer).
  12. Patiënt hoest of ademt uit.  
  13. Deze procedure in totaal 5 maal uitvoeren (met een korte pauze ertussen). Doe dit 3 drie keer per dag en eventueel vaker, bijvoorbeeld bij verkoudheid

 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact met ons op.

T +31(0)43-387 63 84 | 
F + 31-(0)43-387 63 44
ctbm@mumc.nl

Laatst bijgewerkt op 26 mei 2021