U wordt binnenkort opgenomen op de verpleegafdeling Gynaecologie van het Maastricht UMC+ voor een operatie aan uw vulva.
In deze folder leest u meer over deze operatie.
Wat is een vulvectomie?
Een vulvectomie is een behandeling bij schaamlipkanker (vulvakanker). Bij deze operatie wordt het weefsel met tumorcellen weggehaald, samen met een stukje gezonde huid eromheen.
Voorbereidingen op de polikliniek
Voordat u de operatie krijgt, bezoekt u meerdere keren de polikliniek Oncologie voor een aantal onderzoeken en gesprekken. Een aantal onderzoeken krijgt u meteen tijdens uw afspraak op de polikliniek. Voor andere onderzoeken maakt de verpleegkundig specialist afspraken met u.
Wilt u nog iets weten over een onderzoek op de polikliniek? Of heeft u andere vragen? Dan kunt u op werkdagen tussen 13.00 en 14.00 uur bellen met de verpleegkundig specialist. De telefoonnummers staan bij ‘Contact’.
Afspraak over verdoving (anesthesie)
Deze operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose) op de operatiekamer. Vooraf bezoekt u de anesthesist, de specialist voor verdoving. De anesthesist bekijkt uw lichamelijke conditie en beslist of er voor de narcose nog extra onderzoek nodig is.
De operatiedatum
Vaak krijgt u meteen te horen wat de operatiedatum is. Als dat niet gebeurt, dan krijgt u na een tijdje een oproep. Een medewerker van het Bureau Opname belt u over de precieze datum en tijd.
De opname voor een vulvectomie duurt gemiddeld 5 tot 7 dagen. Als de wond niet goed geneest, kan dit langer worden.
De dag van opname
U wordt 1 dag voor de operatie opgenomen. U meldt zich bij de informatiebalie in de Serrehal. Een van de vrijwilligers brengt u naar de verpleegafdeling.
De dag van de operatie
Op de dag van de operatie moet u nuchter blijven.
- Dit betekent dat u vanaf 24.00 uur niets meer mag eten.
- U mag tot 2 uur voor de operatie wel nog heldere dranken drinken. Bijvoorbeeld water, thee of appelsap.
Tijdens de operatiedag bereiden we de operatie voor.
- De zaalarts en verpleegkundigen doen een paar onderzoeken bij u.
- De gynaecoloog-oncoloog en anesthesist komen langs voor een gesprek.
- U krijgt de mogelijkheid om het schaamhaar te scheren. Als u dit niet zelf kunt, kan de verpleegkundige u helpen.
U kunt deze ochtend gewoon douchen. Draag geen sieraden of make-up. Anders kunnen we uw bloeddruk en pols niet goed controleren tijdens de narcose.
Voordat u naar de operatiekamer gaat, trekt u een ziekenhuisjasje aan.
- Andere kledingstukken moet u uittrekken.
- Ook contactlenzen en een kunstgebit moeten uit.
Een verpleegkundige brengt u in uw bed naar de operatieafdeling.
De operatie
Bij deze operatie wordt:
- Het weefsel met tumorcellen weggehaald, samen met een stukje gezonde huid eromheen.
- Soms is het nodig om ook de clitoris, een stukje van de plasbuis, een stukje van de vagina of een stukje van de kringspier van het poepgat te verwijderen.
- De gynaecoloog haalt vaak ook lymfeklieren in één of beide liezen weg.
Het kan zijn dat we bij u een schildwachtklieronderzoek doen. Een ander woord voor dit onderzoek is sentinel node procedure.
- U krijgt dan vóór de operatie een radioactieve stof ingespoten rond de afwijking op de vulva.
- De lymfebanen nemen deze stof op en brengen het naar 1 of meerdere lymfeklieren in de lies.
- De lymfeklieren nemen de stof op en worden daardoor zichtbaar op een röntgenfoto. Meestal zijn dit 1 tot 4 lymfeklieren.
- Zo zien we in welke lymfeklieren er uitzaaiingen kunnen zitten.
- Tijdens de operatie kunnen we deze lymfeklieren weghalen.
Als u dit onderzoek krijgt, dan geeft uw behandelend arts meer informatie hierover.
Soms is het nodig om alle lymfeklieren in de liezen te verwijderen. Dit hangt af van de grootte van de afwijking. Ook hangt het af of er verdachte lymfeklieren zijn. Uw gynaecoloog informeert u hierover.
De operatie duurt gemiddeld 1 tot 2 uur. Het weggehaalde weefsel gaat naar het laboratorium. Daar onderzoekt een patholoog of alle kwaadaardige cellen zijn verwijderd. Deze uitslag krijgt u ongeveer 1 week na de operatie. Mogelijk krijgt u het advies om een extra bestraling te doen. Dat hangt af van deze uitslag. Bestraling kan meestal op de polikliniek.
Na de operatie
U wordt wakker op de uitslaapkamer (recovery). Daar wordt u verzorgd en goed gecontroleerd. Wanneer u goed wakker bent en het goed met u gaat, brengt een verpleegkundige u terug naar de verpleegafdeling.
Tijdens de operatie zijn een aantal slangetjes in uw lichaam geplaatst:
- een infuus voor het naar binnen brengen van vocht, en als het nog nodig is medicijnen
- een dun, soepel slangetje in de blaas die de urine weg laat stromen uit uw lichaam: een blaaskatheter.
U voelt deze slang bijna niet zitten. De katheter zelf blijft zitten door een ballonnetje in de blaas.
Na de operatie komt de gynaecoloog u vertellen hoe de operatie is gegaan. U kunt met de gynaecoloog afspreken dat uw partner of een familielid wordt gebeld. Het is verstandig om van tevoren met uw partner of familie te bespreken dat 1 persoon de contactpersoon is.
Vlak na de operatie heeft u hulp nodig van verpleegkundigen. U krijgt medicijnen tegen pijn. Alleen als de liesklieren verwijderd zijn krijgt u prikken tegen trombose. Trombose is een bloedprop die een ader helemaal of voor een deel kan afsluiten. Om dit te voorkomen, zet u 5 weken lang elke dag een spuit met een antistollingsmiddel. De verpleegkundige leert u de spuit zelf te zetten, onder de huid. Als u of iemand in uw omgeving geen spuiten kan zetten, meld dit dan bij ons. Dan regelen wij thuiszorg.
- Binnen een paar dagen kunt u alweer een aantal dingen zelf doen.
- Goed doorzuchten en bewegen is belangrijk.
- De blaascatheter wordt meestal de dag na de operatie verwijderd.
Weefselonderzoek en mogelijke nabehandeling
De patholoog onderzoekt het weefsel dat is verwijderd. De uitslag van dit onderzoek duurt minimaal 5 werkdagen. Elke week is er een overleg tussen alle medewerkers van het behandelteam gynaecologische oncologie (info.mumc.nl/pub-1590). Zij bespreken alle resultaten en kijken of extra therapie nodig is. Na dit overleg bespreekt de arts de uitslag met u.
- Bent u nog opgenomen? Dan komt de arts naar u toe. U kunt vooraf aan de arts of verpleegkundige vragen wanneer u de uitslag kunt verwachten. Dan kunt u op tijd uw partner of iemand anders uit uw omgeving vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn.
- Bent u al ontslagen en weer thuis? Dan krijgt u een afspraak op de polikliniek bij uw behandelend arts om de uitslag te bespreken.
- Als een extra behandeling met chemotherapie nodig is, dan krijgt u een afspraak op de polikliniek bij de medisch oncoloog.
Gevolgen van de operatie
Mictieproblemen
Sommige vrouwen hebben na de operatie moeite met het ophouden van de urine. Ook kan de richting van de urinestraal veranderen of gaat het plassen 'sproeiend'.
Lymfoedeem
Soms ontstaat bij het schaambeen vochtophoping. Dit is een hoopje van lymfevocht. Of u krijgt dikke benen. Dit komt door het weghalen van de lymfeklieren of door schade aan de lymfevaten tijdens de operatie.
Het is belangrijk dat u de symptomen van lymfoedeem snel herkent. Want dan is de kans het grootste dat dit goed te behandelen is.
De eerste symptomen van lymfoedeem zijn:
- uw benen worden dikker
- u heeft een strak, zwaar of ‘slapend’ gevoel in uw benen
- u heeft pijn of pijnscheuten in uw benen of liezen
- u heeft klachten aan de gewrichten in uw enkels en voeten
Heeft u deze klachten?
Neem dan contact op met uw behandelend arts of verpleegkundig specialist. Hoe eerder u dit doet, hoe groter de kans is dat er iets te doen is aan de lymfoedeem. U krijgt dan een verwijzing naar een lymfoedeemtherapeut.
Seksualiteit
Bij de eerste controle op de polikliniek kijkt de gynaecoloog of de wond is genezen. Als de wond is genezen, dan is het lichamelijk geen probleem om seks te hebben. Door de operatie kan het zijn dat u seksualiteit anders ervaart. Aanpassen aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn. Voor uzelf en voor uw partner. We kunnen ons voorstellen dat u het moeilijk vindt om dit te bespreken. Maar bespreek dit toch met uw arts of verpleegkundig specialist. Want zij kunnen u verder helpen.
Vermoeidheid
Na een grote operatie als deze kunt u lange tijd last hebben van vermoeidheid. Soms duurt dit meer dan een jaar. We weten niet waardoor dit komt. Het is belangrijk dat uzelf de vermoeidheid accepteert. Ook als u zich door uw omgeving onbegrepen voelt. Het is een duidelijk signaal van uw lichaam dat u veel rust en slaap nodig heeft om beter te worden. Ook is het belangrijk dat u zorgt dat u gezond bent. Beweeg regelmatig en eet zo gezond mogelijk.
Het ontslag
- We verwachten dat u op het moment van ontslag zichzelf lichamelijk kunt verzorgen.
- De wond heeft meestal geen zorg meer nodig.
Kunt u uzelf niet verzorgen op het moment van ontslag? Of heeft de wond toch verzorging nodig? Dan regelt de verpleegafdeling deze zorg vóór ontslag.
Nazorg en controles
- In de eerste week dat u thuis bent, heeft u een telefonische afspraak met de verpleegkundig specialist. De verpleegkundig specialist ondersteunt u bij het beter worden.
- Heeft u geen nabehandeling met bestraling nodig? Dan krijgt u ongeveer 4 tot 6 weken na de operatie de eerste controle op de polikliniek, bij de gynaecoloog. U krijgt hiervoor een afspraak mee zodra u het ziekenhuis verlaat.
- U blijft in ieder geval 5 jaar lang onder medische controle bij uw behandelend arts.
Als een ander ziekenhuis u had doorverwezen naar het MUMC+, dan komt u na 6 weken nog 1 keer hier op controle. Daarna krijgt u verdere controles in uw eigen ziekenhuis.
Leefregels voor thuis
In de eerste 6 weken na de operatie:
- Mag u geen zware lichamelijke activiteiten doen. U mag geen zware dingen tillen van meer dan 5 kilo.
- Mag u geen seks hebben.
- Mag u niet in bad gaan.
- Mag u niet zwemmen.
- Mag u geen tampons of vaginale douches gebruiken.
- Spoelt of doucht u 2 keer per dag de vulva.
Beter worden
Een vrouw heeft veel tijd nodig om beter te worden na een uitgebreide operatie aan de schaamlippen en een mogelijke bestraling. Er is tijd nodig om lichamelijk beter te worden, maar ook geestelijk. De meeste vrouwen voelen zich na de ingreep nog een periode slap en moe. Het beste is om langzaam te proberen hoeveel het lichaam aankan.
- Doe in de eerste maand alleen kleine karweitjes in huis.
- Heeft u hulp in het huishouden nodig? Dan kunt u die aanvragen bij het WMO-loket van uw gemeente.
- Buiten huis werken is meestal pas weer mogelijk na 6 weken tot 3 maanden.
Wanneer moet u ons meteen bellen?
Heeft u last van een of meer klachten die hieronder staan genoemd? Waarschuw dan de arts of verpleegkundig specialist. Kijk bij ‘Contact’ voor de telefoonnummers.
- plotseling veel bloedverlies of vochtverlies uit de wond
- roodheid van de wond
- het bloedverlies uit de vagina is meer dan bij een gewone menstruatie
- pijn die niet minder wordt door gewone pijnstillers zoals paracetamol
- koorts die langer dan 1 dag duurt
- pijn of een branderig gevoel bij het plassen
- misselijkheid en braken die niet overgaan
- diarree of verstopping (obstipatie) die niet overgaan
Contact
- Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact met ons op.
Verpleegkundig specialisten gynaecologische oncologie
- Moniek Kamps
043 387 65 43 (+3143 387 65 43) - doorverbinden naar sein 7242
- Charlotte Penders
043 387 65 43 (+3143 387 65 43) - doorverbinden naar sein 5536
De verpleegkundig specialisten zijn elke werkdag bereikbaar van 13.00 tot 14.00 uur. - Voor algemene vragen of het wijzigen van uw afspraak neemt u contact op met de poli:
Polikliniek Oncologie
043 387 64 00 (+3143 387 65 43)
Elke werkdag bereikbaar tussen 8.30 en 17.00 uur.
Voor niet-dringende vragen kunt u ook mailen: poli.oncologie@mumc.nl
Websites
- Oncologie MUMC+ (www.oncologie.mumc.nl)
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)