mumc+

Patiëntinformatie

HPB-chirurgie: Lever

In overleg met uw arts wordt u binnenkort opgenomen in het MUMC+ voor een leveroperatie. Uw arts heeft u uitgelegd welke operatie u moet ondergaan. Door de juiste zorg vóór en na de operatie willen we u helpen zo snel mogelijk te herstellen. In dit informatieblad leest u, hoe binnen het MUMC+, de zorg rondom een leveroperatie georganiseerd is.

Lever
Figuur 1

Diagnose

Er zijn verschillende redenen om een lever operatie te ondergaan. Doorgaans gaat het om chirurgie van  oncologische aard:

- Uitzaaiingen vanuit darmkanker

- Galwegtumor in de lever

- Primaire levertumor: HCC

Daarnaast kunnen goedaardige tumoren ook een reden zijn voor een leveroperatie.

 

 

Behandelmogelijkheden bij leveruitzaaiingen vanuit de darm

Wanneer er sprake is van uitzaaiingen in de lever zijn hiervoor verschillende behandelmogelijkheden:

  • Het kan zijn dat u voordat u geopereerd wordt eerst met chemotherapie wordt behandeld. Deze chemotherapie is erop gericht om de celdeling rondom uitzaaiingen in de lever stop te zetten. De gewone cellen in de lever herstellen zich na de chemokuur. Vervolgens wordt met een CT- scan bekeken wat de invloed van de chemotherapie is geweest op de uitzaaiingen in de lever, en of een operatie mogelijk is.
  • Het kan dat de uitzaaiingen in uw lever dusdanig verspreid zijn, dat deze niet in één keer chirurgisch verwijderd kunnen worden. In dit geval zullen de uitzaaiingen in twee sessies worden verwijderd. In eerste instantie wordt de ader die de lever van bloed voorziet (poortader) dichtgebonden waardoor de doorbloeding in een deel van de lever wordt tegengehouden, ook wel een Vena Porta Embolisatie (poortader embolisatie) genoemd. Het gevolg hiervan is dat het gezonde deel van de lever harder moet gaan werken, om het niet werkende deel van de lever over te nemen. Dit is mogelijk omdat de lever als eigenschap heeft om opnieuw in volume toe te nemen.

    Ongeveer vier weken na de embolisatie wordt een nieuwe CT-scan gemaakt met een volume meting. Indien er sprake is van voldoende restvolume van het overblijvende leverdeel volgt de leveroperatie.

 

 

 

 

 

 

 

Poortader embolisatie

Vena Porta Embolisatie

De operatie

Figuur 1 is een schematische weergave van de lever, die opgedeeld kan worden in acht leverdeeltjes. Uw chirurg geeft aan waar de tumor(en) zich in de lever bevind(en) en hoe uw individuele operatieplan uitziet.

Optimale zorg vóór en na de operatie

Anesthesie screening
Als u op de wachtlijst staat voor de operatie, wordt u doorgestuurd naar de polikliniek Anesthesie. De anesthesist beoordeelt het risico van de narcose en vraagt, indien nodig, aanvullend onderzoek aan om uw hart en longfunctie te beoordelen. Dit aanvullend onderzoek kan bestaan uit: bloedprikken, een hartfilm maken of een consult (bezoek) bij de cardioloog.

Preoperatieve screening
Een grote buikoperatie van de lever is een grote levensgebeurtenis. Vooral bij kwetsbare (oudere) patiënten leidt dit vaker tot complicaties, delier, (permanent) functieverlies en sterfte. Verscheidene onderzoeken tonen aan dat uw fysieke gesteldheid(conditie en voeding), voorafgaand aan de operatie, verband houden met uw herstel na de operatie. Hebt u een lage fysieke fitheid en/of een slechte voedingsstatus, levert u zowel voor als na de operatie flink in qua conditie en functionaliteit. Dit vergroot de kans op complicaties. Om de kans hierop te verkleinen wordt u preoperatief onderzocht op deze risicofactoren. Vervolgens krijgt u een voorbereidingsplan op maat aan geboden. Hoe beter u het ziekenhuis binnenkomt (‘better in’), hoe beter en sneller u ook weer naar huis kunt (‘better out’).

Leefstijladviezen
Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van nicotine en alcohol invloed heeft op het krijgen van complicaties na een operatie. De nicotine in sigaretten en koolstofmonoxide uit de sigarettenrook zorgen ervoor dat uw afweer, stolling, doorbloeding en het zuurstofaanbod verminderen. Daardoor wordt wondgenezing belemmerd.

Alcohol verdunt het bloed en kan daardoor bloedingen of een slechte wondgenezing veroorzaken.

Om dit soort complicaties te voorkomen, is het aan te raden om te stoppen met roken en drinken van alcohol. Hierdoor kan uw conditie verbeteren en herstelt u sneller na de operatie.

Dag voor de operatie

De dag voor uw operatie wordt u opgenomen in het ziekenhuis op afdeling B4 (4e etage). Op doordeweekse dagen meld u zich hier om 13 uur.  Indien u op maandag geopereerd word meldt u zich op zondag om 18 uur.  Hierover wordt u geïnformeerd door Bureau Opname. U maakt kennis met de verpleegafdeling en de zaalarts die uw gegevens controleert en voorbereidingen treft voor uw operatie.

Voeding
U mag de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken met uitzondering van alcohol. Vanaf middernacht bent u nuchter, uw medicijnen mag u 's ochtends in overleg met de afdelingsverpleegkundige innemen met een beetje water.

Slaap- en kalmeringstabletten
Slaap- en kalmeringstabletten worden niet standaard gegeven voor de operatie. Wanneer u dagelijks een slaap- of kalmeringstablet gebruikt, mag u die blijven nemen. Bent u erg nerveus voor de operatie? Overleg dan met de zaalarts over het voorschrijven van een slaap- of kalmeringstablet.

Dag van de operatie (dag 0)

Voor de operatie wordt u onder algehele anesthesie gebracht. Binnen een half uur na de operatie komt u weer langzaam bij bewustzijn. U blijft na de operatie een paar uur op de Recovery (uitslaapkamer). De chirurg belt uw eerste contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is verlopen. U krijgt een infuus in uw arm. Hiermee krijgt u vocht toegediend. 

Pijnbestrijding
Vóór de operatie wordt tussen uw ruggenwervels ook een slangetje (epidurale katheter) ingebracht. Hiermee kunnen we lokaal uw pijn bestrijden. Twee tot drie dagen na de operatie wordt deze katheter verwijderd. U krijgt ook een morfinepomp en vier keer per dag twee tabletten paracetamol. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor een snel herstel.

Blaaskatheter
Tijdens de operatie wordt ook een slangetje in de blaas (urinekatheter) gebracht, omdat uw blaas door de epiduraal katheter niet goed kan functioneren. De blaaskatheter wordt tegelijk met de epidurale katheter op de tweede of derde dag na de operatie verwijderd.

Drains
Na de operatie worden er in principe geen slangetjes (drains) in het operatiegebied achtergelaten. Soms is dit wel nodig, om vocht vanuit de buik naar buiten af te voeren.

Eten en drinken
Op de recovery krijgt u water aangeboden. Misselijkheid of hikken zijn de enige redenen om niet te drinken. Het herstelprogramma is erop gericht misselijkheid na de operatie te voorkomen door preventief aan het einde van de operatie u een middel te geven. Toch wordt misselijkheid niet altijd voorkomen. Het is namelijk een natuurlijke reactie van het lichaam. Als u niet misselijk bent na de operatie, probeer dan af en toe een slokje water te drinken. Om het herstel van uw algehele conditie en voedingstoestand na de operatie te optimaliseren, krijgt u eventueel extra koolhydraatrijke drinkvoeding.

Wondverzorging
Tijdens de operatie wordt een grote snede (incisie) bovenin de buik gemaakt of laparoscopisch geopereerd. Deze snede wordt na de operatie gesloten met zelf oplosbare hechtingen of huidnietjes. De nietjes worden een aantal dagen na de operatie verwijderd.

 

De dagen na de operatie

Voeding
De eerste dag na de operatie krijgt u naast water ook licht verteerbaar eten aangeboden. Als u dit eten goed verdraagt, breidt u dit rustig uit naar normaal eten. De maaltijden worden aangevuld met tussendoortjes.

Bewegen

Na de operatie start u zo snel mogelijk met bewegen. De dag van de operatie probeert u met ondersteuning op de rand van het bed te zitten. Gaat u de eerste keer uit bed, dan gebeurt dit onder begeleiding van een verpleegkundige of fysiotherapeut.


De dagen na de operatie probeert u minstens zes uur (drie maal twee uur) uit bed te zijn en tweemaal per dag een wandeling te maken over de afdeling. Goede pijnbestrijding is van groot belang voor uw mobilisatie. Geef duidelijk aan wanneer pijn u belemmert om uit bed te komen. U hoort geen ernstige pijn te hebben. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zoveel mogelijk rechtop te zitten.


Bewegen is belangrijk om trombose in de benen te voorkomen en verlies van spierkracht tegen te gaan. Tot 5 weken na uw operatie krijgt u dagelijks een injectie om trombose te voorkomen. Het is belangrijk dat u goed rechtop zit, waardoor uw ademhaling beter wordt. Luchtweginfecties komen daardoor minder vaak voor en de zuurstofvoorziening naar de wond wordt op die manier geoptimaliseerd. 

Laxeermiddel
Gedurende de opname kan het nodig zijn om u vezels te geven in de vorm van poeder en of een kauwtablet  om de darmfunctie te stimuleren. Indien dit onvoldoende effect heeft kan worden overwogen om u een klysma te geven.

Weefsel uitslag
Na de operatie onderzoekt de patholoog het tumorweefsel dat tijdens de operatie is verwijderd. Na circa 7-10 werkdagen na de operatie is de uitslag van het weefsel bekend. Deze krijgt u afhankelijk van uw opname duur poliklinisch of in het ziekenhuis. De uitslag vertelt om welke vorm van kanker het gaat, en of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn. Op basis van de uitslag vertelt de chirurg u of een nabehandeling noodzakelijk is.

Mogelijke complicaties

Elke operatie kent mogelijke complicaties. Zelfs een eenvoudige ingreep kan gepaard gaan met bijvoorbeeld een urineweginfectie, een longontsteking, een wondinfectie of een trombose. Er zijn een aantal specifieke complicaties die voorkomen na een leveroperatie:

De functie van het achterblijvend leverdeel is onvoldoende
Bij patiënten bij wie een groot stuk van de lever wordt weggehaald, meestal meer dan helft, kan de restfunctie van het overgebleven leverdeel tekort schieten. We noemen dit leverinsufficiëntie. Voor de operatie wordt een inschatting gemaakt of het restlever volume in gevaar komt. Dit wordt gedaan door een volumemeting uit te voeren van de toekomstige restlever.

Gallekkage
De lever produceert de hele dag door gal die via de hoofdgalweg naar de darm wordt vervoerd. De galblaas die onder uw lever ligt functioneert als reserveorgaan om extra gal in op te slaan. Vaak is het nodig om bij de leveroperatie de galblaas te verwijderen. Dit heeft praktisch geen nadelige consequenties. Toch kan het voorkomen dat na de operatie een gallekkage optreedt. Deze wordt verholpen met behulp van een drain.

Vertraagd maag- darmstelsel
Zoals bij elke vorm van buikchirurgie is het mogelijk dat het maag-darmstelsel vertraagd op gang komt. Meestal lukt het om met geduld en eventueel toedienen van kunstmatige voeding het maag-darmstelsel weer op gang te krijgen. Indien het de maag niet zelfstandig lukt om maagsappen door te geven naar de darm wordt er een hevelende maagsonde geplaatst zodat deze sappen alsnog  afgevoerd worden.

Weer thuis

Vanaf de derde dag na de operatie mag u naar huis als u:

  • voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan;
  • met pijnstilling pijnvrij bent;
  • normaal eten verdraagt.

Deze beslissing wordt, in overleg met u, genomen door de chirurg. Meestal bent u binnen tien dagen na de operatie weer thuis.

Bij klachten zoals buikpijn, braken, rugpijn of koorts neemt u contact op met het ziekenhuis.

Uw huisarts en/of verwijzer krijgt bericht van de chirurg over de operatie en het verloop van uw opname, zodat hij/zij goed op de hoogte is.

Het kan nog enige weken tot maanden duren voordat u volledig hersteld bent van uw operatie. Het is heel normaal dat u thuis niet direct volledig functioneert zoals voor uw operatie. U hebt immers een grote ingreep ondergaan. In principe heeft u - als u vóór de operatie zelfstandig functioneerde - geen extra zorg nodig thuis. Wel is het prettig als u de eerste twee weken hulp krijgt van uw partner, familie of andere naasten. Zware klussen zullen wellicht moeilijk zijn en worden daarom de eerste weken afgeraden.

Hervatten van activiteiten
Na de operatie mag u geleidelijk aan weer meer doen. Wissel de eerste dagen rust en activiteit af en wordt geleidelijk aan steeds actiever. Wandelen is goed om uw conditie te verbeteren. Fietsen en autorijden mag zodra u geen pijn meer heeft bij het bewegen. Bent u gewend te sporten? Dan pakt u dit na vier of vijf weken weer langzaam op. Het is belangrijk dat u rustig begint en goed luistert naar de signalen van uw lichaam.

Controleafspraak
Na korte tijd komt u op controle bij de chirurg, bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u hiervoor een afspraak mee. Tijdens de controleafspraak bespreekt de chirurg de eventuele nabehandeling met u. U blijft langdurig onder controle.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen, bespreek deze dan met uw chirurg. Het kan handig zijn uw vragen van tevoren op papier te zetten.

Polikliniek Chirurgie
043-387 49 00 (tussen 8.30 en 17.00 uur)

Spoedeisende Hulp
043-387 67 00 (na 17.00 uur en in het weekend)

 

 

Websites

Door de diagnose ‘kanker’, is uw leven van het ene op het andere moment veranderd. Ziek zijn, maar kanker in het bijzonder, zorgt vaak voor angst en onzekerheid. Het kan voorkomen dat u zich geen raad weet en dat u zich erg eenzaam voelt. Deze gevoelens en gedachten zijn heel normaal en horen bij de ziekte en de ernst ervan.

Uw specialist en huisarts weten dat dit een moeilijke periode in uw leven is. U kunt altijd met hen over uw situatie  praten. Buiten en binnen het MUMC+ kunt u ook met hulpverleners een afspraak maken om u te helpen in deze moeilijke situatie.

Onderstaande websites bieden mogelijk enige ondersteuning:

Laatst bijgewerkt op 27 juni 2022