In overleg met uw arts krijgt u binnenkort een leveroperatie in het MUMC+. Uw arts gaf u hierover uitleg.
We geven u zo goed mogelijke zorg vóór de operatie en na de operatie.
In deze folder staat informatie over onze zorg én wat u zelf kunt doen, zodat u zo snel mogelijk van de operatie herstelt.
De redenen voor een leveroperatie
Er zijn verschillende redenen voor een operatie aan de lever.
Meestal zijn er uitzaaiingen in de lever van kanker in de dikke darm. Deze uitzaaiingen heten ook wel colorectale levermetastasen.
Daarnaast kan een goedaardige tumor ook een reden zijn voor een leveroperatie.
De diagnose
Meestal zien we de uitzaaiingen tijdens een controle na de operatie aan de dikke darm.
Soms ontdekken we uitzaaiingen ook al tegelijk met de kanker in de dikke darm.
Als we de uitzaaiingen in de lever vroeg ontdekken, is de kans groot dat we deze met een operatie kunnen verwijderen.
De controles na een operatie voor kanker aan de dikke darm zijn:
- beeld-onderzoeken zoals een echo, CT- scan of MRI
- controle van het bloed
- colo-scopie
Zien we bij deze controles uitzaaiingen in de lever? Dan doen we een aantal beeld-onderzoeken.
We maken dan een CT- scan. En eventueel ook een PET-CT scan om te onderzoeken of er ook uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam zijn.
Zijn er ook uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam? Dan is een operatie niet altijd de beste keus.
Mogelijke behandelingen bij uitzaaiingen in de lever
Bij uitzaaiingen in de lever zijn de volgende behandelingen mogelijk:
- Het kan zijn dat we u eerst met chemotherapie behandelen voordat u de operatie krijgt.
Deze chemotherapie heeft als doel om de celdeling te stoppen rond de uitzaaiingen in de lever.
De gewone cellen in de lever herstellen zich na de chemokuur.
Daarna bekijken we met een CT- scan wat de invloed van de chemotherapie was op de uitzaaiingen in de lever.
Daarna beslissen we of een operatie mogelijk is. - Soms zijn de uitzaaiingen in de lever zo verspreid dat de chirurg deze niet in 1 keer kan verwijderen.
Dan zijn er 2 operaties nodig:
Bij de eerste operatie binden we de ader dicht waardoor het bloed naar de lever stroomt. Dit is de poortader.
Hierdoor krijgt een deel van de lever minder bloed. Dit heet een embolisatie van de lever.
Hierdoor gaat het gezonde deel van de lever harder werken om het minder werkende deel van de lever over te nemen.
De lever heeft namelijk de mogelijkheid om in volume te groeien.
Vier weken na de embolisatie meten we het volume van de lever met een nieuwe CT-scan.
Is er voldoende volume van de overgebleven lever? Dan volgt de tweede operatie waarbij we de uitzaaiingen verwijderen.
De operatie
Op de afbeelding hiernaast ziet u de lever in een duidelijke tekening.
Uw chirurg zal vertellen waar de tumor(en) in uw lever zitten en hoe hij u zal opereren.
Onze zorg vóór de operatie
Een consult bij de anesthesist
In de periode dat u op de wachtlijst staat voor de operatie gaat u naar de anesthesist. De anesthesist beoordeelt het risico van de narcose.
Als dat nodig is, regelt de anesthesist extra onderzoeken om uw hart en longen te beoordelen.
Deze extra onderzoeken kunnen zijn: bloed prikken, een hartfilm maken of een consult bij de cardioloog.
Onderzoeken naar uw lichamelijke conditie
Een grote buikoperatie is een grote levensgebeurtenis.
Vooral bij oudere mensen geeft dit vaker complicaties en heel soms ook sterfte.
Door onderzoeken weten we dat het herstel na een operatie beter gaat als de lichamelijke conditie goed is voor de operatie.
Bij iemand die niet fit is en slecht eet, gaat de lichamelijke conditie nog verder achteruit door de operatie. Dit vergroot de kans op complicaties.
Om de kans op complicaties te verkleinen onderzoeken we voor de operatie uw lichamelijke conditie. Na dit onderzoek geven we u adviezen hoe u zich het beste kunt voorbereiden op de operatie.
Hoe beter u het ziekenhuis binnenkomt, hoe beter en sneller u ook weer naar huis kunt.
We zeggen ook wel ‘better in, better out’.
Adviezen voor gezond leven
Uit onderzoek blijkt dat roken en alcohol meer kans geven op complicaties na een operatie.
De nicotine en de rook van de sigaretten verminderen uw afweer, stolling, doorbloeding en de hoeveelheid zuurstof. Hierdoor geneest een wond slechter.
Alcohol verdunt het bloed. Hierdoor wordt de kans op een bloeding groter en kan de wond slechter genezen. Probeer daarom te stoppen met roken en het drinken van alcohol.
Hierdoor verbetert uw conditie en herstelt u sneller na de operatie.
Dag voor de operatie
De dag voor uw operatie komt u naar het ziekenhuis. Van Bureau Opname hoort u op welke afdeling u ligt.
U maakt kennis met de verpleging en de zaalarts. Zij controleren uw gegevens en doen de voorbereidingen voor uw operatie.
Voeding
U mag de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken.
Drink geen alcohol op de dag voor de operatie.
Als dat nodig is, krijgt u voor de operatie drinkvoeding met koolhydraten en eiwitten om het herstel na de operatie te verbeteren.
Tot 6 uur vóór de operatie mag u eten. Daarna mag u alleen nog water drinken tot 2 uur vóór de operatie.
Slaaptabletten en kalmeringstabletten
We geven niet standaard slaaptabletten en kalmeringstabletten voor de operatie.
Gebruikt u zelf iedere dag een slaaptablet of kalmeringstablet? Dan mag u die blijven nemen.
Bent u erg nerveus voor de operatie?
Overleg dan met de anesthesist of u een slaaptablet of kalmeringstablet kunt krijgen.
Dag van de operatie
Voor de operatie brengen we u onder narcose. Hierdoor slaapt u tijdens de operatie.
Binnen een half uur na de operatie wordt u weer langzaam wakker.
U blijft na de operatie een paar uur op de Recovery (uitslaapkamer).
De chirurg belt uw eerste contactpersoon om te vertellen hoe de operatie ging.
U krijgt een infuus in uw arm. Hiermee krijgt u vocht.
Kunt u weer zelf meer dan 1 liter per dag drinken? Dan verwijderen we dit infuus.
Het voorkomen van pijn
Vóór de operatie krijgt u tussen uw ruggenwervels een slangetje. Dat heet een epidurale katheter.
Hiermee voorkomen we pijn in de buik door de operatie. We verwijderen dit slangetje 2 tot 3 dagen na de operatie.
U krijgt ook een morfinepomp en 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol.
We zorgen dat u zo min mogelijk pijn heeft. Dat is ook belangrijk voor een snel herstel.
Blaas-katheter
Tijdens de operatie doen we ook een slangetje in de blaas, omdat uw blaas door de epiduraal katheter niet goed kan werken.
We verwijderen de blaas-katheter tegelijk met de epidurale katheter op de tweede of derde dag na de operatie.
Maagslang
Wanneer u een lange tijd geen voeding kunt eten, heeft u ook een maagslang nodig.
Via deze slang krijgt u dan voeding (sondevoeding).
Deze maagslang zorgt ook dat het teveel aan maagsap wegstroomt in de eerste dagen na de operatie.
Drains
Na de operatie laten we meestal geen slangetjes (drains) achter in de buik.
Maar soms is dit wel nodig om vocht vanuit de buik naar buiten te laten stromen.
Eten en drinken
Op de recovery krijgt u water.
Misselijkheid of hikken zijn de enige redenen om niet te drinken.
We proberen misselijkheid te voorkomen door u aan het einde van de operatie een medicijn tegen misselijkheid te geven.
Toch worden sommige mensen misselijk. Dit is namelijk een natuurlijke reactie van het lichaam.
Bent u niet misselijk na de operatie? Probeer dan af en toe een slokje water te drinken.
Soms krijgt u na de operatie ook drinkvoeding met veel koolhydraten om uw conditie na de operatie te verbeteren.
De wond
Er zijn 2 soorten operaties mogelijk. Een open operatie, waarbij we een grote snee maken bovenin de buik (zie figuur 2). Of een kijkoperatie, waarbij de chirurg een paar kleine sneetjes maakt.
De chirurg sluit de snee of sneetjes na de operatie met hechtingen die vanzelf oplossen of met nietjes. De nietjes halen we er 10 dagen na de operatie weer uit.
Beweging
Bewegen is belangrijk. Het helpt om trombose in de benen te voorkomen en het houdt de spieren sterk. Tot 5 weken na uw operatie krijgt u iedere dag een injectie om trombose te voorkomen. Het is ook belangrijk dat u goed rechtop zit, waardoor u beter ademt. U heeft dan minder kans op een infectie van de luchtwegen en de wond krijgt op die manier zoveel mogelijk zuurstof.
Na de operatie begint u zo snel mogelijk met bewegen.
Probeer op de dag van de operatie met hulp op de rand van het bed te zitten.
Gaat u de eerste keer uit bed? Hierbij krijgt u de hulp van een verpleegkundige.
De dagen na de operatie
Voeding
De eerste dag na de operatie krijgt u water en eten dat makkelijk verteert.
Als dit goed gaat, kunt u langzaam steeds normaler eten.
Tussen de maaltijden krijgt u tussendoortjes.
Bewegen
Op de dagen na de operatie probeert u minstens 6 uur uit bed te zijn, bijvoorbeeld 3 keer een periode van 2 uur.
Probeer ook 2 keer per dag een wandeling te maken over de afdeling.
Het is belangrijk dat u geen pijn heeft, zodat u goed in beweging kunt komen.
Vertel het als u door pijn niet uit bed kunt komen. Dan zorgen we dat u zo min mogelijk pijn heeft.
U hoort geen erge pijn te hebben.
Kunt u echt niet uit bed komen? Probeer dan om zoveel mogelijk rechtop te zitten.
Laxeermiddel
Tijdens de opname krijgt u 2 keer per dag een laxeermiddel om het herstel van de darmen te versnellen.
De uitslag van het verwijderde weefsel
Na de operatie onderzoekt de patholoog het tumor-weefsel dat tijdens de operatie is verwijderd.
Rond dag 10 na de operatie is de uitslag van het weefsel bekend.
U krijgt de uitslag tijdens uw opname in het ziekenhuis of in de polikliniek als u al weer thuis bent.
De uitslag vertelt welke vorm van kanker u heeft, en of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn.
De chirurg bespreekt met u of er door de uitslag ook nog nieuwe behandelingen nodig zijn.
Mogelijke complicaties
Bij elke operatie zijn complicaties mogelijk.
Zelfs een eenvoudige operatie kan complicaties geven zoals een blaasontsteking, een longontsteking, een infectie van de wond of trombose.
De volgende complicaties zijn ook mogelijk na een leveroperatie:
Het overgebleven deel van de lever is te klein om goed genoeg te werken
Als meer dan de helft van de lever is verwijderd, kan het overgebleven deel te klein zijn om goed genoeg te werken. We noemen dit lever-insufficiëntie.
Voor de operatie schatten we of het overgebleven deel van de lever groot genoeg zal zijn.
Dit doen we door het volume te meten van de toekomstige rest van de lever.
Het lekken van gal
De lever maakt de hele dag gal. De gal stroomt via de galweg naar de darm.
De galblaas is een orgaan voor de tijdelijke opslag van gal.
Vaak is het nodig om bij de operatie aan de lever ook de galblaas te verwijderen.
Dit heeft bijna geen nadelige gevolgen.
Toch kan het gebeuren dat er na de operatie gal lekt.
Dit lossen we dan op met een drain.
De maag en de darmen gaan te langzaam weer werken
Zoals bij elke operatie aan de buik is het mogelijk dat de maag en de darmen te langzaam weer gaan werken.
Met geduld en soms met kunstmatige voeding lukt het meestal wel om de maag en de darmen weer goed te laten werken.
Weer thuis
Vanaf de derde dag na de operatie mag u naar huis als u:
- zelf voelt dat het lukt om naar huis te gaan
- met pijnstillers geen pijn heeft
- normaal kunt eten
De chirurg beslist dit in overleg met u.
Meestal bent u binnen 10 dagen na de operatie weer thuis.
Meet uw temperatuur elke ochtend in de eerste week na ontslag.
Is uw temperatuur boven de 38 graden? Bel dan met de chirurg.
Krijgt u klachten zoals buikpijn, braken of rugpijn? Belt u dan met het ziekenhuis.
De chirurg stuurt informatie over de operatie en uw opname naar uw huisarts of naar de arts die u verwees. Hierdoor weet uw eigen arts hoe het met u gaat.
Het kan nog een paar weken tot maanden duren voordat u helemaal hersteld bent van uw operatie.
Het is heel normaal dat u thuis nog niet alle activiteiten kunt doen die u deed voor uw operatie. Want u heeft een grote operatie gehad.
Had u vóór de operatie geen extra zorg nodig thuis? Dan is de kans groot dat u ook na de operatie geen extra zorg nodig heeft.
Wel is het prettig als u de eerste 2 weken hulp krijgt van uw partner, familie of andere naasten. Zware klussen zullen misschien moeilijk zijn en we adviseren daarom om de eerste weken rustig te doen.
Weer beginnen met activiteiten
Na de operatie mag u langzaam steeds meer doen.
Wissel rust en activiteit af in de eerste dagen thuis en wordt langzaam steeds actiever.
Wandelen is goed om uw conditie te verbeteren.
Fietsen en autorijden mag zodra u geen pijn meer heeft bij het bewegen.
Bent u gewend om te sporten? Dan kunt u dit na 4 of 5 weken rustig beginnen.
Het is belangrijk dat u rustig begint en goed luistert naar de signalen van uw lichaam.
Controles
Een korte tijd na uw ontslag komt u op controle bij de chirurg.
Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u hiervoor een afspraak mee.
Tijdens deze eerste controle bespreekt de chirurg ook met u of er nog nieuwe behandelingen nodig zijn.
U krijgt regelmatig controles tot een lange tijd na de operatie.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen?
Dan kunt u dit vragen aan uw Verpleegkundige of aan de Verpleegkundig Specialist.
Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op te schrijven.
Polikliniek Chirurgie
Maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 13.00 uur
Telefoonnummer: 043 387 49 00
E-mail: HPB@mumc.nl
Spoedeisende Hulp (SEH)
Na 17.00 uur en in het weekend
Telefoonnummer: 043 387 67 00
Websites
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Oncologiecentrum MUMC+ (oncologiecentrum.mumc.nl)
- Maag Lever Darm Stichting (www.MLDS.nl)
- Kanker.nl (www.kanker.nl)