mumc+

Patiëntinformatie

Bloedprikken bij kinderen

Voorbereiding voor kinderen en hun ouders

In overleg met de behandelend arts is besloten om bij uw kind bloed te laten prikken. Met deze informatie kunt u uw kind voorbereiden op de bloedprik.

Het onderzoek

Door middel van een bloedprik wordt er bloed afgenomen. Het bloed gaat naar het laboratorium waar het wordt onderzocht. Het bloedonderzoek geeft informatie over hoe het met je gaat. Als de uitslag binnen is wordt deze met je ouders (en jou) besproken.

Bloedprikken

Waar gebeurt het bloedprikken?

De kinderprikzuster neemt je mee naar de kinderprikkamer. Maar eerst moet je je melden bij het Diagnostisch Centrum/ Centrale Bloedafname. Dit is op niveau 1 (volg route 6). Natuurlijk mogen papa en mama bij je blijven.

Hoe gaat bloedprikken?

Alle spullen die nodig zijn worden klaargezet, zoals:

  • watjes;
  • desinfecterend middel;
  • een elastische band (stuwband);
  • een spuit;
  • enkele buisjes;
  • pleisters.

De kinderprikzuster kijkt waar ze je kan prikken. Dit kan bijvoorbeeld in je hand of je arm. Eerst krijg je een elastische band (stuwband) om je arm die aangetrokken wordt, waardoor je de aders beter zult zien. Dit voelt strak aan. De kinderprikzuster kan nu goed zien waar ze moet prikken. De plek waar geprikt wordt maakt zij goed schoon en zij ontsmet deze plek met een watje met een desinfecterend middel. Dit voelt nat en koud aan. Soms wordt er even met de vingertoppen op de aders geklopt om ze nog beter te kunnen zien.

Het is heel belangrijk dat je je arm stil houdt. De kinderprikzuster kan dan beter prikken en voor jou doet de prik minder pijn. Vind je dit moeilijk dan helpt iemand je door je arm vast te houden. Als er een goed plekje gevonden is wordt er geprikt. De holle naald wordt dan in de ader geschoven. Dit doet even pijn. Het bloed loopt nu door de naald en wordt opgevangen in een doorzichtig buisje. Soms moeten er meerdere buisjes gevuld worden met het bloed.

De elastische band (stuwband) wordt losgemaakt. Het strakke gevoel verdwijnt. Als de buisjes vol zijn, wordt de naald uit je hand of arm gehaald. Dit voel je nauwelijks. Je krijgt een mooie pleister, waarna je een cadeautje mag uitzoeken op de verrassingstafel.

Krijg je een prik in je vinger, dan wordt deze eerst schoongemaakt, waarna de prik komt. Dit gebeurt met een soort automatische prikpen en doet even pijn. Het bloed wordt opgevangen in kleine buisjes, staafjes of soms op een glazen plaatje. Om genoeg bloed uit je vinger te krijgen moet de kinderprikzuster meestal in je vinger knijpen of duwen. Dit doet geen pijn, maar is soms een vervelend gevoel. Als de buisjes of staafjes vol zijn, krijg je een mooie pleister.

Tips die kunnen helpen bij de prik

Tijdens de prik moet je je arm uitstrekken. Als je je arm daarbij zo slap (als een pudding) en stil mogelijk houdt, dan doet het prikken minder pijn. Vind je dit moeilijk dan helpt iemand je daarbij.

  • Oefen dit als het kan thuis, voordat je naar het ziekenhuis komt.
  •  Neem iets mee dat troost of afleiding geeft, bijvoorbeeld je knuffel of een boek.
  • Houd tijdens het prikken iemands hand vast (bijvoorbeeld van je vader of moeder). Als het pijn doet, kun je daar in knijpen.
  • Als je het eng vindt, kijk dan naar de andere kant.
  • Spreek met de kinderprikzuster af dat je eerst tot drie wil tellen. Als de prik daarna komt blaas je flink uit.

Het belang van voorbereiden door ouders/begeleiders

Door kinderen voor te bereiden op een onderzoek geef je ze grip op de situatie. Ze weten wat er gaat gebeuren. Belangrijk is ook dat ze weten waarom ze een bloedprik krijgen. Dit kan een kind motiveren. Wanneer een kind op de hoogte is van wat er gaat gebeuren kan dit onzekerheid wegnemen. Onzekerheid geeft spanning en maakt een kind angstig. Daarnaast kunnen enge fantasieën voorkomen of weggenomen worden. Door een kind waarheidsgetrouw te informeren blijft het vertrouwen in de ouders bestaan. Vertel dat een prik pijn doet. Kinderen kunnen zich bedrogen voelen en de ouders een lange tijd wantrouwen als hierover niet de waarheid wordt verteld. Ook mogen ze best even huilen. Belangrijk is het kind hierin te ondersteunen. Uitspraken als ‘Stel je niet aan’ of ‘Als je niet huilt krijg je een cadeau‘ kunnen daarom ook beter niet gedaan worden.

Aandachtspunten voor ouders/begeleiders

  • Er mogen maximaal twee volwassen begeleiders bij de bloedprik van het kind aanwezig zijn. Houdt u hier rekening mee als er bijvoorbeeld, broertjes, zusjes, opa’s en oma’s meekomen. Zij kunnen in de wachtruimte wachten.
  • Kinderen hebben er baat bij als de ouder rustig is. U hoeft niet bij de prik aanwezig te zijn als u zich hierbij niet prettig voelt. Uw kind kan uw spanning overnemen, waardoor het bang of angstig wordt. In dat geval kunt u beter even op de gang wachten.
  • Soms zijn meerdere prikjes nodig om het juiste resultaat te krijgen.
  • De plaats van de prik wordt door de kinderprikzuster bepaald.
  • Als u weet dat uw kind fel zal reageren op de bloedprik, bespreek dit dan vooraf met de medisch assistente.
  • Na de prik praten over de (vervelende) ervaring helpt het kind de situatie te verwerken.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met één van de medewerkers van de Kinderprikdienst of het Pedagogisch Team.

Telefoonnummer Kinderprikdienst
043-387 57 70

Telefoonnummer Pedagogisch Team
043-387 51 57

 

 

Laatst bijgewerkt op 26 oktober 2021