Maastricht UMC+

Patiëntinformatie

Voet: Operatie bij een afwijkende stand van de voet van uw kind met een syndromale aandoening

Tibialis posterior transfer

Uw kind wordt binnenkort geopereerd in verband met een afwijkende stand van de voet. Voorafgaand aan de operatie is samen met het multidisciplinaire behandelteam bekeken wat de meest geschikte ingreep is. Dit team bestaat in het MUMC+ uit een kinderorthopeed, kinderneuroloog, kinderrevalidatiearts, fysiotherapeut en een verpleegkundig specialist. Daarnaast vindt ook altijd afstemming plaats met uw behandelend revalidatieteam. Ook zijn doelen opgesteld door het behandelteam samen met u en uw kind die we in de loop van de tijd evalueren.

De operatie

Bij deze operatie wordt de spier die de voet naar binnen kantelt (tibialis posterior), losgemaakt en op een andere plek vastgezet zodat de voet rechter staat. Hierdoor kan uw kind bijvoorbeeld weer stabieler lopen of past de enkelvoetorthese (EVO) beter.

Na de operatie blijft uw kind een nacht in het ziekenhuis. Het been van uw kind is ingegipst en daarom mag uw kind er de eerste 2 weken niet op lopen. Om naar het toilet te gaan of als u vervoerd moet worden, mag het been kort belast worden. Na 2 weken krijgt uw kind loopgips. Hiermee mag uw kind wel gewoon staan en lopen, zolang de belasting en pijn dit toelaten. Hetzelfde geldt voor naar school gaan. Tijdens een gipswissel wordt ook een nieuwe EVO aangemeten die uw kind kan dragen als het gips er na ongeveer 6 weken af mag.

 

Informatie voor u en de fysiotherapeut

Hieronder zetten we alle handige informatie nog een keer op een rijtje voor u en de fysiotherapeut. Belangrijk om daarbij te vermelden is dat dit een algemene leidraad is. Het kan zijn dat deze in overleg met de orthopedisch chirurg en/of revalidatiearts nog wordt aangepast aan de situatie van uw kind.

Week 1 en 2

  • Algemeen: Aan het einde van week 2 wordt het gips verwisselt. Uw kind krijgt dan loopgips. 
  • Houding: Probeer verschillende houdingen af te wisselen. Dit is belangrijk om de huid van uw kind te beschermen en te voorkomen dat de spieren en gewrichten stijf worden. 
    • In buikligging met voeten afhangend over de rand.
    • In rugligging met kussentje onder de knie en enkel om hielen te ontlasten en overstrekken van de knie te voorkomen.
    • Zitten is mogelijk met de knieën gestrekt, probeer de voeten zo veel mogelijk hoog te leggen tegen stuwing.
  • Belasting: Kort steunen op 2 benen mag bijvoorbeeld voor toiletbezoek. Uw kind heeft hier waarschijnlijk hulp bij nodig.
  • Hulpmiddelen: Gips, looprek/hulpmiddel, rolstoel (met langzitplank, beensteunen of krukje om benen hoog te leggen). Eventueel  kunt u een bed beneden plaatsen.
  • Pijnmedicatie: In overleg met de orthopeed kan eventueel paracetamol of een NSAID gebruikt worden tegen de pijn.
  • Fysiotherapie: 2 maal per week.
    • Functioneel oefenen: Onbelast lopen met een loophulpmiddel.

Week 3 t/m 5

  • Algemeen: In week 3 krijgt uw kind opnieuw gips. Tijdens deze afspraak wordt ook een nieuwe EVO aangemeten.
  • Houding: Zorg ervoor dat uw kind in een symmetrische houding zit, staat en loopt. Probeer de voeten van uw kind zo veel mogelijk hoog te leggen.
  • Belasting: Uw kind kan naar school als de pijn en belastbaarheid het toelaten. Uw kind mag zelfstandig naar het toilet.
  • Hulpmiddelen: Looprek, rolstoel met langzitplank, beensteunen of krukje.
  • Pijnmedicatie: Deze wordt afgebouwd, alleen gebruiken als dat nodig is.
  • Fysiotherapie: 2 maal per week.
    • Beginniveau ROM van heupen en knieën vastleggen.

Week 6 en verder

  • Algemeen: In week 6 wordt er een controle bij de orthopeed op de gipskamer gepland en kan het gips er in principe af. De EVO moet vanaf dan dag en nacht gedragen worden .Deze mag alleen af bij wassen en oefenen met de fysio. Rennen en springen zonder EVO mag niet.
  • Hulpmiddelen: EVO.
  • Pijnmedicatie: Alleen gebruiken als dat nodig is.
  • Fysiotherapie: 3 maal per week met dagelijks huiswerkprogramma of 5 maal per week als huiswerkprogramma niet werkt. Hierbij werken aan functioneel trainen en herstel van loopfunctie. 

Week 12 en verder

  • Algemeen: In week 12 wordt er een controle bij de orthopeed gepland, deze bepaalt of uw kind kan beginnen met het afbouwen van de EVO en of rennen en springen zonder EVO mogelijk is. De orthopeed bepaalt ook of uw kind zich kan gaan voorbereiden om weer te gaan sporten.
  • Afbouwen EVO: De EVO mag ‘s nachts uit. Overdag wordt de EVO per week 1 uur afgebouwd dus: in week 1 overdag 1 uur geen EVO, in week 12 overdag 12 uur geen EVO. Als uw kind de EVO blijft dragen, kunt u proberen om uw kind de stimuleren tot het opbouwen van kracht en conditie zonder spalk.
  • Hulpmiddelen: EVO.
  • Fysiotherapie: 3 maal per week 12 weken of 4 maal per week 9 weken megapowertraining (sprint/anaeroob). Minimaal 2 maal per week krachttraining.

6 maanden en verder

  • Algemeen: Er wordt een controle bij de orthopeed gepland. Er zal ook een gangbeeldanalyse worden verricht in het ganglab.  De orthopeed en revalidatiearts zullen aan de hand daarvan bekijken of het type EVO voldoet (als uw kind dit moet blijven dragen), of uw kind weer mag gaan sporten en hoe (soms moet de EVO bij het sporten blijvend gedragen worden).  Ook kijken zij of megapowertraining mogelijk is. Verder wordt met het team geëvalueerd of de operatiedoelen behaald zijn.
  • Fysiotherapie
    • Functioneel oefenen: Dagelijkse activiteiten, conditietraining, fietsen, sporthervatting in overleg met orthopedisch chirurg.

12 maanden en verder

  • Algemeen: Na 1 jaar zijn de spieren van uw kind meestal weer terug op hun oorspronkelijke kracht. Met het team wordt geëvalueerd of de operatiedoelen behaald zijn en of uw kind weer terug op het oude niveau van functioneren is. Als dit het geval is, wordt verdere nabehandeling gestaakt.
  • Fysiotherapie
    • Functioneel oefenen: Dagelijkse activiteiten, conditietraining, fietsen, sporthervatting in overleg met orthopedisch chirurg.

Let op rode vlaggen

Neem bij de volgende signalen als fysiotherapeut contact op met de orthopeed:

  • nieuwe pijn na een pijnvrije periode
  • aanhoudende pijn na een aantal weken
  • plotseling veranderd looppatroon

Contact

Bij overige vragen kunt u contact opnemen met de orthopedisch chirurg.

Poli Orthopedie
T: 043-387 69 00

Website

www.orthopedie.mumc.nl 

Laatst bijgewerkt op 27 mei 2022