mumc+

Patiëntinformatie

Heup: Afwijkende stand van de heup(en) bij uw kind met een syndromale aandoening

Na de operatie; wat kunt u verwachten

Uw kind wordt binnenkort worden geopereerd in verband met een afwijkende stand van de heup(en). Voorafgaand aan de operatie is samen met het multidisciplinaire behandelteam bekeken wat de meest geschikte ingreep is. Dit team bestaat in het MUMC+ uit een kinderorthopeed, kinderneuroloog, kinderrevalidatiearts, fysiotherapeut en een verpleegkundig specialist. Daarnaast vindt ook altijd afstemming plaats met uw behandelend revalidatieteam. Ook zijn doelen opgesteld door het behandelteam samen met u en uw kind die we in de loop van de tijd evalueren.

Bij deze operatie wordt het bovenbeen doorgenomen en in de juiste stand vastgezet met een plaat en schroeven (deroterende, variserende osteotomie). Deze operatie kan enkel- of dubbelzijdig plaatsvinden afhankelijk van de klachten van uw kind. Ook kan deze ingreep gedaan worden wanneer de heupen van uw kind uit de kom dreigen te gaan. Als dat nodig is, worden ook de spieren, die de heupkop uit zijn kom trekken, doorgenomen om het gewricht te ontlasten (tenotomie van de adductoren en psoas). Dit gebeurt aan beide kanten om asymmetrie te voorkomen.

DVO plaatfixatie
Heup gaat langzaam uit de kom
Heup gaat langzaam uit de kom

Na de operatie

Na de operatie blijft uw kind een aantal nachten (gemiddeld 5) in het ziekenhuis totdat de pijn onder controle is met pijnstillers in tabletvorm. Bij ontslag gaat uw kind, afhankelijk van wat er voor de operatie is afgesproken, naar huis of naar het revalidatiecentrum om verder te herstellen.

Het been (of de benen) mogen na de operatie 4 weken niet belast worden; kort belasten voor een toiletbezoek of vervoer mag wel. Naar school gaan kan zodra de pijn en belastbaarheid dit toelaten. 

Als uw kind naar huis gaat na de ziekenhuisopname is het daarom belangrijk dat de fysiotherapeut in de eerste paar weken aan huis kan komen en dat er een aantal voorziening voor thuis zijn geregeld. Deze voorzieningen zijn: een elektrisch hoog-laagbed, een rolstoel (met verstelbare rugleuning en beenplank), eventueel een po of plasfles, leunstoel, wigkussen (kussen ter ondersteuning tijdens het op de buik liggen), kanteltafel en indien van toepassing een loophulpmiddel. 

Uw kind kan in de beginperiode niet de trap op, het bed moet dus op de begane grond neergezet worden.

Ervaring leert dat het been na 6 tot 12 maanden pas weer volledig op kracht is. De plaat kan in principe gewoon in het been blijven zitten. Als uw kind er toch last van heeft, kan deze altijd later nog verwijderd worden. 

 

Informatie voor u en de fysiotherapeut

Hieronder zetten we alle handige informatie nog een keer op een rijtje. Bij ontslag krijgt u aanvullende en meer gedetailleerde informatie mee voor de behandelend fysiotherapeut. Belangrijk om te vermelden is dat dit een algemene leidraad is. Het kan zijn dat deze in overleg met de orthopedisch chirurg en/of revalidatiearts nog wordt aangepast aan de situatie van uw kind.

Week 1

  • Houding: Uw kind zal de eerste week voornamelijk in bed liggen. Probeer de houding in bed af te wisselen. Dit is belangrijk om de huid van uw kind te beschermen en te voorkomen dat de spieren en gewrichten stijf worden.
    • Zorg in rugligging voor een kussen onder de enkels om druk op de hielen te verminderen.
    • Laat uw kind 3 keer per dag 30 minuten op de buik liggen met de voeten afhangend en de benen iets gespreid.
    • Laat uw kind af en toe in zijligging liggen op de niet geopereerde zijde met gestrekte heup. Let erop dat de tenen niet te veel naar binnen of naar buiten wijzen.
    • Ondersteun het geopereerd been tijdens het draaien op de buik of de rug.
  • Belasting: Gedurende deze week kan het rechtop zitten in de rolstoel worden opgebouwd. Tot uw kind  in een hoek van 90 graden zit.
  • Hulpmiddelen: Een elektrisch hoog-laagbed, een rolstoel, eventueel een po of plasfles
  • Ondersteuning: Uw kind is afhankelijk van verzorging. Dat wil zeggen hulp bij verplaatsen van bed naar stoel en terug, toiletgang, wassen endergelijke.
  • Pijnmedicatie: Femoralisblokkade (tijdens en net na de operatie), epidurale anesthesie (tijdens en net na de operatie), paracetamol, NSAID en zo nodig tramadol
  • Fysiotherapie: 5 maal per week
    • Zorgen voor voldoende beweeglijkheid van de gewrichten en het lang en soepel houden van de spieren, begeleiden in de opbouw van het zitten.

Week 2

  • Houding: Wissel de houding in bed af zoals beschreven onder week 1. Let op symmetrie van de benen in uitgangshoudingen. Uw kind mag zelfstandig draaien van buik naar rug en andersom.
  • Belasting: Het zitten in leunstoel of rolstoel kan verder opgebouwd worden.
  • Hulpmiddelen: Laat uw kind, als dat mogelijk is, zijn/haar enkelvoetortheses (EVO’s) dragen overdag  om het ontstaan van een spitsvoet te voorkomen. 
  • Ondersteuning: Uw kind is nog steeds afhankelijk van verzorging.
  • Pijnmedicatie: Deze krijgt u mee vanuit het ziekenhuis.
  • Fysiotherapie: 5 maal per week.
    • Deze zal zorgen  dat de spieren en gewrichten soepel blijven. Ook wordt een begin gemaakt met spierkrachttraining. Daarnaast ondersteunen bij opbouw van het zitten.

Week 3 en 4

  • Algemeen: Uw kind kan weer naar school gaan als het zitten lang genoeg kan. Hou hierbij rekening met reistijd van en naar school. Begin met halve dagen. Wellicht kan er een bed in de klas geplaatst worden. School vormt een afleiding en kan zo de revalidatie ondersteunen.
  • Positionering: 3 keer per dag 30 minuten op de buik liggen met de voeten afhangend en de benen iets gespreid. Probeer uw kind elke 2 uur van houding te laten wisselen of kort te bewegen.
  • Belasting: Uw kind mag met ondersteuning vanuit zit gaan staan. Kort staan op 2 benen mag bijvoorbeeld voor toiletbezoek. Bij eenzijdige operatie mag uw kind staan op het niet-geopereerde been.
  • Hulpmiddelen: Overdag spalken en schoenen aan om spitsvoetontwikkeling te voorkomen. Loophulpmiddel bij eenzijdige operatie. Tijdens buikligging kan een wigkussen gebruikt worden als uw kind niet helemaal plat kan liggen.
  • Ondersteuning: Uw kind heeft ondersteuning nodig bij de toiletgang. Kort staan mag.
  • Pijnmedicatie: Medicatie wordt afgebouwd. Pijnstilling voorafgaand aan therapie kan helpen om te durven bewegen.
  • Fysiotherapie: 5 maal per week.
    • ​​​​​​​Oefeningen om de spieren en gewrichten soepel te houden. Daarnaast wordt ook krachttraining gedaan.

Week 5 en 6

  • Algemeen: In week 6 wordt er een controle met röntgenfoto bij de orthopedisch chirurg gepland.
  • Positionering: Leg uw kind 3 keer per dag 30 minuten in buikligging.
  • Belasting: Het staan mag worden opgebouwd naar 2 keer per dag 1 uur met behulp van een kanteltafel. Doe dit geleidelijk met toename in belasting en duur en in overleg met de orthopedisch chirurg en/of revalidatiearts. Uw kind mag zelfstandig wisselen tussen liggen, zitten en staan.
  • Ondersteuning: Uw kind heeft ondersteuning nodig bij de toiletgang.
  • Pijnmedicatie: Zo nodig paracetamol en/of NSAID. Verder zo veel mogelijk afbouwen.
  • Fysiotherapie: 5 maal per week.
    • Deze bestaat uit krachttraining. Staan in de kanteltafel. Eventueel therapie in het water (als de wond genezen is).

Week 7 en verder

  • Belasting: Start met het gebruik van een hometrainer. Start met het belasten van staan en lopen op geleide van pijn.
    1 keer per dag 1 uur staan in de kanteltafel. Uw kind mag zelfstandig wisselen tussen liggen, zitten, staan en lopen.
  • Hulpmiddelen: Schoenen dragen die gecorrigeerd zijn voor het beenlengteverschil, EVO, kanteltafel, rolstoel, brug, loophulpmiddel, hometrainer, knie immobilisator.
  • Fysiotherapie: 5 maal per week.
    • Als het belasten van de benen in water goed lukt, verder gaan met hydrotherapie (waterspiegel laten zakken).

Week 12 en verder

  • Algemeen: In week 12 wordt er een controle met röntgenfoto bij de orthopedisch chirurg gepland. Deze voert dan ook een standaard lichamelijk onderzoek uit.
  • Belasting: Elke dag 1 uur op de kanteltafel.
  • Hulpmiddelen: Kanteltafel, Enkel-voet orthese, driewielfiets, afbouwen loophulpmiddel bij kinderen die voor de operatie ook zonder hulpmiddel liepen.
  • Fysiotherapie: 5 maal per week.
    • Soepel houden spieren en gewrichten in de benen. Spierkrachttraining. Opbouwen van het lopen.

Na 6 maanden

  • Algemeen: Na 6 maanden wordt er een controle afspraak bij de orthopedisch chirurg gepland. Deze voert dan een standaard lichamelijk onderzoek uit. Ook wordt er opnieuw een gangbeeldanalyse (een filmopname van het lopen) gedaan in het ganglab.  Samen met het team wordt geëvalueerd of de heup goed in de kom zit en uw kind weer functioneert zoals het voor de operatie ook deed. 
  • Fysiotherapie: Hoeveel keer dit moet, is afhankelijk van de doelstellingen, bijvoorbeeld sporthervatting.

Na 12 maanden

  • Algemeen: Na 12 maanden wordt er een controle met röntgenfoto bij de orthopedisch chirurg (en revalidatiearts) gepland.
  • Fysiotherapie wordt, als dat nodig is, voort gezet.  

Na 2 jaar

  • Als uw kind na 2 jaar nog klaagt over pijn in de zijligging kunt u contact opnemen met de orthopedisch chirurg. De platen en schroeven moeten dan mogelijk verwijderd worden.

Contact

Bij overige vragen kunt u contact opnemen met de orthopedisch chirurg.

Poli Orthopedie
T: 043-387 69 00

Laatst bijgewerkt op 27 mei 2022