Maastricht UMC+

Patiëntinformatie

Filgrastim

Bij stamceltherapie

Uw behandelend arts en/of verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van filgrastim (Accofil®, Neupogen®, Nivestim®, Tevagrastim®, Zarzio®).
In dit informatieblad krijgt u uitleg over de werking en het gebruik van dit medicijn en hoe u 
moet handelen in geval van bijwerkingen. Het is echter géén vervanging van de bijsluiter.
Heeft u na
het lezen van deze informatie nog vragen, dan kunt u daarmee bij uw behandelend arts of verpleegkundige terecht.

Wat is filgrastim?

Filgrastim is een geneesmiddel dat behoort tot de groep van bloedcelgroeifactoren.

Filgrastim is een biotechnologisch geproduceerd eiwit, dat identiek is aan het natuurlijke eiwit dat het menselijk lichaam, in het bijzonder tijdens infecties, zelf maakt om het aantal van bepaalde witte bloedcellen te verhogen.
Filgrastim stimuleert specifiek bepaalde witte bloedcellen, in het bijzonder neutrofielen. Deze cellen spelen een belangrijke rol in de verdediging van het lichaam tegen bacteriële infecties. Bovendien stimuleert filgrastim het vrijkomen van onrijpe bloedvoorlopercellen 
uit het beenmerg. Deze komen vervolgens in het bloed terecht. Dit wordt “mobiliseren” genoemd.

Waarvoor wordt filgrastim gebruikt?

Na chemotherapie
Filgrastim kan worden toegepast bij volwassen patiënten en kinderen die behandeld worden met gangbare cytotoxische (celdodende) chemotherapie. Als gevolg van een dergelijke chemotherapie kan een te laag aantal witte bloedcellen ontstaan (neutropenie) waardoor de kans op ernstige infecties is verhoogd. De combinatie van neutropenie en infectie kan levensbedreigend zijn. Infecties worden gewoonlijk behandeld met antibiotica en kunnen tot ziekenhuisopnames leiden. Het kan zijn dat hierdoor de volgende dosis chemotherapie uitgesteld of verlaagd moet worden. Filgrastim bevordert de aanmaak van witte bloedcellen in het lichaam, waardoor de witte bloedcel-arme periode na chemotherapie wordt verkort en de kans op infecties vermindert.

Mobiliseren van perifere bloedvoorlopercellen
Filgrastim kan bij zowel patiënten als gezonde donoren worden toegepast om perifere bloedvoorlopercellen (PBPC) in de bloedsomloop te brengen. Na een beenmerg remmende behandeling worden de voorlopercellen aan de patiënt toegediend om de bloedvorming te herstellen.

Na een beenmergtransplantatie
Filgrastim kan ook worden toegepast bij patiënten die een beenmergtransplantatie ondergaan om de duur van de hierbij optredende neutropenie te verkorten.

Ernstig chronisch tekort aan witte bloedcellen
Filgrastim kan ook langdurig worden toegepast bij patiënten, kinderen en volwassenen, met een ernstig chronisch (soms aangeboren) tekort aan witte bloedcellen (congenitale, cyclische of idiopathische neutropenie). Dit tekort aan witte bloedcellen gaat gepaard met telkens terugkerende infecties. Ook bij deze patiënten doet filgrastim het aantal witte bloedcellen stijgen. Als gevolg hiervan vermindert de kans op infecties en de duur van met de infectie gerelateerde verschijnselen.

Hoe de voorgevulde spuit gebruiken?

  1. Neem de voorgevulde spuit een half uur voor toediening uit de koeling zodat deze op kamertemperatuur kan komen.
  2. Neem de voorgevulde spuit in uw ene hand en de plastic beschermhuls met de rubberen dop in uw andere hand.
  3. Verwijder de plastic beschermhuls met de rubberen dop van de voorgevulde spuit. Zorg er hierbij voor dat u de zuiger en de naald niet aanraakt.
  4. De voorgevulde spuit is nu klaar voor gebruik.
Gebruik van de voorgevulde spuit
Gebruik van de voorgevulde spuit

Let op

Onjuist gebruik van de voorgevulde spuit
Onjuist gebruik van de voorgevulde spuit
  • Buig de beschermhuls van de naald niet.
  • Draai de beschermhuls van de naald niet.
  • Trek niet aan de zuiger.

Prikinstructie

Prikgebied
Geschikte injectieplaatsen
Prikinstructie
Hoe te injecteren

 

De meest geschikte plaatsen om uzelf te injecteren, zijn:

  • het bovendeel van de dijen 
  • de buik, met uitzondering van het gebied rond de navel.

Het is een goed idee om de injectieplaats telkens te veranderen zodat u geen irritatie krijgt in het injectiegebied. Als u door iemand anders wordt geïnjecteerd, kunt u ook kiezen voor de achterzijde van uw bovenarmen.

  1. Breng de naald volledig in de huid onder een hoek van ongeveer 45°.(zie afbeelding)
  2. Trek voorzichtig aan de zuiger om te controleren of u geen bloedvat heeft aangeprikt. Als u bloed ziet in de spuit, moet u de spuit terugtrekken en op een andere plaats opnieuw inbrengen.
  3. Spuit de vloeistof langzaam en gelijkmatig in totdat de spuit leeg is en houd hierbij nog steeds de huid vast.
  4. Nadat de vloeistof is ingespoten, trekt u de spuit terug en laat u de huid los. Niet wrijven over de injectieplaats.
  5. Gooi de gebruikte spuit met naald in zijn geheel in de speciale container weg.
    Denk eraan dat u elke spuit maar voor één enkele injectie mag gebruiken. U mag de hoeveelheid die nog in de spuit achterblijft niet meer gebruiken.

Bijwerkingen

Een vaak gemelde bijwerking is milde tot matige spier- en botpijn. U kunt hiervoor een normale pijnstiller, zoals paracetamol innemen.

Vertel het uw arts onmiddellijk als u last heeft van één of meerdere van de volgende bijwerkingen:

  • Pijn links boven in de buik, pijn aan de linker onderzijde van de ribbenkast of schouderpijn. Dit kan duiden op een miltvergroting/miltruptuur. De kans op het optreden van deze bijwerking hangt af van de reden waarvoor u dit geneesmiddel voorgeschreven krijgt. Meer informatie hierover staat in de bijsluiter.
  • Zwelling van het hele lichaam, een opgeblazen gevoel (eventueel gepaard met minder vaak plassen), moeite met ademhalen, opgezette buik en vermoeidheid. Deze symptomen treden over het algemeen snel op. Dit kunnen symptomen zijn van een soms voorkomende aandoening (kan voorkomen bij maximaal 1 op de 100 mensen) genaamd “capillaire-lek-syndroom”. Het capillaire-lek-syndroom vereist onmiddellijke medische hulp.

Voor een volledig overzicht van de bijwerkingen verwijzen wij u naar de bijsluiter in de verpakking. Als een bijwerking optreedt die niet wordt vermeld in de bijsluiter, waarschuw dan uw arts, verpleegkundige of apotheker.

Bewaren

Filgrastim moet u in de koelkast bewaren bij een temperatuur van 2 tot 8 graden Celsius. Wanneer u per ongeluk bij een temperatuur warmer dan 8 graden Celsius heeft bewaard, dan moet u dit aan uw arts of apotheker te melden.

Gebruik dit medicijn niet na de uiterste gebruiksdatum. Deze datum vindt u op de verpakking op het etiket achter “EXP:”
Gebruik filgrastim niet wanneer de vloeistof niet helder is.

Lever ongebruikte geneesmiddelen of restanten in bij uw apotheek.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, neem dan contact met ons op.

E: sctcoordinatoren.hematologie@mumc.nl
T:  043-387 50 09 Hematologie
     043-387 17 50  Apotheek Maastricht UMC+

Laatst bijgewerkt op 22 december 2021