Folder

HPB-chirurgie: Alvleesklierstaart operatie met verwijdering van de milt

Binnenkort wordt u geopereerd aan uw alvleesklierstaart en milt. Uw arts heeft met u besproken welk soort operatie u krijgt. Door u de juiste zorg voor en na de operatie te geven willen wij u helpen om zo snel mogelijk te herstellen. In deze folder leest u meer over de operatie en de zorg die u krijgt.

Diagnose

Er kunnen verschillende redenen zijn om een alvleesklieroperatie te krijgen:

  • Alvleesklierkanker of pancreascarcinoom. Pancreas is het medische woord voor alvleesklier. Carcinoom is een ander woord voor kwaadaardige tumor of kanker.
  • Intraductale papillaire mucineuze neoplasma (IPMN): IPMN is een cyste die goedaardig begint maar soms kwaadaardig wordt. 
  • Mucineus cystadenoom: dit is een cyste gevuld met slijm die alleen bij vrouwen voorkomt en is bijna altijd goedaardig maar kan soms kwaadaardig worden.
  • Neuro-endocriene tumor (NET) ontstaan uit neuro-endocriene cellen. Deze zitten overal in het lichaam. Als neuro-endocriene cellen ongeremd delen, ontstaat een NET. Deze tumoren kunnen in veel organen ontstaan maar ontstaan het meest in het maag-darmkanaal, de longen of de alvleesklier.
  • Uitzaaiingen van een andere oorzaak.

De operatie

De operatie gebeurt onder algehele narcose. Hieronder ziet u een afbeelding van de operatie waarbij we de alvleesklierstaart, milt en omliggende lymfeklieren verwijderen. Soms kiezen we voor een operatie waarbij we de milt niet verwijderen. ()

.
Pancreasstaartoperatie met miltverwijdering

Goede zorg voor en na de operatie

Afspraak bij de polikliniek Anesthesie

U krijgt een afspraak bij de polikliniek Anesthesie als u op de wachtlijst voor de operatie staat. De anesthesist is een arts, gespecialiseerd in verdoving en pijnbestrijding en beoordeelt het risico van de narcose. Indien nodig, krijgt u een extra onderzoek om te kijken hoe goed uw hart en longen werken. Dit kan door middel van bloedprikken, het maken van een hartfilm of een afspraak bij de cardioloog.

Onderzoek naar risico op complicaties

Een dergelijke, grote buikoperatie heeft een grote impact op iemands leven. Vooral bij kwetsbare en oudere patiënten kan dit zorgen voor:

  • complicaties
  • plotselinge verwardheid (delier)
  • (blijvend) functieverlies, waarbij de patiënt moeite heeft met dagelijkse dingen
  • overlijden

Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat uw conditie en voeding invloed hebben op het herstel na de operatie. Een goede conditie bij binnenkomst in het ziekenhuis zorgt ervoor dat u sneller naar huis kunt. Bent u minder fit of eet u slecht? Dan verliest u voor en na de operatie veel van uw conditie. Dit vergroot de kans op complicaties. Om de kans op complicaties te verminderen, onderzoeken we vóór de operatie of u extra risico loopt. Daarnaast krijgt u een behandelplan op maat ter voorbereiding op de operatie.

Wat kunt u zelf doen?

Roken en alcohol vergroten de kans op complicaties na een operatie. Roken vermindert uw afweer, bloedstolling, doorbloeding en de hoeveelheid zuurstof in het lichaam. Daardoor genezen de wonden minder snel. Alcohol verdunt het bloed en kan bloedingen veroorzaken en ervoor zorgen dat wonden minder snel genezen. Wij adviseren u daarom om te stoppen met roken en met het drinken van alcohol. Hierdoor kan uw conditie verbeteren en wordt u na de operatie sneller beter.

Dag voor de operatie

Van Bureau Opname hoort u waar en wanneer u zich moet melden.

Voeding

De dag voor de operatie mag u gewoon eten en drinken maar géén alcohol drinken. Vanaf middernacht mag u niets meer eten of drinken. Uw medicijnen mag u 's ochtends in overleg met de verpleegkundige innemen met een beetje water.

Slaap- en kalmeringstabletten 

Het is niet standaard dat patiënten voor de operatie medicijnen om te slapen of rustig te worden krijgen. Gebruikt u nu elke dag zo’n medicijn? Dan mag u dit blijven nemen.

Dag van de operatie

Voor de operatie krijgt u algehele verdoving. Binnen een half uur na de operatie wordt u langzaam wakker. Na de operatie blijft u 1 nacht op de recovery (uitslaapkamer). De chirurg belt uw eerste contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is gegaan.

Medicijnen tegen pijn 

Een goede pijnbestrijding is belangrijk om snel beter te worden. Vóór de operatie plaatsen we een slangetje tussen uw ruggenwervels (epidurale katheter). Een katheter is een soepel plastic slangetje. Via dit slangetje komt het pijnstillende medicijn bij uw ruggenwervels. 2 tot 3 dagen na de operatie wordt deze katheter verwijderd. U krijgt dan pijnmedicatie toegediend.

Blaaskatheter 

Door de epidurale katheter kan uw blaas niet goed werken. Daarom krijgt u tijdens de operatie ook een slangetje in de blaas (urinekatheter). We verwijderen de blaaskatheter tegelijk met de epidurale katheter op de tweede of derde dag na de operatie.

Maagsonde 

Kunt u langere tijd geen voeding eten? Dan is het nodig om een maagslang te plaatsen. Via deze slang krijgt u direct voedingsstoffen (sondevoeding) toegediend. In de eerste dagen na de operatie verwijdert deze maagslang ook het teveel aan maagsap uit uw lichaam.

Drains 

Na de operatie blijven er doorgaans geen slangetjes (drains) in het operatiegebied zitten. Echter is dit soms wel nodig om een teveel aan vocht vanuit de buik af te voeren.

Eten en drinken 

Op de recovery krijgt u een glaasje water. Alleen bij misselijkheid of hikken hoeft u niet te drinken. Aan het einde van de operatie krijgt u een middel tegen misselijkheid. Toch kan het zijn dat u misselijk wordt, dit is een natuurlijke reactie van het lichaam. Bent u niet misselijk na de operatie? Drink dan af en toe een slokje water. Het kan nodig zijn dat u drinkvoeding krijgt met extra koolhydraten erin. Dit is om te zorgen dat uw conditie en voeding na de operatie zo goed mogelijk zijn.

Wondverzorging 

De operatie wordt ofwel open of robot geassisteerd uitgevoerd door de chirurg. De incisie of snede wordt na de operatie met oplosbare hechtingen of met huidnietjes gesloten. De nietjes worden een aantal dagen na de operatie verwijderd

De dagen na de operatie

Voeding 

De eerste dag na de operatie krijgt u licht verteerbare voeding. Als u dit goed kunt verdragen, kunt u rustig uitbreiden naar normale voeding. Tussen de maaltijden door krijgt u tussendoortjes. 

Het is belangrijk dat u voldoende vezels binnenkrijgt. Deze zorgen voor een goede darmwerking en krijgt u toegediend in de vorm van poeder of een kauwtablet. Als dit niet voldoende helpt, is een klysma (darmspoeling) nodig. 

Bewegen 

Na de operatie start u zo snel mogelijk met bewegen. De dag van de operatie probeert u met hulp op de rand van het bed te zitten. Gaat u de eerste keer uit bed? Dan krijgt u begeleiding van een verpleegkundige of fysiotherapeut. De dagen na de operatie probeert u minstens 6 uur uit bed te zijn. Dus 3 keer 2 uur. Ook probeert u 2 keer per dag een wandeling te maken over de afdeling. Goede pijnbestrijding is belangrijk om te kunnen bewegen. Geef duidelijk aan als u door pijn niet uit bed kan komen. U hoort geen erge pijn te hebben. Kunt u niet uit bed komen? Probeer dan zoveel mogelijk rechtop te zitten. Bewegen is belangrijk om ervoor te zorgen dat u geen trombose in de benen krijgt. Tot 5 weken na uw operatie krijgt u iedere dag een spuit tegen trombose. Bewegen is ook belangrijk om uw spieren sterk te houden. Het is belangrijk dat u goed rechtop zit, waardoor uw ademhaling beter wordt. Daardoor heeft u minder risico op ontstekingen aan de luchtwegen. Ook krijgt de wond op deze manier zo veel mogelijk zuurstof. 

Weefseluitslag 

De patholoog onderzoekt het tumorweefsel dat de chirurg tijdens de operatie heeft weggehaald. Na ongeveer 7 tot 10 werkdagen is de uitslag van het weefsel bekend en geeft duidelijkheid om welke vorm van kanker het gaat het gaat en of er uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn. De chirurg laat weten of nabehandeling nodig is. Als u dan nog bent opgenomen, krijgt u de uitslag in het ziekenhuis te horen. Als u weer thuis bent, krijgt u deze uitslag op de polikliniek.

Antibiotica

De eerste dag na de operatie start u met een antibioticakuur (Broxil 500mg, 1x per dag). Dit antibioticum moet u 2 jaar lang innemen om een ernstige infectie te voorkomen. Doordat de milt is verwijderd, heeft u een verminderde weerstand.

Mogelijke complicaties

Bij elke operatie is er kans op complicaties. Er zijn een aantal complicaties die kunnen gebeuren na een alvleesklieroperatie:

  • De belangrijkste complicatie die na een alvleesklieroperatie kan ontstaan, is een naadlekkage. De chirurg heeft in uw lichaam nieuwe verbindingen gemaakt met de alvleesklier, de galwegen en de maag. Deze verbindingen kunnen gaan lekken. Als dat gebeurt, krijgt u een slangetje (drain) in de buik die het wondvocht opvangt. Door dit slangetje kunnen we dan het ontstekingsgebied spoelen. Soms is een nieuwe operatie onder narcose nodig om de buikholte schoon te maken.
  • Een lokale infectie of abces  ()in het operatiegebied. Ook dan kunnen we een slangetje in de buik plaatsen. Door dit slangetje kan het ontstekingsgebied gespoeld worden. Soms is een nieuwe operatie onder narcose nodig, waarbij de buikholte wordt schoongemaakt.
  • De alvleesklier maakt hormonen aan om de bloedsuikerspiegel te regelen. Nu een deel van uw alvleesklier weg is, kunt u problemen krijgen met uw bloedsuikerspiegel. Als uw bloedsuikers te laag of te hoog worden, is soms een behandeling met insuline of andere medicatie nodig.

Mogelijke gevolgen van deze operatie

De alvleesklier is belangrijk voor de spijsvertering. Spijsvertering betekent dat het lichaam voedsel afbreekt tot voedingstoffen. De alvleesklier maakt enzymen aan die belangrijk zijn om voedsel te verteren. Nu een deel van uw alvleesklier weg is, kunt u problemen krijgen met uw spijsvertering. Uw arts of een diëtist kan u advies geven over uw voeding. Als uw lichaam zich aanpast, kunnen de problemen minder worden of oplossen. Maar veel mensen houden klachten zoals de klachten die hieronder staan genoemd.

  • Vetdiarree: Voor een goede vertering van vetten zijn enzymen uit alvleeskliersappen en galvloeistof nodig. Omdat uw alvleesklier nu minder enzymen aanmaakt (), verteren de vetten minder goed. U krijgt dan last van dunne, vettige poep.
  • Gewichtsverlies
  • Diabetes: U kunt problemen krijgen met uw bloedsuikerspiegel. Omdat een stuk van uw alvleesklier verwijderd werd.
  • Maag werkt langzamer: Na de operatie kan het zijn dat uw maag tijdelijk langzamer het eten doorgeeft. Hierdoor is het moeilijker om te eten en kunt u misselijk zijn. Een andere naam hiervoor is vertraagde maaglediging of gastroparese. Dit gaat vanzelf weer over. Totdat het over is, krijgt u sondevoeding via een voedingsslang. Of u krijgt een maagslang die de maagsappen uit de maag naar buiten brengt.
  • Lymfevocht lekt: Via de slangetjes (drains) kan er lymfevocht (chylus) vanuit het wondgebied in de buik naar buiten lekken. Dit noemen we chyluslekkage. Dit gaat vanzelf weer over. Totdat het over is, krijgt u extra vocht. Ook krijgt u een aangepast dieet of sondevoeding.
  • Miltinfarct: Bij een milt-sparende operatie, kunt u last krijgen van een miltinfarct. Dit komt omdat er minder bloed en zuurstof naar de milt gaat. Hierdoor kunt u pijn krijgen of gevoeligheid in de buik links boven. Een operatie is meestal niet nodig. Belangrijk is wel dat u deze klachten op tijd meldt. Zodat we u extra pijnstilling kunnen geven.

Weer thuis

Ongeveer 7 dagen na de operatie mag u naar huis, als u:

  • voelt dat het lukt om naar huis te gaan
  • met pijnstilling pijnvrij bent
  • normaal eten kunt hebben

De chirurg beslist in overleg met u wanneer u naar huis mag. De chirurg laat uw huisarts of verwijzer weten hoe de operatie en uw opname zijn gegaan.

U moet contact opnemen met het ziekenhuis als u een van deze klachten heeft:

  • buikpijn
  • braken
  • rugpijn
  • koorts

Het kan nog een aantal weken tot maanden duren voordat u helemaal beter bent van uw operatie. Het is normaal dat u thuis niet meteen de dingen kan doen zoals voor uw operatie. U heeft een grote ingreep gehad. 
Kon u vóór de operatie voor uzelf zorgen? Dan heeft u meestal geen extra zorg nodig thuis. Wel is het prettig als u de eerste 2 weken hulp krijgt van uw partner, familie of vrienden. We adviseren u om géén zware klussen te doen tot 6 weken na de operatie.

Weer dingen doen
Na de operatie mag u langzaam meer doen. Wissel de eerste dagen rust en activiteit af. Word langzaam steeds actiever.  Wandelen is goed om uw conditie te verbeteren. Fietsen en autorijden mag zodra u geen pijn meer heeft bij het bewegen. Bent u gewend om te sporten? Dan kunt u dat na 4 of 5 weken weer langzaam gaan doen. U mag tot 6 weken na de operatie niet zwaar tillen. Het is belangrijk dat u rustig begint en goed luistert naar de signalen van uw lichaam.

Vaccinaties na splenectomie

Vaccinaties na de verwijdering van uw milt is heel belangrijk. Dit omdat de milt belangrijk is voor uw afweer.
Op de verpleegafdeling B4 krijgt u de vaccinaties mee na de operatie.
Het is heel belangrijk dat u deze vaccinaties bewaart in uw koelkast.
Samen met uw gele vaccinatieboekje brengt u de vaccinaties mee naar uw poli-afspraak met onze Verpleegkundig Specialist of Physisian assistant.

Controle afspraak

Na korte tijd komt u op controle bij de chirurg. Bij uw ontslag uit het ziekenhuis krijgt u hiervoor een afspraak mee. 
Tijdens de controle-afspraak bespreekt de chirurg de eventuele nabehandeling samen met u. U blijft een lange tijd onder controle.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u deze stellen aan uw Verpleegkundige of Verpleegkundig Specialist i.o. Nuttige tip: noteer uw vragen van tevoren. 

Maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 13.00 uur, polikliniek Chirurgie: T. 043 387 49 00 of mail naar HPB@mumc.nl 

Na 17.00 uur en in het weekend, Spoedeisende Hulp (SEH): T. 043 387 67 00

Nuttige websites

Door de diagnose ‘kanker’ is uw leven van het ene op het andere moment veranderd. Ziek zijn en kanker in het bijzonder zorgen vaak voor angst en onzekerheid. Het kan zijn dat u niet weet wat u moet doen. Of dat u zich erg eenzaam voelt. Deze gevoelens en gedachten zijn normaal. Ze horen bij de ziekte en de ernst ervan. 

Uw arts en huisarts weten dat dit een moeilijke tijd in uw leven is. U kunt altijd met hen over uw situatie praten. Buiten en binnen het MUMC+ (oncologie.mumc.nl/ondersteunende-zorg/psychosocialezorg) kunt u ook met hulpverleners een afspraak maken. Zij helpen u graag in deze moeilijke situatie. 

Mogelijk heeft u steun aan deze websites: 

MUMC+ (www.mumc.nl/)

Oncologie, Comprehensive Cancer Center (oncologie.mumc.nl/)

Livingwithhope (livingwithhope.nl/)

MLDS (www.mlds.nl/)

Kanker.nl (www.kanker.nl/)

Laatst bijgewerkt op 23 juni 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-1747