Foto MUMC

Patiëntinformatie

Botverankerd hoortoestel (Bone Conduction Device), vervolgtraject na de eindcontrole

Een Bone Conduction Device (BCD) is een andere benaming voor een botverankerd hoortoestel of beengeleiderstoestel.

We noemen het botverankerd hoortoestel ook BCD. Dit is de afkorting voor Bone Conduction Device. Dit is de officiële benaming, die ook door de KNO-artsen gebruikt wordt.

Hieronder geven we meer uitleg over het vervolgtraject na de eindcontrole.

Controle afspraken polikliniek Keel-, Neus- en Oor (KNO)

Na de eindcontrole van uw implantaat is verdere controle van het implantaat niet nodig. Heeft u om een andere reden wel controles bij uw Keel-, Neus- en Oorarts (KNO-arts) dan blijven deze gewoon doorgaan. Krijgt u klachten of heeft u nog vragen over uw implantaat, neem dan contact op met de polikliniek KNO.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                               

Controle afspraken Audiologisch Centrum

In principe krijgt u geen controle afspraken bij het Audiologisch Centrum. Heeft u klachten of vragen over uw BCD of de instellingen daarvan, maak dan een afspraak bij het Audiologisch Centrum. Als u vermoedt dat uw BCD kapot is, neem dan eerst contact op met de fabrikant via het servicenummer, dat u vindt in de doos van uw BCD.

Vervanging van uw BCD

Iedere vijf jaar komt u in aanmerking voor vervanging van het toestel. Zoals ieder elektronisch toestel slijt ook uw BCD. Daarbij zijn er door technologische vooruitgang vaak nieuwe mogelijkheden. Neem contact op met de polikliniek KNO of met het Audiologisch Centrum om een proef te doen met het nieuwste type BCD. U krijgt dan een afspraak bij de KNO-arts en het Audiologisch Centrum.

Verzorging

 

Om complicaties te voorkomen, is het belangrijk dat u de huid rond het implantaat goed verzorgt. Tussen het koppelstuk van het implantaat en de huid ontstaat een kleine ruimte. Hierin kunnen zich huidresten en dode huidcellen ophopen. De eerste zes weken na de operatie moet u het implantaat dagelijks schoon maken. Dit doet u door regelmatig te spoelen met een zachte douchestraal en wat shampoo. We raden u aan hier antibacteriële zeep voor te gebruiken. Een andere type zeep of shampoo is ook geschikt.
Na die eerste zes weken adviseren we de huidresten die zich rond het implantaat ophopen één tot twee keer per week schoon te maken. Gebruik hiervoor babylotion doekjes, deze zijn namelijk zonder alcohol. Let op dat u met de vochtige doekjes geen draaibeweging maakt. Hierdoor zou u het implantaat los kunnen draaien.

Oor
Implantaat achter het oor.

Complicaties op langere termijn

  • • Huidontsteking

     

    Het implantaat komt door een gaatje in de huid naar buiten. De huid rondom het implantaat is gevoelig voor ontstekingen. Het is dus belangrijk om de huid rondom het implantaat goed schoon te houden.

    Krijgt u toch een ontsteking, dan is deze goed te behandelen met antibioticumzalf. Soms is het nodig om een gaasje met antibioticumzalf onder een plastic beschermingskapje (dit wordt een healing cap genoemd) te plaatsen of u krijgt antibioticumtabletten.                                          

  • • Implantaatverlies

    Bij het vallen op of stoten van uw hoofd, op de plaats waar het implantaat zit of bij langdurige huidontstekingen, kan het implantaat los raken en eruit vallen. Er kan in de meeste gevallen een nieuw implantaat worden geplaatst.                                                                                                              

  • • Huid overgroei

    Bij ontstekingen kan de huid rond het implantaat onrustig en dikker worden, waardoor de huid over het implantaat heen kan groeien. Als de huid te dik is, dan past de BCD niet meer op het implantaat of gaat de BCD fluiten waardoor u minder goed kunt horen. De verdikking van de huid is te behandelen met antibioticumzalf. Soms is het nodig om de extra huid weg te snijden onder lokale verdoving of om een langer koppelstuk te plaatsen. Wanneer een langer koppelstuk op het implantaat geplaatst wordt, dan zal de BCD waarschijnlijk niet meer fluiten.

  • • Pijn

    Direct na de operatie en tijdens de genezing is milde pijn normaal. Bij enkele patiënten neemt deze pijn niet af of wordt deze erger na verloop van tijd. Neem hierover dan contact op met uw KNO-arts. Reden voor deze pijn kan een huidontsteking of een loszittend implantaat zijn. Gelukkig komt dit niet vak voor.

MRI

 Als u in de toekomst een MRI-onderzoek moet ondergaan, is dit vaak geen probleem voor het implantaat. Het implantaat is goedgekeurd voor een MRI-onderzoek met een sterkte van 3 Tesla of minder. Bespreek dit altijd van te voren met uw behandelend arts, dan wordt hier rekening mee gehouden.

Contact

 Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of is er sprake van een mogelijke complicatie, neem dan contact met ons op tijdens kantooruren; 

  • Polikliniek KNO/Audiologisch Centrum  043 - 387 54 00
  • buiten kantooruren: Spoedeisende Hulp  043 - 387 67 00

 Of bereikbaar per mail: bcd.kno@mumc.nl                                     

Laatst bijgewerkt op 19 augustus 2020