In deze folder leest u meer over een melanoom. We leggen uit hoe het ontstaat. U leest ook hoe het eruit ziet. En welke onderzoeken en behandelingen er zijn.
Wat is een melanoom?
Een melanoom is een vorm van huidkanker. Een melanoom ontstaat uit pigmentcellen. Dit zijn cellen die zorgen voor de kleur van uw huid. De meeste melanomen zitten alleen in de bovenste laag van de huid. Dan zijn ze goed te behandelen. Soms groeit een melanoom dieper de huid in. Het kan dan uitzaaien naar de lymfklieren of andere organen. Of dat gebeurt, hangt af van hoe dik het melanoom is. We noemen dit de Breslow dikte. Hoe dikker het melanoom, hoe groter de kans op uitzaaiing.
Het is belangrijk dat u de juiste behandeling krijgt. Zo voorkomen we dat een melanoom terugkomt of uitzaait. Deze behandeling is voor iedereen anders. Heeft u een melanoom? Dan bespreken de artsen dit samen om de behandeling te bepalen. Daarna bespreekt de arts de behandeling met u.
Hoe ontstaat een melanoom?
Er zijn verschillende oorzaken. De belangrijkste zijn:
- Huidtype. Mensen met een heel lichte huid, blond of rossig haar en veel sproeten hebben een groter risico op een melanoom. Hun huid verbrandt sneller in de zon.
- Vaak verbrand in de zon als kind. Mensen die op jonge leeftijd veel zijn verbrand, hebben een grotere kans om een melanoom te krijgen als ze ouder worden.
- Eerder huidkanker. Mensen die al huidkanker hebben gehad, hebben een grotere kans op het krijgen van een melanoom. Een andere vorm van huidkanker is bijvoorbeeld een basaalcelcarcinoom.
- Moedervlekken. Sommige moedervlekken hebben een grotere kans om een melanoom te worden. Het gaat dan om:
- Onrustige moedervlekken.
- Moedervlekken met een vreemde vorm.
- Grote moedervlekken die er al vanaf de geboorte zijn. - Erfelijkheid. In sommige families komen melanomen vaker voor. Dat komt door een fout in het erfelijk materiaal (gen). Mensen met deze fout hebben meer kans op één of meer melanomen.
Hoe ziet een melanoom eruit?
Melanomen ontstaan vaak in bestaande moedervlekken. De moedervlek verandert hierdoor. Deze veranderingen kunnen zijn:
- Een verandering van kleur in de moedervlek
- Een verandering van de vorm van de moedervlek
- Jeuk
- Pijn
- Bloeden
Deze veranderingen hoeven niet allemaal samen voor te komen.
Een melanoom kan ook ineens ontstaan uit een gezonde huid.
Hoe onderzoeken we of u een melanoom heeft?
Om erachter te komen of u een melanoom heeft, halen we de hele plek op uw huid weg. U krijgt eerst een verdoving, zodat u geen pijn voelt. Daarna onderzoeken we de plek onder een microscoop.
De uitslag is na 1 tot 2 weken bekend. De arts bespreekt de uitslag met u. Hij vertelt dan meer over het type melanoom u heeft. Hij bespreekt ook welke onderzoeken en behandeling u krijgt.
Soms is extra onderzoek nodig. Dat doen we om te kijken of er uitzaaiingen zijn. Bijvoorbeeld in de lymfeklieren of andere organen. Dat doen we met een echo, PET-CT of een schildwachtklier procedure.
Echo van de lymfeklieren
Soms maken we een echo van de lymfeklieren. Als de tumor op uw been zit, maken we een echo van de lies. Als we een verdachte lymfeklier zien, dan halen we een beetje weefsel weg. Dat doen we door met een naald in de lymfeklier te prikken. We laten dit weefsel onderzoeken. Zo kunnen we bepalen of er een uitzaaiing is.
PET-CT
Een PET-CT maakt beelden van de binnenkant van uw lichaam. Kankercellen verbruiken veel energie. Ze hebben veel brandstof nodig, in de vorm van suiker. We noemen suiker ook glucose. Bij een PET-CT krijgt u een beetje radioactieve glucose in uw bloed. Daar merkt u niets van en het is niet schadelijk. U plast het later gewoon weer uit.
Met de scan zien we op welke plekken uw lichaam veel glucose gebruikt. Zo zien we ook of er kankercellen zitten.
Schilwachtklier procedure
De schildwachtklier procedure doen we meestal tijdens de tweede operatie als we het litteken ruimer weghalen. De schildwachtklier is de eerste lymfeklier waar kankercellen naartoe gaan. Op de dag voor de operatie spuiten we een beetje radioactieve stof in. Dat doen we op of rondom de plek van het melanoom. Deze stof stroomt naar 1 of meerdere lymfeklieren. Met een speciale camera volgen we de stof. Tijdens de operatie wordt deze lymfeklier verwijderd en onderzocht. Zo zien we of er kankercellen in de lymfeklier aanwezig zijn. De uitslag hiervan volgt ongeveer 1 week later.
Behandeling
De behandeling van een melanoom begint bijna altijd met een operatie.
Bij de eerste operatie halen we het melanoom weg. Dan onderzoeken we het weefsel. De arts bepaalt daarna:
- Welke soort melanoom u heeft.
- Hoe dik het melanoom is.
- Hoe groot de kans op uitzaaiingen is.
Een paar weken na de operatie volgt bijna altijd een tweede operatie. We halen dan het litteken weg. Ook halen we voor de zekerheid nog maximaal 2 cm huid eromheen weg.
Zo verkleinen we de kans dat het melanoom op dezelfde plek terugkomt. We noemen deze tweede operatie een re-excisie of definitieve excisie.
Heel soms halen we het melanoom niet weg. Dan wordt het bestraald. Dit hangt onder meer af van de plek van het melanoom.
Schildwachtklierprocedure en verdoving
Krijgt u een schildwachtklier procedure? Dan doen we tegelijk met de tweede operatie, dus als we het litteken weghalen. U krijgt dan een narcose. We brengen u dan helemaal in slaap.
Krijgt u geen schildwachtklier procedure? Dan halen we het litteken weg met een verdoving. Deze verdoving is plaatselijk.
Erfelijkheid en melanoom
Soms komt een melanoom in de familie voor. Bij ongeveer 10 van de 100 mensen met een melanoom is dit erfelijk. Bij hen is er vaak een foutje in het erfelijk materiaal (genafwijking). De bekendste genen die hiermee te maken hebben zijn: het CDKN2A gen en het CDK4-gen.
Wanneer denken aan erfelijkheid?
De kans op erfelijkheid is groter als:
- 3 of meer familieleden aan 1 kant van de familie een melanoom hebben (gehad). Het gaat dan om familieleden in de eerste en in de tweede graad.
- Iemand 2 keer of vaker een melanoom heeft (gehad).
- Iemand jonger dan 40 jaar een melanoom krijgt én er nog een familielid is met een melanoom.
- In de familie zowel melanomen als alvleesklierkanker voorkomen.
Komt uit DNA-onderzoek erfelijke aanleg voor een melanoom naar voren? Dan is de kans op het krijgen van een melanoom 70 tot 80%.
Nazorg
De nazorg hangt af van het melanoom dat u heeft gehad. Bij melanomen in het laagste stadium hoeft u niet op controle te komen. U komt alleen op controle als u klachten heeft van uw huid. Of als de arts dit met u afspreekt. Als u een melanoom in een verder stadium heeft gehad, blijft u minstens 5 jaar onder controle.
Tijdens de controles onderzoeken we u hele huid. We voelen ook aan de lymfeklieren in de liezen, oksels en in de hals.
Controleer ook zelf regelmatig uw huid en lymfklieren. Let hierbij op veranderingen in de huid:
- Die plotseling ontstaan.
- Die snel groeien.
- Die klachten geven zoals pijn of bloeden.
Ziet u tussen de controles door veranderingen in de huid? Of zijn uw liezen, oksels of hals dikker? Laat dit dan weten aan de arts.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Bel ons dan.
Polikliniek Dermatologie
Telefoon: 043 - 387 50 00
We zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30-12.00 en van 13.00-16.30 uur.
Websites
- MUMC+ (www.mumc.nl/)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)
- Dermatologie MUMC+ (dermatologie.mumc.nl/)
- Stichting Melanoom (www.stichtingmelanoom.nl/)
- Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie (nvdv.nl/)