Folder

Thuismonitor bij kinderen

Centrum voor AdemhalingsStoornissen bij Kinderen (CASK)

Uw kind krijgt een thuismonitor.
Een thuismonitor meet:

  • de hoeveelheid zuurstof in het bloed. 
  • en hoe vaak het hart slaat per minuut.

De meting gebeurt via een sensor om het voetje, de grote teen of heel soms een vinger.
De arts beslist hoe lang uw kind een thuismonitor nodig heeft.

Waarom is een thuismonitor nodig?

Er zijn verschillende redenen waarom de bewaking van een thuismonitor nodig is.  
Bijvoorbeeld:

  • de neus en/of keel zijn nauw
  • het ademhalen gaat moeilijk door zwakke spieren
    - bij een tracheacanule
    - het ademhalen stop door epilepsie
    - het ademhalen verandert door hartprobleem of een longziekte
  • als uw kind hulp krijgt bij het ademhalen van een MyAirvo2 apparaat, een CPAP apparaat, een beademingsapparaat of een nasopharyngeale tube.

Wat is saturatie?

Door te ademen komt er zuurstof in de longen. 
Vanuit de longen gaat de zuurstof naar het bloed. 
De zuurstof bindt zich aan de rode bloedcellen in het bloed. 
De rode bloedcellen brengen de zuurstof naar de rest van het lichaam, zoals de hersenen, lever, nieren en de spieren. 
Saturatie is de medische naam voor de hoeveelheid zuurstof in het bloed.
De thuismonitor meet de saturatie. 
De thuismonitor werkt met licht. Meestal is dat LED-licht. 
Een lichtbron stuurt het licht door het voetje, de teen of de vinger. In het voetje, de teen en de vinger zitten kleine bloedvaten. Het licht gaat door deze bloedvaten naar een detector aan de andere kant van het voetje, de teen of vinger. Hiernaast ziet u de voorbeelden.
Dit geeft het apparaat de informatie om de saturatie in de bloedvaten te berekenen

Saturatiemeter
Saturatiemeter rond voet
Saturatiemeter rond teen
Saturatiemeter rond vinger

Wat staat er op het scherm van de thuismonitor?

Op het scherm van de thuismonitor staat de saturatie en ook de hartslag.
U ziet een curve op het scherm, want het apparaat maakt van de getallen ook een curve.

Grafiek
Thuismonitor
Grafiek
Curve op de thuismonitor

Afkortingen die u op het scherm ziet

SpO2 = saturatie (hoeveelheid zuurstof in het bloed)
PR = pulse rate (hartslag)
BPM= beat pro minute (hartslag)
PI= perfusie- index (de doorbloeding)

Wanneer gaat het alarm?

De arts van uw kind bepaalt wanneer het alarm van de thuismonitor moet afgaan. 
In het apparaat wordt ingesteld dat het alarm afgaat als de zuurstof lager of hoger wordt dan een bepaald getal. 
En dat het alarm afgaat als de hartslag hoger of lager wordt dan een bepaald getal. 
Dit noemen we de ondergrenzen en bovengrenzen.
Deze grenzen hangen af van de leeftijd, de conditie en de ziekte van uw kind.

De voorbereiding

De verpleegkundig consulent van het CASK geeft u de thuismonitor en vertelt hoe het werkt.
De meest gebruikte thuismonitor bij het CASK is de Masimo RAD 97. 

De verpleegkundig consulent van het CASK stelt het apparaat in voor uw kind. 
Om de thuismonitor goed in te stellen, slaapt uw kind 1 nacht in het centrum. 
Tijdens de opname ligt uw kind aan de thuismonitor en aan de monitor van de afdeling. 
Dit doen we om foutmeldingen te voorkomen. 
Tussen de monitor van de afdeling en de thuismonitor mag een verschil zijn van maximaal 3 %. 
Hierna weten wij zeker dat we uw kind een veilige monitor meegeven.

Bij de thuismonitor krijgt u ook de volgende dingen mee naar huis: 
•    2 patiënten kabels, zodat u 1 reserve heeft
•    een aantal wegwerp-sensoren passend bij het gewicht van uw kind
•    een rol tape
•    een kabel om de thuismonitor op te laden
•    een tas voor de thuismonitor

De monitor heeft een accu. 
Is de accu helemaal opgeladen? Dan werkt hij ongeveer 4 uur. 
Laad de batterij altijd helemaal op. 
Dit doet u door de monitor altijd aan de oplader te hebben als u thuis bent.

De zorgverzekering vergoedt de monitor niet. 
Het MosaKids kinderziekenhuis van het MUMC+ vergoedt de monitor zelf. Daarom kost de monitor u niets. 

Hoe gebruikt u de thuismonitor (rad-97)

  • Zet het apparaat op een rechte en droge ondergrond.
  • Leg geen dingen tegen de luidspreker, zodat u het alarm goed kunt horen.
  • Doe de stekker in het stopcontact.
  • Zet het apparaat aan met de aan-uitknop: Blijf op de knop drukken tot u een toon hoort. 
  • De toets geeft nu licht en de monitor staat aan.
  • Wat staat er op het scherm bij de rad-97? De saturatie en de hartslag staan groot op het scherm.  
    De ondergrens en de bovengrens staan klein op het scherm. 
    Komt de saturatie of de hartslag buiten deze grenzen? Dan klinkt het alarm.
  • Wilt u metingen verkleinen in beeld (PI)? Sleep ze dan naar onderen. 
    Wilt u metingen beter in beeld? Sleep ze dan naar boven.

Het volume aanpassen

1. Tik op de luidspreker. De luidspreker staat boven aan de rechterkant, naast de tijd
2. Schuif het balkje naar het volume dat u wilt.                                      

Geluid tijdelijk uitzetten

1. Tik op het belletje.
Het belletje staat bovenaan aan de linkerkant. 
Ziet u een streep door het belletje? Dan staat het geluid uit
Let op, u hoort nu 2 minuten niet als de getallen over de grenzen gaan. 
2. Wilt u het geluid weer aanzetten? Tik dan opnieuw op het belletje.                                                                                                             

Het vastmaken van de sensoren

Kies de sensor die past bij het gewicht van uw kind en de plek waar u de sensor vastmaakt.

  • Maak de sensor vast met de pleister. Doe de pleister niet te strak.
  • Weegt uw kind meer dan 3 kg?
    Doe de sensor op de nagel van de grote teen.
    Een andere plek is de vinger. Deze plek gebruiken wij zelden bij kinderen.
  • Weegt uw kind minder dan 3 kg?
    Doe de sensor aan de buitenkant van het voetje.

Op de tekeningen hieronder ziet u hoe u de sensor vastmaakt.

De sensor (zwarte vierkant) moet tegenover de lichtbron (ster) zitten. 
Bevestig de sensor zo dat de patiënten-kabel richting het been gaat. 
Wissel iedere dag van kant: de ene dag de rechterteen of rechtervoet, de andere dag de linkerteen of linkervoet.

Grote teen

Saturatie meten aan de grote teen

Voorbeeld grote teen

Saturatie meten aan de grote teen

Buitenkant voetje

Saturatie meten aan de voet

Voorbeeld buitenkant voetje

Saturatie meten voet
  • Bevestig de sensor aan de patiënten kabel.
  • Doe een sok om de voet zodat de sensor op zijn plek blijft. 
    De sok zorgt ook dat er geen licht van buiten op de voet komt. 
    En een sok houdt ook de voet warm.
  • Gebruik een sensor totdat het beschadigd is, vies is of erg veel storing geeft. 
    Gebruik een sensor wel minimaal 3 dagen.
  • De bruine leucopor pleister kunt u regelmatig vervangen door een nieuwe tape. 
    Gebruik geen andere normale bruine pleisters.

Hoe vervangt u de bruine leucopor pleister?
-verwijder de bestaande tape en gooi het weg
-haal de folie van de nieuwe tape
-plak de tape over de sensor

Het alarm-lampje 
Er is ook een lampje waarop u kunt zien of het alarm gaat en of er iets mis is met het apparaat. Dit lampje heet het systeemstatus-lampje. Het lampje geeft licht in verschillende kleuren. Hieronder ziet u wat de verschillende kleuren betekenen.                         

Alarm
Alarm lampje
LampjeAlarmWat betekent het lampje?
GeenGeenDe thuismonitor staat uit.
GroenGeenDe thuismonitor bewaakt uw kind. 
Er zijn geen alarmen.
GeelLaagEr is een actief alarm met lage prioriteit.
Dit betekent bijvoorbeeld:
- Er is geen kabel aangesloten
- Er is een kabel aangesloten, maar er is geen sensor op de kabel aangesloten
- De sensor is los van uw kind en dit is bevestigd
Knippert geelGemiddeldEr is een actief alarm met gemiddelde prioriteit.
Knippert roodHoogEr is een actief alarm met hoge prioriteit.
  • Bij een alarm van de thuismonitor kijkt u altijd eerst naar uw kind. 
    Handel als dat nodig is volgens het noodplan. 
  • Bij vals alarm kijkt u of de sensor goed bevestigd is. Zet de monitor eventueel een keer uit en aan. 
  • De meting is in elk geval onbetrouwbaar bij beweging, bij een lage bloeddruk, bij koude handen en voeten, bij nagellak, bij vocht en als er licht van buiten op de sensor valt. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Dan kunt u bellen of mailen met de verpleegkundig consulent.

Centrum voor AdemhalingsStoornissen bij Kinderen (CASK)
Telefoon: 043-387 79 69
E-mail: cask@mumc.nl

Websites

Laatst bijgewerkt op 13 maart 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-2071