Folder

Aangeboren staar en staar bij kinderen jonger dan 16 jaar

Congenitaal cataract

Bij uw kind is de lens van een of beide ogen troebel. Dit heet staar of cataract. De lens zit achter het gekleurde gedeelte van het oog, het regenboogvlies. Normaal is de lens helder. Licht kan dan goed het oog binnenkomen. Zo kan een kind goed zien en leren kijken. Als de lens troebel is, komt het licht niet goed in het oog. Uw kind ziet dan minder goed of leert niet goed kijken. 
Staar komt meestal voor bij oudere mensen. Soms komt staar ook voor bij baby’s en kinderen.

Staar bij een kind kan aangeboren zijn (congenitaal cataract) of later ontstaan tijdens het opgroeien. Aangeboren staar is zeldzaam. Ongeveer 1 op 10.000 kinderen heeft dit. Staar kan in 1 oog zitten of beide ogen. Vaak zijn beide ogen aangedaan.

Oorzaken

Aangeboren staar kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld:
- een erfelijke aandoening
- een ziekte van het lichaam, zoals suikerziekte of een stofwisselingsziekte
- een syndroom, zoals het syndroom van Down

Vaak vinden we geen duidelijke oorzaak.

Staar kan ook later ontstaan door een ziekte, gebruik van bepaalde medicijnen, bestraling of een ongeluk.

Vertel het ons als er oogziekten in uw familie voorkomen. Soms komt staar vaker voor in dezelfde familie. 

Klachten en signalen

U of een arts kan een of meer van deze dingen merken aan het kind met staar:

  • een witte vlek in de pupil. 
  • er is geen rode reflex te zien op foto’s met flits gemaakt
  • uw kind ziet minder goed
  • wiebelogen (snelle, ongecontroleerde oogbewegingen)
  • scheelzien

Onderzoek

Op de poli onderzoeken we:
- of een of beide ogen zijn aangedaan
- welk type staar uw kind heeft
- of de staar invloed heeft op het zien en op het leren kijken

De onderzoeken passen we aan de leeftijd van uw kind. Uw kind kan bijvoorbeeld de volgende testjes krijgen:

  • test voor de gezichtsscherpte 
  • test voor scheelzien
  • test voor diepte zien
  • meting van de oogdruk
  • onderzoek van de voorkant en de binnenkant van het oog
  • meting van de lengte van het oog 
  • een echo of foto van het oog

Soms gebruiken we een ooglidspreider om goed in het oog te kunnen kijken. We gebruiken dan verdovende druppels en doen dit zo kort mogelijk.

Soms moeten we het oogonderzoek onder narcose doen, als dit op de poli niet mogelijk is. 

Laat ons weten:
- of uw kind onder behandeling is bij andere specialisten
-  welke medicijnen uw kind gebruikt
- of uw kind allergieën heeft

Extra onderzoeken

Als de oorzaak van de staar niet duidelijk is, kan een aanvullend onderzoek nodig zijn bij de kinderarts.

Deze arts kijkt dan of uw kind:

  • verder gezond is
  • geen ontsteking of infectie heeft
  • geen andere ziekte heeft

Soms adviseert de arts genetisch onderzoek (DNA-onderzoek). U krijgt dan eerst een gesprek met een klinisch geneticus.

Behandelmogelijkheden

Na alle onderzoeken bespreken we samen wat de beste behandeling is. We kijken vooral of de staar het leren kijken in de weg staat. 
Hoe jonger een kind is, hoe belangrijker goed zien is voor de ontwikkeling. De eerste maanden tot het eerste levensjaar zijn het meest belangrijk voor de ontwikkeling van het zicht. Als staar te laat wordt ontdekt of behandeld, kan het zicht blijvend verminderd zijn.
Uw behandelend team bespreekt met u de verschillende mogelijkheden: 

1. Afwachten

We kiezen soms om nog niet te behandelen als het zicht past bij de leeftijd van uw kind

2. Stimuleren van het oog

We kunnen het zwakkere oog trainen door het goede oog tijdelijk af te plakken met een pleister.
Dit heet occlusietherapie. Zo proberen we een lui oog te voorkomen of te behandelen, soms zonder operatie. 

3. Een operatie

Bij een staaroperatie verwijderen we de troebele lens. Hieronder leest u hierover meer.

Staar-operatie bij (jonge) kinderen

Wanneer is een operatie nodig?

Soms zorgt de staar ervoor dat er te weinig licht in het oog komt. Uw kind kan dan niet goed kijken of niet goed leren kijken. In dat geval adviseren wij een operatie. Wij leggen u altijd uit waarom een operatie nodig is, maar we beslissen samen. Bij kinderen onder de 12 jaar is toestemming van beide ouders of gezaghebbers nodig. Bij kinderen van 12 tot 16 jaar beslist het kind samen met de ouders mee.

Hoe verloopt de operatie?
  • Deze operatie gebeurt altijd onder narcose. Uw kind slaapt dus. 
  • Het is een dagbehandeling. Uw kind mag dezelfde dag weer naar huis.
  • Uw kind moet nuchter zijn. Dit betekent een tijdje niet eten of drinken. De anesthesist neemt      hierover contact met u op en legt precies uit wat voor uw kind geldt. Dit kan verschillen per leeftijd.
Begeleiding in het ziekenhuis

De operatie vindt plaats in het Mosakids kinderziekenhuis van het MUMC+. Het kinderteam zal u en uw kind zo goed mogelijk begeleiden.
Eén ouder mag het hele traject bij het kind blijven tot het slaapt in de operatieruimte. Als uw kind weer wakker wordt na de operatie, mag u direct weer naar uw kind toe.

Leeftijd en veiligheid

Uw kind moet minstens 1 maand oud zijn voor deze behandeling. Bij jonge kinderen is er een kans op problemen met de oogdruk. Hoe jonger het kind, hoe groter dit risico.

Kunstlens of geen kunstlens: wat betekent dit voor uw kind?

Tijdens de operatie verwijderen we de troebele lens. Soms plaatsen we meteen een kunstlens. Of dit kan, hangt af van de leeftijd van uw kind en de gezondheid van het oog.

Kinderen van 0 tot 2 jaar

Bij jongen kinderen kijken we heel zorgvuldig wat veilig is.

Soms kunnen we al een kunstlens plaatsen. Dit hangt af van:
- de leeftijd van uw kind
- de grootte van het oog
- de gezondheid van het oog
- hoe de operatie verloopt

Als het mogelijk is, plaatsen we een kleine kunstlens in het oog. Dat gebeurt met een speciale operatietechniek. Dit noemen we de ‘bag in de lens’ techniek van Prof. dr. Tassignon. 

Soms is het niet mogelijk of niet wenselijk om een kunstlens te plaatsen. Het oog blijft dan zonder lens. 

Als er geen kunstlens is geplaatst:
- draagt uw kind hierna contactlenzen met een hoge sterkte. De contactlensspecialist helpt u in het begin en leert u hoe u de lens bij uw kind indoet en uitdoet. 
- het zijn lenzen die dag en nacht in het oog blijven zitten, meestal tot ongeveer 1 maand
- de sterkte van lenzen moeten we vaak aanpassen, omdat uw kind en dus ook het oog van uw kind nog groeit. 

Leeftijd boven 2 jaar

Bij kinderen ouder dan 2 jaar plaatsen we een kunstlens, als de bouw van het oog dit toelaat. De sterkte van de kunstlens bepalen we met metingen van het oog. We houden rekening met de verwachte groei van het oog. Er blijft bewust een kleine reststerkte over, omdat het oog nog groeit. 
Na de operatie zal uw kind levenslang een bril dragen met een sterkte voor veraf en een leesgedeelte voor dichtbij.

Bij kinderen tussen de 2 en 6 jaar gebruiken we een techniek waarbij we de kunstlens inklemmen in het lenszakje van de oude lens. Hierbij is de kans op nastaar kleiner.

Vanaf 6 jaar gebruiken we meestal dezelfde operatietechniek als bij volwassen. We proberen het lenszakje zoveel mogelijk heel te laten. Wanneer dit kan, doen we zo weinig mogelijk handelingen in het oog tijdens de operatie. 
Na deze operatie kan nastaar ontstaan. Dit kunnen we gemakkelijk op de poli verwijderen met een korte pijnloze laserbehandeling van enkele minuutjes. Vanaf een leeftijd van 6 jaar is dit meestal goed mogelijk. 

Stappen na de operatie

Stap 1: herstel van het oog (0-6 weken na de operatie)
  • De wondjes moeten goed genezen. In deze fase is hygiëne erg belangrijk.
  • U gebruikt ontstekingsremmende druppels. Uw arts vertelt u hoe veel en hoe vaak u moet druppelen.
  • Uw kind mag niet in het oog wrijven. Ook mag er geen vuil of water in het oog komen. Dit is het belangrijkste gedurende de eerste 2 weken van het herstel. Wij geven voor deze beginfase ook een oogkapje mee.
  • Deze herstelfase duurt ongeveer 4 tot 6 weken
  • U komt na de operatie regelmatig op controle. In het MUMC+ gebruiken wij vaak het volgende schema: 
    - controle na 1 dag of na 3 dagen 
    - controle na 1 week
    - daarna controle elke 2 weken, zolang als nodig 
Stap 2: contactlens en/of een bril (vanaf ongeveer 6 weken na de operatie)
  • We starten zo snel mogelijk met contactlenzen of een bril. Dit kan pas als we de ogen goed en betrouwbaar kunnen opmeten. Wanneer dat kan, hangt af van het herstel van het oog.
  • Bij een kunstlens is altijd nog een bril nodig.
  • Als er geen kunstlens in het oog geplaatst, moet uw kind contactlenzen dragen. Dit zijn zachte lenzen die langer gedragen kunnen worden. De lenzen laten veel zuurstof door.
    De contactlensspecialist helpt uw kind bij de aanmeting van de lens, het gebruik en het schoonmaken en onderhoud. 
    De sterkte van de lenzen passen we aan aan de leeftijd en de ontwikkelingsfase van uw kind. Een jonge kind kijkt vooral dichtbij. Daarom kiezen we eerst een sterkte waarmee het kind op korte afstand scherp ziet. 
    Wanneer uw kind ouder wordt, gaat lopen en meer activiteiten doet dan:
    - passen we de sterkte van de contactlenzen aan voor veraf zien
    - krijgt uw kind extra een bril voor dichtbij. Deze bril heeft een leesgedeelte van +3.0. Zo kan uw kind zowel veraf als dichtbij zien.
  • Door een staaroperatie verliest ieder mens het vermogen om scherp te stellen (accomoderen). Dit gebeurt omdat de natuurlijke lens wordt verwijderd. Deze lens zorgt normaal voor het scherpstellen. Daarom is na een staaroperatie altijd een sterkte nodig voor veraf. En is altijd een leesbril of leesgedeelte nodig voor dichtbij. 
    Ook als uw kind een contactlens heeft, is later meestal extra een bril nodig. Dit gebeurt vaak vanaf een leeftijd vanaf 2 jaar.
Stap 3: Leren kijken (tot ongeveer de leeftijd van 12 jaar)
  • We leren gemiddeld tot een leeftijd van 8-10 jaar kijken met onze ogen. Staar op jonge leeftijd kan dit proces verstoren. De eerste periode van het leven is hierbij het meest belangrijk. Toch blijven we de ogen van uw kind stimuleren, totdat we het best mogelijke zicht van uw kind hebben bereikt.
  • Houd er rekening mee dat een oogziekte op jonge leeftijd, zoals staar, vaak invloed heeft op het leren kijken. Er is een grote kans dat het zicht van uw kind onder gemiddeld blijft, ook als  alle stappen en behandelingen goed zijn uitgevoerd.
  • De orthoptisten in ons team meten regelmatig de sterkte van de ogen op. Ze passen de sterktes van de bril en contactlenzen aan als dat nodig is.
  • Er blijven regelmatige controles nodig. Na verloop van tijd worden de controles minder vaak. Meestal is de tijd tussen de controles 3 tot 6 maanden.

Mogelijke complicaties

Na de operatie kunnen problemen ontstaan, zoals:

  • Bloeduitstorting (vaak)
    • Het oogwit kan na de operatie kort rood zijn. Dit komt door een kleine bloeding. Dit is niet erg en trekt vanzelf weg. 
  • Problemen met de oogdruk (vaak)
    • Soms wordt de oogdruk te hoog. Dit heet glaucoom. Een te hoge oogdruk kan de oogzenuw beschadigen. Ongeveer 30 procent van de kinderen die op jonge leeftijd zijn geopereerd, kan later glaucoom krijgen. In het begin behandelen we glaucoom met oogdruppels. Soms is een extra operatie nodig.
  • Wondproblemen (zelden)
    Er kunnen problemen ontstaan bij de wond, zoals:
    • lekkage van de wond, een ontsteking of een infectie
      Bij jonge kinderen reageert het oog vaak sterker met een ontsteking.

      Neem direct contact op met de Spoed Eisende Hulp van het MUMC+ en vraag naar de dienstdoende oogarts, als u kind:
      - steeds meer pijn krijgt
      - een steeds roder oog krijgt
      - moet overgeven
      - plots minder zien
      - of een vervormde (niet ronde) pupil heeft 
      De dienstdoende oogarts geeft u dan advies en bekijkt het oog extra onderzoek nodig is.
  • Lens problemen (zelden)
    Er kunnen problemen ontstaan met de kunstlens, zoals een verschuiving van de lens of nastaar. 
    Kinderen krijgen sneller nastaar dan volwassenen. Vaak is binnen 1 jaar een extra  behandeling mogelijk. 
  • Netvlies problemen (zelden)
    Er kunnen problemen ontstaan zoals vochtophoping, een scheur in het netvlies en loslaten van het netvlies.
  • Extra operatie (soms)
    Een extra operatie kan nodig zijn:
    • ongepland, door een complicatie of
    • gepland, omdat er eerst geen kunstlens geplaatst kon worden, maar dit eventueel wel kan op latere leeftijd.
       
      Uw arts beslist of dit kan en wanneer dit kan. We proberen het aantal oogoperaties op jonge leeftijd zo klein mogelijk te houden, omdat operaties risico’s hebben. 

Leefregels na de operatie

Als uw kind een operatie aan de ogen heeft gehad, zijn er een aantal belangrijke regels voor de nazorg. Hieronder leest u deze regels overzichtelijk.

  • Niet wrijven in het oog. Dit is erg belangrijk, zeker de eerste 2 weken na de operatie
  • Als uw kind de neiging heeft om in het oog te wrijven, raden wij aan om het oogkapje dat u van ons krijgt dag en nacht te laten zitten. U mag het oogkapje kort verwijderen bij het druppelen. Zet het oogkapje daarna weer meteen terug voor de veiligheid.
    Er zijn verschillende oogkapjes. Sommige kapjes zijn zelfklevend. Andere kapjes kunt u vastmaken met tape. Vaak is extra tape nodig om het oogkapje goed op zijn plaats te houden.
  • Geen vuil, stof of water in het oog laten komen. Ook niet in de zandbak laten spelen.
  • De eerste 2 weken geen kraanwater in het oog laten komen
  • 6 weken niet zwemmen
  • 4 weken rustig aan doen. Geen zware inspanningen. Niet bukken, niet tillen.

Toekomst

De behandeling van staar bij kinderen duurt vaak jaren. Het is een intensief traject, maar we doen het samen.
Bij staar aan beide ogen streven we naar 50 procent zicht of meer.
Bij staar aan 1 oog weten we dat de uitkomst minder goed is. Ook al verloopt de behandeling goed.

Lui oog en afplakken

Bij staar in 1 oog heeft een kind vaak een lui oog. Dit heet amblyopie. 
De orthoptist meet het zicht van het oog en adviseert hoeveel uur per dag het goede oog afgeplakt moet worden. Door het goede oog af te plakken, stimuleren we het luie oog. U krijgt het recept voor de afplakpleisters via de orthoptist. Vaak moet uw kind jaren afplakken. Bij elke controle bespreken we hoe het afplakken gaat en kijken we of de duur moet worden aangepast. Ook letten we op de belasting voor uw kind en uw gezin.

Contactlenzen en hygiëne

Het kan zijn dat uw kind voor een lange periode contactlenzen gaat dragen. Een goede hygiëne hierbij is zeer belangrijk. 
- Het zwemmen met contactlenzen wordt afgeraden. Dit kan oogontstekingen veroorzaken. 
- Bij voorkeur gebruiken we geen of alleen kortdurend antibiotica oogdruppels bij het gebruik van de contactlenzen. Soms is het toch om antibiotica langer te gebruiken, bijvoorbeeld als uw kind gevoelig is voor ontstekingen. 
- Bij droge ogen of slijm op de lenzen kunnen kunsttranen nodig zijn om de ogen te bevochtigen.

Bril en contactlenzen dragen

Het is belangrijk dat uw kind de bril of contactlenzen de hele dag draagt. Het kan lijken alsof uw kind zonder bril of contactlenzen ook goed functioneert. Toch kan het zicht zich dan niet goed ontwikkelen. Er is een grote kans dat het zicht slechter wordt.

Team Kinderoogheelkunde

Team kinderoogheelkunde
Dr. Bauer & drs. Beinsberger

Deze folder is ontwikkeld voor de afdeling oogheelkunde van het MUMC+ door drs. Beinsberger en dr. Bauer van het kinderteam oogheelkunde. Zij zijn samen het behandelend oogartsenteam van uw kind. Hiernaast zal u geregeld op controle komen bij een van onze orthoptisten en contactlens specialisten.

Contact

Heeft u vragen? Neem dan contact op met de afdeling Oogheelkunde van het Maastricht UMC+:

  • Polikliniek Oogheelkunde
    Telefoonnummer: 043-3876800
    Telefonisch bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur
  • Voor spoedzaken kan uw huisarts ons altijd bereiken
  • E-mail: afspraak@mumc.nl
  • Spoedeisende Hulp (SEH)
    Telefoonnummer: 043 - 387 67 00 (+31433876700) 
    Na 17.00 uur en in het weekend, vraag naar de dienstdoende oogarts.

Websites

Laatst bijgewerkt op 2 juli 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-2161