Folder

Behandeling van botmetastasen bij prostaatkanker met radium

U bent door uw uroloog of medisch oncoloog doorverwezen voor een behandeling met radium. Deze behandeling is bedoeld voor mensen met prostaatkanker waarbij hormonale therapie niet meer voldoende werkt.

Radium richt zich speciaal op uitzaaiingen in de botten. Deze uitzaaiingen noemen we ook botmetastasen of skeletmetastasen.
Radium werkt niet bij uitzaaiingen op andere plekken in het lichaam. De behandeling met radium is niet bedoeld om u te genezen. Het belangrijkste doel is dat u langer leeft en dat uw kwaliteit van leven beter wordt.

Uit onderzoek blijkt dat patiënten die radium krijgen gemiddeld 3 tot 6 maanden langer leven dan patiënten die deze behandeling niet krijgen. Radium verkleint ook de kans op ernstige problemen in de botten door uitzaaiingen, zoals botbreuken. Veel patiënten merken dat hun kwaliteit van leven verbetert door de behandeling. Bij een deel van de patiënten wordt de botpijn binnen enkele dagen tot weken minder. Soms verdwijnt de pijn zelfs helemaal.

De behandeling duurt in totaal 6 maanden. Er kunnen bijwerkingen optreden. Daarom krijgt u deze behandeling alleen als uw conditie goed genoeg is.

Wat u altijd moet melden

Vertel uw arts als u last heeft van moeizame of vertraagde stoelgang (obstipatie). Omdat het radium via de ontlasting het lichaam weer verlaat.

Medicijnen

Deze medicijnen hebben mogelijk invloed op de botten. Overleg met uw arts of u deze voor de behandeling met radium moet stoppen:
- pamidroninezuur (APD) via een infuus
- zoledroninezuur (Zometa) via een infuus


- Didrokit tabletten
- Fosamax tabletten
- Denosumab tabletten
- Vitamine D tabletten
- Calcium tabletten
- Fosfaat tabletten

Voorbereiding

Voor de behandeling begint, doen we verschillende onderzoeken om te kijken of u radiumtherapie kunt krijgen:

  • Met een botscan kijken we of u uitzaaiingen in de botten heeft die geschikt zijn voor behandeling met radium.
  • Daarnaast krijgt u een CT‑scan om te zien of er uitzaaiingen buiten de botten zijn.
  • Ook krijgt u een bloedonderzoek om te controleren of uw beenmerg genoeg bloedcellen en bloedplaatjes maakt.

Het is belangrijk dat uw lichaam voldoende is hersteld van eerdere zware behandelingen die invloed hebben op uw botten en beenmerg. Daarom mag u in de 6 weken vóór de radiumbehandeling geen chemotherapie hebben gehad en geen uitgebreide bestraling van een groot deel van uw lichaam.
Een gerichte bestraling van één of enkele pijnlijke botten is wél toegestaan.

Op de dag van de behandeling mag u gewoon eten en drinken.

Neem geen zwangere begeleiders of jonge kinderen mee naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

De behandeling

De behandeling bestaat uit 6 injecties. Tussen elke injectie zit 4 weken. U krijgt dus 1 injectie per 4 weken, volgens een vooraf afgesproken schema.

Op de dag van de injectie komt u op de afgesproken tijd naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde. U mag een volwassen begeleider meenemen.

Het radium wordt 1 week van tevoren speciaal voor u besteld. Deze bestelling kan daarna niet meer worden geannuleerd. Het radium is kostbaar en maar kort houdbaar. Daarom is het belangrijk dat u op tijd bent.
Kunt u niet komen? Bel dan zo snel mogelijk met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Voor de behandeling krijgt u een infuus in een bloedvat in uw arm. Het radium wordt via dit infuus toegediend. Dit duurt maar een paar minuten.
Na de behandeling wordt het infuus weer verwijderd. De hele afspraak duurt ongeveer 30 minuten.

Bijwerkingen

De behandeling met radium geeft meestal weinig bijwerkingen.
Een allergische reactie komt bijna nooit voor.

Soms krijgt u na de injectie tijdelijk klachten, zoals:

  • misselijkheid
  • braken
  • diarree
  • een ziek gevoel
  • zwelling van benen, enkels of voeten

Deze klachten gaan meestal snel weer over.

Veranderingen in het bloed
Door de behandeling kan het aantal bloedcellen tijdelijk dalen.
Het gaat om:

  • rode bloedcellen
  • witte bloedcellen
  • bloedplaatjes

Hierdoor kan uw weerstand lager worden.
U heeft dan meer kans op infecties of bloedingen.
Zijn uw bloedwaarden te laag vóór een behandeling?
Dan stelt de arts de behandeling uit of stopt deze.

Wanneer moet u contact opnemen?
Neem contact op met uw arts als u:

  • een ongewone blauwe plek krijgt
  • langer of meer bloedt dan normaal bij een wond
  • koorts heeft (boven 38 °C)
  • meer pijn in de botten krijgt
  • pijn, zwelling of een doof gevoel in de kaak heeft

Heeft u klachten of twijfelt u? Neem dan altijd contact op.

Straling en leefregels

Een groot deel van het radium dat u krijgt, wordt opgenomen in de botuitzaaiingen. Het radium geeft straling af die de uitzaaiingen behandelt, maar deze straling komt bijna niet buiten uw lichaam. Daarom vormt dit geen risico voor mensen in uw omgeving. U hoeft dus geen afstand te houden, ook niet van jonge kinderen of zwangere vrouwen.

In de eerste week na de behandeling zit er nog wel wat radium in uw bloed en ontlasting, en een heel klein beetje in uw urine. Andere mensen kunnen hiermee in aanraking komen. Daarom krijgt u hygiëne‑ en veiligheidsregels mee. Deze regels zorgen ervoor dat anderen, zoals huisgenoten of verzorgers, niet blootgesteld worden aan radioactieve stoffen.
 

Toiletgebruik

Een deel van het radium dat niet wordt opgenomen in de botuitzaaiingen, verlaat uw lichaam vooral via de ontlasting. Een klein deel komt ook via de urine naar buiten.
Daarom is het belangrijk dat u zittend plast, ook als u een man bent. Zo voorkomt u dat de toiletruimte besmet raakt.

Spoel het toilet 2 keer door na ieder toiletbezoek. Was daarna uw handen goed en direct met water en zeep.

Het opruimen van besmet lichaamsvocht

Als u morst met ontlasting, urine, bloed, wondvocht of braaksel, moet u dit direct en helemaal opruimen.

Gebruik altijd plastic handschoenen.
Doe alle gebruikte materialen in een plastic zak en gooi deze weg met het gewone huisvuil.
Was daarna uw handen goed.

Komen vloeistoffen op uw kleding?

  • Was deze kleding dan apart, het liefst meteen.
  • Ook uw ondergoed en beddengoed van de eerste week na de injectie moet u apart wassen.

Heeft u diarree of een beetje urine‑incontinentie? Gebruik dan tijdens de eerste week na elke injectie incontinentiemateriaal (bijvoorbeeld luierbroekjes) om besmetting van kleding en huis te voorkomen.

Incontinentie en stoma

Bent u incontinent voor urine of ontlasting?
Neem dan van tevoren contact met ons op.

  • Als u ernstig urine‑incontinent bent, krijgt u tijdelijk een blaaskatheter vóór elke behandeling.
  • Heeft u al een katheter? Dan wordt geadviseerd om de katheterzak dagelijks te vervangen. Gebruik hierbij wegwerphandschoenen.

Heeft u een stoma?
Dan moet u tijdens de eerste 7 dagen na de injectie het stomazakje met handschoenen legen of vervangen.
Het stomazakje en alle gebruikte materialen mogen in het gewone afval.

Seksualiteit

U mag tijdens de behandeling gewoon seksueel contact hebben.
Omdat straling invloed kan hebben op het sperma, moet u in de eerste 6 maanden na de behandeling voorkomen dat uw partner zwanger wordt.
Gebruik daarom een betrouwbaar voorbehoedsmiddel tot minimaal 6 maanden na het einde van de behandeling.

Werkhervatting

In principe mag u na de behandeling met radium weer werken.
Wanneer u precies kunt beginnen hangt af van:

  • eventuele bijwerkingen
  • uw conditie
  • de soort werkzaamheden die u doet

Het is verstandig om hierover te overleggen met uw behandelend arts en uw bedrijfsarts.

Andere medische zorg

In de eerste week na elke behandeling moet u zorgverleners vertellen dat u behandeld bent met een radioactieve stof. Meld dit bijvoorbeeld bij bloedafname, onderzoeken of andere behandelingen. Zorgverleners kunnen dan zo nodig contact opnemen met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Veiligheid

Door naar de afdeling te komen geeft u toestemming voor het toedienen van de radioactieve stof. Als u de hygiëneregels uit deze folder goed opvolgt, is de behandeling veilig. U vormt dan geen risico voor anderen in uw omgeving.

Na de behandeling

U mag na de behandeling gewoon weer naar huis. Daarna kunt u uw dag normaal vervolgen.

Als u alle 6 radiumbehandelingen heeft gehad, stopt de controle bij de nucleair geneeskundige. Daarna wordt u verder begeleid door uw eigen uroloog of oncoloog.

Contact

Kunt u niet komen of heeft u nog vragen? Bel dan zo snel mogelijk met de afdeling Beeldvorming (Nucleaire geneeskunde)

Telefoonnummer: 043-3874746 
Bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur

Websites

Laatst bijgewerkt op 7 mei 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-2173