Folder

Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV)

Wat is PAV?

PAV (perifeer arterieel vaatlijden) betekent dat de slagaders naar uw benen vernauwd of afgesloten zijn. Hierdoor stroomt er minder bloed naar uw benen.

De oorzaak is meestal aderverkalking. Hierbij hopen vetten en kalk zich op in de wand van de bloedvaten. Deze ophopingen (plaques) maken de bloedvaten nauwer en zorgen ervoor dat het bloed minder goed kan doorstromen.

PAV komt vaker voor bij:

  • mensen op oudere leeftijd
  • mensen die roken of hebben gerookt
  • mensen met suikerziekte (diabetes)
  • mensen met een hoge bloeddruk
  • mensen met een hoog cholesterol

PAV komt wereldwijd veel voor. Meer dan 200 miljoen mensen hebben deze aandoening.

Stadia van PAV (classificatie volgens Fontaine)

Stad

Stadia van perifeer arterieel vaatlijden (PAV)

Stadium I – Geen klachten
U heeft aderverkalking, maar u merkt daar niets van. De aandoening wordt vaak toevallig ontdekt, bijvoorbeeld tijdens een onderzoek.

Stadium IIa – Klachten bij lopen (mild)
Tijdens het lopen kunt u pijn of kramp krijgen in uw kuit, bil of dij. U kunt meer dan 100 meter lopen voordat de klachten beginnen. In rust heeft u geen klachten.

Stadium IIb – Klachten bij lopen (ernstig)
U heeft dezelfde pijn of kramp als bij stadium IIa. De klachten beginnen al voordat u 100 meter heeft gelopen. Hierdoor wordt lopen moeilijk.

Stadium III – Rustpijn (kritieke ischemie)
U heeft ook pijn als u niet loopt. De pijn zit meestal in uw voet of tenen en is vaak erger in de nacht. Het kan verlichting geven als u uw been uit bed laat hangen.

Stadium IV – Wonden of afsterven van weefsel (kritieke ischemie)
U heeft wonden aan uw voet of onderbeen die niet genezen. Er kan ook weefsel afsterven (necrose) of gangreen ontstaan. Dit is een ernstige situatie waarvoor snelle behandeling nodig is.

Hoe wordt PAV vastgesteld?

Uw vaatchirurg of Physician Assistant (PA) stelt de diagnose PAV met verschillende onderzoeken.

  • Gesprek (anamnese): u vertelt welke klachten u heeft, bijvoorbeeld pijn bij het lopen of in rust. Ook bespreekt de arts waar de pijn zit, uw risicofactoren en uw medicijnen.
  • Lichamelijk onderzoek: de arts voelt de bloedvaten in uw lies, knieholte en voet. Ook wordt gekeken naar de kleur en temperatuur van uw voeten en naar eventuele wondjes.
  • Enkel-armindex (EAI): hierbij wordt de bloeddruk aan uw arm en enkel gemeten. Hiermee wordt onderzocht hoe goed het bloed naar uw benen stroomt.
  • Doppler looptest: de enkel-armindex wordt gemeten voor en na het lopen op een loopband. Hiermee wordt gekeken of de doorbloeding tijdens inspanning verandert.
  • Duplexonderzoek: met een echo worden de slagaders bekeken. Hiermee kan de arts zien waar een vernauwing zit en hoe ernstig deze is.
  • CT-angiografie (CTA): met een CT-scan worden de bloedvaten uitgebreid in beeld gebracht. Dit onderzoek is nodig om een behandeling, zoals dotteren of een operatie, goed voor te bereiden.
  • MRI-angiografie: dit is een alternatief voor een CTA als u geen contrastmiddel mag krijgen.

Risicofactoren voor PAV

Risicofactoren voor PAV

Behandeling van PAV

Stap 1: Aanpassen van leefstijl en medicijnen

Deze behandeling is altijd de eerste stap, ongeacht de ernst van de PAV. Het doel is om de bloedvaten zo gezond mogelijk te houden en verdere vernauwing te vertragen.

  • Stoppen met roken: dit is de belangrijkste stap die u zelf kunt zetten. Het vertraagt de achteruitgang van de bloedvaten sterk.
  • Bloedverdunners: bijvoorbeeld Ascal 100 mg of Clopidogrel 75 mg. Deze helpen om bloedstolsels te voorkomen.
  • Cholesterolverlager (statine): verlaagt het risico op een hartinfarct en een beroerte.
  • Bloeddrukverlagende medicijnen: bij een hoge bloeddruk. Uw arts bespreekt met u welke bloeddruk het beste is.
  • Goede behandeling van suikerziekte (diabetes): een goede instelling van de bloedsuiker helpt om schade aan de bloedvaten te beperken.

 

Stap 2: Gesuperviseerde looptraining (bij claudicatio, stadium IIa/IIb)

Bij claudicatio intermittens (etalagebenen) is looptraining onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut de eerste behandeling.
In het MUMC+ verwijzen wij naar fysiotherapeuten die zijn aangesloten bij Chronisch ZorgNet.

Doel van de looptraining:

  • U kunt langer lopen voordat de pijn begint.
  • Uw conditie en kwaliteit van leven verbeteren.

Hoe werkt de training?
Door regelmatig te trainen leert uw lichaam beter om te gaan met de verminderde bloedtoevoer naar de benen. Er kunnen kleine nieuwe bloedvaatjes ontstaan (omloopslagaders) en de spieren worden sterker.

Duur van de training:

  • Minimaal 12 weken.
  • Meestal 3 keer per week.
  • De eerste verbeteringen merkt u vaak na 6 tot 8 weken.

Vergoeding:
Gesuperviseerde looptraining wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Houd wel rekening met uw eigen risico.

Belangrijk om te weten

U hoeft niet fit te zijn om te beginnen met looptraining. De fysiotherapeut past de oefeningen aan uw conditie en mogelijkheden aan.

Volhouden is belangrijk. Onderzoek laat zien dat looptraining bij claudicatio intermittens (etalagebenen) vaak net zo goed kan werken als dotteren om de loopafstand en klachten te verbeteren.

Stap 3: Behandeling met een ingreep (dotteren of operatie)

Als looptraining onvoldoende helpt of als de klachten ernstig zijn (stadium III of IV), bespreekt de vaatchirurg met u welke behandeling het beste past.

Mogelijke behandelingen zijn:

  • Dotteren (PTA): de arts maakt de vernauwing in het bloedvat wijder met een ballonnetje. Soms wordt een stent geplaatst om het bloedvat open te houden.
  • Bypassoperatie: de chirurg maakt een omleiding om de vernauwing heen. Hiervoor wordt een eigen ader of een kunststof bloedvat gebruikt.
  • TEA (trombo-endarteriëctomie): de chirurg maakt het bloedvat open en verwijdert de kalk- en vetophopingen uit de vaatwand.

Wanneer neemt u meteen contact op?

Neem direct contact op bij één of meer van deze klachten:

  • Ernstige pijn in uw voet terwijl u rust, vooral ’s nachts.
  • Een koude, bleke, blauwe of zwarte teen of voet.
  • Een wond die niet geneest of een zwarte plek op uw voet.
  • Plotselinge hevige pijn, krachtverlies of verlamming van het been. Dit kan wijzen op een acute afsluiting van een slagader.

Dit zijn klachten die wijzen op een ernstig tekort aan bloedtoevoer.

Verdere behandeling en controle afspraken

Na de start van de looptraining wordt u gecontroleerd om te kijken of de klachten verbeteren.

  • Na 3 maanden: controle bij de vaatchirurg of Physician Assistant (PA). Dit kan op de polikliniek of telefonisch.
  • Als de klachten onvoldoende verbeteren: bespreekt de vaatchirurg met u welke andere behandelingen mogelijk zijn.
  • Na een dotterbehandeling of operatie: volgt meestal een controle na 6 weken. Daarna zijn er meestal jaarlijkse controles.
  • Aanvullend onderzoek: soms wordt een echo (duplex) van de grote buikslagader (aorta) gemaakt om te controleren of er geen aneurysma aanwezig is.

Medicijnen

Medicijnen zijn belangrijk voor uw behandeling en herstel. Ze helpen om klachten van ziektes te verminderen of te voorkomen. Bij uw ontslag bespreekt de arts welke medicijnen u moet blijven gebruiken.

Wilt u meer weten over uw medicijnen? Kijk dan op: Apotheek MUMC+ (apotheek.mumc.nl/)  

Contact

Bij acute klachten (hevige buikpijn of rugpijn, bleekheid, bewusteloosheid): bel direct 112 of ga naar de Spoed Eisende Hulp (SEH). 

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen? 
Neem dan contact op met:

  • Polikliniek Hart+Vaat Centrum
    Telefoonnummer: 043 3872727
    Email: poli.hvc@mumc.nl
    Vermeld bij een e-mail altijd uw voornaam, achternaam en geboortedatum
  • Verpleegafdeling B4 
    Telefoonnummer: 043 3876429 
  • Spoedeisende Hulp (SEH) MUMC+
    Telefoonnummer: 043 387 67 00

Websites

Laatst bijgewerkt op 22 september 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-2238