Wat is een choanaalatresie?
Choanaalatresie is een aangeboren probleem waarbij de openingen achter in de neus dicht zitten, bijvoorbeeld door extra bot of door een vliesje. Hierdoor kan uw kind moeilijk ademhalen. Het komt voor bij ongeveer 1 op de 7.000 pasgeboren baby’s, en vaker bij meisjes dan bij jongens. Soms zijn beide neusgaten dicht. Dit noemen we bilaterale choaalatresie. Soms is maar 1 neusgat dicht. Dit noemen we unilaterale choaalatresie.
Een verstopte neus kan bij pasgeboren baby’s problemen geven met ademhalen en drinken. Baby’s ademen namelijk vooral door hun neus. Hun neusholte is heel smal. Een beetje zwelling van het neusslijmvlies of een afgesloten neusgang kan daarom al snel zorgen voor een ernstige blokkade van de luchtweg.
Baby’s en kinderen met choanaalatresie kunnen ook moeite hebben met eten, drinken en slikken. Een logopedist kan hierbij helpen.
Hoe ontstaat het?
Choanaalatresie ontstaat tijdens de zwangerschap. De precieze oorzaak is niet bekend. Soms komt het voor samen met andere aandoeningen. De kinderarts kan hier verder onderzoek naar doen.
Wat zijn de klachten?
Als beide neusgaten dicht zitten (bilateraal):
- Ademhalingsproblemen direct na de geboorte
- Uw kind ademt beter als het huilt
- Moeite met drinken
- Snurkende ademhaling
- Vocht of slijm uit de neus
Als één neusgat dicht zit (unilateraal):
- Verstopte neus aan één kant
- Uw kind ademt door de mond
- Vocht of slijm uit de neus
Hoe wordt choanaalatresie ontdekt?
Als beide neusgaten dicht zitten, moet uw baby soms meteen na de geboorte hulp nodig bij het ademhalen. Er kan dan een buisje in de luchtpijp worden geplaatst. Dit heet intubatie. De KNO-arts kijkt met een camera in de neus. Dit onderzoek heet een endoscopie. Ook wordt er een CT-scan gemaakt. De kinderarts kijkt ook of er andere problemen zijn.
Wanneer is een operatie nodig?
Bij milde klachten: één neusgat is dicht
- De KNO-arts of kinderarts houdt uw kind goed in de gaten
- Soms krijgt uw kind extra zuurstof
- Neuszoutoplossing helpt om de neus vochtig te houden en snot te verwijderen
- Een operatie kan wachten tot uw kind 2 jaar of ouder is en de neus verder gegroeid is. Dat hangt af van de klachten van uw kind.
Bij ernstige klachten: beide neusgaten zijn dicht
- Een spoedoperatie is nodig kort nadat uw baby geboren is
- Het doel van de operatie is dat uw kind zelf goed kan ademen
De operatie
- De arts opereert via de neus met kleine instrumenten
- Soms plaatst de arts buisjes in de neus. Deze buisjes noemen we stents.
- De buisjes blijven een paar weken zitten.
- Daarna worden ze vervangen of verwijderd
- De buisjes moeten elke dag een paar keer doorgespoeld worden met zout water. Soms moeten de buisjes uitgezogen worden.
In het ziekenhuis leert u hoe u de stents moet verzorgen. Daarna kunt u deze zorg thuis zelf voortzetten.
Tijdens de operatie
De operatie vindt plaats in het Maastricht UMC+. Op de operatiekamer zijn verschillende hulpverleners aanwezig. Bijvoorbeeld de anesthesist, KNO-arts, artsen in opleiding en ondersteunend personeel.
Beide ouders mogen mee naar de ruimte voor de operatiekamer. Daarna kan een van de ouders ook mee naar de operatiekamer. Deze ouder mag blijven tot het kind in slaap is gevallen.
Uw kind krijgt op de operatiekamer een slaapmiddel via een infuus. Een infuus is een dun slangetje in een bloedvat. Soms wordt uw kind in slaap gebracht met een kapje op het gezicht. Tijdens het in slaap vallen kan uw kind onrustig worden en flink bewegen. Dit hoort bij het in slaap vallen. Uw kind herinnert zich hier later niets van.
Tijdens de ingreep kijken we met een kleine camera in de neus. Met een schaartje of boortje maakt de arts de opening achter in de neus vrij.
De ingreep duurt ongeveer anderhalf uur.
Mogelijke complicaties
Bij iedere operatie kunnen problemen ontstaan. Dit kan ook gebeuren als de operatie goed is gegaan. Zulke problemen noemen we complicaties. Bij deze ingreep kan een nabloeding ontstaan. Soms moet uw kind dan opnieuw onder narcose worden gebracht. Uw kind wordt daarom extra goed in de gaten gehouden door de verpleegkundigen op de afdeling.
Na de operatie
Als alles goed gaat, kan uw kind meestal na een paar dagen naar huis. Pasgeborenen moeten na de operatie eerst weer opnieuw leren drinken. Dit duurt meestal wel een paar dagen. U leert hoe u de neus of stents moet druppelen met zout water. Dit is nodig om de neus of stents open te houden.
Soms gaan de openingen weer dicht door ontstekingsweefsel. Daarom worden soms stents geplaatst. Na de ingreep komt de KNO-arts bij u langs om de uitslag en verloop van de ingreep te vertellen. Na de opname krijgt u altijd een controle afspraak op de polikliniek.
Leefregels voor thuis
Na de behandeling moet uw kind meestal doorgaan met het spoelen van de neus of stents met een zoutoplossing. Soms krijgt uw kind ook antibioticadruppels voor in de neus.
Uw kind mag uit logeren of naar de dagopvang. De verzorgers moeten dan wel weten hoe ze de neus of de stents moeten spoelen.
Wat kunt u merken tijdens het spoelen?
Er zijn geen bijwerkingen van het spoelen van de neus of stents. Tijdens het spoelen kan oud bloed uit de neus komen. Dit is normaal. Door het spoelen worden oud bloed en slijm uit de neus verwijderd.
Contact
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact met ons op:
Polikliniek KNO
Telefoonnummer: 043-387 54 00 ( +31433875400)
van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur.
Websites
- KNO MUMC+ (hersenenzenuwcentrum.mumc.nl/specialisme/KNO)
- MUMC+ (www.mumc.nl/)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)