Folder

Hoofd-halskanker: Commando operatie

U heeft een tumor in uw mond. Wij halen deze weg met een operatie.
De arts heeft dit met u besproken. We halen ook een deel van het weefsel rondom de tumor weg. En we verwijderen de lymfeklieren uit uw hals. We noemen deze operatie de Commando operatie. 

Opname

U komt 1 of 2 dagen voor de operatie naar het ziekenhuis. U blijft hier ongeveer 2 weken. Voor de operatie krijgt u een aantal onderzoeken. Sommige daarvan heeft u misschien al eerder gehad. We onderzoeken uw bloed en urine. En we maken röntgenfoto’s. Ook krijgt u een gesprek met een diëtist, fysiotherapeut of logopedist. De chirurg die u opereert komt voor de operatie bij u langs. Ook de anesthesioloog komt langs. Hij praat met u over de verdoving die u krijgt tijdens de operatie.

Voorbereiding op de operatie

  • Ga de avond of ochtend voor de operatie onder de douche. Was dan ook uw haren.
  • De dag voor de operatie scheren wij de haren van uw kin, hals en borst. Dat doen we om ontstekingen te voorkomen.
  • Stop met roken. Door te roken vernauwen de bloedvaten. Dit kan de genezing van de wond verstoren. Wij adviseren u daarom te stoppen met roken.
  • Drinkt u dagelijks meer dan 3 of 4 glazen alcohol? Geef dit dan door aan de arts of verpleegkundige. In het ziekenhuis krijgt u geen alcohol. Bent u gewend veel te drinken? Dan kunt u klachten krijgen als u niets drinkt. U kunt bijvoorbeeld gaan trillen. Of u wordt onrustig. De arts kan hiervoor medicijnen geven.
  • Meer informatie over de voorbereiding vindt u in het Ontmoetingscentrum in het ziekenhuis.

De operatie

De operatie is nodig om de kanker in uw mond of keelholte te behandelen. Misschien halen we een deel van de tong, mondbodem, wang of kaak weg. Dit hangt af van de plaats waar de tumor zit. Vaak is het ook nodig om de lymfeklieren in uw hals te verwijderen. Dat doen we om uitzaaiingen te voorkomen.

De arts bepaalt tijdens de operatie of er nog andere ingrepen nodig zijn. Dit hangt af van:

  • De hoeveelheid weefsel dat we moeten wegnemen.
  • Mogelijke uitzaaiingen van de tumor.
  • De gevolgen van de operatie. 
Shiley-canule

Mogelijk extra ingrepen tijdens de operatie

Ingreep aan de onderkaak 

Om de tumor te verwijderen is het soms nodig om de onderkaak los te maken. We zetten deze tijdens de operatie ook weer vast. 
Is de tumor groot? Dan is het soms nodig om een deel van de onderkaak te verwijderen. We maken dit tijdens de operatie ook weer in orde.

Reconstructie 

Misschien halen we tijdens de operatie een deel van de tong, mondbodem, wang of kaak weg. Dit hoeft geen grote problemen te geven voor spreken en slikken. Als het nodig is om meer weefsel weg te halen, of een deel van uw onderkaak, dan vervangen we dit door ander weefsel. Dit kan bijvoorbeeld weefsel zijn van de borstspier, de arm, het bovenbeen of andere plaatsen van het lichaam. We noemen dit een reconstructie. De arts bespreekt welke reconstructie bij u nodig is.

Tracheotomie 

Halen we een grote tumor weg? Dan kan uw keel dik worden. Hierdoor kunt u moeilijk ademen. 
We maken daarom tijdelijk een opening in de luchtpijp in de hals. We noemen dit een tracheotomie. We houden de opening open met een hol pijpje. Via dit buisje kunt u ademen. U kunt dan niet ademen door uw mond of neus. U kunt ook niet praten. Dat komt omdat alle lucht via het buisje ontsnapt en niet langs de stembanden komt. 
Het buisje blijft na de operatie een paar dagen zitten. Daarna halen we het weg. U kunt dan weer ademen door uw mond of neus en ook weer praten.

De dag van de operatie

Hoe lang de operatie duurt hangt af van de grootte van de tumor. Bij kleinere tumoren duurt de operatie 3 tot 4 uur. Bij grotere tumoren 8 tot 15 uur.

Tijdens de operatie krijgt u een neussonde. Dit is een slangetje dat via de neus en de slokdarm in de maag komt. U krijgt via dit slangetje vloeibare voeding. Dit slangetje blijft na de operatie 10 dagen zitten.

Soms kunt u langere tijd niet via uw mond eten. Dan brengen we een slangetje via uw buik in de maag. We noemen dit een maagfistel. De arts bespreekt of een maagfistel bij u nodig is.

Voordelen van een maagfistel:

  • Het slangetje kan langer blijven zitten dan een neussonde.
  • Het zit onder de kleren en is dus onzichtbaar.

Nadelen van een maagfistel:

  • Er is een kleine operatie nodig om het slangetje te plaatsen.
  • We moeten het slangetje een paar dagen voor de operatie plaatsen.
  • U krijgt voor deze operatie een plaatselijke verdoving.

Tijdens de operatie krijgt u een infuus. Via dit infuus zorgen wij dat u voldoende vocht binnenkrijgt.

Duurt de operatie langer dan 3 uur? Dan brengen we tijdens de verdoving een slangetje in de blaas in. Dit zorgt ervoor dat u tijdens de operatie kunt plassen.

Na de operatie heeft u ook een aantal drains. Dit zijn slangetjes die vocht afvoeren. Hierdoor geneest de wond beter. We halen de drains weg als er bijna geen vocht meer uit de wond komt. 

Na de operatie

Na de operatie blijft u in ieder geval 1 nacht op de recovery afdeling. U kunt hier rustig bijkomen van de verdoving. U krijg hier ook extra zorg voor de wond. Ook zuigen we regelmatig slijm en restjes bloed uit uw mond en luchtpijp.

Op de verpleegafdeling krijgt u vloeibare voeding. Dat gebeurt via de neussonde of maagfistel. U heeft dan ook nog een infuus. Dit gaat weg als het eten via de neussonde of maagfistel goed gaat.

Na ongeveer een week mag u weer zelf drinken. Dit is in het begin soms moeilijk. De logopedist helpt u hierbij. Deze oefent ook praten en eten met u.

De eerste weken na de operatie mag u uw tanden niet poetsen. U krijgt een flesje met vloeistof. Hiermee kunt u 3 tot 4 keer per dag uw mond spoelen. Zo blijven uw mond en wond goed schoon.

Na de operatie zit er slijm in uw mond en luchtpijp. U kunt dit ophoesten. Om dit makkelijker te maken, zorgen wij ervoor dat de lucht die u inademt vochtig is. Dat doen we met een zoutoplossing. Kunt u het slijm niet goed ophoesten? Dan halen wij dit weg.

Zit er een buisje in uw luchtpijp? We halen dit weg als uw keel niet meer dik is. Dit is meestal na een week. U kunt dan ook weer praten. De opening in uw hals plakken we dicht met pleisters. Deze groeit in een paar weken dicht. Bij het hoesten en praten kunt u met uw vinger tegendruk geven op de opening. Hierdoor groeit deze sneller dicht. Wij leren u hoe dit moet.

Complicaties

Na iedere operatie kunnen complicaties optreden. Ook na deze operatie. 
Voorbeelden hiervan zijn:

  • Ontstekingen
  • Bloedingen
  • Lekkend lymfevocht
  • (Tijdelijk) functieverlies van zenuwen in het operatiegebied
  • Geen goede doorbloeding van het weefsel bij een reconstructie

Soms is een extra operatie nodig. De arts bespreekt dit met u.

Weer thuis

De meeste patiënten mogen in de tweede week na de operatie naar huis. Dit hangt af van hoe snel de wond geneest. En of u weer genoeg eet.

Thuis heeft u misschien de eerste tijd huishoudelijke hulp en verzorging nodig. Vraag daarom voor de operatie aan familie of vrienden of zij u kunnen helpen. U kunt ook samen met de verpleegkundige de thuiszorg of wijkverpleging inschakelen.

De arts informeert uw huisarts in een brief over de operatie en hoe het met u gaat.

Na de operatie komt u een paar jaar voor controle naar het ziekenhuis. Vooral de eerste 2 jaar na de operatie is dit regelmatig nodig.

Roken en alcohol

Roken en alcohol drinken, maken de kans groter dat de tumor terugkomt. Ook als de operatie goed gelukt is. Daarom is het heel belangrijk om te stoppen met roken. En geen alcohol meer te drinken. Dat geldt niet alleen voor de operatie. Maar ook erna. 
Meer informatie over stoppen met roken en drinken vindt u in het Ontmoetingscentrum in het ziekenhuis.

Verwerking en herstelperiode

De periode rond de operatie kan moeilijk zijn. Niet alleen voor u. Ook voor mensen in uw omgeving. U kunt ongerust of bang zijn. Of zorgen of verdriet hebben. Na de operatie gaan de dingen die u gewend bent om te doen, misschien minder makkelijk of minder snel. En als u er na de operatie anders uit ziet, kan dat extra moeilijk zijn. Voor uzelf, maar ook voor de mensen om u heen.

Praten over deze problemen is moeilijk. Maar het is wel heel belangrijk. Praat erover met de mensen om u heen. Of bijvoorbeeld met uw huisarts of de arts en verpleegkundigen in het ziekenhuis. Zij kunnen veel voor u betekenen.

Contact

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Of heeft u na de operatie vragen of klachten? Bel ons dan.

  • Polikliniek KNO                       
    Telefoon 043 - 387 54 00, bereikbaar tijdens kantooruren
  • Polikliniek Kaakchirurgie     
    Telefoon 043 – 387 52 00, bereikbaar tijdens kantooruren
  • Verpleegafdeling A2             
    Telefoon 043 – 387 42 10, bereikbaar tijdens kantooruren
  • Oncologiecentrum
    Telefoon 043 – 787 64 00, bereikbaar tijdens kantooruren
  • Spoedeisende Hulp
    Telefoon 043 - 387 67 00, bereikbaar ’s avonds, ’s nachts of in het weekend

Websites

Laatst bijgewerkt op 9 juli 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-272