Folder
TIPS-procedure
Behandeling waarbij 2 aders in de lever met elkaar worden verbonden
U krijgt binnenkort een TIPS procedure.
In deze folder staat alle informatie.
Wat is een TIPS?
TIPS is een afkorting voor Transjugulaire Intrahepatische Portosystemische Shunt. Dit is een nieuwe verbinding tussen 2 grote bloedvaten: één boven de lever en één onder de lever. Deze verbinding zit normaal niet in het lichaam en blijft voor altijd zitten.
De arts maakt deze verbinding door een route door de lever te prikken. Dit gebeurt via een bloedvat in de hals, meestal aan de rechterkant.
Er zijn 2 redenen om een TIPS te plaatsen:
- u heeft veel vocht in de buik, of
- u heeft bloedingen door spataderen in de slokdarm
Deze problemen ontstaan door een te hoge druk in de poortader. Dat is de ader die bloed naar de lever brengt.
Tijdens de TIPS‑procedure maakt de arts een directe verbinding tussen de poortader (onder de lever) en de leverader (boven de lever). Door deze verbinding wordt de druk in de poortader lager. Hierdoor is de kans op vocht in de buik of op een bloeding kleiner.
Voorbereiding
Voor deze behandeling krijgt u narcose. Tijdens uw afspraak met de anesthesioloog bespreken jullie welk soort narcose u krijgt. Deze afspraak heet de pre-operatieve screening.
Uw arts bespreekt de TIPS procedure met u. De interventieradioloog die de behandeling uitvoert, komt de dag voor het onderzoek nog even langs op de afdeling. Tijdens dit gesprek krijgt u extra uitleg en kunt u vragen stellen. Wilt u dit gesprek liever al eerder? Vraag dit dan aan uw MDL arts. Vaak kan dit tegelijk met andere onderzoeken, zoals een CT‑scan, echo of röntgenfoto.
Draag kleding die prettig zit en die u makkelijk aan en uit kunt doen. Dit is fijn voor u én voor onze medewerkers.
Laat sieraden en waardevolle spullen thuis.
Wat u altijd moet melden
- Bent u zwanger of denkt u zwanger te zijn? Vertel het aan uw arts vóór de behandeling.
- Bent u gevoelig voor contrast met jodium? Vertel dit vóór de behandeling aan uw arts.
Bent u gevoelig voor ontsmettende jodium op de huid? Dan bent u niet automatisch allergisch voor het jodium in contrast. Vertel dit wel aan de verpleging of aan de arts. - Heeft u last van een allergie? Vertel dit vóórdat u de behandeling krijgt.
- Heeft u een aandoening van de nieren? Vertel dit meteen aan uw arts. De arts kan dan op tijd maatregelen nemen of voor een ander onderzoek kiezen.
- Heeft u diabetes? Vertel dit vóór de behandeling aan uw arts. Diabetes heet ook wel suikerziekte.
- Gebruikt u bloedverdunners? Vertel dit aan uw arts. Dit geldt ook als u deze medicijnen pas geleden heeft gebruikt.
- Heeft u een stollingsziekte? Vertel dit altijd van tevoren aan uw arts.
Medicijnen
U kunt uw medicijnen meestal op de normale manier en op de normale tijd innemen. Als dat voor u anders is, vertelt uw arts dat van tevoren.
Neem een recente medicijnlijst mee naar het ziekenhuis. Deze lijst mag niet ouder zijn dan 14 dagen. Weet u niet precies welke medicijnen u gebruikt? Vraag dan een actuele lijst bij uw apotheek.
Opname
U wordt meestal één dag voordat de behandeling plaatsvindt opgenomen in het ziekenhuis. Dit is nodig voor eventuele vooronderzoeken en vanwege het tijdstip van de behandeling. Bureau Opname laat u weten wanneer u wordt verwacht. In totaal blijft u minimaal 3 dagen in het ziekenhuis.
Bij opname krijgt u op de verpleegafdeling een algemeen lichamelijk onderzoek. Als het nodig is, wordt er bloed afgenomen om uw nierfunctie en bloedstolling te controleren. Soms is dit onderzoek al eerder op de polikliniek gedaan.
Let op
U moet nuchter zijn op de dag van de behandeling.
U mag 6 uur voordat de behandeling begint niet meer eten.
Tot 2 uur van tevoren mag u nog wel heldere dranken drinken, zoals water en thee.
Vanaf 2 uur voor de behandeling mag u helemaal niets meer drinken of eten.
De behandeling
De TIPS-procedure gebeurt in de interventiekamer op de afdeling Beeldvorming. Daar brengt de anesthesist u onder narcose. Bij een narcose slaapt u.
De arts die de behandeling uitvoert is een interventie-radioloog.
Eerst worden uw hals en de zijkant van uw bovenlichaam schoongemaakt met desinfectiemiddel. Daarna worden deze afgedekt met steriele doeken om een infectie te voorkomen. De arts maakt een toegangspoortje in een ader in uw hals. Soms plaatst de arts ook een slangetje in uw buik om vocht weg te laten lopen. Dit gebeurt alleen als u vocht in uw buik heeft.
Daarna schuift de arts een dun slangetje, een katheter, op de juiste plaats. Met röntgenbeelden kijkt de arts waar het slangetje precies zit. Daarna maakt de arts met een naald een verbinding tussen het bloedvat boven de lever en het bloedvat onder de lever. In deze verbinding plaatst hij een shunt. Meestal kijkt de arts met een echo om te controleren of de verbinding goed wordt gemaakt.
Aan het einde van de procedure maakt de arts nog röntgenfoto’s met contrastmiddel. Zo kan hij goed zien of de shunt op de juiste manier ligt.
Na de behandeling blijft het toegangspoortje in de hals nog even zitten. Via dit poortje kunnen we in de uren na de behandeling nog bloed afnemen. Voordat u teruggaat naar de verpleegafdeling wordt het poortje verwijderd.
De behandeling duurt meestal 2 tot 3 uur. Daarna gaat u naar een uitslaapkamer. Daar blijft u tot u weer terug kunt naar de verpleegafdeling. De meeste patiënten blijven de eerste 24 uur op de uitslaapkamer, waar extra bewaking en controles zijn. U krijgt daar regelmatig controles. Na een paar uur mag u weer gewoon eten en drinken.
Ontslag
U mag de eerste 2 dagen na de behandeling niet zelf autorijden.
Douchen mag, behalve als uw arts of verpleegkundige heeft gezegd dat dit (tijdelijk) niet mag.
Risico's en complicaties
Elke operatie heeft risico’s. Een complicatie is een vervelende bijwerking van een behandeling.
De volgende complicaties kunnen voorkomen bij deze behandeling:
Tijdens of kort na de behandeling:
- Infectie met koorts
- Blauwe plekken of een bloeding
- Allergische reactie op het contrastmiddel
- Schade aan een bloedvat
- Stoornissen van het hartritme
- Pijn
- Bloeding in de buik
Complicaties die later kunnen ontstaan (na enkele dagen tot weken)
- Verstopping van de stent door een stolsel van bloed. Hierdoor kunnen de problemen van portale hypertensie weer terugkomen.
- Verward zijn of suf zijn. Dit kan gebeuren als afvalstoffen in de hersenen komen doordat de lever het bloed minder goed zuivert.
- Minder goede werking van de lever
Na de behandeling thuis
Krijgt u thuis een complicatie?
Bel dan naar de polikliniek MDL
Telefoonnummer: 043 - 387 5001
Van maandag tot en met vrijdag van 08.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur
Buiten deze tijden belt u het algemeen nummer van het MUMC+:
Telefoonnummer: 043-387 6543
Vraag dan naar de MDL-arts die dienst heeft.
De uitslag
De zaalarts vertelt u na de behandeling hoe de operatie is gegaan.
Na uw ontslag krijgt u meestal snel een afspraak bij uw arts. Tijdens deze controle kijkt de arts hoe het met u gaat na het plaatsen van de TIPS.
Contact
Kunt u niet komen of heeft u nog vragen? Bel dan met onze afdeling.
Afdeling Beeldvorming
Telefoonnummer: 043-387 75 00
Van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.30 uur
Websites
- MUMC+ (mumc.nl/)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)