MUMC+

Patiëntinformatie

Het verwijderen van de prostaat met behulp van de daVinci operatierobot

Informatie voor patiënten met prostaatkanker.

U heeft van uw behandelend uroloog gehoord dat er bij u een kwaadaardige tumor in de prostaat is geconstateerd. In overleg met u is besloten om uw prostaat operatief te verwijderen met behulp van de daVinci-robot (zie afbeelding 1). In medische termen heet deze ingreep: ‘robot-geassisteerde laparoscopische radicale prostatectomie’. Uw situatie kan verschillen ten opzichte van wat hieronder staat beschreven. Als dit het geval is, legt uw behandelend arts dit aan u uit.

Prostaatkankercentrum Zuid

Het Maastricht UMC+ maakt onderdeel uit van het Prostaatkanker Centrum Zuid zoals ook het Zuyderland (Heerlen/Sittard), Elkerliek (Helmond), Laurentius (Roermond) en VieCuri (Venlo/venray).
Het samenwerkingsverband is ontstaan vanuit een gezamenlijke wens om de kwaliteit van prostaatkankerbehandelingen te verbeteren. Uw ingreep vindt plaats in het Zuyderland. Een operateur van het Maastricht UMC+ voert de behandeling uit. De nazorg en controles vinden gewoon in het Maastricht UMC+ plaats.

Voorbereiding

Het is belangrijk om te weten of u bloedverdunnende medicijnen gebruikt. Vergeet dit zeker niet te melden aan de arts! Neem altijd uw lijst met het actuele medicijngebruik mee.

U moet nuchter zijn: dit betekent dat u op de dag van de operatie vanaf 24:00 uur ’s nachts niet meer mag eten, drinken of roken.

Voor de operatie gaat u in de meestal langs de fysiotherapeut.

daVinci operatierobot
Afbeelding 1: daVinci operatierobot

De operatie

Tijdens de operatie bent u onder algehele narcose. Via de sneetjes in de buik  verwijdert de arts de prostaat en deze gaat naar de patholoog voor weefselonderzoek. Wanneer het mogelijk is, worden de zenuwbanen die naast de prostaat liggen, gespaard. Bij sommige patiënten worden ook de lymfeklieren verwijderd. Daarna maakt de arts een nieuwe verbinding tussen de blaas en de plasbuis. Om deze nieuwe verbinding te beschermen laat hij een blaaskatheter (= slangetje dat via de plasbuis naar de blaas loopt) achter. Na het plaatsen van de katheter is de operatie klaar. Afhankelijk van het verloop van de operatie wordt er na de ingreep een of geen wonddrain achtergelaten. Een wonddrain zorgt ervoor dat het wondvocht afloopt.

Tijdens de ingreep brengt de arts via enkele sneetjes in de buik de operatie-instrumenten in die hij met de robot bedient. De arts zit achter de operatieconsole terwijl de patiënt op de operatietafel ligt (zie afbeelding 1). De arts ziet een driedimensionaal beeld dat 10-20 keer is vergroot. Met zijn vingers stuurt hij de instrumenten aan.

De arts kan via de daVinci robot zeer nauwkeurig opereren. Voordelen voor de patiënt zijn: minder bloedverlies, minder pijn na de operatie, kleinere littekens. Dit zorgt voor een sneller herstel waardoor u minder lang in het ziekenhuis hoeft te blijven.

Klik hier voor een filmpje over de operatie.

Na de operatie

Na de operatie rijdt de operatieassistent/ anesthesiemedewerker u naar de uitslaapkamer. Als u wakker wordt, merkt u dat u een blaaskatheter heeft en mogelijk een wonddrain. Daarnaast heeft u een infuus waardoor u eventueel extra vocht krijgt toegediend. De verpleegkundigen controleren regelmatig of u al wakker bent uit de narcose. Zij houden ook uw bloeddruk en hartfunctie in de gaten. Als u goed wakker bent en er zijn geen bijzonderheden, brengt de verpleegkundige u terug naar uw kamer op de verpleegafdeling. Omdat u langere tijd met het hoofd naar beneden hebt gelegen, kan u gezicht opzwellen. Dit verdwijnt snel na de operatie.

De eerste dagen na de operatie kunt u een rommelig gevoel in de onderbuik hebben. Dit komt door het koolzuurgas dat is achtergebleven in de buik. Dit neemt het lichaam zelf op. De verpleging leert u trombosespuitjes te zetten, zodat u dit zelf kunt doen als u weer thuis bent. Vaak is het herstel vlot en kunt u na enkele dagen met de blaaskatheter naar huis.

Complicaties

Bij iedere ingreep is er een kans, hoe klein ook, op complicaties. Dit zijn de meest voorkomende complicaties en gevolgen van de operatie.

  • Bloedverlies

    Tijdens de operatie kan er letsel ontstaan aan de grote vaten en na de ingreep kan er een nabloeding optreden. Gelukkig komen deze complicaties maar weinig voor.

  • Urinelekkage

    Tijdens de ingreep wordt de blaas opnieuw aan de plasbuis vastgehecht. Het komt voor dat op deze nieuwe aanhechting urine lekt. Vaak is dit niet ernstig. Als er twijfels bestaan over de waterdichtheid van de nieuwe aanhechting, wordt een afspraak gemaakt voor een cystogram. Tijdens dit onderzoek spuit de arts via de blaaskatheter contrast in en worden er röntgenfoto’s gemaakt. Op die manier kan hij een eventuele lekkage van de plasbuis opsporen. Wanneer er geen lekkage is, gaat de blaaskatheter eruit. Wanneer er een lekkage te zien is, moet de katheter langer blijven zitten. Dit laatste is natuurlijk vervelend, maar zorgt er wel voor dat meeste lekkages alsnog spontaan dicht gaan.

  • Lymfevochtlekkage

    Bij sommige patiënten wordt tijdens de operatie ook een deel van de lymfeklieren in de buurt van de prostaat verwijderd. Als dit bij u het geval is, bespreekt de uroloog dit met u. Soms is er lymfevochtlekkage. Dit is meestal niet erg. Het lichaam breekt dit vocht zelf af. In een enkel geval hoopt het vocht zich op enkan het klachten geven zoals buikpijn of koorts.

  • Wondinfectie

    Ondanks dat de wondjes in de buik klein zijn, is er toch risico op een wondinfectie. De wondjes zijn dan rood en pijnlijk. Ook kan er een infectie van de urinewegen optreden. Tijdens de operatie krijgt u antibiotica om het risico op een infectie zo klein mogelijk te houden.

  • Littekenbreuk

    Littekenbreuken komen slechts zeer zelden voor omdat de wondjes zo klein zijn.

     

  • Incontinentie

    Een veelvoorkomende bijwerking van deze operatie is incontinentie. 5-10 dagen na de operatie wordt de blaaskatheter verwijderd. De kans is groot dat u na het verwijderen van de katheter uw urine niet kan ophouden. De fysiotherapeut begeleidt u hiermee om te gaan en geeft u bekkenbodemoefeningen. Meestal wordt het urineverlies met de tijd minder. Het blijft echter moeilijk te voorspellen in welke mate u incontinent blijft. Voor sommigen betekent dit af en toe een druppeltje, voor anderen betekent dit beetjes urineverlies waarvoor het dragen van incontinentiemateriaal nodig is.

  • Erectiestoornis

    Dichtbij de prostaat lopen de zenuwen die nodig zijn voor het krijgen van erecties. Bij de ingreep kunnen deze zenuwbundels beschadigen, waardoor erectiestoornissen kunnen optreden. De arts bespreekt dit met u als u op controle komt.

  • Zaadlozing

    Tijdens de operatie wordt de verbinding van de zaadleiders met de plasbuis doorgenomen. Hierdoor zult u na de operatie geen zaadlozing meer krijgen. De teelballen blijven zaadcellen aanmaken. Het lichaam breekt deze zelf weer af.

  • Seksualiteit

    Het verwijderen van uw prostaat heeft invloed op uw seksuele leven. Als de prostaat verwijderd is, komt u droog klaar.  Dit wil zeggen dat het gevoel van klaarkomen aanwezig blijft, maar er komt geen zaad meer naar buiten. Door de ingreep kunnen erectiestoornissen optreden wat de gemeenschap slecht of niet mogelijk maakt. In veel gevallen is klaarkomen dan nog wel mogelijk. Als u vragen/zorgen heeft, bespreek dit dan met uw behandelend arts. Kijk voor meer informatie hierover ook op: https://www.kanker.nl/kankersoorten/prostaatkanker/gevolgen/seksualiteit-en-prostaatkanker.

Weer thuis

Gedurende enige tijd moet u éénmaal per dag een spuitje fraxiparine zetten.

Op de tiende dag na de operatie verwijdert uw huisarts de "hechtnietjes". U heeft hiervoor een speciale tang meegekregen.

Als u nog een blaaskatheter heeft, kunt u last hebben van aandrang (het idee te moeten plassen). Dit komt door irritatie van de blaas door de blaaskatheter. Controleer altijd of de katheter goed blijft aflopen. Soms loopt er door de blaaskrampen urine langs de blaaskatheter. Dit zegt niks over de mate van incontinentie na het verwijderen van de blaaskatheter. Daarnaast kan u een nog een zeurend gevoel in de onderbuik hebben. Het is belangrijk erop te letten dat de stoelgang op gang blijft en dat u goed kunt eten en drinken.

  • Leefregels

    Wij raden u aan om:

    • minimaal twee liter en liefst drie liter water (geen alcohol) per dag te drinken (extra drinken is niet van toepassing als u een vochtbeperkt dieet volgt)
    • tot zes weken na de operatie geen alcohol te drinken

    U mag niet/geen:

    • sporten tot zes weken na de operatie. wandelen mag wel;
    • fietsen tot zes weken na de operatie. Autorijden mag wel, maar niet in de eerst week;
    • geslachtsgemeenschap hebben tot zes weken na de operatie;
    • persen bij de ontlasting. Om de ontlasting zacht te houden, raden wij u aan vezelrijke voeding te eten en voldoende te drinken. Vezels zitten vooral in volkoren producten, groente en fruit. Als dit niet voldoende helpt, kan uw (huis)arts u medicijnen voorschrijven die de ontlasting zacht maken;
    • niet tillen.

Uitslag

Zeven tot tien dagen na de ingreep wordt de blaaskatheter in het MUMC+ verwijderd. Tijdens deze afspraak krijgt u ook de uitslag van het weefselonderzoek. De afspraken worden voor u gemaakt.

MUMC+

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Neem dan contact op met de polikliniek Urologie.

Wanneer u ontslagen bent uit het ziekenhuis neemt u contact op met het MUMC+ in de volgende gevallen:

  • Als u koorts krijgt boven de 38.5˚;
  • Bij hevige buikpijn
  • Als u een blaaskatheter heeft en deze niet meer afloopt

Neem in deze gevallen tijdens kantooruren (8:30 - 17:00) contact op met de polikliniek Urologie. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Polikliniek Urologie: 043-387 74 00 (tijdens kantooruren)

Spoedeisende hulp: 043-387 77 77 (buiten kantooruren)

Websites

Laatst bijgewerkt op 28 september 2020