Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Levertransplantatie - de operatie

Tijdens de operatie verwijdert de chirurg de zieke lever in zijn geheel en vervangt deze door een donorlever. De operatie duurt zeven tot twaalf uur. De duur verschilt per patiënt en is onder meer afhankelijk van de transplantatietechniek die toegepast wordt.

Een levertransplantatie verloopt in drie fases.

Fase I. Het verwijderen van de zieke lever

De eerste fase van de operatie bestaat uit het verwijderen van de zieke lever. Dit is meestal het lastigste deel van de operatie.

De buik wordt via een snede onder beide ribbenbogen geopend, waarna de zieke lever voorzichtig wordt vrijgelegd.

Nadat de aan- en afvoerende bloedvaten van de lever en de galweg zijn vrijgemaakt, kan de zieke lever worden verwijderd. Hierbij wordt ook de galblaas verwijderd.

Fase II. De implantatiefase

De implantatiefase begint met een periode van ongeveer een uur zonder lever. In deze periode worden eventuele bloedingen gestelpt. Vervolgens worden de aansluitpunten voor de aan- en afvoerende bloedvaten van de lever en de galweg klaargemaakt voor een verbinding met de donorlever. Voordat de donorlever met deze aansluitpunten wordt verbonden, wordt de nieuwe lever geïnspecteerd en klaargemaakt voor implantatie. Daarnaast wordt vaak nog een monster (biopsie) van de donorlever genomen zodat het leverweefsel beoordeeld kan worden.

Tijdens de implantatiefase verbindt de chirurg de donorlever met de aansluitpunten van de aan- en afvoerende bloedvaten. Er wordt gestart met de aansluiting van de afvoerende bloedvaten.

Nadat alle bloedvaten zijn verbonden en het bloed weer door de nieuwe lever stroomt, eindigt fase II.

Fase III. Het aansluiten van de galweg en afronding

De laatste fase, fase III, begint met het aansluiten van de galweg. Het aansluiten van de galweg kan op twee manieren gebeuren:

  • de galweg van de donorlever wordt direct op uw eigen galweg aangesloten
  • als uw eigen galweg niet bruikbaar is voor een directe aansluiting, wordt de galweg van de donorlever aangesloten op een gedeelte van de dunne darm.

De chirurg verwijdert altijd de galblaas van de donorlever, omdat deze galblaas geen zenuwvoorziening meer heeft en daardoor niet meer kan functioneren. U kunt goed leven zonder galblaas.

 

Soms wordt aan het eind van de operatie een slangetje (galdrain) in de galweg gelegd om de overtollige galvloeistof weg te laten lopen. Na ongeveer 14 dagen kan de radioloog of arts in de galdrain een contrastvloeistof spuiten om foto’s van de galwegen te maken. Deze galdrain wordt acht weken na de operatie in de polikliniek van het Maastricht UMC+ verwijderd.

Ook worden drains aangebracht voor het aflopen van wondvocht. Deze worden voor uw ontslag uit het Klinikum verwijderd.

Aan het einde van de operatie wordt ten slotte via uw neus een slangetje (sonde) ingebracht. De eerste dagen na de operatie krijgt u namelijk vloeibare voeding (sondevoeding) door dit slangetje. Soms wordt voor de sondevoeding een slangetje via de buikwand in de dunne darm ingebracht.

Contact

Wilt u meer weten of heeft u vragen? Stuur dan een e-mail naar leverziekten.mdl@mumc.nl

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021