Hoofdingang MUMC+

Patiëntinformatie

Obductie

Informatie voor nabestaanden

Het Maastricht UMC+
Maastricht UMC+

U krijgt dit patiënten- informatieblad omdat iemand bijvoorbeeld uw echtgenoot, familielid of dierbare is overleden. De behandelend arts heeft u gevraagd of obductie verricht mag worden. Deze informatie gaat over de vraag: “Wat is eigenlijk een obductie? Wat gebeurt er dan precies?”

De omstandigheden waarin verdriet of andere emoties overheersen, maken het soms moeilijk om met zulke wedervragen te komen, terwijl ze toch belangrijk zijn om te kunnen bepalen of u wel of niet toestemming wilt geven.

Dit informatieblad is bedoeld om u te helpen bij uw besluit om wel of geen toestemming te verlenen. Als u na het lezen nog vragen heeft, kunt u deze natuurlijk altijd stellen aan de arts. Hij/zij zal u helpen een beslissing te nemen waar u later geen spijt van heeft. Dit informatieblad informeert u waarom obductie belangrijk is en wat er bij dit onderzoek allemaal gebeurt. Neem de tijd om deze informatie goed te lezen en spreek met de arts het tijdstip af waarop u uitsluitsel geeft over uw beslissing.

Wat is een obductie of autopsie?

Obductie is een inwendig onderzoek op een overleden persoon. Het onderzoek wordt verricht door een patholoog, een medisch specialist. Voordat de patholoog aan de obductie begint, onderzoekt hij het lichaam eerst uitgebreid van buiten: het uitwendig onderzoek. Daarna begint het inwendige onderzoek, waarbij vrijwel alle organen van de overledene onderzocht worden.
Een obductie is te vergelijken met een operatie en zal altijd op zodanige wijze worden uitgevoerd dat er achteraf vrijwel niets meer van te zien is. Het onderzoek wordt uiteraard op een respectvolle wijze verricht. Deze procedure kan niet zonder toestemming van nabestaanden. U kunt overigens uw toestemming toespitsen op specifieke onderdelen (zie: Hoe is de procedure?)

Waarom obductie?

Het meest gegeven antwoord op deze vraag is: “Om de doodsoorzaak vast te stellen.”
Een andere reden kan zijn om vast te stellen of de ziekte erfelijk of besmettelijk is. In het geval van een erfelijke ziekte kunnen bijvoorbeeld ouders van een overleden kind de informatie laten meespelen bij het krijgen van meer kinderen.

Ook bij bijvoorbeeld acute hartdood kunnen erfelijke factoren aan het licht komen die voor verwanten van belang kunnen zijn ter preventie. Bij een besmettelijke ziekte moet actie worden ondernomen om eventueel besmette personen op te sporen en te onderzoeken.

Het is niet altijd duidelijk waaraan iemand precies is overleden en hoe een ziekteproces zich heeft voltrokken. Nabestaanden en artsen willen vaak weten hoe het ziekteproces en de daaropvolgende dood verlopen is of er zeker van zijn hoe uitgebreid een ziekte nu was of dat er nog andere ziekten in het spel waren.

 

De obductie is het hulpmiddel bij uitstek om goed te onderzoeken wat in de laatste levensfase is gebeurd en achteraf te controleren of een medische behandeling juist is geweest en hoeveel effect dit heeft gehad. Dat zal niet meer van betekenis zijn voor de patiënt zelf, maar wel voor volgende patiënten, die kunnen profiteren van de lessen die van een obductie geleerd worden.

De ervaring heeft geleerd dat ook bij patiënten waar het allemaal duidelijk leek, zich nog zaken kunnen voordoen die niemand had verwacht. De informatie die een obductie oplevert, helpt de artsen om kritisch naar de door hen ingestelde behandeling te kijken. Obductie is ook belangrijk voor de wetenschap. Van veel ziekten is een groot deel van de kennis ontleend aan studies van obductiemateriaal.

Wat gebeurt er bij een obductie?

In het kort gezegd wordt bij een obductie het lichaam van een overledene geopend en worden de organen in het lichaam geïnspecteerd. Daarna worden ze over het algemeen één voor één uit het lichaam verwijderd, gewogen en ook ingesneden om de binnenkant te kunnen inspecteren. Vervolgens wordt uit elk orgaan een klein stukje weefsel genomen om microscopisch te onderzoeken. Dat is belangrijk, omdat niet alle afwijkingen met het blote oog herkenbaar zijn.

Daarna worden de organen teruggeplaatst in het lichaam, behalve de organen waarvan het onderzoek nog niet afgerond kan worden.
Het lichaam wordt gesloten om vervolgens te worden overgedragen aan de begrafenisondernemer. Als de overledene voor een opbaring wordt aangekleed, is van de obductie niets meer te zien, behalve als bij kale mensen een schedellichting middels een huidsnede op het achterhoofd voor hersenonderzoek heeft plaatsgevonden. Als nabestaanden hier bezwaar tegen hebben, kunnen zij dit bespreken met de arts. Er kan dan bijvoorbeeld een gedeeltelijke obductie plaatsvinden.

In de meeste ziekenhuizen wordt voor hersenonderzoek apart toestemming gevraagd aan de nabestaanden. Dit is echter niet wettelijk verplicht. Mocht u bezwaar hebben tegen hersenonderzoek, dan kunt u dit aan de arts kenbaar maken. Ook is het belangrijk te weten dat de hersenen niet onmiddellijk onderzocht kunnen worden maar eerst behandeld moeten worden en pas later onderzocht kunnen worden. De hersenen worden daarom niet teruggeplaatst maar later, na onderzoek, apart gecremeerd.

Het bewaren van weefsel en organen

Er zijn omstandigheden waarin, naast de kleine stukjes weefsel voor het microscopisch onderzoek, één of meer organen - of delen daarvan – langer worden bewaard.

  1. Het orgaan is héél klein zodat het in zijn geheel voor het aanvullend microscopisch onderzoek moet worden meegenomen.

  2. Een ingewikkelde afwijking van het orgaan zodat uitgebreider onderzoek, al dan niet in samenwerking met een expert, noodzakelijk is.

  3. Het weefsel of orgaan moet eerst bewerkt worden om tot onderzoek over te kunnen gaan. De bewerking kan enkele dagen en soms weken in beslag nemen. Voor hersenonderzoek bijvoorbeeld is een periode van zes tot twaalf weken nodig voor bewerking en beoordeling.

Deze redenen maken het langer bewaren van de (delen van) organen noodzakelijk om tot een diagnose te kunnen komen.

 

Onderzoek- en onderwijsdoeleinden is een vierde reden om een (deel van een) orgaan te bewaren. Als het orgaan op een treffende wijze een bepaalde ziekte illustreert, kan het een grote dienst bewijzen bij het onderwijs aan medische studenten, artsen en verpleegkundigen. Dit komt overigens zelden voor.

Als bepaalde organen (of delen van) langer bewaard worden, dan worden deze weefsels of organen niet met de overledene mee begraven of gecremeerd. Zij worden later alsnog gecremeerd door het ziekenhuis, behalve als ze bewaard blijven voor onderwijsdoeleinden. Als u hiertegen bezwaar heeft, kunt u dit kenbaar maken aan de arts. Als uw bezwaar ertoe leidt dat tijdens de obductie onvoldoende gegevens kunnen worden verkregen, dan zal de arts dit met u bespreken. U kunt dan in samenspraak tot een voor u aanvaardbare beslissing komen.

Hoe is de procedure?

De procedure begint met de vraag van de arts of obductie mag worden verricht, het uitreiken van deze informatie en bij u informeren of u nog vragen heeft. U als nabestaande bent degene die besluit of u toestemming verleent voor obductie. Besluit u geen toestemming te verlenen, dan wordt geen obductie verricht.

Geeft u wel toestemming dan wordt de overledene naar het mortuarium overgebracht en wordt binnen afzienbare tijd (meestal één werkdag) obductie verricht door een patholoog. Mocht de periode voor obductie te lang duren, bijvoorbeeld bij overlijden in het weekend, dan kan daar in overleg een oplossing voor worden gevonden.

Het hele onderzoek, zoals hierboven beschreven, neemt tussen de één tot drie uur. in beslag. Daarna haalt de begrafenisondernemer de overledene af voor de voorbereidingen voor opbaring en/of begrafenis of crematie. Over het algemeen doorkruist een obductie niet de officiële gang van zaken rond begrafenis of crematie.

 

Na de obductie maakt de patholoog een verslag dat hij opstuurt naar de arts die de obductie heeft aangevraagd. Als u daar prijs op stelt, maakt deze arts een afspraak met u om de bevindingen van de patholoog met u te bespreken. De afspraak hiervoor is meestal ruim een maand na de obductie zodat het verslag helemaal afgerond is. Sommige onderzoeken, bijvoorbeeld specialistisch onderzoek van de hersenen of het hart kunnen echter meer tijd in beslag nemen. Voor hersenonderzoek bijvoorbeeld is een periode van zes tot twaalf weken nodig voor bewerking en beoordeling. De uiteindelijke termijn wordt mede hierdoor bepaald.

Hebt u dan nog vragen, kunt u deze met de arts bespreken. Als het nodig mocht zijn, kan de arts weer contact opnemen met de patholoog voor nader overleg.

Uitzonderingen op deze procedure

Als iemand een niet-natuurlijke dood is gestorven of als het in het belang van de volksgezondheid is een obductie uit te voeren, dan gelden andere procedures. Ook kan iemand in een wilsbeschikking hebben laten opnemen, dat hij/zij geen obductie wenst. Dan kunt u als nabestaande niet meer toestemmen in een obductie.

Iemand die overlijdt na een ongeval, misdrijf of vermoeden daartoe, is een niet-natuurlijke dood gestorven en moet gezien worden door een gemeentelijke lijkschouwer. Na overleg met justitie, kan een officier van justitie een gerechtelijke obductie laten verrichten of besluiten om het lichaam vrij te gegeven.
Een gerechtelijke obductie vindt plaats in geval van een misdrijf of het vermoeden daartoe en wordt verricht door een gerechtelijke patholoog. Voor een gerechtelijke obductie is toestemming van de familie niet ter zake: de officier van justitie legt dan beslag. Maar als het lichaam wordt vrijgegeven en nabestaanden of de arts willen precies weten wat er gebeurd is, dan kan een
obductie plaatsvinden door de patholoog van het ziekenhuis. Hiervoor is altijd toestemming van de nabestaanden vereist.

Is een obductie bij een kind hetzelfde als bij een volwassene?

In principe is de procedure bij kinderen hetzelfde als bij volwassenen. Soms wordt weefsel uitgenomen voor genetisch onderzoek. Dit is vooral belangrijk als een kind tijdens de zwangerschap of rond de geboorte is overleden, er een uitspraak gedaan moet worden of dat een afwijking erfelijk is, waardoor er een kans op herhaling is bij een volgende zwangerschap.

Als het hele kleine kinderen betreft, zijn de organen uiteraard ook heel klein. Het hele orgaan wordt dan microscopisch onderzocht in plaats van een stukje weefsel. Ook wordt iets eerder overgegaan tot het bewaren van de organen om ze op een later tijdstip beter te kunnen bekijken.

Aangeboren afwijkingen bij kinderen zijn vaak complexer dan afwijkingen bij volwassenen en ze vereisen uitgebreider onderzoek. Als u bezwaar heeft tegen het langer bewaren en niet mee begraven of cremeren van organen, kunt u dat kenbaar maken aan de arts en wordt met uw wensen rekening gehouden.

 

Uitgebreidere informatie over het verrichten van obducties bij kinderen kunt u lezen in de voorlichtingsbrochure: Obductie; informatie voor ouders en hulpverleners over onderzoek na overlijden bij kinderen.

Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties betrokken bij erfelijke en/of aangeboren aandoeningen (VSOP)
Telefoonnummer 035-602 85 55
E-mail vsop@vsop.nl 
I: www.vsop.nl

Kan ik voorwaarden stellen?

Het kan gebeuren dat u wel toestemming wilt geven voor obductie, maar dat u bijvoorbeeld liever niet wilt dat organen bewaard worden of dat de hersenen uit de schedel gehaald worden voor nader onderzoek. Vaak wordt voor dit laatste al apart toestemming gevraagd hoewel dit niet verplicht is.
Uw eventuele bezwaren kunt u kenbaar maken aan de arts die aan u toestemming voor obductie heeft gevraagd. Als uw bezwaar ertoe leidt dat de obductie onvoldoende gegevens zal opleveren, dan zal de arts dit met u bespreken. U kunt dan op basis van deze informatie nieuwe afwegingen maken voordat u een besluit neemt. De aanvragend arts zal bezwaren nooit naast zich neer (kunnen) leggen. Uiteindelijk bepalen de nabestaanden wat er gebeurt.

Contact

Als u nog vragen heeft, kunt u deze bespreken met de arts in het ziekenhuis.

Laatst bijgewerkt op 27 september 2021