Folder

Voorkom dat u valt

Zo blijft u veilig in het ziekenhuis en thuis

Een valpartij is snel gebeurd. Meestal houdt u er schaafwonden of blauwe plekken aan over. Vooral voor ouderen kan een val ernstige gevolgen hebben. Ongeveer 1 op de 3 ouderen die thuis woont,  valt minstens 1 keer per jaar. In woonzorgcentra is dat 1 op de 2.

U kunt de kans op vallen verkleinen. Dat doet u door voldoende te bewegen, goed op te letten bij dagelijkse activiteiten en uw woning veilig in te richten.

Risicofactoren: waarom valt u sneller?

Mensen vallen meestal niet door één oorzaak. Vaak spelen meer factoren tegelijk een rol. Hoe meer risicofactoren u heeft, hoe groter de kans op vallen.

Factoren die te maken hebben met uw lichaam

  • Leeftijd: als u ouder wordt, krijgt u minder spierkracht en balans. Bewegen gaat dan moeilijker.
  • Een te lage bloeddruk of een snelle daling van de bloeddruk bij het rechtkomen, het bukken of na de maaltijd.
  • Duizeligheid.
  • Slechter zien: vooral minder dieptezicht en moeite met contrasten zien.
  • Pijn: waardoor u stijver bent, slechter slaapt en overdag moe of suf bent.
  • Ongewild urine verlies of ’s nachts vaak moeten plassen of u zich moet haasten om tijdig het toilet te bereiken.
  • Problemen met het geheugen of de oriëntatie, zoals bij dementie of de ziekte van Parkinson.
  • Voetproblemen zoals blaren, zweren, eeltknobbels of ingegroeide nagels.

Gedragsfactoren

  • Te weinig bewegen: hierdoor verliest u spierkracht en evenwicht.
  • Angst om te vallen. Door minder te bewegen, wordt de angst op vallen juist groter.
  • Onveilig gedrag: bijvoorbeeld gemorste vloeistoffen niet meteen opruimen, op sokken een trap oplopen, geen stevige schoenen dragen, met volle handen traplopen, op een stoel of krukje staan in plaats van op een stevige huishoudtrap.
  • Het verkeerd gebruik van loophulpmiddelen.
  • Bijwerkingen van medicijnen: zoals slaapmiddelen, antidepressiva of veel soorten medicijnen tegelijk.
  • Alcohol: waardoor u minder alert bent.

Factoren in uw omgeving

  • Gevaarlijke trappen of hoge drempels.
  • Losse tapijten, losliggende tegels, een overvolle woonkamer, losliggende spullen of kabels.
  • Schoenen met gladde zolen.
  • Geen houvast in douche of bad, een laag toilet zonder handgrepen.
  • Slechte verlichting.

Wat kunt u doen om vallen te voorkomen?

  1. Blijf elke dag bewegen, minstens 30 minuten wandelen, fietsen of tuinieren.
  2. Bespreek uw medicijnen met uw huisarts, ook geneesmiddelen die u zonder recept koopt.
  3. Laat uw ogen regelmatig controleren en zorg voor goede verlichting thuis.
  4. Ga langzaam rechtstaan, geen plotse bewegingen.
  5. Maak uw huis veilig.  Laat geen spullen rondslingeren, geen losse tapijten, zorg dat vloeren droog zijn, overweeg een alarmsysteem, geef een sleutel aan iemand die u vertrouwt.
  6. Draag stevige schoenen die uw voet omsluiten en een stevige, platte zool hebben.

Bent u duizelig als u opstaat?

  • Beweeg eerst rustig uw benen uit bed of de stoel.
  • Ga rechtop zitten tot de duizeligheid minder wordt. Adem een aantal keren diep in en uit.
  • Zet beide voeten stevig op de grond.
  • Steun op uw knieën en sta langzaam recht.
  • Bespreek terugkomende duizeligheid altijd met uw huisarts.

Hulpmiddelen

Bent u minder goed ter been of bent u onzeker bij het lopen? Dan kunnen hulpmiddelen helpen, zoals anti-slipsokken, een wandelstok of een looprekje. Vraag ernaar bij de verpleegkundige.

Ook voor thuis zijn er hulpmiddelen beschikbaar. Daarnaast zijn er cursussen om u zelfverzekerder te laten bewegen. U leert daar hoe u een val kunt voorkomen, hoe u veilig valt en hoe u weer opstaat. Vraag uw huisarts, verpleegkundig specialist, behandelend arts of de Thuiszorgwinkel naar de mogelijkheden.

Contact

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met uw huisarts, verpleegkundige of behandelend arts.

Website

Laatst bijgewerkt op 20 januari 2026. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-456