Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

ERCP (Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie)

Onderzoek van de galwegen en/of alvleesklier

U krijgt een ERCP.
Hieronder leest u informatie over dit onderzoek.

 

Het is verplicht dat u een begeleider meeneemt naar het onderzoek. Uw begeleider is bij het gesprek met de arts na het onderzoek. Ook brengt hij of zij u naar huis. U mag de rest van de dag niet zelf fietsen of auto rijden

ERCP
ERCP van de galwegen © Van der Zon - Visueel. Deze illustratie is met toestemming overgenomen van de Maag Lever Darm Stichting.

Het voorgesprek

De arts regelde voor u een ERCP.
De arts heeft u uitgelegd hoe dit onderzoek gaat en welke problemen daarbij soms kunnen ontstaan.

De arts heeft ook gevraagd of u bloedverdunners gebruikt.
De arts vertelde u of u hiermee moet doorgaan of stoppen.
Het kan ook zijn dat u tijdelijk een andere bloedverdunner moet gebruiken.

Heeft u vragen over het onderzoek, uw medicijnen of de voorbereiding?
Vraag het aan de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Afspraak

U krijgt van de afdeling Endoscopie een datum waarop het onderzoek gebeurt.
Als u op deze datum niet kunt, belt u dan met het nummer 043-3877700.

Voorbereiding op het onderzoek

  • Omdat u sedatie (een roesje) krijgt, moet u een begeleider meenemen.
    Regelt u dat alstublieft op tijd, want zonder begeleider kan het onderzoek niet doorgaan.
  • U moet nuchter zijn:
    • Bij een onderzoek in de ochtend:
      U mag niet meer eten, drinken en roken vanaf middernacht.
    • Bij een onderzoek in de middag:
      U mag niet meer eten, drinken en roken vanaf 8 uur ’s ochtends.
      U mag vóór 8 uur nog wel een cracker of beschuitje eten. 
  • Medicijnen mag u wel innemen met wat water.
  • Nuchter betekent niet eten, niet drinken en niet roken.

Dag van het onderzoek

U bereikt de afdeling Endoscopie in het MUMC+ via looproute G2 groen. U meldt zich bij onze balie tien minuten vóór het begin van het onderzoek.

Op de behandelkamer controleren wij nog een keer uw naam en geboortedatum. Daarna krijgt u een polsbandje waar dit op staat. Hierna gaat u liggen op het bed. U krijgt een infuusnaald en we sluiten u aan op de monitor.

We doen een “time out” om nóg een keer te controleren of we bij de juiste persoon het juiste onderzoek gaan doen. We vragen nog een keer naar bloedverdunners, een allergie voor medicijnen, pacemakers of implantaten in een heup of knie. Dit is ook een goed moment dat u aan ons nog dingen kunt vragen.

Hierna begint het onderzoek.

Sedatie

Bij een ERCP wordt de verdoving geregeld door de anesthesioloog. Wij sturen u daarvoor een aparte folder mee.

Begeleiding

U moet een begeleider meenemen.
De begeleider is bij het gesprek met de arts direct na het onderzoek én brengt u naar huis.
Regel dit alstublieft op tijd. Als u geen begeleider heeft, kan het onderzoek niet doorgaan.  

De begeleider wacht tijdens het onderzoek in de wachtkamer.
De begeleider mag niet bij het onderzoek zijn.

Het onderzoek

Bij een ERCP onderzoekt de arts via de mond de galwegen en/of de afvoergang van de alvleesklier. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een endoscoop, een dunne flexibele slang met aan het uiteinde een camera en een lampje. Het onderzoek duurt ongeveer 45 minuten.   

Tijdens een ERCP ligt u op uw buik op de onderzoeksbank/doorlichtingstafel. Als u een gebitsprothese heeft, moet u die uitdoen. Uw keel wordt verdoofd met een spray. Deze spray zorgt ervoor dat u minder hoeft te kokhalzen tijdens het onderzoek. Een verpleegkundige plaatst een bijtring tussen uw kaken om zowel uw gebit als de endoscoop te beschermen. De arts brengt de endoscoop door de ring in uw keel. Vervolgens vraagt hij of zij u om te slikken. Doordat u de flexibele slang als het ware inslikt, komt deze gemakkelijk in de slokdarm terecht. Vanaf dit punt bestuurt de arts de endoscoop verder tot in de twaalfvingerige darm. Via een werkkanaal in de endoscoop brengt de arts vervolgens een katheter in de galwegen of de alvleeskliergang.

 

Soms lukt het niet om de katheter in de galweg of alvleeskliergang te brengen. In dat geval kan een sneetje worden gemaakt om de opening te vergroten en het opvoeren van de katheter te vergemakkelijken.

Via de katheter spuit de arts contrastvloeistof in de galweg en/of de alvleeskliergang. Op deze manier kan met röntgendoorlichtinggekeken worden of er afwijkingen (vernauwingen of bijvoorbeeld stenen) zijn. Ook kunnen de afwijkingen vaak direct worden verholpen, bijvoorbeeld door de stenen direct te verwijderen of bijvoorbeeld om een plastic buisje/stent te plaatsen.  Tijdens het onderzoek moet lucht worden ingeblazen. Daardoor kunt u last hebben van een opgeblazen gevoel en boeren laten tijdens het onderzoek. Dat is heel normaal, u hoeft zich hier niet voor te schamen.

Omdat er tijdens het onderzoek röntgendoorlichting wordt gebruikt, moet u het melden wanneer u zwanger bent of denkt te zijn. Röntgenstraling kan namelijk schadelijk zijn voor het ongeboren kind.

Mogelijke complicaties

Hoewel een ERCP over het algemeen een veilig onderzoek is, kunnen er in een enkel geval complicaties ontstaan.

  • De kans op ademhalingsproblemen of stoornissen in de hartfunctie neemt toe. Via een knijpertje op uw vinger of aan uw oor wordt u hierop voortdurend gecontroleerd. Ook wordt elke vijf minuten uw bloeddruk gecontroleerd.
  • Wanneer er nog voedsel in uw maag aanwezig is, kunt u zich verslikken in voedsel dat tijdens het onderzoek wordt opgeboerd. Als het voedsel in de luchtpijp komt, kan er  een luchtweginfectie optreden.Door het krachtig opboeren tijdens het onderzoek of door het moeizame passeren van de endoscoop, kan het slijmvlies  soms beschadigd raken. Dit kan een lichte bloeding veroorzaken.
  • Er bestaat een kans dat u keelpijn heeft. Deze pijn is meestal binnen een dag verdwenen.

 

  • De alvleesklier kan door het inspuiten van het contrastmiddel ontsteken. Deze ontsteking herstelt meestal binnen enkele dagen, maar kan ook een ernstiger verloop hebben. De kans hierop is minder dan 5 op de 100. Om de kans op zo’n alvleesklierontsteking na ERCP te verkleinen, krijgt u tijdens het onderzoek een zetpil diclofenac (tenzij u daarvoor bv allergisch bent, wij bespreken dit met u voorafgaand aan het onderzoek).
  • Als er tijdens het onderzoek een stent is geplaatst, bestaat de kans dat deze op den duur verstopt raakt. Door een dergelijke verstopping heeft een verhoogd risico op een ontsteking.
  • Als er tijdens het onderzoek een sneetje is gemaakt, kan er een bloeding ontstaan. De kans hierop is minder dan 1 op de 100.
  • Ook kan er een scheurtje in de wand van de dunne darm of galweg ontstaan (perforatie).  Een perforatie wordt altijd gevolgd door een ziekenhuisopname van enkele dagen.

Wegnemen van stukjes weefsel (biopten) of een poliep

Bij afwijkingen van het slijmvlies kan de arts tijdens het onderzoek besluiten om stukjes weefsel weg te nemen. U voelt dit niet, maar het kan wel wat bloedverlies geven. De patholoog onderzoekt de stukjes weefsel onder de microscoop.
 

Wanneer de arts tijdens het onderzoek poliepen ziet, kan hij deze meestal direct verwijderen. Dat gebeurt door een lus van metaaldraad als een lasso om de poliep heen te leggen.
Door het metaaldraad gaat een elektrische stroom, waardoor de metaaldraad de poliep afsnijdt.
U voelt dit niet, maar het kan wel bloedverlies geven.
De patholoog onderzoekt de poliepen onder de microscoop.

Na afloop van het onderzoek

De arts die het onderzoek doet, vertelt direct na afloop wat hij gezien en gedaan heeft.
Ook uw begeleider is bij dit gesprek.

Nazorg

U moet na afloop van het onderzoek nog ongeveer een uur blijven liggen.
Wanneer u goed wakker bent, krijgt u van ons iets te eten en drinken.

U krijgt een kaartje mee naar huis met nummers die u kunt bellen als u thuis problemen krijgt.
Op dit kaartje staan ook de leefregels en uw nieuwe afspraak.
Gebruikt u normaal bloedverdunners? Dan staat op het kaartje ook een advies voor de bloedverdunners.

Uitslag van het onderzoek en verdere behandeling

Na het onderzoek krijgt u een kaartje mee naar huis waarop staat bij wie en wanneer u de uitslag en eventuele verdere behandeling krijgt.

Opleiding

In het MUMC+ werken ook artsen in opleiding tot maag-darm-leverarts (MDL-arts). Het kan zijn dat een MDL-arts in opleiding het onderzoek bij u doet. In dat geval is er altijd óók een ervaren MDL-arts bij het onderzoek.

Contact

Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, vraag het dan aan uw arts. 

U kunt ook bellen met de afdeling Endoscopie van het MUMC+ op nummer 043 - 3877700. Dat kan op werkdagen van 8.00 tot 16.30 uur. Of u kunt een e-mail sturen naar endoscopie@mumc.nl

Laatst bijgewerkt op 30 juni 2022