Hoofdingang Maastricht UMC+

Patiëntinformatie

ICD: het rijbewijs en vaarbewijs

Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD)

In dit informatieblad leest u welke regels er gelden voor uw rijbewijs en vaarbewijs wanneer u een ICD heeft.

 

Het rijbewijs

Als bestuurder bent u verantwoordelijk voor uw eigen veiligheid en voor die van anderen. Om te mogen rijden, moet u volgens de wet “rijgeschikt” zijn. Dat wil zeggen: geestelijk en lichamelijk in staat zijn om te rijden. Bij aandoeningen waarbij u het bewustzijn kunt verliezen, gelden beperkingen van de rijbevoegdheid. Deze beperkingen gelden ook voor u als ICD drager. Het plaatsen van een ICD verbetert doorgaans de prognose, maar het lost de verhoogde kans op ritmestoornissen niet op.

*Foto

Wat zegt de wet

Als ICD drager bent u wettelijk verplicht, het CBR op de hoogte te stellen dat er een verandering is in uw gezondheid. De verandering van uw gezondheid wordt op uw rijbewijs kenbaar gemaakt door een code 100 of 101 en heeft dus ook invloed op de geldigheid van uw rijbewijs. Als ICD drager bent u alleen nog bevoegd om een motorvoertuig te besturen uit groep 1. Deze zijn:

  • A=motorfiets
  • B=personenauto
  • BE=personenauto met aanhangwagen
  • T=landbouw – of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

Het rijbewijs voor motorvoertuigen uit groep 2 komen voor u te vervallen. Deze zijn:

  • C=vrachtauto,
  • D=Bus,
  • CE=vrachtauto met aanhangwagen
  • DE=bus met aanhangwagen.

Het rijbewijs is maximaal vijf jaar geldig en moet daarna weer verlengd worden.

Na implantatie is er een wettelijk observatieperiode voordat u weer mag rijden.

  • Heeft of krijgt u een ICD omdat er door uw hartaandoening de kans bestaat op een levensbedreigende hartritmestoornis maar u heeft nog geen levensbedreigende hartritmestoornis gehad, dan heeft u na de implantatie een wettelijk observatieperiode van twee weken. Dit is de primaire preventie.
  • Heeft of krijgt u een ICD omdat u een levensbedreigende hartritmestoornis heeft doorgemaakt, dan heeft u na implantatie een wettelijk observatieperiode van twee maanden. Dit is de secundaire preventie.

Beroepsmatig mag u de uit groep 1, motorvoertuigen besturen, maar niet langer dan vier uur per dag. Het beroepsmatig vervoeren van personen is NIET toegestaan als ICD drager.

Heeft u een ICD en wilt u beroepsmatig motorvoertuigen uit groep 1 besturen, dan heeft u voor het aanvragen van het gecodeerd rijbewijs een bijkomende verklaring van uw werkgever nodig. Een door het CBR vastgesteld model vindt u op www.cbr.nl. Op uw rijbewijs staat dan code 101.

Na een wissel van de ICD of wanneer de batterij leeg is, zijn er geen extra beperkingen met betrekking tot de rijbevoegdheid. Een rijverbod gaat opnieuw in vanaf het moment dat uw ICD een schok heeft afgegeven. Bij een terechte schok, mag u twee maanden niet rijden, bij een onterechte mag u weer rijden vanaf het moment dat de arts hiervoor toestemming geeft. U kunt met de ICD verpleegkundige bespreken welke regels precies van toepassing zijn op uw situatie.

Eigen verklaring

Het is uw eigen verantwoordelijkheid om bij het CBR te melden dat u een ICD drager bent. Dit doet u door het invullen van een “Gezondheidsverklaring”. Dit is een formulier met vragen over uw lichamelijke en geestelijke gesteldheid. De “Gezondheidsverklaring” is digitaal te koop en in te vullen via de website van het CBR. Een papieren versie is ook verkrijgbaar bij de gemeente in uw woonplaats en bij rijscholen.

Wilt u de “Gezondheidsverklaring” digitaal invullen en aankopen, dan moet u over een DigiD code met sms functie beschikken. De “Gezondheidsverklaring” bevat 11 vragen over uw gezondheidstoestand, die u met ‘ja’ of ‘nee’ moet beantwoord. Een overzicht van deze vragen met een toelichting is te vinden op de CBR-website. (www.CBR.nl). Wanneer u één van de vragen met ‘ja’ beantwoord, heeft u een artsenverklaring nodig. Vraag deze aan uw behandelend specialist. Bent u 75 jaar of ouder, dan adviseren wij u de “Gezondheidsverklaring” samen met uw huisarts in te vullen.

De artsenverklaring

Bij u als ICD drager wordt de artsenverklaring (voor het cardiologisch gedeelte) ingevuld door de behandelend of implanterend cardioloog. Hiervoor is een ICD controle nodig. Deze controle gebeurt na de wettelijke observatieperiode van twee weken of twee maanden na implantatie. De afspraak voor deze ICD controle krijgt u thuis gestuurd.

Als uw ICD in die twee weken of twee maanden niet in werking treedt en er geen andere medische complicaties zijn, krijgt u de artsenverklaring. De artsenverklaring en de gezondheidsverklaring moet u opsturen naar het CBR. Als het CBR alle gegevens heeft ontvangen, krijgt u hiervan bericht. Vanaf dat moment mag u auto rijden in afwachting van uw nieuwe rijbewijs. Als u van het CBR een "verklaring van geschiktheid" ontvangt (dit kan enige tijd duren), kunt u hiermee op het gemeentehuis uw nieuw gecodeerd rijbewijs kopen.

Samenvatting rijbevoegdheid als ICD drager

  • Het rijden met een ICD is wettelijk alleen mogelijk met een geschiktheidsverklaring van de cardioloog (= artsenverklaring)
  • Het rijden met een ICD is wettelijk alleen mogelijk met een 'gecodeerd' rijbewijs A, A1, A2, B, B+, B+E, T
  • Code 100: alleen privégebruik
  • Code 101: beperkt beroepsmatig gebruik, met een maximum van vier uur per dag met uitzondering van personenvervoer en het onder toezicht besturen van derden bijvoorbeeld taxichauffeur, buschauffeur, rij instructeur en dergelijke.
  • Het gecodeerd rijbewijs is maximaal vijf jaar geldig. Na een terechte schok van uw ICD mag u twee maanden geen motorvoertuig besturen.
  • Na een onterechte schok mag u geen motorvoertuig besturen totdat de kans op herhaling is geminimaliseerd door aanpassing van de instellingen van de ICD of aanpassing van de medicatie. Dit ter beoordeling van de behandelend cardioloog.
  • Rijbewijzen uit Groep twee (C, C1, C+E, C1+E, D, D1, D+E en D1+E) vervallen. (bijvoorbeeld: vrachtwagen rijbewijs)

Het vaarbewijs

Het groot vaarbewijs

Groot vaarbewijs en Rijnpatent zijn voor ICD-dragers uitgesloten. Voor informatie over deze vaarbewijzen kunt u zich wenden tot het CBR, divisie CCV afdeling Binnenvaart te Rijswijk, (070) 372 05 80.

Het klein vaarbewijs

In Nederland is een Klein vaarbewijs verplicht voor:

  • Een schip met een lengte van 15 meter of meer dat niet bedrijfsmatig wordt gebruikt.
  • Een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt of daar voor bestemd is.
  • Een motorboot met een lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur kan bereiken.
  • Een sleepboot of duwboot die niet wordt gebruikt om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen, langszij mee te voeren of te duwen.

ICD-dragers mogen alleen voor de pleziervaart gebruik maken van een klein vaarbewijs. Na de implantatie bedraagt de wachttijd twee maanden. Daarna kan een positief specialistisch rapport worden verstrekt waaruit blijkt dat de ICD gedurende deze periode geen elektrische schok heeft afgegeven en het apparaat niet kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling. Na een schok geldt opnieuw een wachttijd van twee maanden. De wettelijke geldigheidstermijn is maximaal vijf jaar. Meer informatie over vaarbewijzen kunt u vinden op: www.stin.nl pagina ‘Rij- en vaarbewijzen’.

Contact

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen, neem dan contact met ons op.

ICD verpleegkundigen 043 – 387 27 27 tijdens kantooruren

E-mail pm.icdverpleegkundige.hvc@mumc.nl Vermeld uw naam en geboortedatum

Hebt u na het indienen van de gezondheidsverklaring vragen over het ontvangen van de artsenverklaring, neem dan contact op met de ICD verpleegkundige of mail naar cbrkeuringen.hvc@mumc.nl (vergeet u naam en geboortedatum niet te vermelden)

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021