Hoofdingang Maastricht UMC+

Folder

May Thurner Syndroom: dotter en stent behandeling

U heeft het May-Thurner syndroom. En u heeft samen met uw arts besloten om dit te laten behandelen. In deze folder leest u meer over deze behandeling.

Wat is het May-Thurner syndroom?

Het May-Thurner syndroom is een zeldzame ziekte waar vooral vrouwen tussen de 30 en 50 jaar last van hebben. Bij een syndroom zijn er allerlei klachten die 1 oorzaak hebben. 
De oorzaak van het May-Thurner syndroom zit in het bekken. De bekkenader is vernauwd. Dit betekent dat de ader smaller is dan normaal. Dit komt doordat een van de slagaders in het bekken te dicht op de bekkenader ligt. De bekkenader wordt samengedrukt tussen de slagader en de ruggenwervels die erachter liggen. Daardoor kan het bloed uit het been minder goed stromen. De druk in de aders van het been wordt steeds hoger. Meestal gaat het om de linker bekkenader.

Mensen met dit syndroom hebben vaak last van:

  • pijn in de benen in rust
  • pijn bij het lopen
  • zware benen
  • spataders
  • vocht vasthouden
  • soms ook een kapotte huid bij de enkel
Aders

Voorbereiding

Van tevoren vragen wij u of u allergisch bent voor jodium of contrastmiddel. Soms is niet bekend dat iemand allergisch is en krijgt de patiënt een allergische reactie tijdens de operatie. Als dat gebeurt, krijgt de patiënt meteen medicijnen tegen de allergische reactie.

De behandeling

Om de vernauwing in de ader te behandelen, maken we uw ader wijder. 
U wordt gedotterd en we plaatsen een stent. Dotteren betekent dat we een ballon plaatsen op de plaats van de vernauwing. Deze ballon blazen we op. Zo wordt de ader wijder. 
Daarna plaatsen we op die plek een stent. Waardoor de ader beter blijft openstaan. Een stent is een soort veertje van een balpen. Het is gemaakt van metaal en het is moeilijk samen te drukken.

U wordt in de ochtend van de behandeling opgenomen op een verpleegafdeling. Op de dag van de behandeling krijgt u een bloedonderzoek en een infuus. Soms krijgt u een tijdelijke blaaskatheter, dat is afhankelijk van de duur van de behandeling.  Dit is een soepele, holle slang waardoor urine uit de blaas kan lopen. 
Via het infuus krijgt u contrastmiddel met jodium. Met dit jodiumhoudend contrastmiddel kan de arts de bloedvaten goed zien op een beeldscherm. Dit contrastmiddel gaat later weer uit uw lichaam, via de urine en via de blaaskatheter.

Een interventie-radioloog of een vaatchirurg doet de behandeling. Tijdens de behandeling bent u wakker en kunt u vragen stellen aan de arts. U krijgt een plaatselijke verdoving. De huid van uw lies of bovenbeen wordt verdoofd.

Via een van de grote bloedvaten in uw lies of bovenbeen brengt de arts de dotterballon en de stent in de bekkenader. Ligt de ballon op de plaats van de vernauwing? Dan wordt de ballon opgeblazen. Dit kan even pijn doen of een vervelend drukkend gevoel geven. Ook van het plaatsen van de stent kunt u deze klachten krijgen.

Aan het einde van de behandeling drukken we de plek van de toegang tot het bloedvat in uw lies of bovenbeen een paar minuten met de hand dicht. Daarna krijgt u mogelijk een drukverband.

U gaat terug naar de verpleegafdeling. Daar moet u 3 uur lang in bed blijven liggen. Zo is de kans op een bloeding het kleinst. Na 3 uur mag u weer uit bed en lopen.

Gebruikt u nog geen medicijnen tegen stolling (antistollingsmedicijnen)? Dan begint u hiermee op de dag van de behandeling. Dit is om ervoor te zorgen dat u geen trombose in de stent krijgt. Op de dag van de behandeling krijg u een spuit met medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed meteen dunner wordt. De dag erna  begint u met tabletten voor antistolling.

De dag na de behandeling krijgt u een controle-echo. Dan kijkt de arts of de stent goed zit en of het bloed er goed doorheen stroomt. Wanneer alles in orde is, mag u daarna naar huis. 

Mogelijke complicaties

U kunt last krijgen van de plaats waar het bloedvat in uw lies of bovenbeen is dicht gedrukt. Hier kan een nabloeding of een bloeduitstorting ontstaan. Als dat gebeurt, krijgt u een extra drukverband. 

Weer thuis

De stent geeft de hele tijd een druk in het gebied rondom de bekkenader. Daardoor kunt u pijn in de rug of buik hebben. U kunt de pijnstillers innemen die u van de afdeling mee krijgt. De pijnklachten gaan meestal binnen een paar dagen over.

U heeft een recept medicatie antistolling bij ontslag gekregen. De medicatie neemt u in zoals door de arts met u is besproken. U moet deze medicijnen minimaal 6 maanden na het plaatsen van de stent blijven gebruiken.

Controles

6 weken na de operatie gaat u op controle bij de polikliniek van het Hart+Vaat Centrum. U krijgt dan weer een echo-onderzoek. Hierna komt u na 3 maanden, na 6 maanden, na 12 en daarna elk jaar naar het MUMC+ voor een controle op de polikliniek.

Medicijnen

Medicijnen zijn belangrijk voor uw behandeling en herstel. Ze helpen om klachten van ziektes te verminderen of te voorkomen. 
Iedereen krijgt medicijnen die passen bij zijn of haar eigen situatie. 
Wilt u meer weten? Kijk dan op de website van de MUMC+ apotheek (apotheek.mumc.nl/informatie-over-medicijnen) . U kunt ook de online Medicatiewijzer (apotheek.mumc.nl/medicijnen)  gebruiken. 

Heeft u een vraag over uw medicijnen? Stel deze dan aan de online apotheker (apotheek.mumc.nl/online-apotheker) .

Contact

Heeft u na het lezen van de informatie nog vragen? Neem dan contact op met: 
 
Hart+Vaat Centrum 
Telefoonnummer: 043-387 49 00
 

Websites

Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2025. Bekijk de meest actuele versie van deze folder op: info.mumc.nl/pub-519