U heeft een post-trombotisch syndroom (PTS) in één of beide benen. U heeft bijvoorbeeld last van pijn in uw benen als u niet beweegt of juist als u loopt. Uw benen voelen zwaar en moe aan. U heeft spataders of houdt vocht vast. Ook kan uw huid beschadigd zijn bij uw enkel.
In deze folder leest u meer over post-trombotisch syndroom. Ook leest u welke behandeling mogelijk is.
Wat is een post-trombotisch syndroom?
Bij een post-trombotisch syndroom zijn aders vernauwd in de buik, het bekken, de lies en/of het been. Hierdoor stroomt het bloed niet goed het been uit. De druk in de aders loopt dan op.
De oorzaak is een trombose been. Bij trombose in het been raakt een bloedvat in het been (voor een deel) verstopt door een bloedstolsel. Dat zorgt ervoor dat de ader wordt afgesloten. Vaak blijven na een trombose littekens achter in uw aders. Dit noemen we littekenweefsel. Dit zorgt voor de vernauwing van de aders.
Het post trombotisch syndroom kunnen we behandelen. Dat gebeurt met een dotter behandeling en het plaatsen van stents. U leest hieronder wat dit betekent.
Voorbereiding
Voor de arts u behandelt, vraagt de arts of u allergisch bent voor jodium en/of contrastmiddel. Dan kunt u mogelijk medicijnen krijgen. Die behandelen een allergische reactie.
De operatie
Voor deze operatie wordt u 1 tot 2 dagen opgenomen in het ziekenhuis. U komt de dag van uw operatie naar verpleegafdeling A2 (www.mumcplattegrond.nl/#map/d0_d77). Op de afdeling nemen we bloed af.
Voor de operatie krijgt u sedatie of narcose. Dat is een diepe slaap. U merkt dus niets van de operatie. De artsen die u opereren zijn een vaatchirurg en/of een interventieradioloog.
U krijgt een infuus in uw arm. Ook krijgt u een blaaskatheter. Dit vangt uw urine op, omdat u zelf niet kunt plassen tijdens de operatie.
De operatie begint met het plaatsen van een draad door het litteken weefsel in uw aders.
Daarna doet de arts de dotter behandeling. Dit betekent dat er een ballon in uw ader wordt opgeblazen. Dat gebeurt op de plek waar de ader vernauwd is. De arts brengt deze ballon in via uw been. Deze ballon maakt uw ader wijder.
Dan plaatst de arts een stent. Dit is een soort metalen veertje. De stent zorgt ervoor dat de aders beter blijven openstaan.
Na de behandeling drukken we een paar minuten op de plek waar de arts de ballon in uw been heeft gebracht, Daarna krijgt u een drukverband.

Na de operatie
Na de operatie gaat u naar de uitslaapkamer. Dit heet ook wel Recovery. Het is belangrijk dat u rustig blijft liggen. Dit maakt de kans op een bloeding zo klein mogelijk. U krijgt speciale kousen aan. Deze kousen blazen op en lopen leeg. Dit helpt om het bloed goed te laten stromen in uw benen.
Als u goed wakker bent, gaat u naar de verpleegafdeling. U mag 3 uur na de operatie weer uit bed en lopen. De verpleegkundige vertelt wanneer dit mag.
Als u nog geen medicijnen tegen bloedstolling gebruikt, begint u daar op de dag van de operatie mee. Dit is antistollingsmedicatie. Dit voorkomt dat er trombose ontstaat in de stents.
U krijgt een spuit, die direct uw bloed verdunt. De dag na de operatie krijgt u pillen.
De stents worden gecontroleerd met een echo. Als we zien dat het bloed goed stroomt, mag u naar huis.
Na 2 weken komt u naar de polikliniek. Hier controleren we met een echo-apparaat of de stent goed zit.
Mogelijke complicaties
Soms treden na de operatie complicaties op. Dit zijn mogelijke problemen.
Pijn
U kunt pijn in uw buik of rug hebben. Dat komt omdat de stent steeds druk afgeeft in het gebied rond het bloedvat. U krijgt hiervoor pijnstillers. De pijn gaat meestal na een paar dagen weg.
Bloeding
Soms krijgt u een nabloeding. Een nabloeding is een bloeding in de eerste uren na de ingreep. Op de afdeling drukken we dan de wond opnieuw af.
Of u krijgt een bloeduitstorting. Een bloeduitstorting is een blauwe plek. Deze gaat vanzelf weg.
Nieuwe vernauwing
Soms is het littekenweefsel heel erg. Of het bloed stroomt niet goed door uw benen. Dan kan er een nieuwe vernauwing of trombose ontstaan. De arts kan u dan opnieuw dotteren.
Het bloedvat waar de stent in is geplaatst, kan ook weer gaan dicht zitten. De kans dat dit gebeurt is 20%. Dan is er niet altijd een nieuwe behandeling mogelijk.
Weer thuis
Als u weer thuis bent, komt u regelmatig terug naar het ziekenhuis.
U blijft de antistollingsmedicatie minimaal 6 maanden na de operatie gebruiken.
Na 2 weken komt u naar de polikliniek voor controle. We maken dan opnieuw een echo en u heeft een gesprek met de arts.
Ook hierna komt u nog regelmatig terug naar het ziekenhuis. Eerst na 6 weken. Daarna na 3 maanden. Dan na 6 maanden en dan na 1 jaar. Als alles goed blijft gaan, komt u daarna nog 1 keer in het jaar op controle.
Medicijnen
Medicijnen zijn belangrijk voor uw behandeling en herstel. Ze helpen om klachten van ziektes te verminderen of te voorkomen.
Iedereen krijgt medicijnen die passen bij zijn of haar eigen situatie.
Wilt u meer weten? Kijk dan op de website van de MUMC+ apotheek (apotheek.mumc.nl/informatie-over-medicijnen) . U kunt ook de online Medicatiewijzer (apotheek.mumc.nl/medicijnen) gebruiken.
Heeft u een vraag over uw medicijnen? Stel deze dan aan de online apotheker (apotheek.mumc.nl/online-apotheker) .
Contact
Heeft u vragen?
Neem dan contact op met:
Polikliniek Hart+Vaat Centrum
Telefoonnummer: 043 387 27 27
E-mail: poli.hvc@mumc.nl
Websites
- Hart+Vaat Centrum (hartenvaatcentrum.nl)
- MUMC+ (mumc.nl)
- MUMC+ apotheek (apotheek.mumc.nl/informatie-over-medicijnen)
- Gezondidee (gezondidee.mumc.nl)