Binnenkort komt u naar het MUMC+ om de bevalling op te wekken. Dit noemen we ‘inleiden’.
Dit gebeurt in het ziekenhuis onder de zorg van een arts of verloskundige.
In deze folder leest u meer over het inleiden van de bevalling en wat u kunt verwachten.
Aanwezig bij uw bevalling
Tijdens uw bevalling kunnen nog 1 tot 2 extra mensen aanwezig zijn op de verloskamer. U kunt zelf bepalen wie dit zijn, dit kunnen bijvoorbeeld uw partner en uw (schoon)moeder zijn.
In het Maastricht UMC+ leiden we studenten op tot medisch personeel. Daarom kan het zijn dat er 1 of 2 personen extra bij uw bevalling zijn. Dit zijn leerling-verpleegkundigen, student-verloskundigen of coassistenten. Een coassistent is een medisch student in opleiding tot arts. Wilt u liever niet dat zij bij de bevalling zijn? Vertel dit dan aan ons. Dan houden wij hier rekening mee.
Waarom wordt een bevalling ingeleid?
De gynaecoloog adviseert om een bevalling in te leiden als we verwachten dat uw baby beter buiten de baarmoeder kan zijn dan in de baarmoeder.
Uw bevalling wordt opgewekt op het moment dat het nog goed gaat met uw baby en als de gynaecoloog verwacht dat de baby sterk genoeg is om een vaginale bevalling mee te maken.
Redenen voor een inleiding kunnen zijn:
- als u 1 tot 2 weken na de uitgerekende datum nog niet bent bevallen: dit heet ‘over tijd zijn’ of serotiniteit
- als u meer dan 37 weken zwanger bent en uw vliezen zijn 24 uur of langer lang gebroken
- als u een hoge bloeddruk heeft
- als uw baby kleiner is dan gemiddeld bij het aantal weken dat u zwanger bent
- als de moederkoek (placenta) minder goed werkt
Er zijn nog andere redenen voor een inleiding, deze bespreken uw arts of verloskundige met u.
Voorbereiding
U neemt dezelfde spullen mee als bij een gewone bevalling:
- uw patiëntenpas
- kleding voor uzelf
- snack en/of tussendoortje
- kleertjes voor de baby
- een Maxi Cosi of een ander veilig autostoeltje voor uw kind
- toiletspullen
De inleiding kan soms 2 tot 3 dagen duren. Daarom is het fijn om iets van thuis mee te nemen om tijdens het wachten mee bezig te zijn.
Soms kan een inleiding helaas niet doorgaan omdat het te druk is op de verloskamers. We stellen een inleiding alleen uit als dit medisch gezien veilig is. Dit zullen we met u bespreken. Het kan zijn dat we op de ochtend van de inleiding zelf nog met u bellen. We plannen dan meteen een nieuwe afspraak.
Hoe gaat een inleiding?
Een inleiding bestaat vaak uit 2 stappen:
- het rijp maken van de baarmoedermond
- het breken van de vliezen en het opwekken van de weeën
Op de linker afbeelding hier naast een voorbeeld van een onrijpe baarmoedermond en rechts een rijpe baarmoedermond.
Een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan. Meestal is er nog geen ontsluiting.
Een rijpe baarmoedermond is meestal korter en voelt weker aan. Vaak is er al wat ontsluiting.
Het rijp maken van de baarmoedermond
De baarmoedermond is rijp als deze 2 tot 3 centimeter openstaat, helemaal afgeplat is en de vliezen hierachter makkelijk te bereiken zijn. Het rijp maken van de baarmoedermond noemen we ook wel ‘primen’, dit is Engels voor ‘voorbereiden’. Dit kan op 2 manieren: met een ballon of met medicijnen.
Ballon
- We maken eerst een hartfilmpje (CTG) van uw baby. Hiermee controleren we de hartslagen en kijken we hoe het met de baby gaat. Ook meten we de weeën die u heeft.
- We voelen naar de ontsluiting of er nog rijping nodig is. Is deze nog nodig dan plaatsen we de ballon.
- Dan plaatsen we een eendenbek (speculum) in uw vagina. Dit doet meestal geen pijn. Wel kunt u vervelende druk ervaren.
- Daarna plaatsen we een dun slangetje in de baarmoedermond. In de top van dit slangetje zit een ballon. Daarom heet het ook wel ballonkatheter.
- Na het inbrengen vullen we deze ballon met 60 milliliter water.
- Daarna maken we weer een CTG.
In de meeste gevallen kunt u met de ballon veilig weer naar huis na de 2e CTG controle. De arts of verloskundige bespreekt dit van te voren met u bij het plannen van de inleiding of dit kan in uw geval.
- Door de druk van de ballon komen in uw lichaam natuurlijke hormonen vrij. Deze hormonen versnellen het rijpen van de baarmoedermond.
Met de ballonkatheter kunt u gewoon rondlopen, naar het toilet en douchen. Waarschijnlijk heeft u er weinig last van.
Vaak valt de ballonkatheter er vanzelf uit. Dan is meestal de baarmoedermond rijp en kunnen we de vliezen gaan breken. Meestal gebeurt dit de volgende dag, maar soms duurt het langer. Soms is de baarmoedermond nog niet helemaal rijp. Wij geven dan medicijnen bij.
Medicijnen
We kunnen ook medicijnen gebruiken om de baarmoedermond rijp te maken: prostaglandines. Dit gebeurt vaak als de ballonkatheter de ochtend na het plaatsen nog niet verwijderd kan worden.
Wij geven ook medicijnen als we geen ballonkatheter kunnen plaatsen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de vliezen lang gebroken zijn.
- U kunt de prostaglandines innemen als tabletten (oraal).
- U krijgt de medicijnen om de 2 uur.
- U kunt tot maximaal 8 tabletten per 24 uur krijgen.
- We kijken 1 keer per dag naar de ontsluiting in de ochtend. Krijgt u weeën? Dan kijken we nog een keer naar de ontsluiting om te zien of de bevalling begonnen is.
- Met een CTG controleren we de hartslagen van uw baby, om te zien hoe het met de baby gaat. We maken een CTG voor het innemen van de eerste tablet en bij het innemen van de laatste tablet van de dag. Krijgt u weeën, bloedverlies of zijn er andere zorgen? Dan maken wij vaker een CTG.
Ook bij deze manier kunt u meestal gewoon rondlopen en douchen. Mogelijk beginnen de weeën al door de medicatie.
Bij een inleiding met prostaglandines heef u vooraf vaak harde en pijnlijke buiken, zonder dat dit nog echte weeën zijn.
Soms is er na 2 dagen nog medicatie nodig. De prostaglandines krijgt u dan om de 4 uur via de vagina. Vooraf beoordelen we of er nog een nieuwe gift nodig is.
Rondom elke gift beoordelen wij hoe het met het kindje gaat. Hiervoor maken we een CTG.
Ook bij deze aanpak kunt u meestal gewoon rondlopen en douchen.
Blijkt de baarmoeder rijp na een paar giften van de medicatie? Dan kunnen we de vliezen breken. Mogelijk komen ook de weeën al op gang door de medicatie.
Is de baarmoederhals na 3 dagen nog niet rijp? Dan overleggen wij met u hoe we verder gaan. Dit kan per patiënt en reden van de inleiding verschillend zijn.
Het breken van de vliezen en het opwekken van de weeën
Een eerste nodige stap is dus meestal het rijp maken van de baarmoedermond. Blijkt bij eerder onderzoek op de polikliniek dat de baarmoedermond al rijp is? Dan komt u voor het breken van de vliezen in de ochtend om 6.30 uur naar de verloskamers op niveau 2. Het is verstandig om vooraf nog thuis te ontbijten.
De baarmoedermond is rijp als deze 2 tot 3 centimeter openstaat en we de vliezen hierachter makkelijk kunnen bereiken. De arts of verloskundige maakt dan een gaatje in de vliezen (de vliezen breken). Ook dit is meestal een pijnloze handeling. U kunt wel druk ervaren.
Na het breken van de vliezen voelt u warm vruchtwater via de vagina naar buiten stromen. Soms is alleen het breken van de vliezen genoeg om de weeën op gang te brengen.
Om de weeën hierna op te wekken geven we een medicijn via een infuus in uw hand of arm. U kunt uw arm gewoon bewegen. Het medicijn is oxytocine, het hormoon dat de baarmoeder laat samentrekken. Het infuus hogen we voorzichtig op tot u ongeveer 3 weeën per 10 minuten heeft. Soms is maar weinig oxytocine nodig, soms duurt het langer voor de baarmoeder reageert en de ontsluiting op gang komt.
Als de vliezen eenmaal gebroken zijn bij een inleiding betekent dit dat u meestal binnen 24 uren bevallen bent.
Tijdens de hele ontsluitingsperiode maken we regelmatig CTG’s om de conditie van uw baby goed in de gaten te houden. Dit kan uitwendig (via de buik) of inwendig (via de vagina) gebeuren.
Bij inwendige registratie maken we een draadje (schedelelektrode) vast op het hoofdje van de baby (niet op het bot maar losjes onder de huid). Dit gebeurt alleen als er twijfel ontstaat over de conditie van de baby. Het voordeel van een schedelelektrode is dat er een goede registratie van de harttonen van de baby is, ook als u veel beweegt.
Het nadeel van een schedelelektrode is dat het heel soms een klein litteken achterlaat bij de baby op de hoofdhuid.
Ook heeft u op uw buik nog een drukmeter, waarmee de weeën worden geregistreerd.
De weeënregistratie gebeurt in sommige gevallen ook inwendig met behulp van een dun slangetje.
Is er inwendige registratie nodig is voor de hartslag van de baby of de weeën? Dan zal de arts of verloskundige met u de voordelen en nadelen bespreken voordat deze geplaatst worden.
Weeën en persen
Na het inleiden gaat de bevalling verder zoals een normale bevalling. De weeën worden steeds heftiger en pijnlijker. U kunt de weeën op uw eigen manier opvangen, bijvoorbeeld:
- zittend in een stoel
- staand naast het bed
- liggend of zittend in bed
- in bad
- op de skippybal
Weeën bij een inleiding kunnen pijnlijker worden ervaren dan bij een spontane bevalling. Doen de weeën te veel pijn? Dan kunt u om pijnstillers vragen. Deze pijnstillers zijn:
- een prik met een pijnstillend effect (pethidine)
- een pompje met pijnstilling (remifentanyl)
- een ruggenprik (epidurale analgesie)
De arts of verloskundige bespreekt met u de opties die in uw geval mogelijk zijn.
U kunt pas persen wanneer u volledige ontsluiting heeft. Volledige ontsluiting betekent dat de baarmoedermond 10 centimeter openstaat. Dit is nodig om vaginaal te bevallen.
Het persen en de geboorte van uw kind en de moederkoek gaan hetzelfde als bij een normale bevalling.
Na de bevalling
Na de bevalling hoort u of u naar huis mag of niet. Net als bij een gewone bevalling, hangt dit af van hoe goed het gaat met uzelf en met uw kind.
Bij een bevalling zonder problemen kunt u soms al binnen een paar uur naar huis.
Risico’s en complicaties
Bij elke bevalling kunnen complicaties ontstaan, of de bevalling nu wordt ingeleid of niet. Complicaties kunnen zijn:
- De bevalling duurt lang, vooral als de baarmoedermond nog erg onrijp is. Soms komt er geen volledige ontsluiting en moet er een keizersnede worden gedaan.
- Een uitgezakte navelstreng. Dan komt de navelstreng door de baarmoedermond langs het hoofdje of de stuit van de baby naar buiten. Meestal moet er dan een keizersnede worden gedaan.
- De moederkoek of de baarmoeder raakt beschadigd bij het naar binnen brengen van de ballonkatheter.
- Er ontstaan te veel weeën. Meestal kunnen we deze opheffen en herstelt de baby. Soms kan de baby hier niet goed tegen en moet er een keizersnede worden gedaan.
- Er kan een ontsteking van de baarmoeder ontstaan.
De meeste inleidingen gaan zonder problemen. En de risico’s van een ingeleide bevalling zijn meestal niet groter dan die van een normale bevalling. Wel is het nodig dat een inleiding gebeurt onder goede controle en begeleiding.
Zijn er andere manieren om de bevalling op te wekken?
De meeste andere manieren om de bevalling op te wekken, werken niet goed genoeg. Van het gebruik van wonderolie is nooit bewezen dat het helpt. Wel kan wonderolie zorgen voor vervelende darmkrampen.
Een mogelijkheid om de bevalling zonder inleiding op te wekken, is ‘strippen’. De verloskundige of arts gaat dan met de vingers in de vagina en maakt de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan pijn doen. Vaak zorgt dit voor een beetje bloedverlies, maar dat kan geen kwaad. Bij een onrijpe baarmoedermond heeft strippen weinig zin, want de kans dat een bevalling daarna spontaan begint is klein.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u terecht bij uw gynaecoloog, uw verloskundige of de verpleegkundigen van de verloskamers.
Polikliniek Gynaecologie
Telefoonnummer 043-387 48 00
Maandag tot en met vrijdag van 08.30 uur tot 13.00 uur.
Verloskamers
Telefoonnummer 043-387 62 40
24 uur bereikbaar.
Websites
- MUMC+ (www.mumc.nl)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)
- Vrouw Moeder en Kind Centrum (vmkc.mumc.nl/wij-zijn-zwanger/zwangerschap-en-bevalling)
- De Gynaecoloog (www.degynaecoloog.nl)