Binnenkort wordt u opgenomen voor een operatie aan uw dikke darm.
In deze folder leest u meer over deze operatie en over de tijd daarna. Bekijk ook de video ‘Naar de operatiekamer’.
Bekijk deze video online op info.mumc.nl/pub-63
Doel van de operatie
Dikke darmkanker behandelen we meestal met een operatie. Tijdens de operatie haalt de chirurg het stuk darm waar de tumor in zit weg. Ook de lymfeklieren rondom dit stuk darm worden weggehaald.
Voorbereiding voor de operatie
Voordat u wordt geopereerd, krijgt u uitgebreide informatie van:
- De chirurg: geeft uitleg over de operatie die u krijgt. Ook bespreekt de chirurg wat u vóór, tijdens en na de operatie kunt verwachten.
- De verpleegkundig specialist: is, als dat mogelijk is, aanwezig bij het gesprek met de chirurg. De verpleegkundig specialist geeft extra uitleg over de operatie en uw opname in het ziekenhuis. Ook is dit uw aanspreekpunt tijdens het behandeltraject. De contactgegevens vindt u onderaan deze folder.
- De anesthesist (specialist in verdoving en pijnbestrijding): beoordeelt of een narcose voor u veilig is. Als dat nodig is, vraagt de anesthesist aanvullend onderzoek aan, bijvoorbeeld naar de werking van uw hart en longen.
Wat kunt u zelf doen vóór de operatie?
- Blijf zoveel mogelijk in beweging. Dit helpt u om sneller te herstellen na de operatie.
- Zorg ook voor voldoende rust en slaap.
- Bent u in de periode vóór de operatie meer dan 10% van uw gewicht verloren? Laat dit dan weten aan uw arts of verpleegkundige. Dan verwijzen wij u door naar een diëtist.
Uw opname
U wordt op de dag zelf nuchter opgenomen via de Nuchtere Opname Afdeling. Als dit niet mogelijk is dan wordt dit met u besproken en wordt u op de afdeling opgenomen.
U hoort van Bureau Opname:
- de datum van uw opname
- de tijd waarop u zich moet melden
- de afdeling waar u wordt opgenomen of dat u lopend naar de operatiekamer gaat.
Algemene informatie over de opname vindt u op onze pagina Mijn opname (www.mumc.nl/patient-bezoeker/mijn-opname).
Uw darm voorbereiden
- Wordt u aan het eerste stuk van de dikke darm (rechts) of aan het laatste stuk van de dikke darm (links) geopereerd? Dan krijgt u geen laxeermiddel.
- Zit de tumor laag, bijvoorbeeld in het sigmoïd of in de endeldarm? Dan is het soms nodig om 2 darmspoelingen te geven. Een darmspoeling noemen we een klysma.
Voeding
U mag de dag voor de operatie gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u de dag voor de operatie minstens anderhalve liter drinkt, maar u mag geen alcohol.
- Tot 24.00 uur mag u normaal eten en drinken (geen alcohol).
- Na 24.00 uur mag u alleen nog heldere dranken drinken: water, thee, appelsap of limonadesiroop. Dit mag tot 2 uur voor de operatie.
- Twee uur vóór de operatie drinkt u 2 flesjes PreOp.
PreOp is een heldere drank met citroensmaak zonder koolzuur. Deze drank bevat koolhydraten en helpt uw lichaam zich voor te bereiden op de operatie. PreOp is glutenvrij en lactosevrij. De drank bevat suiker en zoetstoffen. - Heeft u diabetes? Dan krijgt u geen PreOp. Deze drank bevat veel snelle suikers. Daardoor kan uw bloedsuiker te hoog worden. Uw arts of diabetesverpleegkundige bespreekt met u of uw medicijnen moeten worden aangepast. Ook kan het nodig zijn om uw bloedsuiker extra te controleren.
Slaap- en kalmerings-middelen
U krijgt meestal geen slaap- of kalmeringsmiddelen voor de operatie.
Zo bent u na de operatie minder suf. Dat helpt bij uw herstel. U kunt dan sneller weer drinken, eten en bewegen.
Gebruikt u elke dag slaap- of kalmeringsmiddelen? Dan mag u deze blijven gebruiken.
Bent u erg zenuwachtig voor de operatie? Bespreek dit dan met de anesthesist. U kunt dan misschien toch een slaap- of kalmeringsmiddel krijgen.
De operatie
Verdoving (anesthesie)
- U krijgt mogelijk een slangetje tussen de wervels dat zorgt voor een plaatselijke verdoving. Dit heet een epidurale katheter. Niet iedereen krijgt dit. Het hangt af van uw persoonlijke situatie.
- U krijgt ook narcose (algehele anesthesie). De narcose wordt zo geregeld, dat u binnen 30 minuten na de operatie weer goed wakker bent.
- Na de operatie blijft u een paar uur op de uitslaapkamer (Recovery).
Infuus en katheters
- Tijdens de operatie krijgt u een infuus. Via het infuus krijgt uw lichaam voldoende vocht.
- U krijgt ook een slangetje in de blaas (blaaskatheter). Dit is nodig omdat de blaas door de epidurale katheter niet goed kan werken.
- De blaaskatheter en de epidurale katheter worden meestal op de tweede dag na de operatie verwijderd. Dit gebeurt als uw pijn goed onder controle is. De pijnverpleegkundige bespreekt dit met u tijdens de opname.
- Het infuus stopt op de eerste dag na de operatie, wanneer u meer dan anderhalve liter per dag kan drinken.
- Heeft u geen epidurale katheter? Dan wordt de blaaskatheter weggehaald wanneer u terug bent op de verpleegafdeling.
Na de operatie
Uw herstel hangt vooral af van de grootte van de operatie.
- De minste schade ontstaat bij een kijkoperatie.
- Maar niet alle patiënten kunnen een kijkoperatie krijgen. Als een kijkoperatie niet mogelijk is, maakt de chirurg een zo klein mogelijke snee.
Pijnbestrijding
U krijgt verschillende middelen tegen pijn:
- de epidurale katheter voor plaatselijke verdoving/ of doormiddel van een pijn pomp of alleen met orale pijnmedicatie.
- paracetamol
- een andere pijnstiller
De epidurale katheter houdt op de plaats van de operatie de pijn tegen. Door deze plaatselijke verdoving is er veel minder morfine nodig. Dit vermindert bijwerkingen zoals sufheid en het stilvallen van de darm. Vooral dit laatste is belangrijk voor een snel herstel. Daardoor kunt u meteen na de operatie weer eten en drinken.
U krijgt ook paracetamol. Het is belangrijk dat u deze pijnstillers inneemt, ook als u geen pijn heeft. Een goede pijnbestrijding is belangrijk voor een snel herstel.
Na het weghalen van de epidurale katheter houden we de pijn tegen met tabletten. Dit is meestal een combinatie van paracetamol met een andere pijnstiller.
Vanaf dag 4 bouwt u de pijnstillers af. De pijn verschilt per persoon. Als u meer pijn krijgt, passen we de dosering aan.
Eten en drinken
Na de operatie begint u zo snel mogelijk met eten en drinken. Op die manier blijft u zo goed mogelijk op gewicht en verliest u zo min mogelijk spiermassa en spierkracht.
- Als u niet misselijk bent, start u bij terugkomst op de verpleegafdeling met drinken.
- Als het drinken goed gaat, krijgt u een vloeibare maaltijd.
- Gaat dit goed? Dan mag u de dag na de operatie weer normaal eten.
De kans op misselijkheid is groot na een darmoperatie. Daarom krijgt u aan het einde van de operatie alvast een middel tegen misselijkheid. Dit is niet altijd genoeg. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van uw lichaam op de wond bepalen of u misselijk wordt. Het belangrijkste is dat u zelf voelt of u kunt eten.
Beweging
Bewegen is belangrijk om te zorgen dat u geen trombose krijgt. En om te zorgen dat u uw spierkracht behoudt.
Voordelen van bewegen:
- Uw ademhaling is beter wanneer u rechtop zit.
- U heeft minder kans op een luchtweginfectie (longontsteking).
- Er gaat meer zuurstof naar de wond, waardoor de wond sneller geneest.
Na de operatie start u zo snel mogelijk met bewegen:
- De dag van de operatie probeert u 3 keer 1 uur rechtop in bed of in een stoel te zitten.
- De eerste keer uit bed gaat onder begeleiding van een verpleegkundige.
- Ook maakt u onder begeleiding een wandeling op de gang.
- Dit bouwt u elke dag verder op.
Belangrijk
Een goede pijnbestrijding is belangrijk om te kunnen bewegen. Geef duidelijk aan als u door pijn niet uit bed kan komen. Als u niet uit bed komt, probeer dan zo veel mogelijk rechtop te zitten.
Voeding en bewegen voor en na de operatie
Wilt u meer weten over waarom bewegen en gezond eten belangrijk zijn tijdens uw opname? En wat u hier zelf aan kunt doen? Ga dan naar de pagina Oefenprogramma's | Voeding en bewegen (voedingenbewegen.mumc.nl/bewegen-voor-herstel/oefenprogrammas)of scan de QR-code.
Complicaties
Na elke operatie is er kans op complicaties. Bij deze operatie is de kans daarop klein. Voordat u de operatie krijgt, bespreekt de arts de mogelijke complicaties met u.
Complicaties zorgen altijd voor een langer herstel. Algemene complicaties na elke operatie zijn:
- nabloeding
- ontsteking (infectie)
- longontsteking
- trombose (een bloedpropje dat vastzit in een bloedvat of ader)
Er zijn een aantal complicaties die kunnen gebeuren na een dikkedarmoperatie:
Soms duurt het wat langer voordat uw darmen weer goed werken
Tijdens de operatie liggen uw darmen tijdelijk stil. Daardoor kan het na de operatie even duren voordat uw darmen weer normaal werken. Ook kan uw ontlasting anders zijn dan u gewend bent. Het kan enkele weken tot maanden duren voordat uw ontlastingspatroon weer normaal is.
Heeft u vragen of twijfelt u ergens over? Neem dan contact op met uw arts of verpleegkundige.
Naadlekkage
Een lek op de plaats waar de darm weer aan elkaar is gemaakt. De inhoud van de darm lekt weg in de buik en kan zorgen voor ontsteking van het buikvlies. De symptomen zijn: een bolle, gespannen buik, misselijkheid en overgeven, koorts en buikpijn. Als dit gebeurt, wordt u opnieuw geopereerd.
Wondinfectie: een ontsteking van de huid op de plaats van de hechtingen
De symptomen van een wondinfectie zijn:
- roodheid van de huid
- lekken van dik, vies ruikend vocht uit de wond (pus)
Bij een wondinfectie halen we de hechtingen weg, zodat we de pus kunnen uitspoelen. U hoeft voor een wondinfectie niet in het ziekenhuis te blijven.
Belangrijk
Heeft u thuis de volgende klachten? Neem dan contact op met de chirurg die dienst heeft. De gegevens staan bij Contact.
- Uw temperatuur is boven de 38 graden Celsius (koorts).
- De pijn in uw buik gaat niet weg, of de pijn wordt erger.
- U blijft last houden van misselijkheid en overgeven (braken).
- U blijft last houden van diarree en heeft meer dan 5 keer per dag dunne poep.
- U heeft heftige rugpijn.
Ontslag en weer thuis
De eerste 2 dagen na de operatie wordt meestal duidelijk hoe goed uw herstel gaat. Dan is ook duidelijk of u binnen een paar dagen naar huis mag.
U mag op de derde dag na de operatie naar huis, als:
- u heeft gepoept
- uw lichaam goed reageert op normale voeding
- u geen koorts heeft
- u goed kan bewegen
- uw pijn onder controle is met tabletten
- u uzelf weer kan verzorgen
De chirurg beslist natuurlijk in overleg met u of u naar huis mag.
U gaat naar huis als u uzelf weer kan verzorgen zoals voor de operatie. Maar het kan nog een aantal weken tot maanden duren voordat u helemaal beter bent. Het is normaal dat u zich thuis nog slap en moe voelt en meer slaap nodig heeft.
Vaak komen de emoties thuis pas los. U bent misschien sneller emotioneel of prikkelbaar dan voor de operatie.
Als u voor de operatie alles zelfstandig kon doen, is thuis geen extra zorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste weken wat hulp kunt krijgen van uw partner, familie of vrienden.
- U mag de eerste 6 weken niet zwaar tillen of duwen, niet meer dan 3 tot 5 kg.
- Lichte huishoudelijke taken, zoals koken, afwassen en afstoffen, kunt u best snel weer doen. Luister naar uw lichaam
Weer dingen doen
Na de operatie mag u langzaam steeds meer doen. Wissel de eerste dagen rust en activiteit af, waarbij u langzaam steeds actiever wordt en steeds minder rust.
Bewegen
- Wandelen is goed om fitter te worden.
- Fietsen en autorijden mag wanneer u geen pijn meer heeft bij bewegen.
U mag niet autorijden als u medicijnen neemt die uw bewustzijn kunnen beïnvloeden.
Vraag dit ook na bij uw verzekeraar. - Als u gewend bent te sporten, kunt u dat na 3 weken weer langzaam gaan doen. Belangrijk is dat u rustig begint en goed luistert naar uw lichaam. Spierpijn mag. Maar wacht tot de pijn minder is voordat u weer gaat sporten.
- Vrijen kan gewoon, zolang u luistert naar uw lichaam.
Werken
Twee tot 3 weken na de operatie heeft u een controle op de polikliniek. Dan kunt u met uw arts bespreken wat de gevolgen zijn van de operatie voor uw werk. Uw bedrijfsarts is degene die u begeleidt om terug te gaan naar het werk.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Neem dan contact met ons op.
Heeft u voor de operatie nog vragen, of problemen? Bespreek deze dan met de verpleegkundig specialist of uw behandelend arts in het ziekenhuis.
Heeft u na de operatie thuis problemen? Neem dan contact op met de verpleegkundig specialisten of de polikliniek Oncologie:
- Verpleegkundig specialist
Christel Gielen
Bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag.
Telefoonnummer: 043-387 65 43, vraag naar sein 7852
E-mail: christel.gielen@mumc.nl - Lotte Daemen, gespecialiseerd verpleegkundige
Bereikbaar op maandag, woensdag en vrijdag.
Telefoonnummer: 043-387 65 43, vraag naar sein 1468
E-mail: lotte.daemen@mumc.nl - Op werkdagen kunt u tussen 8.30 en 17.00 uur bellen naar de Polikliniek Oncologie:
Telefoonnummer: 043-387 64 00 - Voor vragen die niet dringend zijn, kunt u mailen naar poli.oncologiecentrum@mumc.nl
Zet in een mail altijd uw naam, geboortedatum en telefoonnummer.
Voor informatie over uw opnamedag en opnametijd belt u met Bureau Opname:
Telefoonnummer: 043-387 53 30
Bij spoed in de avond, nacht, weekenden en op feestdagen belt u de Spoedeisende Hulp (SEH).
Telefoonnummer: 043-387 67 00, vraag naar de chirurg die dienst heeft.
Websites
- Oncologie MUMC+ (oncologie.mumc.nl/)
- MUMC+ (www.mumc.nl/)
- Kanker.nl (www.kanker.nl/)
- Nfk.nl (nfk.nl/)
- Verwijsgidskanker.nl (verwijsgidskanker.nl/)
- MDL Fonds (www.mdlfonds.nl/)
- Stomavereniging (www.stomavereniging.nl/)
- Gezond Idee (gezondidee.mumc.nl/)