Folder
Een rugoperatie voor scoliose
Het vastzetten van wervels bij een kromming in de wervelkolom
In overleg met uw arts krijgt u een operatie waarbij we een deel van de wervelkolom vastzetten.
Deze operatie heet spondylodese.
Het doel van deze operatie is om:
- De rug rechter te maken en de balans te herstellen
- te zorgen dat de rug recht blijft door de wervels vast te zetten in de goede stand
- pijn of moeheid in de rug te verminderen
- Zitten er ook zenuwen in de knel? Dan maakt de chirurg deze zenuwen vrij.
Voorbereiding
Probeer in de periode voor de operatie zo gezond mogelijk te leven.
Rookt u? U kunt hulp krijgen met stoppen bij de Stoppen-met-roken poli ()van het MUMC+.
Heeft u adviezen nodig voor het verbeteren van uw conditie? Vraag dan hulp aan een fysiotherapeut bij u in de buurt.
U komt eerst op de wachtlijst nadat besloten is dat u deze operatie krijgt.
Ter voorbereiding op de operatie krijgt u de volgende onderzoeken en gesprekken:
- Een onderzoek naar hoe u loopt en hoe uw balans is. We onderzoeken dit met het systeem CAREN. In de folder ()CAREN (info.mumc.nl/pub-1344) kunt u lezen hoe dit onderzoek gaat. ()
Dit onderzoek krijgt u 6 maanden én 1 jaar na de operatie opnieuw. - Bent u ouder dan 50 jaar? Dan maken we een Dexa-scan van uw botten.
Hierop kunnen we zien of u bot-ontkalking heeft. Dat heet ook wel osteoporose.
Heeft u osteoporose? Dan krijgt u een afspraak op de osteoporose-poli.
De arts bekijkt dan of een behandeling met medicijnen uw botten steviger kan maken. - Een gesprek met de anesthesist over de narcose en over pijnstilling na de operatie.
Meer informatie hierover leest u op de site van anesthesiologie (anesthesiologie.mumc.nl). - Een gesprek met een verpleegkundige waarin u uitleg krijgt over uw opname in het ziekenhuis en de periode na de operatie.
Opname
De dag vóór de operatie slaapt u in het ziekenhuis op afdeling C4.
Informatie over deze afdeling kunt u vinden op de website van orthopedie (orthopedie.mumc.nl/verpleegafdelingen).
Operatie
Kort voor de operatie gaat u eerst naar de afdeling KNF. KNF is de afkorting van klinische neurofysiologie.
Hier plakken we elektroden op uw hoofd, armen en benen.
Via de elektroden meten we de werking van het ruggenmerg tijdens de operatie (). Dit doen we om schade te voorkomen.
Hierna gaat u naar de kamer waar we de laatste voorbereidingen doen.
Voordat u onder narcose gaat, controleert het operatieteam nog een keer de belangrijkste dingen samen met u.
De operatie gebeurt onder narcose. U krijgt de narcose via een infuus.
Als u onder narcose bent, geven we u een urinekatheter en leggen we u op uw buik.
Bij de operatie schuiven we eerst de spieren weg van de wervelkolom. Daarna plaatsen we schroeven of haakjes in een aantal wervels.
Zit er ook een zenuw in de knel? Dan verwijderen we een deel van de wervelboog bij die zenuw.
Soms verwijderen we ook 1 of meer tussenwervel-schijven. Op de plek van de tussenwervel-schijven plaatsen we dan ‘kooitjes/cages’ van titanium (), die we vullen met bot uit de wervelboog.
Daarna verbinden we de schroeven en haken met elkaar met staven van metaal. Deze staven zetten de wervels vast, zodat de rug in de goede stand blijft.
Ook schaven we het wervelbot open en leggen we daar eigen bot of kunstbot tegenaan.
Met dit extra bot groeien de wervels stevig aan elkaar vast, wat zorgt voor de definitieve sterkte.
De schroeven en staven zijn dan niet meer nodig, maar kunnen gerust blijven zitten.
We verwijderen ze niet, tenzij u last ervan heeft.
Na de operatie
Uitslaapkamer
Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer. U kunt terug naar de afdeling zodra de anesthesist dat medisch veilig vindt.
Het kan ook zijn dat u een nacht op de uitslaapkamer blijft. Dit hangt af van uw medische conditie en de duur van de operatie.
Medicijnen tegen de pijn
Tijdens de operatie krijgt u een beveiligd pompje op uw infuus.
Hiermee geeft u zichzelf pijnstillers in de eerste dagen na de operatie.
Daarna krijgt u tabletten tegen de pijn.
Uit bed, drinken en eten
Op de eerste dag na de operatie mag u rechtop zitten met uw benen uit het bed, met hulp staan en met hulp uit bed gaan.
Bent u niet misselijk? Dan mag u de eerste dag weer drinken.
Overleg met de zaalarts of u ook op de eerste dag weer mag eten.
Naar huis
Als u weer goed kunt staan, maken we een foto van de rug ter controle.
U mag na ongeveer 5 tot 7 dagen naar huis als uw arts dat medisch veilig vindt.
De wond is gehecht met materiaal dat vanzelf oplost.
En de wond is afgedekt met steriele strips. Deze strips gaan vanzelf los na een tijd.
Mogelijke complicaties
Elke operatie heeft risico’s. Voordat u beslist of u de operatie wilt, bespreekt u met uw arts de mogelijke complicaties van deze operatie.
Bij deze operatie zijn de volgende complicaties mogelijk:
Een bloedtransfusie:
Tijdens de operatie verliest u bloed. Dat is normaal.
Het bloed dat u verliest geven we weer terug aan uzelf, want we vangen het op.
Soms gebeurt het dat we niet genoeg van uw eigen bloed kunnen opvangen. Dan is soms een bloedtransfusie met bloed van een donor nodig.
Schade aan een zenuw:
Bij een rugoperatie kan een zenuw beschadigen.
Dit kan tijdelijk of blijvend het gevoel op die plek () verminderen of de kracht in een spier.
Om schade aan een zenuw te voorkomen, controleren we de rugzenuwen tijdens de operatie via elektroden.
Lekkage van hersenvocht:
In het wervelkanaal stroomt hersenvocht rondom het ruggenmerg en de zenuwen.
Soms kan het hersenvocht gaan lekken tijdens de operatie.
Meestal kunnen we de lekkage direct stoppen tijdens de operatie. U kunt dan wel na de operatie een beetje hoofdpijn hebben.
Heel soms blijft het hersenvocht lekken in de dagen na de operatie. Dan krijgt u een drain om het vocht af te voeren of we stoppen de lekkage met een nieuwe operatie.
Trombose:
Bij iedere operatie is er een risico op trombose.
Bij trombose is er een bloedstolsel dat een bloedvat afsluit.
Om trombose te voorkomen krijgt u 6 weken spuitjes met antistolling. De thuiszorg geeft u deze spuitjes of u leert om dit zelf te doen.
Infectie:
Er is een kleine kans op een infectie van de wond na de operatie. Dit gebeurt bij 1-5 % van de mensen.
Om dit risico te verkleinen krijgt u antibiotica. Dat krijgt iedereen die deze operatie krijgt.
Krijgt u dan toch nog een infectie? Dan behandelen we dat met antibiotica en soms is een operatie nodig om de wond schoon te maken.
Een nieuwe operatie ter herstel:
Bij 5-10 % van de mensen gaat een schroef of haak los na een tijd of breekt er een staaf.
Dan is soms een operatie nodig om dit te herstellen. Het is mogelijk dat deze operatie niet genoeg herstel geeft. U kunt dan last houden van pijn, instabiliteit of dat uw rug minder beweeglijk is.
Extra risico’s:
Er is meer kans op complicaties als iemand extra risico’s heeft, zoals roken, te zwaar zijn, een matige conditie of osteoporose.
Weer thuis
Als u weer thuis bent, volgt er nog een periode dat u moet herstellen.
Luister goed naar de signalen van uw lichaam.
U kunt langzaam uw normale leven weer oppakken.
In het algemeen zult u in het begin last hebben van spierpijn en pijn aan de wond. Dit is normaal.
Ook kunt u nog tintelingen of prikkelingen in het been hebben.
Heeft u na een activiteit een felle, scherpe, uitstralende pijn vanuit de rug naar het been? Dan heeft u te veel gedaan. Neem dan rust!
U kunt langzaam steeds actiever worden
Doe alleen activiteiten die uw lichaam aankan.
Het is belangrijk dat u uw lichaam tijdelijk minder belast dan voor de operatie.
Als u langzaam steeds meer activiteiten doet en dit afwisselt met rust, dan zal uw lichaam steeds meer activiteit aankunnen. Uw lichaam went dan weer aan de normale dagelijkse activiteiten. Wanneer u een keer te veel doet, zult u pijn krijgen. Daarvan hoeft u niet te schrikken. Doe dan wat minder activiteiten en probeer het over een paar dagen nog een keer.
Adviezen
Liggen:
Ga een paar keer per dag even liggen. Dat ontspant uw rug en spieren.
Zitten:
Zitten belast de rug. Het is verstandig om de tijd dat u zit heel langzaam te vergroten.
Zorg voor een goede stoel.
Een goede stoel heeft een hoge rugleuning, die iets achterover staat.
Een goede stoel geeft ook steun in het laagste deel van de rug.
En de voeten moeten op de grond kunnen staan.
Lopen:
Lopen is goed om uw conditie te verbeteren. Bekijk zelf hoeveel u kunt lopen.
Rust uit na het lopen. En onthoud: spierpijn mag als de spierpijn na een nacht weer minder is.
Tillen:
Til in de eerste tijd na de operatie niet te vaak en niet te zwaar.
Ga dicht bij het voorwerp staan en houd het voorwerp dicht bij uw lichaam.
Let op: niet bukken, maar tillen met een rechte rug en gebogen knieën.
Seks:
Vrijen hoeft geen probleem te zijn. U kunt geleidelijk alles weer doen en uitproberen.
Fietsen:
Kunt u weer traplopen? Dan mag u het fietsen weer uitproberen.
Begin rustig, ga niet meteen fietsen in druk verkeer.
Autorijden:
Begin niet te snel weer met autorijden. Wanneer u zonder problemen een tijd kunt zitten, kunt u het rijden weer uitproberen. Begin met kleine stukjes in een rustige omgeving.
Vraag bij uw zorgverzekering of u na de operatie verzekerd bent om te rijden.
Zwemmen:
Als de wond helemaal dicht is, mag u weer zwemmen.
Begin eerst met ontspannen bewegen in het water en probeer daarna gewoon te zwemmen.
Probeer de verschillende slagen, en vergroot de afstand steeds een klein beetje.
Let op de signalen van uw rug en pas het zwemmen daarop aan.
Werken:
Overleg met uw bedrijfsarts wanneer u weer kunt gaan werken.
Huishouden:
Lukken alle dagelijkse dingen weer? Dan mag u ook kleine dingen in het huishouden doen, zoals afwassen of strijken.
Doe langzaam steeds meer, waarbij u steeds goed let op uw houding en de signalen van uw rug.
Activiteiten waarbij u steeds moet bukken en draaien, bijvoorbeeld stofzuigen en dweilen, belasten uw rug. Het is verstandig om dit soort activiteiten voorlopig niet te doen.
Sporten:
Wanneer alle dagelijkse dingen weer goed lukken en u weer genoeg conditie heeft, kunt u weer rustig sporten. Wen langzaam, in uw eigen tempo, aan de bewegingen.
Doe in het eerste jaar na de operatie geen contact-sporten, zoals voetbal en geen sporten met hoge snelheid, zoals skiën.
Fysiotherapie:
In overleg kunt u oefentherapie krijgen om u te helpen bij het herstel.
Wanneer moet u ons waarschuwen?
Ondanks alle zorg rondom de operatie kunnen er thuis soms complicaties zijn, bijvoorbeeld:
- de wond gaat lekken
- de wond wordt rood en dik
- de wond doet ineens veel meer pijn
- koorts van 38,5 graden of hoger
- de kuit doet pijn en is stijf, rood of dik
- klachten die u niet verwacht en waarover u zorgen heeft.
Heeft u 1 of meer van de klachten hierboven? Bel dan met het ziekenhuis.
U kunt bellen naar de volgende telefoonnummers:
- Maandag tot en met donderdag tussen 8 en 17 uur
U belt met de verpleegkundige: 043 – 387 65 43.
Vraag naar sein 6751. - Op vrijdag overdag en als de verpleegkundige er niet is
U belt met de polikliniek Orthopedie: 043–3876900. - In de avond en in het weekend
U belt met de Spoedeisende Hulp: 043 – 387 67 00.
Vraag naar de orthopeed.
Contact
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan beantwoorden wij die graag.
U kunt van maandag tot en met donderdag bellen naar de verpleegkundige van het SPINE-centrum.
Het telefoonnummer is: 043-387 65 43.
Vraag naar sein 6751.
Websites
- Orthopedie MUMC+ (orthopedie.mumc.nl)
- Gezond idee (gezondidee.mumc.nl/)
- Scoliose (www.zorgvoorbeweging.nl/scheve-kromme-rug-bij-volwassenen-deformiteit-van-de-rug-degeneratieve-scoliose)