Mumc+ foto online folders

Patiëntinformatie

Laser behandeling bij glaucoom

Transsclerale cyclolaser

In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten een laserbehandeling van het oog te laten uitvoeren omdat u een verhoogde oogdruk heeft (glaucoom). Op dit blad krijgt u informatieblad over de behandeling en de nazorg thuis.

Wat is glaucoom?

In het oog wordt inwendig oogvocht aangemaakt voor de voeding van het hoornvlies en de lens. Dit inwendig oogvocht heet kamerwater en heeft niets te maken met het uitwendige traanvocht. Het wordt aangemaakt in het straalachtig lichaam; het corpus ciliare (zie afbeelding 1).

Het kamerwater verlaat het oog via de kamerhoek, de hoek tussen hoornvlies en iris. In de kamerhoek zitten afvoerkanaaltjes, het zogenaamde trabekelsysteem.
Op afbeelding 1 ziet u hoe het kamerwater door het oog stroomt. (blauwe pijltjes).

Afbeelding 1
Afbeelding 1

Als dit afvoersysteem niet goed werkt, kan het kamerwater onvoldoende afgevoerd worden en neemt de druk in het oog toe. De oogzenuw raakt daardoor langzaam maar zeker beschadigd. Uiteindelijk merkt u dit doordat er stukken uit het beeld (gezichtsveld) verdwijnen. Bij de meest voorkomende vorm van glaucoom, het openkamerhoekglaucoom, is de afvoer wel toegankelijk maar inwendig verstopt. Bij het nauw-kamerhoekglaucoom is de afvoer door het trabekelsysteem goed, maar niet goed toegankelijk doordat de iris deze (gedeeltelijk) afsluit.

Door de laserbehandeling wordt de afvoer van het inwendige oogvocht verbeterd.

Werking van de laser

Door middel van een micropulse laserstraal wordt het gebied van het straalachtig lichaam (corpus ciliare) behandeld. Door de laserbehandeling zal de aanmaak van het kamerwater voor een deel worden geremd. Verder wordt een deel van de uveosclerale afvoer van kamerwater bevorderd. Hierdoor zal er meer kamerwater kunnen worden afgevoerd.

De behandeling

  • Voor opname meldt u zich bij de Informatiebalie in het Serrehal.
  • Voor dagbehandeling meldt u zich aan de balie van de polikliniek Oogheelkunde op niveau 3 van de Oogtoren. Volg 3–1blauw. 

U wordt dan opgenomen op het Dagcentrum van de Universiteitskliniek voor Oogheelkunde Maastricht UMC+.

Voor de behandeling plaats krijgt u eerst verdovingsdruppels. Deze moet 5 tot 10 minuten inwerken.
Daarna wordt het oog verder verdoofd door middel van een verdovingsprik naast het oog. Als oog verdoofd is begint de laserbehandeling.

 

Afbeelding 2
Afbeelding 2

De laserbehandeling wordt verricht door middel van een Iridex Cyclo G6 lasersysteem waarbij er een MP3 probe wordt gebruikt. Tijdens de behandeling wordt er aan de rand van het oogwit (sclera) en hoornvlies (cornea) met een laserpen (zie afbeelding 2) tegen het oog gedrukt. Vervolgens wordt dit gebied in een vloeiende beweging gedurende 80-90 seconden per helft behandeld met de laser.

Na de behandeling

Na de behandeling krijgt u ontstekingsremmende druppels mee naar huis die u meestal nog 9 dagen moet gebruiken.
Belangrijk: gebruikt u al druppels en/of tabletten voor glaucoom, is het belangrijk dat u hier gewoon mee doorgaat.

Bij de nacontroles kijken wij welk de laserbehandeling heeft gehad op de oogdruk. Is de oogdruk voldoende gedaald, dan kijkt de oogarts of er glaucoomdruppels of tabletten kunnen worden afgebouwd. U kunt enkele dagen lang een geïrriteerd gevoel aan uw oog hebben. Als u vlak na de behandeling pijn heeft, kunt u een pijnstiller nemen (bijvoorbeeld paracetamol). Ook kan het helpen het behandelde oog te sluiten. Als u in de dagen na de behandeling echt pijn heeft aan uw oog of het wordt rood, moet u contact opnemen met de oogarts.

Mogelijke complicaties

  • Bij een aantal patiënten daalt de oogdruk onvoldoende of stijgt de oogdruk na verloop van tijd soms weer. Dan kan een aanvullende laserbehandeling noodzakelijk zijn.
  • Soms kan het oog langduriger ontstoken zijn. In dat geval moet u ontstekingsremmende druppels langer dan 9 dagen gebruiken.
  • Bij een laserbehandeling van het oog kan er soms versneld staar optreden. Het kan soms nodig zijn om in tweede instantie nog een staaroperatie te verrichten.
  • Zeer ernstige complicaties zoals een chronisch te lage oogdruk (hypotonie) zijn gelukkig zeer zeldzaam (<1%). Als ze optreden, kunnen ze echter wel tot minder gezichtsvermogen leiden.

Contact

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft of er zijn thuis problemen, neem dan contact met ons op.

Polikliniek Oogheelkunde
043 - 387 68 00 op werkdagen van 8.30 uur tot 17.00 uur

Spoedeisende Hulp (SEH)
043 - 387 67 00 na 17.00 uur en in het weekend) Vraag naar de dienstdoende oogarts.

Laatst bijgewerkt op 26 juli 2021